De Noorse boskat
De herkomst van dit halflangharige ras laat zich gemakkelijk raden. Het uiterlijk van de Noorse boskat, of 'Noor' zoals liefhebbers het ras noemen, werd bepaald door het land waar hij vandaan komt. Een grote, stevige, karaktervolle kat met een warme vacht, want in Noorwegen zijn de winters koud. Het tweede deel van de naam van het ras brengt veel mensen op verkeerde ideeën. De 'Boskat' is geen wilde kat met een onbeteugelbaar temperament uit donkere Noorse wouden, maar een ras dat al honderden jaren lang gedomesticeerd in Noorwegen voorkomt als huis- of erfkat. De Noorse boskat werd niet door de mens bedacht, maar kwam tot stand door natuurlijke selectie in het land van herkomst.
Dit natuurras komt nog steeds in ongewijzigde vorm voor in Noorwegen. Pas halverwege de vorige eeuw werd het ras erkend. In 1963 werd, met de oprichting van het 'Norske Rasekattklubbers Riksvorund' de Noorse boskat officieel geboren. In 1977 werd De Noor officieel erkend door de FIFé (Fédération International Féline). Voor goede fokkers is sleutelen aan een natuurras als de Noorse boskat taboe. Een Noor moet blijven zoals de Noorse natuur hem ooit bedacht.
Hoe hoort een Noor eruit te zien?
RASSTANDAARD FIFÉ:
*Kop:
Driehoekig van vorm, alle zijden even lang met van opzij gezien een goede hoogte. Voorhoofd iets afgerond, lang recht profiel zonder onderbreking (geen stop). De kin is stevig. Een ronde of vierkante kop of een profiel met onderbreking (stop) wordt als fout beschouwd.
*Oren:
Groot, breed aan de basis met spitse oorpunten. Er moet lang haar uit de oren groeien en lynxpluimpjes zijn gewenst. De oren zijn hoog en open, de buitenste lijn van de oren moet de lijn van het hoofd naar de kin volgen, waardoor de driehoekige kopvorm wordt geaccentueerd.
Kleine oren die te fijn gebouwd of te ver uit elkaar zijn geplaatst, worden als fout aangemerkt.
*Ogen:
Groot en ovaal, iets schuin geplaatst met een alerte uitdrukking. Elke oogkleur is toegestaan, ongeacht de kleur van de vacht.
*Lichaam:
Lang en stevig van bouw met een solide botstructuur.
*Poten:
De kat staat stevig en hoog op de poten. De achterpoten zijn iets langer dan de voorpoten. De voeten zijn groot, rond en qua formaat en bouw in verhouding tot de poten.
Poten die te dicht bij elkaar geplaatst staan, te kort of te dun zijn, worden als fout aangemerkt.
Tussen de voetkussentjes zitten lange haren. Deze zogenaamde 'sneeuwschoenen' geven de Noorse boskat meer grip op een besneeuwde of bevroren bodem.
*Staart:
Lang en volbehaard; moet over de rug gelegd minstens tot aan de schouderbladen reiken, maar liefst zelfs tot aan de nek. Een korte staart wordt als fout aangemerkt.
*Vacht:
De beharing is halflang. De wollige ondervacht is afgedekt door een waterafstotende bovenvacht die de rug en flanken bedekt en bestaat uit lange, stugge, glanzende dekharen. In wintervacht heeft de kat een volle kraag en bef en knickerbockers (een halflange 'pofbroek' van dikke vacht).
*Vachtkleur:
Behalve pointed patronen, chocolate en lilac, cinnamon en fawn (Siamese kleuren en kleuraftekeningen) zijn alle vachtkleuren toegestaan, inclusief alle kleurvariëteiten met wit. Elke hoeveelheid wit is toegestaan, d.w.z. een witte bles, wit medaillon, witte borst, buik, poten, etc. De vacht wordt alleen beoordeeld op structuur en kwaliteit. De lengte en dikte van de vacht en ondervacht variëren per seizoen. 's Winters heeft een Noor beduidend langere haren dan in de zomer. Kittens hebben tot zes maanden nodig om de dekharen te ontwikkelen.
De vacht van een Noorse boskat mag niet droog zijn, mag niet tot nauwelijks klitten en verwilten en mag niet te zijdeachtig zacht zijn. Het vrij stugge harde haar van een Noor behoeft daarom beduidend minder onderhoud dan de vacht van kattenrassen die juist wél zacht en zijdeachtig moeten zijn.
*Opmerkingen:
Een Noorse boskat ontwikkelt zich langzaam. De meeste zijn na twee jaar uitgegroeid, maar hebben nog één tot zelfs twee jaar extra nodig om helemaal uit te zwaren. Een gemiddelde kater weegt tussen de vijf en acht kilo. Een poes weegt meestal 4 tot 6 kilo.
Volwassen katers hebben een bredere kop dan poezen.
De aard van het beestje
Veel mensen associëren de Noorse boskat met een wilde kat. Je hoort nog wel eens dat hun karakter ondoorgrondelijk is. Is de Noor ook qua karakter een natuurras, en is dat positief of juist negatief?
De term natuurkat wordt helaas soms verkeerd uitgelegd. Dat een Noor een wilde kat is, is onzin. Het is nooit een wilde kat geweest, wat sommige mensen (ons) ook graag (willen laten) geloven. Noren waren in Noorwegen net zo gewoon als hier de gewone kortharige boerenkatten, met als enige verschil het lange haar. Het ras is voornamelijk opgebouwd uit katten die bij boerderijen en gewoon bij mensen thuis (destijds nog als rasloze kat) gevonden zijn en die beantwoorden aan het ideaalbeeld dat in de zeventiger jaren voor de Noorse boskat is opgesteld. De definitie van natuurras (ook wel: oorspronkelijk ras) maakt hopelijk duidelijk wat de Noor is: rassen die niet welbewust door mensen zijn gecreëerd of gewijzigd, die al voorkwamen in een bepaald gebied voor mensen interesse kregen in het fokken van raskatten (meestal als huis- of boerenkat), en nu soms nog in een ongewijzigde vorm in dat gebied gevonden worden. Belangrijk bij een oorspronkelijk ras is dat het behouden blijft en dat er niet aan gesleuteld wordt; het is een levend cultuurgoed. Daarom zouden stamboekhoudende verenigingen het moeten afkeuren dat er andere rassen worden ingekruist en nieuwe kleurslagen worden geïntroduceerd, omdat anders het ras verloren gaat. Over het karakter van de Noor; zoveel katten, zoveel karakters. De karakters binnen de Noorse boskat zijn even divers als binnen de (rasloze) huiskatten, al zijn sommige Noren wat introverter dan de gemiddelde kat.
Een Noorse Boskat aanschaffen?
Een kat is geen product. Elke kat is anders. Ga er niet blind vanuit dat elk Noorse boskatkitten dat wordt aangeboden ook alle mooie elementen in zich heeft die je in de boeken en tijdschriften leest. in de praktijk zijn er heel wat Noren met een te zachte (en dus onderhoudsintensieve) vacht, kleine, iele dieren etc.. Dus als je gaat zoeken naar een kitten, neem dan de tijd en lees je goed in. Praat met verschillende mensen, bijvoorbeeld op shows, of bel een aantal fokkers. Ook op internet staan veel fokkers met een homepage, waar ze hun dieren voorstellen. Je kunt ook bij fokkers langsgaan en ze eerlijk vertellen dat je je alleen nog maar een beeld wilt vormen, nog niet meteen een kitten wilt aanschaffen. Als een fokker daar geen zin in heeft, weet je al dat dat geen adres is waar je je kitten wilt gaan aanschaffen. Een goede fokker die bezield met zijn ras bezig is wil er graag over praten en is trots op zijn dieren en de huisvesting (bij voorkeur dus gewoon in huis en kleinschalig!).