VRIJE VROUWEN IN HET WILDE OOSTEN
Het schemert al als Kyjal me uit mijn boeken komt halen. Ze neemt me mee naar het balkon. Daar pakt ze een emaille emmer.
'Trek eens uit,' zegt ze, naar mijn t-shirt wijzend. Ik doe wat ze zegt. 'En je rokje ook.' Ik sta in m'n ondergoed
op het donkere balkon. In de lucht hangt nog de droge warmte van de dag. Kyjal giet plensje voor plensje het in de
middagzon lauw geworden water over me heen. Ze geeft me een laken om me in te wikkelen en brengt me opgefrist binnen.
In de kleine kamer staat de televisie aan. We dansen op Kyrgyzische popmuziek en ploffen dan lachend op de divan neer.
Kyjal gaat naar de keuken om eten voor me klaar te maken, maar komt terug met wodka ('om de muggen op een afstand
te houden'). Dan eet ik en rookt Kyjal op de drempel van de keukendeur een sigaret. 'Rook je?' vraagt ze.
In Kyrgyzstan roken vrouwen niet in het openbaar, omdat ze dat de naam van slechte vrouw op kan leveren.
De professor mag niet weten dat ze rookt. Kyjal heeft zin in cola. We kopen bij een kioskje een literfles voor bij de wodka.
'Op mijn dochter Ajguul!' toost Kyjal me toe met de Kyrgyzische naam die ik van professor Toolorov heb gekregen.
Kyjal vertelt dat de Russen de gewoonte hebben dat de vrouw die een kind voor het eerst wast, pleegmoeder wordt.
Zo heeft ze me symbolisch geadopteerd.
Professor Toolorov (51), de patriarch, is tijdens mijn hele verblijf in Kyrgyzstan een belangrijke figuur geweest.
Hij had me uitgenodigd om mijn antropologisch doctoraalonderzoek naar familierelaties in de Centraalaziatische republiek
uit te voeren en kon als internationaal wetenschapper over de grenzen van zijn eigen cultuur heen kijken. Hij was ook
een poortwachter: achter de deuren die hij voor me opende, woonden families die me met grote Kyrgyzische gastvrijheid
ontvingen. In de ogen van de professor was ik het westerse meisje dat nog heel veel moest leren over het harde leven.
'Schrijf alles op dat je hier meemaakt,' benadrukte hij keer op keer. De meeste ervaringen vonden vanuit mijn dagboek-
en veldaantekeningen de weg naar mijn scriptie niet. De volgende scenes zijn daar een voorbeeld van. Ze vertellen hoe ik
als naieve antropologiestudente ingewijd werd in de Kyrgyzische werkelijkheden omtrent liefde en overspel.
Toolorov had me bij het vliegveld opgewacht. Een voor een Aziaat rijzige gestalte met lichtblauwe ogen 'van Engelse
voorouders' zette zijn gleufhoed recht toen hij me in de gaten kreeg. Met rustige gebaren dwong hij het vanzelfsprekende
respect van een gentleman af. Hij was regelrecht naar Kyjals flat gereden toen ik te kennen gaf het liefst in een gezin
te wonen. Kyjal (38) was een collega van hem, vertelde hij - boekhoudster aan de universiteit. Ze was onmiskenbaar stads:
haar zwarte haar had ze volgens de laatste mode kort geknipt, haar lippen gestift en haar vollemaansgezicht tot
bijpassende bleekte gepoederd. Als het klikte tussen ons, kon ik de augustusmaand bij haar en haar dochters Noergoel
(15 jaar) en Boeroel (12) doorbrengen om een beetje Kyrgyzisch te leren en een onderzoeksplanning te maken.
Het driekamerappartement in een afbrokkelend woonblok even buiten het centrum van de hoofdstad Bisjkek werd
mijn uitvalsbasis voor de reizen die ik tussen september en december 1996 naar dorpen in verschillende provincies maakte.
Kyjal was mijn eerste Kyrgyzische moeder. Er zouden er nog talloze volgen, maar zij is voor mij eigenlijk de enige echte
pleegmoeder gebleven.
Ajdzjana (21), talenstudente en Toolorovs secretaresse, werd mijn beste Kyrgyzische vriendin. Ze hielp me bij het opstarten
van mijn onderzoek door voor me te vertalen tijdens mijn moeilijke eerste interviews in Bisjkek. Ze kende mijn woordenschat
en wierp zich op als veldassistente. Ik vond het leuk dat een leeftijdgenote zoveel belangstelling voor mijn onderzoek
toonde. Belangrijker nog was voor mij dat ik zo ver van huis een zielsverwante gevonden had. 'Een zus,' zou haar moeder
Sajkal me verbeteren.
Op 31 augustus 1996 vierde Kyrgyzstan zijn vijfjarig bestaan. Ik slenterde met Ajdzjana door de hoofdstad, die op deze
feestdag grote contrasten vertoonde. Over het centrale plein, in de volksmond nog Leninplein, paradeerden de mensen in
hun beste kleren. Overal stonden uitstaltafeltjes vol westerse luxeproducten - sigaretten, kauwgom, chocola - maar ook
met door Russinnen zelfgebakken taart. Uit grote luidsprekers klonk muziek: uit elke hoek andere, hoofdzakelijk Amerikaanse
pop. Als je midden op het plein stond, werd je dol. Lenin wees vanaf zijn sokkel streng de weg (de regering heeft nog geen
geld gevonden om hem te verwijderen), maar als je de richting van zijn arm volgde, zag je op een spandoek staan: 'Goede reis,
vrijheid!'
In het park trok een ezeltje een kar met kinderen voorbij, de smalle paadjes over. Alles ademde de sfeer van een koloniale
uitspanning in de late negentiende eeuw: de krullerige lantaarns, de houten bankjes, de fontein. Er was zelfs een
zweefmolen en een muziekkapel. Een orkest speelde Russische wijsjes waar Russen - oudjes stuk voor stuk - op walsten.
Na de dans zegen ze uitgeput op de bankjes neer en namen jonge Kirgiezen hun plaats op de dansvloer over. Het orkest
had een Kyrgyzische popcover ingezet. 'Straks zijn de Duitsers aan de beurt,' voorspelde Ajdzjana. Vijf jaar na de
onafhankelijkheid dansten de verschillende etnische groepen volledig langs elkaar heen.
Kyjals dochters Noergoel en Boeroel zag ik de eerste weken weinig. Ze bezochten een zomerkamp aan de voet van het Ala-Too
gebergte bij Bisjkek. Pas toen ze terug waren, bleek hoeveel regelmaat zij in het huishouden brachten. Als ze van school
kwamen, deden ze boodschappen, kookten en wasten af als volleerde huisvrouwtjes. Aanvankelijk verbaasde ik me over zoveel
gehoorzaamheid van deze pubers. En ik ergerde me aan Kyjal die hen liet sloven en zelf halve dagen op de divan televisie
kon liggen kijken.
Geleidelijk raakte ik gewend aan de hierarchie in huis. En plotseling realiseerde ik me dat ik een al even gehoorzame
dochter geworden was die bijna dagelijks 'Amerika'-sigaretten voor haar moeder ging halen op de kleine markt langs de
straatkant. Maar ik was allang blij dat ik het Kyrgyzische adagium niet meer hoefde horen: 'doe alsof je thuis bent,
maar vergeet niet dat je te gast bent.' Te gast zijn werd erg vermoeiend en vervelend op den duur. Ik had dus een andere
rol gekregen, een waarin ik meer speelruimte had.
Voor Kyrgyzische begrippen was Kyjal beslist een heel slechte vrouw, maar dat was juist wel leuk. Met een onverwoestbaar
gevoel voor humor sloeg ze zich door alle moeilijkheden heen. In feite leefde ze een dubbelleven: thuis kon ze doen en
laten wat ze wilde, maar voor de buitenwereld hield ze een schijn van fatsoen op. Haar inspiratie haalde ze uit de
Amerikaanse soaps die ze op het Russische kanaal volgde en die ze van uitgebreid commentaar voorzag. Aangezien ik in haar
ogen het westen vertegenwoordigde, was ik voorbestemd haar vertrouwelinge te worden.
'Ajguul, kom eens', zegt Kyjal op samenzweerderige toon, 'ik wil dat je kennis maakt met mijn vriendinnen'. Op het balkon
zitten ze in schaars lantarenlicht gehurkt te roken. De dikke vrouw met het vrolijke, open gezicht die zichzelf voorstelt
als Bermet is sympathiek. De andere vrouw, Meerim, is afstotelijk grof: ze praat met luide, doorrookte stem tegen me in
een soort pidgin-Russisch. We drinken wodka en ik breng een pas geleerde toost uit in het Kyrgyzisch. Dat is mijn
succesnummer. Grote hilariteit volgt gegarandeerd, want mijn Russisch, de lingua franca, klinkt zo gebrekkig, dat
mensen het ergste vermoeden voor mijn Kyrgyzisch. Dat blijkt echter accentloos te zijn. 'Ik wens u gezondheid, geluk,
alle goeds en veel geld toe!' zeg ik. Kyjal is trots op haar dochter.
Beneden op straat wordt getoeterd. Meerim steekt haar hoofd voorzichtig boven het balkonmuurtje uit: 'de chef, de chef!'
Bermet wappert met haar handen de rook weg en verkast naar de huiskamer. Kyjal verbergt de sigaretten, verwijdert de
asresten en spoelt haar mond met tandpasta. Snel en routineus brandt ze wat lucifers af voordat ze naar de voordeur rent.
Loos alarm: de professor komt niet boven. Toolorov kwam vaak langs. Dan liet hij zijn schoenen in de gang staan en hing
Kyjal een laken voor de ruit van de huiskamer waar ze met hem in verdween. De twee hadden meer dan alleen een werkverhouding
met elkaar. Een publiek geheim, waarvan ook zijn wettige echtgenote op de hoogte was.
Op een dag in september maakte ik mijn eerste binnenlandse reis naar het geboortedorp van de professor, Togolok in de
provincie Naryn. In de auto volgepakt met stadse familieleden kwam ik uitgerekend naast zijn vrouw te zitten. Ze probeerde
me uit te horen over Kyjal bij wie ik - dat wist ze - woonde, maar ik antwoorde zo ontwijkend, dat ze tenslotte opgaf.
Ik wilde dat ze zichzelf die vernedering bespaard had.
Tijdens de lange rit word ik steeds stiller. De nieuwe indrukken verdringen alle taal in me. De wonderlijke bergen die
wel van papier-mache lijken en nu eens groen, dan weer rood of bruin zijn. De riviertjes door valleien met joerta's:
ronde nomadententen en witte opslagtenten. Mannen met kalpak, de traditionele hoed - harlekijnachtig van vorm en wit
met zwarte biesjes en kwastje - draven ons te paard tegemoet, verder is er geen verkeer. Langs de kant van de weg staat
een Lada met geopende voorklep: het koelwater wordt aangevuld door water uit de bergbeek. De passagiers blijken twee
jongere broers van Toolorov. Ik stel mezelf in het Kyrgyzisch voor, wat voor grote verwarring zorgt. Niemand kijkt ervan op
als een buitenlander Russisch spreekt, maar Kyrgyzisch spreekt zelfs geen Russische Kyrgyz.
Voordat we achter elkaar verder rijden, toosten we op onze kennismaking. Een Russische traditie, zegt de professor,
maar een die gehandhaafd wordt. In de achterbak van de auto staan een pan met voorgekookte aardappelen en een paar emmers
met op de route gekochte tomaten. We eten snel wat achter de wodka aan. Het is koud op zo'n tweeduizend meter hoogte.
Dit is het Tjan'-Sjan' gebergte dat zich tot in China uitstrekt. We stoppen weer om op onze hurken afgekoelde groenten
en eieren te eten. Goelmanda, de vrouw van Toolorov, zegt dat ik nu haar dochter geworden ben. Ik weet niet waar ik dat
aan te danken heb. 'Mijn vrouwen houden van je,' lacht de professor schalks. Vlieg op, man!
Het was dagenlang feest nadat we aangekomen waren in het dorp Togolok. Toolorov was al jaren niet meer in Naryn geweest
en had veel familieverplichtingen te vervullen. Op het programma stond drie maal daags een bezoek. Toen de professor en
zijn vrouw weer terugkeerden naar Bisjkek, bleef ik in het huishouden van zijn broer Bakyt (45), diens moeder (80), zijn
vrouw Ajsja (43) en hun drie kinderen wonen. Dank zij onze bezoekjes had ik in drie dagen tijd al veel contacten gelegd.
Op straat was een toevallige ontmoeting met een bekende vaak aanleiding om samen thee te gaan drinken met donker,
zelfgebakken brood erbij. 'Ben je getrouwd?' was een van de standaardvragen bij een eerste kennismaking. Als ik ontkennend
antwoordde, kreeg ik ofwel een waarschuwing dat 'mooie meisjes van straat geroofd worden', ofwel het advies met een Kyrgyz
te trouwen. In Togolok maakte ik beide bijna mee.
Er staan twee mannen met een paard aan de poort die me de bergen willen laten zien. Bakyt scheldt ze uit voor rotte vis
(of iets dergelijks): ze moeten me met rust laten! Het is oma die me dit vertelt, natuurlijk oma. Ze weet van alle
'schandalen' en geeft ze me op samenzweerderige toon door. Dit zijn vast mannen die mij willen schaken, daarvan is oma
overtuigd. Mannen die wodka drinken - dat loopt slecht af. Ze verbiedt me ook nog maar een stap alleen buiten de deur te
zetten.
Hoe kon ik nou onderzoek doen als ik met niemand zou mogen praten? Als oplossing kreeg ik vanaf die dag begeleiding
van een van haar tienerkleindochters. Buiten oma's gezichtsveld stuurde ik ze weer weg, want die meiden hadden wel wat
beters te doen dan thee leuten en luisteren naar oninteressante interviews.
‘Ik ontvoer je naar de bergen!’ Hoe vaak voegden jongens het me niet toe na een kort gesprekje in de winkel of in
het clubhuis waar culturele avonden werden gehouden. Eerst snapte ik niet wat ze bedoelden, maar na dat voorval aan de
poort en verschillende verhalen die over schaking de ronde deden, moest ik het misschien maar als complimentje zien.
Bakyt vertelt hoe hij zijn vrouw Ajsja geschaakt heeft. Een keer had hij met haar gedanst en blijkbaar beviel ze hem zo,
dat hij haar in een auto ontvoerde naar de stad Naryn. Om haar ouders op de hoogte te stellen van het aanstaande huwelijk
overhandigde Bakyts broer (professor Toolorov) hun een brief waarin Ajsja had geschreven dat ze accoord ging. De bruidsprijs
bestond uit een paard, een koe, schapen en veel snoepjes, koekjes en wodka voor de hele familie. De hele schaakpartij was
nogal een waagstuk geweest, zegt Bakyt tevreden, want Ajsja's broer was burgemeester van Togolok en had dus veel invloed.
Maar het huwelijksverzoek werd uiteindelijk geaccepteerd door de ouders en ze trouwden kort daarna. Ajsja lacht gnuivend
terwijl Bakyt vertelt. Zij kijkt op die tijd terug als op een spannend avontuur.
Jongens die vroeger een meisje schaakten, kenden haar vaak nauwelijks of waren niet zeker van haar liefde voor hem. Soms
ook was de bruidsprijs gewoon te hoog. Het begeerde meisje werd dan de mond gesnoerd, op een paard gezet en naar de bergen
gevoerd, waar ze door een groep jongens in gijzeling gehouden werd tot zijzelf en haar ouders toestemden in een huwelijk.
De Kyrgyzische traditie wil dat de ouders van het toekomstige echtpaar een politiek of economisch gunstig huwelijk voor
hun kinderen arrangeren. Als een jongen verliefd is op een meisje en hij is bang dat zijn of haar ouders zijn keuze zullen
afkeuren, zit er voor hem niets anders op dan bijtijds een schaking te organiseren. De laatste tijd maken steeds meer
meisjes een schaakafspraakje met een jongen die ze leuk vinden. Door een schaking dwingen de jongen en het meisje een
huwelijk bij hun ouders af. Het begrip 'maagdelijkheid' speelt hierbij een cruciale rol: als een meisje niet als maagd in
het huwelijk treedt, schendt ze haar eer en daarmee de eer van haar familie, die over haar sexualiteit dient te waken.
Een poging van Toolorovs familie om mij uit te huwelijken aan een jongen in het dorp was al hopeloos mis gelopen
(wie weet hadden de mannen met het paard daarom hun kans schoon gezien). Een van mijn eerste dagen in het dorp waren we
te gast bij schoonfamilie van de professor. Te onzer ere werd een schaap geslacht om een feestmaal aan te richten. Op
het stoffige erf spreken we als blijk van respect de zegen uit voordat twee zonen des huizes het schaap slachten. Het
ligt op z'n rug, de poten bijeen gebonden. Terwijl Dzjengisj de bek van het dier dichthoudt, laat hij z'n jongere broer
de eer de eerste messteek in de hals toe te brengen. Verveeld slenteren de familieleden na dit schouwspel het huis in.
De jongens blijven achter om het schaap te ontleden.
'Ajguul!' roept Dzjengisj die ziet hoe ik twijfel tussen afkeer en fascinatie. De broers zitten gehurkt bij het dier en
ontdoen het met vereende krachten van zijn vacht. 'Dit is Dzjanisj,' stelt hij zijn broer voor. 'Hij is 25 jaar, net
afgestudeerd en klaar om te trouwen. Hij vindt jou een heel leuk meisje.' Zijn broer wroet ongemakkelijk zwijgend door
de ingewanden van het schaap. Ik voel me in verlegenheid gebracht. Weet niets beters te verzinnen dan het gesprek op een
ander onderwerp te brengen en dan voorzichtig het huis binnen te glippen. Uren later is het geslachte schaap klaar om
verorberd te worden. De heer des huizes richt het woord tot de familieleden rond het gedekte kleed op de vloer. Zijn
vrouw brengt daarna een toost uit en heet mij welkom. Dat ik hier moge blijven om met haar zoon te trouwen. Ze zal
veertig paarden naar mijn vader in Holland laten draven - dat is een symbolisch aantal, want in werkelijkheid bezit de
familie er slechts drie. Ik peil Toolorov: dit is een grapje zeker? 'Nee hoor,' zegt hij. 'Ze mag je. Ze zou je graag
als schoondochter in huis hebben.'
Zonder het me te realiseren maakte ik op een andere manier duidelijk niet beschikbaar te zijn als huwelijkskandidaat.
Toen Ajsja en Bakyt me adopteerden als 'dochter van het huis', had mijn derde Kyrgyzische moeder me een hoofddoek om
het hoofd gebonden. Zoals schoonmoeders dat bij een jonge bruid doen - maar dat leerde ik pas later. Omdat ik de bont
gekleurde doek gekregen had, wilde ik hem ook dragen. Alle meisjes met wie ik bevriend was geraakt, droegen een hoofddoek
en bovendien was het een goede bescherming tegen de zon die zelfs in het najaar nog behoorlijk fel kon schijnen. Dus op
een dag ging ik getooid met hoofddoek op bezoek bij een vrouw die getrouwd was met een andere schoonzoon van Toolorov.
Ik had haar tijdens de schaapslachting ontmoet: ze woonde in hetzelfde huis.
'Heb je een leuke jongen ontmoet?' vroeg Ajgerim. 'Niet speciaal,' antwoordde ik, een beetje verbaasd over haar directheid.
Ze vervolgde: 'En als je verliefd zou worden, zou je dan in Kyrgyzstan blijven wonen?' Ik had er niet eens bij stil gestaan
dat dat zou kunnen gebeuren. De meeste meisjes van mijn leeftijd waren getrouwde vrouwen. Wie bang is uitgehuwelijkt of
geschaakt te worden, kan de huwelijksdans tijdelijk ontspringen door in de stad te gaan studeren, zoals de oudste dochter
van Bakyt en Ajsja van plan was. Maar niet alle studentes maken bewust de keuze om het trouwen uit te stellen. Sommigen
zijn getrouwd en hebben zelfs al een kind - dat dan vaak door grootouders in het dorp wordt opgevoed. Anderen, zoals
Dzjamilja, wachten hun kans om te trouwen vol ongeduld af.
Dzjamilja (29) was studente geneeskunde in Bisjkek. Kyjal had haar in huis genomen, omdat haar pleegouders in Naryn geen
eigen woonruimte voor haar konden betalen. Hoewel ze nog niet afgestudeerd was, voelde Dzjamilja zich oud, haast te oud om
nog te trouwen. 'Was ik maar in het westen geboren,' verzuchtte ze vaak na haar favoriete soapserie. 'Dan had ik al tig
vriendjes gehad kunnen hebben.' Terwijl zij droomde over romances, maakte Toolorov een knipoog naar de traditie van
schaking.
Er gaat wat gebeuren! Toolorov wil een schaking ensceneren. Het is voor Dzjamilja hoog tijd om te trouwen: na haar
dertigste zal het moeilijk zijn om nog een man te vinden. De zoon van een vriend van de professor is op zoek naar een vrouw.
Zijn vader ziet in Dzjamilja een goede huwelijkskandidate. Met haar instemming zal Toolorov de twee koppelen. 'Als hij
hier komt om haar te halen, zal hij haar met z'n hand de mond snoeren,' legt de professor het scenario uit. 'Ze zal
tegenstribbelen, maar niet te lang, anders denkt hij nog dat ze echt niet wil.' Kyjal is minstens even opgewonden over de
vooruitzichten als Dzjamilja. Zij wachten thuis, terwijl Toolorov met mij naar een buitenwijk van de stad rijdt. 'Later zal
ik Noergoel en Boeroel ook met vrienden laten trouwen, zodat ze familie worden,' hoopt hij.
We stoppen voor een huis en gaan naar binnen. Blijkbaar worden we verwacht, want het kleed op de vloer is gedekt. Hoewel er
veel mensen aanwezig zijn, praat Toolorov vooral met zijn vriend, de vader van de jongen. Pas als de onderhandelingen
vast dreigen te lopen, breekt Toolorov het gesprek open naar de rest van het gezelschap. Ik heb het gevoel dat hij mij
als bliksemafleider inzet. 'Nu we toch bezig zijn,' lijkt Toolorov te denken, 'zullen we Kirsten ook maar meteen aan de
man helpen.' Verveeld speel ik het spelletje nog maar eens mee. De jongste zoon is het slachtoffer. 'Kom eens wat dichterbij
zitten,' zegt Toolorov. 'Geef elkaar een hand!' De jongen lacht verlegen als hij me op bevel een kusje op de wang geeft.
Dit intermezzo was maar een afleidingsmanoeuvre. Onze eigenlijke missie heeft gefaald. Na de feestelijke maaltijd praat
Toolorov nog wat met de oudste zoon op het erf, maar eigenlijk is al duidelijk dat hij niets ziet in een huwelijk met een
meisje dat hij nog nooit heeft gezien.
Dzjamilja en Kyjal waren erg nieuwsgierig naar mijn liefdesleven in Nederland, dat in hun ogen het land van de ongekende
vrijheid moest zijn. In de krant had een stukje van een Kyrgyzische correspondente gestaan over haar bezoek aan Amsterdam.
Natuurlijk werd het red light district breed uitgemeten. Aan mij de taak om de cliches over de sexuele moraal te
ontkrachten: in Nederland doet echt niet iedereen 'het' met iedereen en overspel wordt zelden getolereerd. In Kyrgyzstan
viel het wederzijdse wantrouwen op dat er bestond tussen de sexen. Toolorov bijvoorbeeld belde Kyjal op met een frequentie
die volgens de Hollandse opvatting van privacy aan telefoonterreur grensde. Ze had haar dochters geinstrueerd smoesjes te
verkopen ('ze slaapt' of 'ze is naar de markt') als ze met vriendinnen de hort op was.
Tot voor een aantal jaren werkte Kyjal in het ziekenhuis als verpleegster. Toen Toolorov op een dag een kijkje kwam nemen
en zag hoe populair ze bij de chirurgen van de afdeling was, verbood hij haar eenvoudig daar nog langer te werken. Hij
regelde een baan voor haar aan de universiteit, waar hij haar beter in de gaten kon houden. Kyjal van haar kant onderwierp
me na feestjes in Toolorovs familie gewoonlijk aan een kruisverhoor: 'Met wie heeft hij gedanst? Gepraat, gelachen,
gedronken?' Ik was voor haar een waardeloze informante, want ik had in de drukte helemaal niet op hem gelet. Ze was
verontwaardigd: 'Ik stuur je toch niet voor niets mee?' Al zou ik wat gezien hebben, ik weigerde spion te spelen.
Alcoholisme en hoge werkloosheid zorgen voor een groot aantal echtscheidingen in Kyrgyzstan. Dit vertaalt zich niet altijd
in een hoog echtscheidingscijfer, omdat het statistisch bureau zelden op de hoogte wordt gesteld als een echtpaar uit
elkaar gaat. De vrouw keert meestal terug naar haar ouderlijk huis, met of zonder kinderen. Het laatste bepaalt in
belangrijke mate haar positie, want een vrouw zonder kinderen wordt beschouwd als diep ongelukkig. Van de andere kant
is het voor een vrouw met kinderen uit een eerder huwelijk moeilijk om een nieuwe echtgenoot te vinden.
Voor een weduwe die in een dorp leeft kunnen haar kinderen - vooral als ze al wat ouder zijn - een belangrijke steun worden.
Schoolgaande kinderen (er geldt leerplicht voor 7 tot 17-jarigen) helpen bij de oogst. De lessen zijn altijd of 's morgens
of 's middags, zodat ze genoeg tijd hebben om huishoudelijke taken te verrichten (de meisjes) of schapen te hoeden in de
bergen (de jongens). Familie is het eerste vangnet in tijden van economische crisis. Het netwerk van verwantenrelaties
blijkt rekbaar: de zorg strekt zich uit tot in de stad en terug naar het dorp. Veel studenten brengen hun vakantie door
in hun ouderlijk dorp, waar ze helpen met de oogst en het huishouden. Ze zullen nooit met lege handen terugkeren naar de
stad: vaak krijgen ze een schaap mee en een flinke zak pas geoogste groenten.
Zo ook mijn vriendin Ajdzjana. Toen ze zes weken vakantie opnam, nodigde ze me uit met haar mee te gaan naar haar
geboortestreek Issyk-Koel. Later bleek dat we dan een soort hulptroepen waren opgeroepen. Ons verblijf in het dorp
Kydyr-Ake viel samen met de herfstmaanden oktober en november. Alle krachten moesten gebundeld worden om de oogst te laten
slagen.
Van het stadje Karakol naar Kydyr-Ake gaat een bus, die doet er minstens een uur over en raakt op z'n rondroute zo
stampvol, dat de rit een ware gymnastiekoefening is. Met een hand hangen aan een stang, op drie tenen balanceren.
Ajdzjana's broer Maksat (28) is een van de weinigen die een auto heeft. Hij neemt dan ook iedereen die op z'n weg
komt mee. Met zijn zwarte Wolga is hij ons ook op komen halen in Karakol. Precies op het juiste moment, want de motor
van de bus had het begeven.
Ajdzjana vertelde me onderweg van Bisjkek naar Karakol bij wie we gaan logeren. Behalve haar jongere broer Erlan (17)
woont ook Maksat nog bij zijn moeder Sajkal (48), hoewel hij al getrouwd is met Majram (24). Samen hebben ze drie zoontjes.
'Pas wanneer Erlan oud genoeg is om het huishouden over te nemen, verhuizen ze. Een moeder laat je niet alleen achter, dat
zou een schande zijn,' zegt Ajdzjana - Sajkal is al twaalf jaar weduwe. De jongste zoon erft gewoonlijk het huis met alle
bezittingen van zijn vader.
Het huis ziet eruit als alle Kyrgyzische huizen: Russisch. Niets herinnert meer aan de joerta's waarin de Kirgiezen
leefden toen ze nog nomaden waren en rondtrokken met hun vee. Het fundament is witgepleisterd; de kozijnen en het houten
dakdeel lichtblauw geverfd. Eigenlijk zijn het twee huizen, waar vroeger getrouwde broers met hun gezinnen woonden.
Tussen de huizen ligt een erf; erachter bevinden zich de stallen, de bijgebouwtjes die als opslagruimte dienen en een
moestuin. Een muurtje van plakken schapenmest omringt de lemen wand van de stallen. In gedroogde vorm is de mest brandstof
voor de kachel.
Het ene huis wordt tegenwoordig in de zomer gebruikt en dient in de winter als gastenverblijf; het andere vice versa.
De verhuizing naar het winterhuis had nog niet plaatsgevonden toen wij kwamen, maar erg omvangrijk zou die ook niet zijn.
Meubels zijn er met uitzondering van een lange, lage tafel en een divanbed niet. De meeste Kirgiezen eten en slapen -
en dat is wel volgens nomadengewoonte - op vilten kleden die ze over de bruingelakte houten vloer uitspreiden. In de
keuken wordt gekookt en gegeten. De kachel is het fornuis, maar heeft nog een tweede functie: hij verwarmt beide ruimten
door middel van een luikje in de tussenmuur. 's Avonds verandert de huiskamer in een slaapkamer. Dan wordt het beddengoed
dat overdag hoogopgetast in een hoek ligt, neergehaald.
Behalve een moestuin heeft Sajkal op loopafstand van haar huis een strook grond waarvan graan geoogst was voordat wij
kwamen en nog een waar we aardappelen zouden gaan rooien. In de Sovjettijd mochten mensen alleen een klein lapje grond
hebben om groenten voor eigen gebruik te verbouwen. Maksat was jarenlang chef van de graanopslag en later van de
watervoorziening op de sovchoz, maar had geen flauw idee hoe je een groot stuk land moest bewerken. In vijf jaar van
onafhankelijkheid heeft het gezin met vallen en opstaan geleerd wat het is om een boerenbedrijf te hebben. Dank zij
de efficiente samenwerking binnen de familie draait het huishouden inmiddels met winst.
Ajdzjana's moeder mag dan officieel werkloos zijn; ze weet als handelaarster met haar aardappelhandel waarschijnlijk
nog wel wat geld in het laatje te brengen. Bij buren heeft ze zoveel aardappels opgekocht, dat we er een vrachtwagen
mee kunnen vullen. In Almaty is ze van plan de oogst tegen 3 som de kilo te verkopen. Dat is een som meer dan
ze er hier in de omgeving aan kan verdienen en daarom loont het de moeite naar Kazachstan af te reizen. Er is een probleem:
Sajkal heeft geen geldig paspoort en daarom zal Ajdzjana mee moeten. Op haar naam zullen de benodigde papieren in orde
gemaakt worden. Haar broer Erlan spijbelt van school om mee te kunnen. Hij zal op de vrachtwagen passen terwijl zijn
moeder zaken doet en Ajdzjana boekhoudt.
De berg te sorteren aardappels die tegen de muur van de bijgebouwtjes op het erf ligt, slinkt onder Majrams handen
met de dag. Ik heb nog nooit zoveel soorten bij elkaar gezien: rode, gele, grote, kleine, rotte en zieke. Een deel
van de gezonde zal voor eigen gebruik in de tuinkelder worden opgeslagen. De rotte en zieke verdwijnen in een vuilstortkuil
achter het huis. Majram wimpelde mijn aanbod om te helpen tot nu toe steeds af. Ze vindt het vuile werk maar niets voor
een Europese die nog uit de stad komt ook. Laatst confronteerde ze me met het denkbeeld dat 'de mensen in het Westen
allemaal uit kristallen karaffen drinken', wat ze in een Mexicaanse soap op het Russische kanaal had gezien.
Over de bergtoppen hangen zware wolken: er is sneeuw op komst. In de agitatie die die dreiging teweegbrengt, heeft ze
er geen bezwaar tegen dat ik onder de stapel in het bijgebouwtje neerhurk en de aardappels met m'n handen in de emmer
tussen m'n knieen laat rollen, zoals ik dat de anderen zie doen. Ik help Sajkal de jute zakken vullen. Er gaan vier
emmers in een zak en dat maakt zo'n dertig kilo. Met de hulp van Majram sjort Sajkal de zak op haar rug en torst hem
naar buiten waarin de moestuin de dorpsvrachtwagen klaarstaat. Ik heb plezier in het werk. De efficiente samenwerking,
het: 'Zak!' en het tellen van de emmers. Majram doet voor hoe je de zak open houdt en kiepert de emmers er een voor een
in leeg. Ze zijn zo geconcentreerd bezig, dat ze Kyrgyzisch in plaats van Russisch tegen me praten. 'Zwaar werk, he,'
veronderstelt Ajdzjana met een vergoelijkend lachje. 'Vanavond zullen we allemaal kapot zijn.' Ik heb in ieder geval
laten zien dat een stadse ook kan sjouwen, mijn hulp is eindelijk geaccepteerd.
Mijn lichaam is moe, maar mijn hoofd is wakker. Het is nog te vroeg om te gaan slapen. Verveeld probeer ik orde te scheppen
in het toch al redelijk geordende hoekje van de kamer die ik met Ajdzjana deel en waar mijn spulletjes liggen. Ik blader
wat door mijn aantekeningen en probeer een plan voor de komende dagen te bedenken. Een hopeloze poging, weet ik. Het is een
illusie te denken dat ik dit onderzoek in eigen hand heb. Niet dat het me veel kan schelen. Het komt allemaal wel, als het
vandaag niet kan, dan morgen maar. 'Zo gaat dat hier in Azie,' zou Kyjal zeggen.
Na de aardappeldrukte keerde de rust enigszins weer en vond ik meer tijd om met Sajkal te praten. Ik leerde haar kennen
als een stille vrouw met grote wilskracht. Ze was getekend door het Sovjetverleden, een tijd waarin ze directrice was
van de peuterspeelzaal in het dorp. Met het wegvallen van het socialistische systeem verdween de subsidie voor veel
sociale voorzieningen. Veel mensen die voorheen in de zorgsector werkten, raakten hun baan kwijt. Ook Sajkal werd werkloos,
maar wist zich razendsnel aan te passen aan de nieuwe kapitalistische omstandigheden.
We spraken veel over de opvoeding, want als oma voelde ze zich voor de tweede keer moeder geworden. Ze vertelde met
onverholen trots over al haar kinderen. Ze haalde herinneringen op uit de tijd dat ze haar man leerde kennen -
stomtoevallig in de bus tussen twee naburige dorpen. Over de omstandigheden die tot zijn dood leidden repte Sajkal
met geen woord. Voor haar moest het minstens zo'n gevoelig onderwerp zijn als voor Ajdzjana.
Op weg terug naar Bisjkek droom ik tussen de gordijntjes van de bus door naar buiten. Ver weg liggen de besneeuwde
'Kyrgyzische Alpen', zoals president Akajev de bergen noemt om toeristen te lokken. Vlakbij, soms zelfs vervaarlijk over
de weg hellend, doen kale, vlekkerig roze, paarse en blauwe bergen denken aan ouderwets ingekleurde ansichtkaarten.
Als het zonlicht langs de plooien van de bruinbegroeide bergen even verderop omlaag stroomt, is het alsof de vacht van
een slapend dier glanst. Zacht en warm zien ze eruit. Als ze gewekt zouden worden, zouden ze zich uitrekken, opstaan en
weglopen.
Ajdzjana prevelt in de stoel naast me zachtjes voor zich uit. Ze slaapt niet, maar leest. 'Mijn moeder dicht,' vertelt ze.
'Gisteren heeft ze me een gedicht meegegeven om in Bisjkek te laten publiceren.' Sajkal komt maar weinig tot schrijven.
Toen Ajdzjana nog thuis woonde, moedigde zij haar moeder nog wel eens aan om voor een gedicht te gaan zitten. Dan stuurde
ze iedereen het huis uit en sloot haar binnen op. Na een uur klopte ze zachtjes op de deur, maar het gedicht was nog niet
af. Ajdzjana ging in de tuin een boek lezen om de tijd te doden en kwam een paar uur later terug. Het gedicht lag er.
Op school droeg Ajdzjana voor uit haar moeders werk. Nu zij het huis uit is en Maksat kleine kinderen heeft, dicht Sajkal
nauwelijks nog.
Het was Kyjal die me vertelde hoe Sajkal het contact met de familie van haar echtgenoot verloor nadat hij zich vanwege
een tragisch misverstand van het leven had beroofd. In die tijd was Sajkal een prachtige, Indiaas ogende vrouw die erg
geliefd was in het dorp. Op culturele avonden werden haar gedichten voorgedragen en tijdens feesten zong ze met de warme,
diepe stem waar ze wijd en zijd om bekend was. Haar man vond die populariteit gevaarlijk. Hij verdacht haar ervan dat ze
vreemd ging. 'Hoe kon ze, met vijf kleine kinderen?' vroeg Kyjal me retorisch. Ik kende toch de sociale controle in het
dorp! Op een dag werd Sajkals man zijn eigen wantrouwen teveel en dronk hij azijn. Dat was zijn einde. Daarop liep Maksat,
die toen een tiener was en zich sterk met zijn vader vereenzelvigde, van huis weg naar zijn grootouders. Het duurde lang
voordat Maksat tot bezinning kwam van de ongegronde beschuldiging dat zijn moeder schuldig was aan zijn vaders dood.
Toen keerde hij terug naar zijn moeder.
Sajkal is nooit hertrouwd. 'Omdat ze dat zelf niet wilde,' had Ajdzjana gezegd. 'Dat kon ze niet,' meende Kyjal:
'Ze zou geen leven meer hebben - dan zou ze de poppen pas goed aan het dansen krijgen in het dorp. Natuurlijk was ze
graag hertrouwd. Iedere vrouw heeft een man nodig, maar dat is iets dat haar kinderen niet begrijpen.' Mannen vormden
Kyjals favoriete gespreksonderwerp.
Kyjal roept me naar de keuken. Ze heeft een van haar beroemde soepen gemaakt, er is wodka en Toolorov is er ook.
De sfeer is ontspannen, we maken grapjes. Toolorov stelt met zijn gebruikelijke bravoure dat een moslim zeven vrouwen
mag hebben, mits hij ze allemaal kan onderhouden. Hij heeft er pas twee. Met dat soort opmerkingen kan hij me echt op
de kast krijgen - dat weet hij ook. Ik concludeer brutaal dat Kyjal dan dus zeven mannen kan verzamelen. Eerlijk is
eerlijk: Kyrgyzstan is een democratische republiek waar gelijke rechten voor iedereen gelden. Kyjal werpt me een snelle,
ondeugende blik toe. Toolorov negeert mijn logica. Hij vertelt onverstoorbaar dat er enige tijd geleden in de regering
stemmen opgingen om polygamie toe te staan. Hoewel het land overwegend islamitisch is, is het politiek gezien een seculiere
republiek met een wetssysteem dat gebaseerd is op het Russische recht. Het voorstel haalde de wetboeken niet, zodat
polygamie in Kyrgyzstan alleen de facto bestaat.
We besluiten een avondwandelingetje te maken, Kyjal, Toolorov, mijn zogenaamde jongste zusje Boeroel en ik. Ik loop voor
uit het trappenhuis af en wacht voor de benedendeur op de anderen. Uit een schemerdonkere nis komt een brede gestalte
naar me toelopen en omhelst me. 'Mijn dochter, hoe gaat het met je?' Oh jee: Goelmanda, Toolorovs vrouw! Ik probeer Kyjal
en Toolorov te waarschuwen door met stemverheffing te spreken. Goelmanda helpt me een handje door vrolijk te kakelen:
'ik was op weg van visite en hoorde van tien kilometer afstand zijn stem!' Maar ze was al in het trappenhuis geweest.
Goelmanda moet op de bovenste verdieping hebben gestaan en snel de trap afgegaan zijn toen ze ons aanstalten hoorde
maken.
'Laten we wat gaan drinken,' stelt Toolorov kalm voor - alsof het een gelukkige hereniging betreft. Goelmanda neemt
me krijgsgevangen bij de arm. 'Waar ben je geweest?', vraagt ze op belangstellende toon. Ik hoor mezelf onnozel babbelen,
terwijl ik scherp in de gaten houd hoe de anderen op deze onverwachte confrontatie reageren. In een poging de crisissituatie diplomatiek op te lossen, koopt Toolorov bij een kioskje aan de overkant van de straat een fles cognac. Kyjal wil me al met Boeroel naar huis sturen, Toolorov staat erop dat ik getuige ben van deze 'civilisatie'. Hij wijst Boeroel naar een bankje dichtbij, buiten gehoorsafstand.
Midden op de stoep houden we een cognackransje. De twee vrouwen staan naast elkaar. Hij brengt de eerste toost uit:
'Het lot bepaalt het leven. Alleen God weet wat ons te wachten staat.'
Toolorov geeft het glas door aan Goelmanda. 'Wat is Boeroel groot geworden!' knikt ze in de richting van het meisje.
Ze brengt een toost uit op Kyjals kinderen, een compromis, want Kyjals bloed kan ze wel drinken. Kyjal op haar beurt wenst
Goelmanda's kinderen geluk en neemt de schuld op zich. 'Als een kind iets verboden wordt, is het heel verleidelijk om
het toch te proberen.' Illustratief strijkt ze met haar vinger langs Toolorovs jas en likt die dan af. 'Als er iemand
schuldig is, dan ben ik het,' geeft Toolorov ridderlijk toe. 'Ik kan niet ontkennen dat ik liefheb.' Kyjal laat zich
door hem op de wang kussen; Goelmanda weert hem met haar handen af en doet een stap achteruit. 'Liefde is het leven,'
vervolgt Toolorov. 'Ik zou nog liever levend begraven worden dan liefde te weigeren.'
Op dat moment komen er twee vrouwen aangelopen. 'Dag chef!' zegt Dzjipar, die ik ken van de universiteit. Toolorov
stelt ons gezelschap aan haar voor: 'Dit is mijn eerste vrouw, dit is mijn tweede vrouw, dit is mijn dochter Ajguul.'
Dzjipar slaat verschrikt haar handen voor haar mond: 'Oj, chef! Wat zegt u nu!' Ze geeft haar vriendin Koemasj
de opdracht de inmiddels bijna aan het bankje vastgevroren Boeroel naar huis te brengen. Ze neemt Goelmanda apart.
Toolorov verontschuldigt zich tegenover mij: 'Neem het me niet kwalijk. Ik vroeg je te blijven omdat ik je het leven
wil laten zien.' Dzjipar is tussen de twee vrouwen in komen staan. Koemasj loopt met Boeroel huiswaarts. Ik hoopte een
toeschouwer te kunnen blijven, maar krijg ook het glaasje in handen gedrukt. 'Ik vind het moeilijk wat te zeggen,'
begin ik voorzichtig, want ik heb het gevoel dat alles dat ik zeg de situatie kan doen escaleren. 'Ik wens iedereen
een verstandig besluit van deze ontmoeting toe.'
Als de fles geledigd is, nemen we afscheid. Toolorov loopt met Goelmanda naar rechts; Boeroel en ik marcheren in
ganzenpas achter Kyjal aan naar links. 'Waar ga je heen, Kyjal, waar ga je heen?' roept Dzjipar dramatisch uit.
'Ik ben bevroren. Laten we naar huis gaan!' Kyjal beent stug zwijgend naar een kioskje om een pakje sigaretten te kopen.
En daarna nog een fles wodka. Dan gaan we eindelijk op huis aan. 'Oj, wat een circus!' declameert Dzjipar. Ze is in de
waan dat Koemasj, die binnen op ons gewacht heeft, niets in de gaten heeft omdat ze ladderzat is. We roeren de
onaangename gebeurtenis niet meer aan, maar drinken en zingen en dansen rond de cassetterecorder in de huiskamer.
Wat is er na gisteravond veranderd? Ik heb heel sterk het gevoel dat die onverwachte ontmoeting een breekpunt
is geweest. Een teken dat het zo niet langer verder kan. Toolorov accepteert de situatie. Begrijpt hij dan niet dat
je over vrouwen liever geen compromissen sluit? Bajbitsje noemde hij Goelmanda in een poging haar gunstig te
stemmen. Dat is een eerbiedige aanspreekvorm voor de oudste echtgenote. Kyjal is jaloers omdat hij haar nooit zo noemt.
'Later, later,' belooft hij. 'Jouw tijd komt nog.' Vaak vroeg ik me af hoe hun toekomst eruit zal zien. Ik kon me Kyjal
niet als getrouwde vrouw voorstellen - en zijzelf evenmin. Ze verkoos de bestaande situatie, hoe probleemvol ook, boven
de echtelijke gevangenis die Toolorov om haar heen zou bouwen. Met het argument dat zijn jongste kinderen nog niet
volwassen zijn, hield ze het huwelijksbootje af.
Toolorov van zijn kant zei dat hij zo snel mogelijk van zijn vrouw wil scheiden om met zijn geliefde te kunnen trouwen.
Misschien dat dan de druk weg zou vallen die van alle kanten op hem werd uitgeoefend. Hij kon nooit iedereen tevreden
stellen. Zijn vrouw, haar familie en een gedeelte van zijn eigen familie had hij tegen zich in het harnas gejaagd met
zijn buitenechtelijke relatie. Zijn moeder wilde weten of ik bij zijn tweede, 'geheime' vrouw gewoond had. Ik bevestigde
dat. Oma vervloekte haar. 'Kyjal is goed voor haar dochters,' voerde ik ter verdediging aan, omdat aan moederschap grote
waarde wordt gehecht. Maar voor haar was het natuurlijk geen argument: 'Goelmanda is toch een goede vrouw? Ze heeft hem
vijf kinderen geschonken!'
Zijn geliefde was jaloers op zijn 'eerste vrouw'.
Vannacht stonden er vreemde mannenschoenen in de gang, te klein voor Toolorov, en die zijn nu verdwenen. Als er gebeld
wordt en ik opendoe, staan ze voor de deur. 'Dit is mijn broer Oeloekbek,' stelt Kyjal de man in de schoenen voor.
'Oeloekbek is een miljonair uit Osh. Vanmiddag nodigt hij ons uit voor de lunch,' meldt ze.
Als de twee zich terugtrekken in de woonkamer, ga ik naar buiten. De dag is zo lenteachtig zacht en zonnig, dat ik
verwacht het smeltwater van de gekanaliseerde Ala-Artsja rivier door de aryks te horen gorgelen. Maar de betonnen
geulen langs de boulevards staan nog droog. Door de lange lanen in het park flaneren luchtig geklede mensen. Kyjal staat
me in de gang op te wachten als ik terugkom van mijn wandelingetje. Voor een korte verklaring, want ze weet ook wel dat ze
niet genoeg op Oeloekbek lijkt om zijn zus te zijn. ‘Verdorven Azie,’ probeert ze mijn gedachten te raden. Die Amerikaanse
soaps zijn niets vergeleken met het ware leven in het Wilde Oosten, wil ze maar zeggen. Natuurlijk had ik het kunnen weten.
Plotseling zag ik haar triomfantelijke blik weer voor me, tijdens ons gesprek over polygamie. Waarom zou een mooie,
levendige en hartstochtelijke vrouw als Kyjal ook geen minnaar hebben? Toolorov probeerde haar wegen buitenshuis nog
enigszins na te gaan, thuis kon ze ongemerkt ontvangen wie ze wil. En ze was jaloers. Jaloers op Goelmanda die hem
iedere nacht naast zich in bed had liggen.
Hoewel Kyjal natuurlijk overdreef, was Oeloekbek inderdaad rijk. In de tijd van de Sovjet-Unie had hij de controle
over de distributie van deficiente producten en na de onafhankelijkheid gebruikte hij die positie om de handel in te gaan.
Een handige jongen dus en Kyjal profiteerde ervan mee. Zo langzamerhand kreeg ik een aardig beeld van haar manier om de
economische crisis te overleven. Die middag deden we ons in een Russisch cafe tegoed aan kip en rijst met salade en
oploskoffie. Kyjal wilde me het gevoel geven in Europa te zijn. Daarna snuffelden we rond op de markt. Kyjal keurde
lippenstift en koos voor de meisjes haarelastiekjes uit. 'Wat heb je nog nodig?' vroeg ze. 'Oeloekbek heeft ons mee
uit genomen, dus hij zal betalen. Anders is hij geen echte man.'
Oeloekbek bleef nog een nachtje slapen en vertrok de volgende ochtend. Tot Kyjals grote opluchting: 'Ik ben een man
in huis niet gewend. In Toolorovs aanwezigheid houden de meisjes hun adem in en mijden hem zo mogelijk.' Zelfs toen
ze nog getrouwd was, kwam haar man zelden thuis. 'Ik ontmoette mijn ex-man toen we bij hem thuis te gast waren.
Ik was gesluierd en kende de man niet met wie ik van mijn ouders moest trouwen. De eerste jaren van ons huwelijk
hebben we in Moskou gewoond, omdat hij daar uitgeplaatst was voor werk. Noergoel is daar geboren. Later ben ik met
haar terug gegaan naar Kyrgyzstan, waar Boeroel ter wereld is gekomen. Mijn ex-man hield van mij, maar ik niet van hem.
Na onze scheiding is hij opnieuw getrouwd en heeft kinderen uit dat huwelijk. De meisjes zien hem nog regelmatig;
ik nooit meer, al woont hij weer in Bisjkek. Elf jaar geleden ontmoette ik Toolorov. Dat was liefde op het eerste
gezicht, maar wel een vrouw en vijf kinderen te laat.'
Oeloekbeks bezoek was niet onopgemerkt aan de buurvrouw voorbij gegaan. Vanaf haar balkonnetje hield ze nauwlettend
in de gaten wie er de flat binnenkwam en bij wie hij (want ze was vooral nieuwsgierig naar manspersonen) aanbelde.
Bij oeverloze kommen thee evalueerde ze met Kyjal haar minnaars. Met gespeelde verbazing vroeg ik naar de sexuele moraal
in Kyrgyzstan. De vrouwen lachten meewarig om zoveel onnozelheid.
Kyjal moet me uitleggen hoe dat nou zit met overspelige vrouwen. Ze heeft me zelf verteld dat Sajkal verstoten is
door de familie van haar man, alleen omdat ze ervan verdacht werd vreemd te zijn gegaan. Speelt Kyjal niet met vuur?
Of geniet ze juist van die spanning? 'Als Toolorov dit te weten komt, hang ik!' huivert ze, terwijl ze met twee vingers
bungelende beentjes uitbeeldt. Dat stopzinnetje is een korte act geworden.
De buurvrouw weet van de hoed en de rand, zo kijkt ze althans uit haar ogen. Haar mond krult spottend als ze vertelt
dat mannen in de Sovjet-tijd door hun vrouw aangegeven werden als ze een nacht niet thuis gekomen waren. Dan kregen
ze straf op hun werk. Moet je je voorstellen! Ze lacht om de herinnering. Kyjal voegt eraan toe: 'Tegenwoordig jagen
de vrouwen net zo hard op de mannen als andersom. Met een verschil: de mannen doen het openlijk en ongestraft;
de vrouwen stiekem.'
Als gescheiden vrouw in de stad wonend heeft Kyjal vrijheden die de weduwe Sajkal in haar dorp niet kent.
'Ze had direct na de dood van haar man in Karakol moeten gaan wonen,' oordeelt Kyjal. 'Haar vee moeten verkopen om
een appartement in de stad te kunnen betalen.' Maar de economische zelfstandigheid van haar boerenbedrijf verleent
Sajkal een grote trots. Mijn maandenlange celibaat vond Kyjal maar bovenmenselijk. Ze ontpopte zich tot een ware
koppelaarster. 'Ik ben op zoek naar een minnaar voor je,' verkondigde ze op een dag doodgemoedereerd. Ik voelde
me vogelvrij verklaard. Enkele dagen later vloog ik veilig terug naar Nederland.
© Kirsten Verpaalen 1997