|
|
|
Voorjaar 2000 Costa Rica

29 februari 2000, San Jose
Na een tussenlanding in Miami zijn
we (mijn vrouw Karin en ik) aangekomen in San Jose. Via internet hadden we
de eerste twee overnachtingen al geboekt. De eerste nacht sliepen we in
Hotel Europe in San Jose. Vanaf het vliegveld (waar je, zoals op elk
vliegveld, overvallen wordt door een horde taxichauffeurs) namen we een taxi
naar het hotel. Het hotel was prima voor elkaar en we zouden hier nog wel
eens terugkomen. In het hotel is een soort VVV-kantoortje gevestigd waar je
excursies kunt boeken. De volgende ochtend hebben we via dit bureautje voor
de laatste dagen een trip naar Tortuguero geboekt en de goedkoopste
4-wheeldrive die er was (een Suzuki Samurai).
1 maart 2000, Fortuna
Het ontbijt bestond uit heerlijke
pannenkoekjes met stroop. Rond het middaguur verlieten we de saaie stad. Na
lang (ver)dwalen waren we eindelijk uit de stad en zaten we op de goeie weg
richting Fortuna. Ineens een
kleine (vulkaan)uitbarsting onder de motorkap:
de moter kookte! Gelukkig precies bij een van de weinige tankstations die
het land rijk is. Hier hebben ze ons perfect geholpen en we waren snel weer
onderweg. Na veel bochten, klimmen, dalen en schitterende vergezichten
kwamen we aan bij onze volgende pleisterplaats: Cabiñas Guacamaya. Dit
hadden we ook via internet geboekt. Een kamer kostte ongeveer $40. Wij waren
echter niet de enigen die deze kamer hadden uitgekozen: een kudde mieren
hadd ook zijn intrek genomen. Morgen gaan we op zoek naar een kamer voor
minder geld met minder mieren.
2 maart 2000, Fortuna
Om half zeven de dag begonnen met
hardlopen (leuk zo'n jetleg). Wel eens wat anders dan in Nederland
hardlopen, zo tegen een vulkaan op. Op een gegeven moment zag ik grote
schaduwen voorbij schieten. Toen ik omhoog keek zag ik dat het zwarte gieren
waren. Na het ontbijt zijn we op zoek gegaan naar een ander onderkomen.
Zelfs in het hoogseizoen is dat hier geen probleem. We vonden een kamertje
met uitzicht op de vulkaan Arenal voor $13 per nacht. Voor de rest van de
dag hadden we geen plannen, dus zijn we maar in de auto gestapt en hebben
een poging gedaan om rond Lake Arenal te
rijden. We zijn tot ongeveer
tweederde gekomen, toen werd de weg zo slecht dat we besloten om terug te
rijden. Dit was sneller dan verder ploegen. De meeste tijd was het bewolkt,
maar toen we terugkwamen was de Arenal ongeveer tien minuten onbewolkt. Een
uniek gezicht, iedereen op straat keek naar de vulkaan.
3 maart 2000, Caño Negro
Om half acht werden we opgepikt door
een luxe bus van Sunset Tours. Vandaag gaan we naar Caño Negro, een rivier
vlak bij de grens van Nicaragua die door het gelijknamige nationale park
stroomt. In de regenperiode is daar een groot meer, in de droge periode is
dat een grote modderpoel. De gids die mee ging vertelde in de bus dat er 's
nachts een lichte aardbeving was geweest. Karin heeft die ook gevoeld! De
route ging tussen sinaasappel- suikerrietplantages door. Onderweg zijn we
even gestopt om leguanen te bekijken die in een boom
lagen te zonnen. In Los
Chiles zijn we in ons bootje gestapt om de rivier op te varen. Na de eerste
bocht kwamen de eerste kaaiman al tegen, hij lag te zonnen op een boomstam.
Hier hebben we erg veel wild gezien, varierend van brul- en capucijnaapjes,
schildpadjes, luiaards en vleermuizen tot ijsvogels en toecans. Een
prachtige dag, maar we vonden dat we Fortuna niet konden verlaten zonder de
vulkaan Arenal van dichtbij te hebben gezien. Ondanks dat de top in de
wolken was gehuld besloten we het er toch op te wagen. Eerst zijn we naar
het uitkijkpunt gereden (hier kun je alleen komen met een 4-wheel drive),
vanwaar je een schitterend uitzicht hebt opde vulkaan. We hoorden hem (of
haar?) al flink rommelen en zagen af en toe al wat lava naar beneden komen.
Ik
wou natuurlijk wel wat dichterbij kijken, maar omdat het al donker was
zijn we niet zo ver omhoog gelopen. Het rommelde flink en toen we omkeerden
spoot er heel veel lava uit de berg, wat een schitterend gezicht. Nu konden
we met een voldaan gevoel Fortuna verlaten. De Arenal had afscheid genomen.
4 maart 2000, Liberia
Vanochtend zijn we vertrokken
richting Liberia. Dit is een stadje dat ongeveer 150 km ten westen van
Fortuna ligt. De eerste 40 km deden we in 5 kwartier, de rest ging iets
sneller. Dit is iets waar je echt rekening mee moet houden, de wegen zijn
niet zoals in Nederland. De bewegwijzering is vaak nog slechter dan de
wegen. Toen we vlak bij Liberia waren kregen we een lekke band. Net niet op
de velg kwamen we aan bij een
groot tankstation langs de Interamericana.
Hier hebben ze met 3 man een half uur aan de auto gewerkt en we moesten
f20,- betalen. Dat viel best mee.Omdat we geen zin hadden om lang te zoeken
naar een slaapplaats en wel zin hadden in wat luxe kozen we voor een hotel
langs de Interamericana. Een kamer met airco, want dat had je wel nodig in
die hitte. 's Avonds hebben we boodschappen gedaan (o.a. een verse ananas
gekocht) en bij een pizeria gegeten.
5 maart 2000, Rincón de la Vieja
Vanochtend hebben we de ananas
geslacht, wat is dat lekker zeg! Vandaag gaan we naar Rincón de la Vieja,
een park waar allerlei vulkanische grapjes te zien zijn. De weg ernaartoe
begint net buiten Liberia. Nou ja…weg, weg is een wel erg groot woord voor
een 25 km lang zandpad. Een 4-wheel drive bleek
noodzakelijk. Aan het begin
van die weg hebben we een franse liftster opgepikt die in haar eentje aan
het reizen was. De drie uur lange rit was erg hobbelig maar zeker de moeite
waard. In de Lonely Planet-gids staat dat het park door zijn af gelegen
ligging maar weinig bezocht wordt. Dat geloof ik graag, want we hebben de
hele dag maar vier mensen gezien. Het park was erg mooi. Er is een
natuurlijke, zwavelrijke thermale bron, kokende modder en koud "kokend"
water. We hebben een groep witneus-coati's gezien en gelunched bij een
waterval.
6 maart 2000, Playa del Coco
Vanochtend hebben we lekker rustig aan gedaan, omdat we
maar een klein stukje hoefden te rijden. Playa del Coco hadden we snel
gevonden, omdat we een beetje door krijgen hoe de bewegwijzering werkt (als
die er is). Playa del Coco is in het noordwesten het duikMekka van Costa
Rica. Er zijn aan deze kant van Costa Rica geen koralen, maar wel veel grote
vis zoals witpunt rifhaaien en reuzenmanta's. De meeste kans hierop heb je
bij Santa Catalina Island en daar ga ik morgen heen! Wel prijzig, $90 voor
twee duiken, maar het is maar een keer vakantie. Karin blijft bij het huisje,
want ze is zwanger en dan mag je niet duiken. De rest van de dag hebben we
geluierd aan het zwarte strand van Playa Ocotal en bij het zwembad van onze
Cabiña. We slapen bij Cabiñas Sol y Mar voor $32 per nacht. Prima kamers met
zwembad. De stranden hier in de buurt zijn allemaal zwart en bijna
uitgestorven. Je hebt zo'n strand bijna voor jezelf en dan is het nog wel
hoogseizoen! Dat de stranden zwart zijn komt door al het vulkanische
gesteente. Daarom zijn er dus ook geen koralen. Playa del Coco stelt niet zo
veel voor, een verharde weg door het midden van het dorp en daaromheen wat
zandpaden. Voor de bruggetjes moet je hier oppassen, want die zijn vaak
gemaakt van wat oude planken. Soms is het beter om door de bedding te rijden.
7 maart 2000, Playa del Coco
Gisteravond ontdekte Karin buiten een paar hagedissen
en een grote sprinkhaan. Omdat onze slaapkamer een deur naar buiten heeft
met allemaal grote kieren, besloten we om de klamboe op te hangen.
Halverwege de nacht de airco maar aan, want we hebben nog niet geslapen door
de hitte.
Vandaag is de duikdag. We hebben rechts van de "pier"
op het strand afgesproken. De
pier is een bouwval van planken waar je niet
meer op kunt lopen. Het water is zwart van het lavazand. Om kwart over acht
vertrokken we met de boot naar onze eerste duikplek: Viuda (Widows Rock).
Dit was best een leuke duik met een o.a. een paar sidderroggen, maar geen
echt grote vis. Aangekomen op de tweede locatie begon het al
veelbelovend.
Er sprongen twee jonge reuzenmanta's boven het water uit en een groep van
ongeveer tien spinnerdolfijnen zwom om de boot heen. Eenmaal onder water
bleek dat we de goede duikplek hadden uitgezocht. De ene na de andere
stingray (tot wel drie meter lang) dook op, met als klap op de vuurpijl een
enorme school van honderden adelaarsroggen. Ze zwommen zo dicht bij elkaar
dat het donker werd. Ze zwommen aan alle kanten om ons heen, een unieke
ervaring. 's Avonds hebben we lekker bij het strand pizza zitten eten.
8 maart 2000, Santa Elena
Vanochtend zijn we om 8 uur vertrokken. We zijn eerst
nog even naar het dorpje gereden om naar huis te bellen en toen hebben we
onze weg vervolgd richting Santa Elena. Uit de boekjes hadden we opgemaakt
dat de weg ernaartoe erg slecht zou zijn, maar dit viel ons reuze mee. Het
was een lange, onverharde weg, maar als je rustig aan
doet is er niks aan de
hand. Wat het soms wel gevaarlijk maakt zijn de diepe afgronden waar je
langs rijdt. Van vangrails hebben ze hier nog nooit gehoord, goed opletten
dus. De fantastische vergezichten tijdens de 3 uur durende, hobbelige reis
maken trouwens alles weer goed. We zijn een paar keer gestopt om foto's te
maken. Karin ontdekte nog een troep brulapen en een leguaan van ruim een
meter lang. Hoe dichter we bij Santa Elena kwamen (dat ligt op zo'n 1500
meter hoogte), hoe kouder het werd en hoe beter de nevelwouden in zicht
kwamen. Bij aankomst in Santa Elena moesten we tol betalen en daarna werden
we letterlijk opgewacht en aangehouden door Hernando van de
tourist-information. Hij was supervriendelijk, ons een beetje te, en wou ons
graag helpen bij het zoeken naar een geschikt hotel. Na ongeveer tien
minuten overleggen en drie telefoontjes had Hernando besloten, sorry, hadden
wij besloten om twee nachten te blijven in Cabiñas Los Piños. Eigenlijk
houden we er niet van om ergens te overnachten wat we niet gezien hebben,
maar we waren een klein beetje overrompeld door Hernando. Het is hier heel
gebruikelijk om een kamer eerst te bekijken voor je besluit. Het was
inderdaad niet je van het, maar er staat een bed en je kunt er slapen. 's-Middags
heb ik lekker een stuk hardgelopen tegen een berg op en op de weg terug een
wedstrijdje gehouden met een busje. 's-Avonds hebben we in een restaurant
gegeten waar we dankzij Hernando 10 % korting kregen (ze kennen ons
Hollanders al een beetje).
9 maart 2000, Santa Elena, Monteverde
Na
een goede nachtrust onder de klamboe, vroeg (5.30) uit de veren. We
hebben
ontbeten in een hotelletje langs de weg naar Monteverde. Lekker fruit en
bruin brood. Daarna met de auto vertrokken richting ingang van het park.
Monteverde betekend groene berg, een zeer toepasselijke naam. Het park bestaat
uit een nevelwoud waar jaarlijks drie meter neerslag valt. Dit hebben we
gemerkt. Het heeft uren aan een stuk geregend, en dit is nog wel het droge
seizoen. Om 7 uur ging het park open en na betaling van $17,50 mochten we
naar binnen. Na een wandeling van ruim drie uur waren we weer bij de
ingang,
diep onder de indruk. De bomen zijn hier ontzettend dik en hoog, helemaal
begroeid met mos en bromelia's. Alles is er groen. Dieren hebben we
nauwelijks gezien, wat vogels en een soort duizendpoot. Het is een hele
tour om te fotograferen in zo'n donker bos als het ook nog regent. Fototoestel
op statief, onder de poncho, snel foto maken en dan toestel en lens weer
afdrogen.
Na deze wandeling hebben we een
welverdiende rust genomen en wat gegeten. Ik heb nog geprobeerd om vliegende
kolibries te fotograferen, maar dat viel niet mee.
Op onze kaart van het park stand ook
nog een waterval aangegeven, dus besloten we om die op te zoeken. De
waterval stelde weinig voor, maar de weg er naar toe leidde door een waar
sprookjesbos.
's-Middags hebben we wat gegeten in
Santa Elena waarna we op slangenbezoek zijn gegaan in het Serpentarium. Hier
hebben ze een aantal zeer giftige en niet-giftige slangen,
pijlgifkikkertjes, leguanen en de dikste pad (+/- 1 kg!) die we ooit hebben
gezien. Al met al een zeer geslaagde dag.
10 maart 2000, Alaguela
Voordat
we vertrokken hebben we eerst bij El Bosque pannenkoekjes gegeten. Niet
veel, maar wel erg lekker! Om 8 uur vertrokken we. De man bij het tolpoortje
proberde ons weer geld te laten betalen, maar daar trapten we niet in. De
weg terug ging bergafwaarts en daardoor een stuk vlotter dan de heenweg.
Na 2 uur hobbelen waren we blij dat we weer asfalt onder onze wielen hadden.
Na ongeveer anderhalf uur rijden kwamen we aan bij een brug over Río Tárcoles.
Hier zijn we gestopt om te speuren naar krokodillen. En ja hoor, daar lagen
ze. In totaal wel 20. Ze zijn veel groter dan
kaaimannen,
sommigen waren wel 4 of 5 meter lang. Daarna hebben we gelunched bij het
restaurant naast de brug. Vooral Karin zat te "smullen"van haar
"heerlijke" broodje "kaas"...
De rest van de route was erg mooi.
We stegen van zeenivo tot zo'n 1000 meter. Erg veel mooie uitzichten
onderweg langs mooie slingerweggetjes. Ons hotelletje (uitgezocht in de
Lonely Planet) hadden we zo gevonden. Het kamertje is erg klein, maar wel
schoon, netjes en met warm water. Hier kunnen wij wel goed slapen.
11 maart 2000, Alaguela, Poas
Vandaag is de laatste hele dag dat
we de auto hebben, morgen moeten we hem voor 11.30 uur inleveren in San
Jose. We besloten er dus nog maar flink gebruik van te maken. Om 8.30 uur
vertrokken we richting de vulkaan Poas. We hadden er al wat plaatjes van
gezien en hadden dus het idee alles al gezien te hebben. Wat we daar echter
te zien
kregen overtrof ons voorstellingsvermogen! Een gigantische krater
met een schitterend turquoise kratermeer aan de zijkant en alle sporen van
een uitbarsting in het verleden. Echt heel indrukwekkend en veel mooier dan
we verwacht hadden. Daarna zijn we naar een ander kratermeer gewandeld. Na
een steile klim kwamen we a n bij het meer. Voor Karin was het meer een
desillusie, terwijl ik het wel mooi vond. Smaken verschillen. Terug bij de
ingang heb ik een schilpadpuzzel voor onze aanstaande baby gekocht.
Daarna zijn we naar een grote waterval gereden, net ten zuiden van Cinchona.
Het was mogelijk om tussen de berg en de waterval te staan, zodat je het
water vlak voor je zag vallen.
's-Avonds hebben we heerlijk op het
plein in Alaguela gezeten om mensen te kijken. Wat is het leven toch
verrukkelijk.
12 maart 2000, San Jose
Een lekkere luie dag gehad. De weg
van Alaguela naar San Jose loopt langs het vliegveld. Hier zijn we even
gestopt om vliegtuigen te spotten, wat maken die dingen een herrie zeg.
Hotel Europa hadden we vlot gevonden. Dan gelijk de auto maar even
terugbrengen. Dan blijkt weer pijnlijk dat San Jose echt een rotstad is om
te rijden. Ongeveer driekwart van alle wegen zijn eenrichtingswegen. Na vele
omzwervingen vonden we toch Tricolor, het verhuurbedrijf. De auto werd in
ontvangst genomen en goedgekeurd. Als tegenprestatie mochten we teruglopen
naar het hotel. Omdat het weekend was mochten ze van de baas het kantoor
niet verlaten. Gelul natuurlijk, stelletje luiaards.
De rest van de dag hebben we lekker
geluierd bij het zwembad van het hotel. 's Avonds zijn we op zoek gegaan
naar Vishnu, een vegetarisch restaurant. Toen we dit gevonden hadden leek
het meer op een kantine dan op een restaurant. Dan maar weer naar de
Pizzahut. Hier hebben we ons verbaasd over de salades die sommige mensen
voor zichzelf opscheppen. Complete maaltijden.
13 maart 2000, Tortuguero, Mawamba Lodge
Om
6.40 stond de bus van Mawamba ons al op te wachten. Tijd om te ontbijten
was er
niet omdat de bus te vroeg (?) was. Nadat we de rest van de gasten hadden
opgepikt gingen de tassen op het dak en reden we richting Limon. De weg
die we volgden ging dwars door het Braulio Carrillo National Park.
Lekker
ontspannen om je heen kijken als je zelf niet hoeft te rijden! Onderweg
hebben we ergens wat gegeten. Daarna ging het over een onverharde weg verder,
dwars door een grote bananenplantage. De bananen groeien hier in blauwe
vuilniszakken. Dit om het rijpingsproces te versnellen. We hebben onderweg
2 luiaards gezien. Om luiaards te zien heb je echt
een
gids nodig. Luiaards hebben namelijk een groen/blauwige glans over hun
lichaam die ze haast onzichtbaar maakt in de bomen.
Zonder gids hadden wij ze nooit gezien. In Limon aangekomen hebben we nog
wat verse ananas gegeten voordat we in ons bootje stapten. Er moest nog
80 km gevaren worden. Ongeveer 3 uur, 2 kaaimannen, wat brulapen en een
lepelaar verder kwamen we aan in Tortuguero. Na het inchecken vertrokken
we met een andere boot naar het dorpje. Hier kregen we wat uitleg over Tortuguero
en de schildpadden die hier elk jaar hun eieren komen leggen. Over het strand
zijn we teruggewandeld naar ons huisje. Je kunt hier niet
zwemmen
in de zee, want de stroming is zo sterk dat als je 10 meter het water inloopt
je er niet meer uitkomt. Je eindigd dan waarschijnlijk ergens in Venezuela.
In onze kamer zat slechts 1 hagedis
(=klamboetijd), altijd beter dan de spinnen die je hier ziet. In het
boothuis zagen we een Nephelis Spider, volgens onze gids giftig. Na het eten
zagen we nog een miereneter en een paar roodoogbladkikkers. Deze diertjes
zijn bijzonder fotogeniek, je mag alleen niet flitsen omdat het
nachtdiertjes zijn.
Op de veranda voor ons huisje drink
ik nog een biertje. Er komt een neusbeertje voorbij en om me heen hoor ik
kikkertjes. Het is hier net een grote dierentuin.
14 maart 2000, Totuguero, Mawamba Lodge
Om half 6 werden we gewekt door
brulapen. Na een goede nachtrust klommen we uit ons bed voor een nieuw
avontuur. 's-Nachts heb ik Karin nog een keer flink laten schrikken door te
roepen: "Kijk daar, een beest." Ik weet nergens van.
Om 6 uur zaten we in de boot met een
mooie blauwe poncho aan. Het regende pijpenstelen. Het is tenslotte tropisch
regenwoud met een jaarlijkse neerslag van 9 meter. Na de gebruikelijke
mengeling van apen (brul- en capucijnapen) en vogels waren we tegen half
negen terug voor het ontbijt. Onderweg naar de eettafel een ontmoeting
gehad
met een enorme tor van +/- 7 cm lang. Na het ontbijt de laarzen aan en de
muggenstift mee voor de volgende tocht (lang leve de lol). Natuurlijk eerst
een stukje varen ('t is net Giethoorn) en dan aan wal voor een leuke
wandeling door een moerasbos. Tips van de gids: blijf op het modderpad
(slangen houden nl. niet van modder), kom
nergens aan (planten en dieren
zijn vaak giftig), loop niet zomaar ergens de modder in (kan wel eens diep
zijn). Als je je aan deze regeltjes houdt kan er eigenlijk niets misgaan.
Het eerste wezentje dat we zagen
nadat we aan wal waren gegaan was een Strawberry Poison Dartfrog. De huid
van dit kikkertje is giftig. Karin ontdekte nog een prachtige sprinkhaan.
Verder hebben we nog een grot met vleermuizen gezien (en vooral geroken) en
een plak (?) rupsen. De rupsen hebben haartjes die bij aanraking jeuken als
brandnetels. Een leuke wandeling waardoor je het regenwoud weer op een
andere manier bekijkt.
15 maart 2000, San Jose
Als ik dit schrijf is het alweer 16
maart en zit Karin nog even bij het zwembad van het laatste zonnetje te
genieten.
Gisteren zijn we weer door de
brulapen gewekt. We hebben op ons gemakkie uitgechecked en ontbeten. Er liep
een grote spin in de eetzaal bij het koffiezetapparaat. Gauw een paar foto's
gemaakt voordat hij weer onder het tafelblad verdween. Een belangrijke regel
in Costa Rica is: ga nooit de deur uit zonder fototoestel.
Toen weer 80 km teruggevaren naar
Limon. Onderweg zagen we nog een zwarte
rivierschildpad, 16 vleermuizen op
een rij en een vrouwtjes basiliekhagedis die over het water rende. Hij wordt
hierom ook wel Jesus Christ Lizard genoemd.
Overgestapt in de bus voor de
laatste paar uur. Terug in het hotel kregen we de meest luxe kamer van de
vakantie. Erg prettig.
16 maart 2000, San Jose
Vandaag gaan we naar huis. Jammer.
Karin wil graag naar huis, weg van alle enge beesten en weg van onze zeer
"grappige" gids in Tortuguero. We zijn om 5.45 uur wakker gebeld door de
receptie. Waarschijnlijk de verkeerde kamer. De rest van de dag wat
gewandeld door San Jose. Om 20.00 vliegen we via Miami weer terug naar
Amsterdam.
|