Aangelijnd aan de pin van het moment

(Eerder gepubliceerd in Filosofie Magazine, september 1996)
Door Laurens Verhagen

Het verleden lijkt een last waar we zo snel mogelijk vanaf moeten. En de toekomst is iets voor ideologen en doem-profeten. Vandaar dat 'momentisten' het geluk in het heden, in het moment zoeken. Nietzsche beschreef al wat er mis is met deze hedendaagse mens: ze zijn als naïeve dieren die maar wat voor zich uit grazen.


In Het leven uit een dag beschrijft A.F.Th. van der Heijden 'het leven in de breedte'. De hoofdpersoon probeert het leven tot in een ondeelbaar klein moment te verhevigen waarin 'alle gebeurtenissen zich gelijktijdig afspelen, in plaats van elkaar tijdrovend op te volgen.' Elke fractie van een seconde wordt eindeloos in de breedte opgerekt, zodat de meedogenloos 'in de lengte' verstrijkende tijd onschadelijk wordt gemaakt. Het is een extreme vorm van leven in het heden, waarbij de last van verleden en toekomst worden ingeruild voor het intensieve leven op een moment.
De socioloog Anton Zijderveld zegt dat het heden niet alleen in de literatuur, maar ook in het dagelijkse leven in opmars is. We leven in een staccato-maatschappij. Onze oude tijdsbeleving, waarin alle gebeurtenissen elkaar rustig en geleidelijk opvolgen, staat op de helling. Het tijdsbesef van 'na elkaar' heeft plaatsgemaakt voor een 'naast elkaar'. We gaan zappend door het leven. Tegenwoordig creëert een ieder, al dan niet met de afstandsbediening in de hand, zijn eigen verhaal. Men kiest datgene wat op het moment bevalt.
Enige tijd geleden traden enkele PvdA-jongeren bijvoorbeeld in het nieuws met de stelling dat de huidige generatie uit zogenaamde 'momentisten' zou bestaan. 'In opperste vervoering kies je elk moment je eigen tijdelijke identiteit', stelden ze. Aanknopend bij de populaire gedachte dat er geen eeuwige waarheid meer bestaat, zou iedereen zijn eigen waarheid creëren, al naar gelang moment en plaats.

Bedrinken
Het geluk lijkt voor veel mensen steeds minder afhankelijk van het verleden of de toekomst. Het verleden draagt men 'als een kruis dat iedere dag zwaarder weegt', stelt Milan Kundera in Het boek van de lach en de vergetelheid. En toekomstverwachtingen zijn al te vaak te grootse ideologieën gebleken, weten we sinds Lyotard. Zowel verleden als toekomst zijn daarmee tot last geworden.
'Om de afgrijselijke last van de Tijd die uw schouders breekt en u ter aarde doet buigen niet te voelen, moet u zich onophoudelijk bedrinken', stelde Baudelaire ooit voor. De hedendaagse mens heeft een andere oplossing bedacht: men zoekt het geluk in het moment. Zoals bijvoorbeeld Marnix Gijsen het uitdrukt: 'Het leven is geen hel, alleen de lengte van het leven maakt er een hel van. Het geluk is een ogenblik; het ongeluk de tijd.'
Zo gezien lijkt het begrijpelijk dat de mens in het heden tracht te leven, en de afgrijselijke last van de tijd wil vergeten. Want het zijn 'niet alleen de mensen die je aan flarden rukken!... De Tijd ook! hele happen!', in de woorden van L.F. Céline.

Otto Duintjer, gasthoogleraar filosofie en spiritualiteit aan de Universiteit van Amsterdam, kan wel enig begrip opbrengen voor de huidige wending naar het heden. Het heden is namelijk nogal eens veronachtzaamd en niet in de laatste plaats door filosofen. Duintjer: 'Immanuel Kant praat bijvoorbeeld over "de Caraibiër", die in het heden zou leven en die gelukkig is omdat hij niet denkt. Kant waardeert dat negatief, omdat hij geen bewustzijn erkent zonder denken.' Door overal over na te denken, geven filosofen zich niet direct over aan de ervaringen van het heden. Het reflexieve bewustzijn verhindert, in de woorden van Duintjer, dat hun geest 'volledig tegenwoordig' in het heden kan zijn. Door over het heden na te denken verdeelt het reflexieve bewustzijn de aandacht met name over verleden en toekomst.

Maar de huidige generatie momentisten begaat in feite eenzelfde fout als de filosofie eeuwenlang heeft begaan, zegt Duintjer: ze slaan door. Waar filosofen in de ban zijn van verleden en toekomst, daar laten de momentisten zich meeslepen door het heden. 'Je moet het reflexieve denken niet afdanken', legt Duintjer uit. 'Het gaat mij erom dat we niet in één soort bewustzijn, in één soort kader blijven steken. Er is meer dan reflectie en er is meer dan het heden. Het is de kunst om niet in één enkele wijze van denken gevangen te raken. Het gaat erom bewust te worden van verschillende manieren van denken, zonder gevangen te raken in. Dan leef je aandachtiger en met meer innerlijke vrijheid.'
'In mijn terminologie betekent mens-zijn aanwezig-zijn in een bepaalde situatie', aldus Duintjer. 'En dat kan op allerlei manieren. Levenskunst is het zoeken naar de optimale wijze van aanwezig-zijn.' Duintjer ziet het als ideaal om de verschillende manieren van aanwezig-zijn tegelijkertijd te verwezenlijken. 'Meer uit één stuk, met hoofd, en hart, en lichaam, minder beperkt door ego- en groepsblokkeringen.' Voorbeelden hiervan kunnen zich in allerlei gewone situaties voordoen, zo benadrukt hij. 'Bij voetballen, of een vioolconcert bijvoorbeeld. Die mensen hebben eerst een heleboel vermogens moeten ontwikkelen, hebben wat dat betreft niets aan het toeval overgelaten, maar als de wedstrijd of het concert begint, is er geen afdoende garantie dat er goed gespeeld gaat worden. En dan komt er iets als "in vorm zijn" of "in de wedstrijd zijn" om de hoek kijken. En als die "vorm" er is, is het alsof het lichaam het overneemt, dat het gewoon gebeurt. Het "ik" en zijn voorstellingen zitten er niet meer tussen.'

Wakker
Dit wil echter niet zeggen dat er sprake is van bewustzijnsverlies of dat het verstand het laat afweten en we ons als een dronkeman à la Baudelaire door alles laten meeslepen. Duintjer: 'Bij de ervaringen waar ik het nu over heb, is het juist de kunst om zo open te worden dat je je kunt overgeven, laten gaan, maar wel zo dat er een uitzonderlijke helderheid over je komt, dat je nog nooit zo wakker bent geweest als dan.'

Ook Friedrich Nietzsche (1844-1900) had kritiek op de Baudelaire-achtige types die zich willoos laten meeslepen door het heden. Mensen die uitsluitend voor het moment leven zijn vergelijkbaar met de naïeve, onschuldige en 'te lichte' dieren uit Also sprach Zarathustra, tevreden en gelukkig vretend en levend in het heden, maar zonder weet van verleden of toekomst: 'aangelijnd aan de pin van het moment'. Een dergelijk spanningloos heden is onaanvaardbaar voor Nietzsche.
Nietzsche liet het niet bij kritiek. In zijn bekende metaforische taal formuleerde hij een manier om beter om te gaan met het heden. Een van die metaforen is die van de poort, zoals die in Also sprach Zarathustra voorkomt. Deze poort is de permanente botsing van verleden en toekomst. Degene die zich in deze poort bevindt, bevindt zich in het heden. Dit is niet het heden van de zappende momentisten, maar een heden dat verleden en toekomst continu in zich draagt. Dat verleden en die toekomst krijgen een plaats in het heden door de gedachte van een 'Eeuwige wederkeer'. De gedachte van de eeuwige wederkeer is een van de meest invloedrijke gedachte-experimenten van de laatste eeuwen geweest. Nietzsche probeert zich voor te stellen dat alles, elke gebeurtenis, elke gedachte, tot in de eeuwigheid blijft terugkeren. Zoals iets nu gebeurt, zal het altijd gebeuren. Op ieder moment wordt aldus het stempel van de eeuwigheid gedrukt. Of alles echt terugkeert, is niet de vraag, zegt de Brusselse hoogleraar filosofie Hubert Dethier. 'Het gaat erom of een persoon de gedachte aan een eeuwige herhaling van elk moment kan dragen, of meer nog, jubelend kan aanvaarden.'

Ook Duintjer neemt Nietzsches gedachte over de eeuwige wederkeer niet letterlijk: 'Ik vermoed dat het Nietzsche met zijn 'Ja und Amen Lied' uit Also sprach Zarathustra hetzelfde wil bereiken als Joyce aan het slot van Ulysses. De vrouwelijke persoon somt allerlei situaties - sommige leuk, andere minder leuk - uit haar leven op en zij roept daarbij telkens "Yes, yes!". Daar gaat het om: levensaanvaarding, wat je ook overkomt, soms zelf ondanks wat je overkomt. Die eeuwige wederkeer is dus meer een "alsof". Ongeacht of de dingen nou terugkeren of niet, gaat het om het ja-zeggen, wat er ook gebeurt.'
'Nietzsche aanvaardt de tijd als een eeuwigheid, als een bevestiging zonder spijt', zegt Dethier die benadrukt dat de verschrikkelijke gedachte van de eeuwige wederkeer gepaard gaat met veel walging: 'Vanuit het oogpunt van de eeuwigheid leven en denken vergt zoveel moed dat de arme mens maar een rillend stuk vlees wordt.' Pas als je de walging hebt ervaren, kun je je ervan bevrijden door het leven in zijn geheel te aanvaarden, zonder voorbehoud. En dat wil zeggen: de eeuwige wederkeer willen.

Nietzsche gebruikt nog een andere metafoor voor het heden, zegt Dethier: de Grote Middag. Deze middag, waarop de zon op zijn hoogst staat, is voor Nietzsche het moment van de ommekeer in het menselijk bestaan. Het is het punt waarop het inzicht van de eeuwige wederkeer wordt bereikt - een moment van de totale volmaaktheid van de wereld en het opperste geluk. De andere kant van de medaille is echter de zwaarte van dit geluk. Alles staat in het meest felle licht, zonder schaduw om het mee te contrasteren. De middag kan het hoogtepunt van een crisis worden genoemd; men kan niet meer vluchten in schaduwen.

Zinloosheid
Ben je bestand tegen de 'grote middag', dan kun je de eeuwige wederkeer denken: een culminatie van vreugde die gepaard gaat met een huiveringwekkende ervaring van de monsterachtige oneindigheid omdat alles zich eeuwig blijft herhalen. 'Het geluk dat uit het inzicht van de eeuwige wederkeer wordt verkregen, gaat door heel veel droefheid en wanhoop', volgens Dethier.

Als alles tot in de eeuwigheid blijft terugkeren, zonder enig doel en alles aldus vastligt, heeft deze gedachte van de eeuwige wederkeer dan niet de totale zinloosheid tot gevolg? Dethier meent van niet: 'In plaats van in het niets of in de onverschilligheid te verzinken, brengt de gedachte van de eeuwige wederkeer je er juist toe zonder aarzelen het leven te aanvaarden, net als iemand die van alles geniet na een levensbedreigende ziekte.'
Nietzsche weet uit de grootste onverschilligheid - een eeuwige zinloze herhaling - zin te halen, volgens Dethier: 'Deze zin wordt verwezenlijkt door de innerlijke aanvaarding van absolute onverschilligheid, wat gelijk staat met de liefde voor het noodlot of met de opname van de dood in het leven. Het is de verzoening van de enkeling met zijn lot dat zo afgrijselijk is.'
Het is de verzoening van verleden, heden en toekomst. Alleen dan kan de mens waarachtig leven, méér dan bij de armzalige poging de tijd te vergeten in een oppervlakkige poging in het heden gelukkig te zijn.

De poort

Zie deze poort, dwerg! - sprak ik verder: zij heeft twee gezichten. Twee wegen komen hier samen: die wegen liep niemand nog uit. Deze lange weg terug: die duurt een eeuwigheid. En die lange weg rechtuit - dat is een andere eeuwigheid. Zij spreken elkaar tegen, deze wegen; zij stoten elkaar recht voor het hoofd: en hier bij deze poort over de weg raken ze elkaar. De naam van de poort staat er boven geschreven: 'ogenblik'.
Uit Friedrich Nietzsches Also sprach Zarathustra

De eeuwige wederkeer

Wanneer die gedachte je in haar macht zou krijgen, ze zou je, zoals je bent, veranderen en misschien vermorzelen; de vraag bij alles en iedereen 'wil je dit nog eens en nog ontelbare malen?' zou als de grootste nadruk op je handelingen liggen! Of op hoe goede voet zou je moeten staan met je zelf en het leven, om naar niets meer te verlangen dan naar deze uiteindelijke eeuwige bevestiging en bezegeling
Uit Friedrich Nietzsches Fröhliche Wissenschaft