Kabouters
Jan Verhoeven, october 1997

Bestaan kabouters? Als we drie jaar zijn wel. Voor velen van ons niet meer wanneer we eenmaal volwassen zijn geworden. Kabouters zijn dan fantasiefiguren uit een sprookje. Iets voor kinderen. En voor een enkeling zelfs niet voor kinderen, want je mag alleen vertellen wat waar is.

Zoals met zovele wezens die wij niet kunnen zien maar die in de verhalen van vele volkeren wel een rol spelen, lijkt het alsof wij slechts twee uiterste houdingen kunnen hebben. De ene houding is die van rechtstreeks ontkennen: Kabouters bestaan niet. Ik kan ze niet zien en niemand kan ze zien. Wie beweert ze toch gezien te hebben fantaseert maar wat of ziet ze vliegen (of in dit geval: lopen).

De andere houding is die van rechtstreeks beamen. Ja kabouters bestaan. Ik kan ze weliswaar niet zien maar er zijn mensen die dat wel kunnen. Je hebt er een speciaal vermogen voor nodig om deze bovenzinnelijke wezens waar te nemen.

Is er nu geen tussenweg tussen ontkennen en verwijzen naar een bijzonder vermogen?

Ik wil de lezer hier wijzen op een gebied dat voor ieder van ons toegankelijk is. Wat hier zal worden gezegd over het waarnemen van kabouters kan worden gezegd van elk bovenzinnelijk wezen, tot aan de hoogste wezens toe. Het is ook helemaal niet nodig om het bestaan van kabouters aan te nemen om toch te kunnen volvoeren wat hierna beschreven wordt.

Ik nodig u uit om met mij een boswandeling te gaan maken. Vooreerst in gedachten, vanuit de herinnering. Herinnert u zich dit bos als een uniforme verzameling bomen of zijn er in uw herinnering speciale plekjes?

Wanneer we in een bos wandelen kunnen we proberen of we bijzondere plekjes zien. Dat bijzondere kan dan gelegen zijn in de werking van licht en schaduw, de wijze waarom verschillende planten bijeen staan, de kromming van de bomen, het open of meer gesloten zijn van een plaats, het spel van de wortels.

Als u een plekje gevonden heeft gaat u daar een tijd zitten en laat alles in rust op uw ziel inwerken. Het is niet nodig om allerlei te benoemen of te verklaren. Wanneer u dit een tijdje zo heeft gedaan richt u uw aandacht op de stemming die er in uw ziel is ontstaan. Gewoon, rustig luisteren naar de muziek in je ziel. Niet analyseren (hoe nuttig en nodig op andere momenten ook) maar gewoon luisteren.

Zoekt u nu eens een heel ander plekje op. Ook speciaal voor u, maar heel anders. Daar doet u hetzelfde. U merkt het al, veel zult u vandaag niet zien in het bos. Dit schiet niet op. Al een uur bezig en nog maar twee plekjes gezien. Of is het toch anders? Voor vandaag laten we het hierbij.

Een volgende dag (misschien iets voor het weekend?) gaan we weer naar het bos. Ditmaal zoeken we een plekje op dat ons helemaal niet aanspreekt. En opnieuw, ditmaal waarschijnlijk met wat meer moeite, bezien we deze plaats. Beter zou ik kunnen zeggen: we kijken met onze ogen, luisteren met onze oren, ruiken met onze neus enz. Maar bovenal luisteren we ook met ons hart naar de kleuren, de compositie, de vormveranderingen, de klanken van de vogels, de vormen van de wortels, de geur van de grond.

Dan, opnieuw luisteren we naar de stemming in onze ziel. Die stemming is misschien bij aanvang vaag, maar u zult merken dat na een paar keer u de smaak te pakken krijgt (dit vraagt niet om jarenlang oefenen! Een paar weekends onbevangen naar buiten is al genoeg). De stemming krijgt meer vorm en wat belangrijker is: op een dag begint u plotseling hele verrassende plekjes te ontdekken. Let wel: u ziet ze gewoon met u ogen.

Misschien overkomt het u net als de schrijver dat u al jaren langs een plek kwam en nu voor het eerst ziet hoe daar een soort rustplek is achter een boom. Een plek waar 's middags de zon op de stam valt en waar u heerlijk tegen de boom aangeleund kunt zitten mijmeren. Zo langzamerhand vraagt u zich misschien waar de beloofde kabouters blijven. Wel u hebt ze al gezien. Vanaf het moment dat er in de stemming die u bij u zelf beluisterde duidelijke contouren kwamen. Alsof er een soort bewegingspel in die stemming is.

De kabouters hebben u ook gezien. Op het moment dat u ongelooflijk boeiende plekjes 'zomaar' vindt. U zult zeggen: maar dat is toch allemaal gevoel? Ik hoop niet dat u had verwacht met uw fysieke ogen kabouters te zullen zien. Wie dat doet heeft last van hallucinaties of van inbeeldingen. De stemming die wij ervaren is reeel en ook de plekjes die wij vinden. Vinden wij ze wel? Of worden we een handje geholpen.

Het zal u zeker niet zijn ontgaan dat sommige mensen in de natuur de mooiste bloemen of vruchten vinden. En dat anderen, ook al zoeken zij zich suf, weinig bijzonders vinden. Vaak zal blijken dat de gelukkige vinders een dialogische verhouding met de natuur hebben. Dat ze zowel aandacht hebben voor het werk van deze kabouters en hun vrienden, als voor de taal die deze kabouters in hun eigen ziel spreken. Wanneer ik hier spreek over kabouters dan bedoel ik daarmee ook de waterwezens, de luchtwezens (elfen) en de vuurwezens.

In mijn buurt loopt er een vaart door een duingebied. Een vaart met vele waterlelies. Aan de ene kant een schelpenpad, aan de overkant van het water is bos. Ook hier kun je allerlei stemmingen beleven. Ook op de heide.

Wie meent dat de heide één grote vlakte is met alleen maar meer van hetzelfdem, die mag ik uitnodigen om de volgende maal anders te kijken en te luisteren. Zowel naar de natuur als naar het antwoord dat de natuur in jouw ziel geef.

Voor degene onder u die met dit alles al meer vertrouwd zijn, maar eigenlijk voor iedereen met een gevoelig hart: let de komende maanden eens op buiten of u iets kunt speuren van hoe de kabouters het kerstfeest voorbereiden, wat voor hun een groots feest is. U hoeft echt niets te fantaseren, u kunt het zien in de natuur en dan horen in uw eigen ziel!

Veel kijk en luistergenot toegewenst.