Welkom
familie namen
kwartierstaat N. Vink
Het boek Vink - Mallan
01
02
03 Fotostamboom
04 Vink
05
06
07
08 van der Linden
09
10 bakermat Malan(s)
11 Mallan
12
13
14 Smouter
15
16
17
18
19 Fotostamboom
20 Tweelingen
21 Contact
22 Actueel
23 Nieuwe fam.takken
24 Aanvulling I 2009
Het onderzoek wordt voortgezet door Rudolf Vink.
 
De NIEUWE GEGEVENS worden in de link "22 Actueel" gezet, het zijn AANVULLINGEN na 2008 gevonden.
Het geeft meer inzicht hoe de mensen in hun tijd geleefd hebben.
Het zoeken naar meer gegevens wordt o.a. in klepboeken, ona, ora en andere archieven gedaan.
 
De aanvullingen worden regelmatig bijgewerkt.
De aanvullingen zijn gedaan in : 2006 juni, sept.; 2007 febr., aug.; 2008 febr., aug.;
Deze gegevens zijn gebundeld in: link 24 Aanvulling I 2009.
In alle links is de nummering van de van bladzijde vermeld.
De verwijzing b.v. ''Op blz. 12 IV.4.7 Hendrina Vink" moet dus in de nieuwe opzet gezocht worden
bij 04 Vink op  blz. 12 en dan IV.4.7.
De nieuwe aanvullingen na 2008 worden weer in 22 Actueel vermeld.
De aanvulling is gedaan in: febr. 2010; sept. 2010; maart 2011; sept. 2011; febr. 2012;
De volgende wordt medio sept. 2012 verwacht.
 
 
AANVULLINGEN:
 
febr. 2010
Zie aanvullig I op blz. 44.
VIII.9.9 Francois Henri Charles Louis (Frans) VINK, Boekbinder, geboren op 12 08 1861 om 8.00 uur te Megen,
op 05 05 1932 om 6:00 uur te Groningen op 70 jarige leeftijd.
R.H.C. Groningen O.akte 603 BS 1932 vermeldt: is overl.: François Henri Charles Louis Vink, oud 70 jaren, z.b., geb. te Megen, won. alhier, man van Cornelia Christina van der Garden, zoon van Hendrik Vink, en van Maria van Poppel, beiden overl.
Ondertrouwd te 's Hertogenbosch/Groningen, gehuwd op 26 jarige leeftijd op 04 09 1887 te Groningen met Cornelia Christina van der GARDEN, 37 jaar oud, Dienstbode, geboren op 18 07 1850 te Veenhuizen (Norg), overleden op 09 12 1941 om 23:00 uur te Groningen op 91 jarige leeftijd.
R.H.C. Groningen O.akte 1821 BS 1941 vermeldt: is overl.: Van der Garden, Cornelia Christina, oud 91 jaren, z.b., geb. te Norg. won. te Groningen, eerst wed. van: Westerhuis, Wolter, daarna van: Vink, François Henri Charles Louis, dochter van: van der Garden, Johannes Clarinus en van: van Poppel, Cornelia, beiden overl.
 
Op blz. 68:
II.5        Niclaes le FORT, Soldaat, Lakendrappier, gedoopt ca. 1600.
Gehuwd voor de kerk op 19 04 1626 te Dordrecht met Catharine Jeansdr. de la TOUR, gedoopt ca. 1600, begraven op 12 10 1665 te Dordrecht.
SAD ona 20.84 fol. 474 [not. J. Schoormans] vermeldt: Op Húijden den 04-12-1645.
Compareerde etc., Matthijs Penet ende Nicolaes Le fort laeckendrappiers borgers deser Stede, de welcke ter Instantie ende ten versoecke van Adam Jansz van Theijl laeckencooper ende mede borger deser Stede gesamentelijck hebben geattesteert, getúijcht ende verclaert etc., hoe dat sij lúijden ten versoecke van den reqt. op húijden gevisiteert hebben, 3 heele Tilbúrchse Laeckens, wit sijnde de 2 gemerckt, ende een smallijff sonder merck. Ende dat sij lúijden de selve bevonden hebben niet te sijn eeven groot aent'een ende andere eijnde, maer het een Eijnt slechter als het andere. Ende want men schúldich is der waerheijt getúijgenisse te geven, soo hebben sij attestanten t' selve niet Connen wijgeren, maer presenteren allen t' selve tot allen tijden des noots ende daertoe versocht sijnde etc. w.g. Mathis Pennett, nijcolas Le Fort.
 
Op blz. 72:
IV.5.5        Albert LAFOOR, gedoopt op 07 08 1707 te Dordrecht, begraven op 13 08 1765 te Dordrecht.
Ondertrouwd (1) op 14 02 1727 te Dordrecht, gehuwd op 19 jarige leeftijd op 02 03 1727 te Dordrecht, gehuwd voor de kerk op 02 03 1727 te Dordrecht met Margrieta (Grietje) van der HOEVE, 23 jaar oud, gedoopt op 13 05 1703 te Willemstad, begraven op 21 01 1738 te Dordrecht.
Ondertrouwd (2) op 14 05 1739 te Dordrecht, gehuwd op 31 jarige leeftijd op 31 05 1739 te Dordrecht, gehuwd voor de kerk op 31 05 1739 te Dordrecht met Marija (Marijke) LANGERAK, 38 jaar oud, gedoopt op 05 12 1700 te Dordrecht, begraven op 20 04 1784 te Dordrecht.
SAD ona 20.936 akte 129 fol. 501 [not. G. Verveer] vermeldt: Testament van Man en Vroúw hebbende verklaart gegoet te zijn beneden de f 2000:0:0.
Op Húijden den 16-10-1755
Compareerden etc., den Eersamen Aalbert Lafoort, en D' Eerbare Maria Langerak, Egte Lúijden, won. binnen dese Stad, etc.
En eestelijk hij Testateúr verklaarde tot sijne mede Erfgenamen te nomineren met vollen rechten sijne 3 voorkinderen in eerder húwelijk verweckt bij wijlen sijn vorige húijsvroúw Margarite Verhoeven, met namen Lijntje, Jan, ende Maaijke Lafoort, etc., ijder van hem drien in een zilvere dúcaton of f 3:3:0 in plaatse en tot voldoeninge van húnne Legitime portie, etc.
Wijders verklaard den Testateúr tot sijn mede Erfgenaame te nomineren sijne tegenwoordge Huijsvrouw den voorn: Maria Langerak alsmede in een zilvere dúcaton voor haar kindsgedeelte in sijn Testateúrs naarlatenschap, nevens sijne gemelde voorkinderen. Etc., [Albert stelt tot universele erfgenaam zijn dochter] Hendrika Lafoort úijt desen húwelijke verweckt, etc. [Marija stelt tot universele erfgenaam haar man, die hun dochter zal moeten opvoeden] en úijt, te keeren voor een Moeders bewijs een zilvere dúcaton, etc.
Stellende den Testateúr tot voogd over sijne minderj. voorkinderen sijne Broeder Cornelis Lafoort, Borger dese Stadt. Etc., w.g. aelbert Lafort, Dit merk + is gestelt bij Maria Langerak.
 
Op blz. 73:
V.3        Leendert LAFOOR, gedoopt op 08 01 1697 te Dordrecht, begraven op 08 01 1744 te Dordrecht.
Ondertrouwd op 21 04 1720 te Dordrecht, gehuwd op 23 jarige leeftijd op 05 05 1720 te Dordrecht, gehuwd voor de kerk op 05 05 1720 te Dordrecht met Maria (Marija) van MARTWIJK, gedoopt ca. 1698 te Driel, begraven op 02 04 1767 te Dordrecht.
SAD ona 20.924 akte 112 fol. 406 [not. G. Verveer] vermeldt: Testament onder de f 4000:0:0 gegoet
In den name des Heeren Amen.
Húijden den 31-12-1743,
Compareerde etc. Den Eersamen Leendert Lavoor, en D' Eerbare Marijke van Martwijk, Egte Lúijden, won. binnen dese stad, etc., beijde beqúaam en genegen om te disponeren van hare natelatene goederen, etc. [Leendert en Marijke maken een testament op de langstlevende, die gehouden] sal sijn hare dogter Lena Lavoor [zie V.3.3 op blz. 73 boek Vink - Mallan] úijt dit Húwelijk verwekt behoorlijk te alimenteren en te onderhoúden na[ar] staat en gelegenthijd, des Boedels etc., aan deselve boven dien úijt te Keeren de somma van f 25:0:0 etc.
[De weesmeesters worden uitgesloten van de erfenis.]
w.g. dit merk X is gestelt bij Leendert Lavoor, marija van martwijck.
 
Op blz. 79:
III.3.1        Anthonij POTTAER, Kleermaker, gedoopt op 03 10 1703 te Dordrecht, begraven op 27 04 1777 te Dordrecht.
Ondertrouwd op 30 04 1728 te Dordrecht, gehuwd op 24 jarige leeftijd op 16 05 1728 te Dordrecht, gehuwd voor de kerk op 16 05 1728 te Dordrecht met Anna Elizabeth KRAEIJVANGER, gedoopt ca. 1705 te Tiel, begraven op 31 07 1764 te Dordrecht.
SAD ona 20.945 akte 30 fol. 171 [not. G. Verveer] vermeldt: Testament van Man en vroúw hebbende verklaart beneden de f 2000:0:0 gegoet te zijn.
Op Húijden den 21-05-1764
Compareerde etc.: Anthonij Potaart, meester Cleermaker binnen dese Stad, en sijne húijsvroúw Anna Elisabet Kraaijvanger, etc. [Anthonij en Anna laten alle voorgaande testamenten vervallen, maken de langstlevende tot algehele erfgenaam, sluiten de weesmeesters uit van de erfenis en uit te keren aan] haarlúijder Soon Pieter Potaart als sijnde reets meerderj. de Somma van f 3:0:0, alsmede aan haar lúijder klijnsoon Kasper Boshoven, naargelaten Zoon van wijlen haar Testateúren dogter Maria Potaart etc. gelijke Somma van f 3:0:0 etc.
w.g. anthoni pottaer, Anna E kraayvanger.
 
Op blz. 74:
I.1.5        Anne Jansdr. (Anneken) de la TOUR, gedoopt op 06 07 1617 te Dordrecht.
SAD ona 20.99 fol. 674 [not. J. Schoormans] vermeldt: [26-07-1650].
Conditien ende voorwaarden daer op Anneken Jans de Latour in meijninge is int openbaer te vercoopen op húijden den 26-07-1650. Een geheel húijs ende erffve met allen sijnnen toebehooren, staende ende gelegen in den Heermathijsstraet deser Stede, tússchen den húijse van Jan arijenz schipper aen d' eene ende t'húijs van Jossen: van Beaúmont aen d' andere sijde. Etc. [De verkoopconditie voor de openbare verkoping worden beschreven]. Naderhant den 27-07-1650. is t'voorsz: húijs gecost bij Angenietgen Hendricx wed. van Jacob Dircxsz van de Mandele Múnter voorde somme van f 440:0:0. w.g. Anna Jans de la toúr.
[In deze akte is de koperster de 2de vrouw en wed. van III.1 Jacop Dirckszn. van der Mandelen. Zie CD aanvulling I, op blz. 344].
 
Op blz. 96: [zie ook aanvullig I.]
II.18        Abraham TEERLINGH, Vleeshouwer, gedoopt op 01 05 1615 te Dordrecht, overleden voor 07 03 1670 te Dordrecht.
Ondertrouwd (1) op 16 12 1635 te Dordrecht met Maria Thomasdr. COTERMANS, 30 jaar oud, gedoopt op 01 09 1605 te Dordrecht, begraven op 11 09 1655 te Dordrecht.
SAD: ona 20.81 fol. 76 [not. J Schoormans] vermeldt: Op húijden den 17-08-1637.
Compareerde etc., Abraham Teerlinck beenhacker als man ende voocht Maria Cotermans, Thomasdr., soo voor hem selve als procúratie hebbende van Henrick Meúrs als man ende voocht van Júdith Cotermans Thomasdr. etc., ende Cornelia Cotermans Thomasdr. J.D. geadsis. met Joris Teerlinck als haer gecosen voocht in desen. Ende verclaerden de voorsz: Comparanten in qúaliteijt als Erffgenamen van Zar. Thomas Jacobsz Cotermans hennen Vader ende Schoonvader respective, vercost te hebben ende vercoopen bij dese aen de eerbare Joff: Maria Cornelisdr. wed. wijlen Gijsbrecht van Scharlaecken etc., de coop accepteerde. Een geheel húijs ende erffve met alle sijnen Toebehooren etc., staende ende gelegen int Steechoversloot tússchen de húijsen van Macximiliaen Milanen aen d' eene ende den húijse van Anthonij Denijsz Colck aen de andere Zijde. Etc., voor welck voorn: húijs ende voorn: Joff: Maria Cornelisdr. belooft heeft te betaelen de somme van f 1900:0:0 etc.
w.g. J Joorisz teerlinck, Abraham teerlinck, cornelija cotermans.
 
- ona 20.89 fol. 333 [not. J Schoormans] vermeldt: Op húijden den 30-06-1650.
Compareerde etc., Abraham Teerlinck beenhacker borger deser Stede, de welcke bekende wel ende deúchdelijk schúldich te wesen aen Joffr. Jacobmina Tieboúts wed. van de heer Thomas de with Zar. de somme van f 300:0:0, vúijt sacke van geleende gelde ontvangen te hebben. Welcke voorsz: somme van f 300:0:0 gúlde múnte voorsz:, den voorn: Compt. belooft heeft ende belooft mits desen te betaelen etc., op alderheijligen [1 nov.] eerstcomende etc. w.g. Abraham teerlick
 
- ona 20.132 fol. 124 [not. J. Muijs van Holij] vermeldt: Op Húijden den 23-06-1655.
Compareerden etc., Capn. Abraham Taerlinck, ende Andies Assteijn, beijde van Competenten oúderdom, borgers ende inwoonders deser voorsz: Stede. Ende verclaerde sij Compten: bij waere woorden etc., ter instantie ende versoecke vanden pachters vant beestiade voor deser Stadt dordrecht van desen loopende saijsoon [seizoen] , waerachtich te sijn, hoe Dat haer seer veel Pennelijck is dat het geroockte Speck van búijten incomende altijt alhier den import súbject geweest, ende betaelt is gewerden. Gevende voor redenen van wetenschap, den voorsz: teerlinck voor desen mede inden voorsz: pacht geheijdeert ende den import daer van ontvangen heeft. Ende den voorsz: Assteijn dat hij veele jaeren den respectieve pachters als deurwaerder gedient ende den import vant voorsz: Speck altijts opgehaelt ende ontfangen heeft. w.g. Abraham teerlinck. 1655.
 
Op blz. 109:
I.1.2        Lenart Franszn. van BREDENHOFF, Bakker, Kuiper, gedoopt ca. 1590, begraven op 06 11 1655 te Dordrecht.
Ondertrouwd op 21 09 1625 te Dordrecht, gehuwd op 14 10 1625 te Dordrecht met Aalke Mattheusdr. Gedoopt ca. 1600 te Schoonhoven, begraven op 14 09 1675 te Dordrecht.
SAD: ona 20.80 fol. 331 [not. J. Schoormans] vermeldt: Op Húijden den 22-10-1631.
Compareerden etc., Claes van Dongen, backer ende borger deser Stede, Jan Vogel, Reijnier Matthijszn. ende Leenert Franszn. van breedenhoff alle borgers deser Stede, de welcke alle getúijgt ende verclaert etc., bij waere christelijcke woorden in plaetse van eede ter instantie ende ten versoecke van Jaecqnes braven, een gerecht vijffde part van den pacht van asijn, van Statelijck deser Stede wegen, als mede van de pacht van de wijnen van Stadts wegen, bij Leenart Fraszn. van breedenhoff gepacht. Etc. [De conditie van de pacht worden beschreven.] w.g. o.a. Lendert Fransen.
 
ona 20.80 fol. 338 [not. J. Schoormans] vermeldt: Op Húijden den 27-10-1631.
Compareerden etc. Claes van Dongen, backer ende borger binnen deser Stede, den welcke verclaerde gecedeert, getransporteert ende overgedragen te hebben aen ende te behoúve van Gerrit Schút, Johan Vogel, Leenert Franszn. van Breedenhoff, ende Reijnier Matthijszn. Die hier mede Compareeren ende t'selve accepteerden, het gerecht vijffde part van de pachten. Die hij compt: als medestander neffens de voorsz: persoonen gepacht heeft, te weten den Impost van asijn van staten deser Stadts wegen ende den Import van den wijnen van Stadts wegen. Etc. w.g. o.a. Lendert fransen.
 
II.7        Cornelis Franszn. van BREDENHOFF, Suikerbakker, Kruidenier, gedoopt ca. [1600] 1590 te Antwerpen België? Begraven op 29 11 1668 te Dordrecht.
SAD ona 20.119 fol. 217 [not. G. de Jager jr.] vermeldt: op Húijden den 04-10-1657.
Compareerde etc., dhr Cornelis van den Breedenhoff krúijdenier, inwoonder ende borger deser Stede. Als collecteúr van den Impost vande takack binnen deser stede, de welcke verclaarden etc., waerachtich te sijn te versoecke van Gerrit vaden Meijde collecteúr vanden impost van de taback tot Gorcúm reqúirant, dat Júda Corijn jode op den 4de der laatstleden maent September bij hem attestant aen gebracht heeft 80 pont taback Canasten van Gorcúm ende dat hij op den 10den dach van de selver maent September bij hem attestant aengebracht heeft 4 vaten taback van Rotterdam, ende dat hij op den 12den der selven maent bij hem attestant aengebracht heeft 4 vadt Taback naer Gorcúm, verclaerde hij attestant noch dat de voorn: Júda Corijn naer den 12de September voornt: tot húijden dato deses egeen taback aen hem attestant aengebacht heeft. Ende dat hij attestant seer wel weet ende oock waerachtich is dat hij attestant aen den meergedachte Júda Corijn geen billiet en heeft ter handen gestelt etc., van dato den 30sten der gemelte maent Septenb:. Dit alles presenteerde hij attestant des noots sijnde met solemme ende eed te bevestigen. w.g. corn: van Breedenhoff.
fol. 218 Extract.
04-09-1657 Corn: Jansz. op Gorcúm ende Júda Corijn van Gorcúm met 80 bl: taback Canasten
10 dito Júda Korijn van Rotterdam met 4 vaten taback
12 dito Júda Corijn naer Gorcúm met 4 vadt taback
Geextraheert úijt het Collecte boeck van Cornelis van bredenhoff Crúijdenier ende borger deser Stede als collecteúr vande impost vanden Taback voor Sr. Gaaff bergman pachter ofte meester vanden selven impost ende is desen extracte mettet voorsz: collecte boeck accordeerende bevonden op den 4de octob: anno 1657 bij mij onderges: openbare notaris, etc., residerende op den 04-10-1657.
 
Op blz. 110: [zie ook aanvulling I.]
III.2        Francois Corneliszn. van BREDENHOFF, Schout en Secretaris van Puttershoek, gedoopt op 01 07 1629 te Dordrecht, begraven op 25 01 1673 te Dordrecht.
Ondertrouwd op 17 11 1658 te Dordrecht, gehuwd op 29 jarige leeftijd op 01 12 1658 te Puttershoek met Maria van EIJSSEL, 20 jaar oud, gedoopt op 01 06 1638 te Dordrecht, begraven op 30 12 1694 te Dordrecht.
SAD ona 20.138 fol. 556 [ A. van Neten] vermeldt: Den Notaris Arent van Neten, etc., sal behoorlijcken geadsisteert met twee getúijgen van wegen mijn ondergeschreven Mr. Martinús Kriecx Secretaris der Stadt Sneeck, soo voor mijnselven, ende als last ende procúratie hebbende van mijnen Broeder Mr. Jústús Criecx dom Heer tot Utrecht, blijckende bij de selve acte gepasseert voor den Notaris Gerrit Hoútman etc., tot Utrecht voosz: residerende in date den 26-09-1659 Stilo vetrij. Hem vervoegen ende transporteren aen de bijde persoonen van Jacobús de Bont Cassier inde banck van leeninge binnen dordrecht voorsz: ende Francoijs van breedenhoff, Schoút ende Secretaris van Pietershoúck etc., als geaúthoriseerde van de Heer Thomas vander Marck Heere tot Leúr, totte opsichte ofte Contra Rolle van de bovengemelte Banck van leeninge ende d'selve te samen, ofte elcx in solidúm gerechtelijcken aenseggen, ende Insinúeren dat Sij lúijden geensins ofte int alderminste gedeelte, hen súllen hebben te vervorderen de profijten vande intlostende ende Inleenende Banck te melleeren ofte onder malcanderen te vermengen, maer dat sij lúijden de selve profijten elcx appart ende destincktelijcken te boeck súllen hebben te stellen, gelijck sij albereijst door Mondelinge lasten van mijn Insinúant begonnen ende tot nú toe gedaen hebben. Ende in cas sij lúijden daerinne niet geliefden te blijven continúeren, maer súlcx contravenieerde. Soo sal den Notaris voornt: in name ende van wegen als voren tegens de gemelte geinsinúeerdens als representerende haere Meesters, welcx prosselijcken protesteren van alle Costen, Schaden ende Intressen, door de voorsz: resúsatie alreede gehadt, gedaan ende geleden, ende als noch te hebben doen ende lijden, omme die alsamen verhaelt ende geconseqúeert te worden daer ende alsoo bevonden werden sal súlcx te behooren levert Coste soot ver soot werdt etc., w.g. Matriús Kriecx.
In crachte ende vermogens de vorenstaende aúthorusatie hebben ick Arent van Neten etc., mij op den 25-10-1659 wesende Saterdach gevonden aen ende bij de persoon van Jacobús de Bont Cassier vande Banck van leeninge alhier, ende op Maandach daer aen volgende twesende den 27-10 ten húijse van Cornelis franssen van Breedenhoff Vader van francoijs van Breedenhoff Schoút ende Secretaris van Pietershoúck, als geaúthoriseerde totte opsichte oft Contra rolle vande bovengemelte Banck, met francoijs van Breedenhoff alhier binnen Dordrecht zijnde ordinairlijcken sijn verblijft hadde ten húijse vanden voorsz: sijnen Vader. Ende den voorsz: francoijs van Breedenhoff als oock den voorsz: sijnen Vader beijde absent zijnde, mij geredde aen Maria van Breedenhoff [II.7.1 op blz. 110] mondige dochter, súster vanden voorsz: francoijs van Breedenhoff. Ende hebbe dier súlcx d'voorsz: Jacobús de Bont; ende Maria van Breedenhoff in name van haeren voorsz: absenten Broeder, beijde in qúaliteit hier voren genoempt van woorde tot woorde voorgelesen, ende geinsinúeert de vorenstaende acte, ende oock in eniche vandien geproteseert met aennemige van copie der selver acte. Ende waer op d'voorsz: Jacobús de Bont ter antwoorde gaf dit te súllen overschrijven aen sijne Heer principaele ende d'voorsz: Maria van Breedenhoff gaft tot antwoort dat sij de copie ter dese soúde behandigen aen haeren voorsz: Broeder francoijs van Breedenhoff soo ganst hij binnen deser Stede aldaer ten húijse gecomen soúde sijn. etc. Datúm als voren.
 
Op blz. 113:
II.3. 5        Cornelia (Neeltgen) Evertsdr. van EIJSSEL, gedoopt op 01 08 1602 te Dordrecht, overleden voor 1650 te Dordrecht.
Ondertrouwd (1) op 23 03 1625 te Dordrecht, gehuwd op 22 jarige leeftijd op 08 04 1625 te Dordrecht met Diric Janszn. KELDERMAN, Wijnkoper, gedoopt ca. 1600 te Dordrecht, overleden voor 1637 te Dordrecht.
Ondertrouwd (2) op 01 02 1637 te Dordrecht, gehuwd op 34 jarige leeftijd op 15 02 1637 te Dordrecht met Geraert Symonszn. van DUIJNEN, Viskoper, gedoopt ca. 1610 te Dordrecht, begraven op 30 07 1654 te Dordrecht.
SAD: ona 20.90 fol. 11 [not. J. Schoormans] vermeldt: Op Húijden den 06-01-1651.
Compareerde etc., Johannes Keldermans ende Aletta Keldermans. Daer moeder van was Neeltgen Evertsdr. van Eijssel van wedersijden geadsisteert met Srs. Schrevel Evertsz van Eijssel, Corn: Evertsz van Eijssel, Cornelis Adriaensens van Dúijvelandt ende Geeraert van Dúijnen haerlúijder ooms, gewesene behoút oom, Schoonvader, Testamentaire ende bloot voochden respective. Ende verclaerden sij Compten: met Consient approbatie ende toestaen vande voorsz: haere voochden die hiermede Compareerden ende xsúlcx bekenen etc., geaccordeert te wesen etc., overcomen verdragen ende accorderen, mits desen nopende den húijse ende erffve staende ende gelegen opten hoeck vande Vischstrate binnen deser Stede nitsgaders de Coopmanschappen ende winckelgoederen, die sijlúijden int' gemenen sijn hebbende, inder voegen ende manieren hier naer volgende. Te weeten, dat de voorn: Aletta Keldermans in Eijgendomme aenneme ende hebben sal etc., t'voorsz: húijs ende erffve met allen sijnnen toebehooren, staende ende gelegen als vooren, mits daer vooren mits daervoor betaelende off goetdoende in Contant de somme van f 9500:0:0 boven t' gene daermede t'voorsz: húijs belast is. Etc. Ende dat sij van geluijcken sal aennemen de meúblen inde keúcken met de gereetschappen totten Winckel behoorende opte somme soo sijlúijden de selve bij tacxatie aengenomen hebben úijtten boedel van haere voorn: moeder Zar. Voorts dat sij die winckelgoederen ende Coopmanschappen aengenomen sal soo de selve ingecost sijn ende bij de voochden getacxceert súllen werden, te betaelen etc. [Alette zal de koop van gereedschappen en winkel als dat mogelijk is contant betalen aan haar broer. Als Alette kinderloos overl. dat] Johan Keldermans vrij sal staen t'voorsz: húijs ende erfve met sijnen toebehooren wederomme int' geheel aentenemen voorde voorsz: somme van f 9500:0:0. Doch soo Alette keldermans qúame te overl. naerlatende kint off kinderen die 10 Jaeren oút soúden mogen wesen, ende dat voochden ende vrienden verstonden t'selve húijs voor de selve te hoúden soo als de voorsz: Johan Keldermans alsdan afstant mogen doen. Ende bij gebreecken vanden Selven Johan Keldermans soo súllen de andere kinderen vande voorn: Neeltgen Everts van Eijssel Zar. off de voochden vandien, ten behoeve vande selve t' voorsz: húijs mogen aennemen ter voorsz: somme etc., Ende verclaerden de voorn: Compten: ende haere voochden hiermede metten anderen een afscheijt ende scheijdinge mitsgaders accort gedaen ende gemaeckt te hebben. Etc., aldús gedaen ende gepasseert binnen Dordrecht ter presentie van Sr. Rochús van Wesel ende Johannes van Bollenbeecken getúijgen. w.g. Alleta Keldermans, Jan Kelderman, Schrevel Evertsz van Eijssel, Cornelijs Evertse van Eijssel, Cornelis Adraenszn van Dúijvelandt, Geerit van Dúijnen, Rochús van Wesel, Johannis van Bollenbeeck.
 
- ona 20.100 fol. 97 [not. J. Schoormans] vermeldt: [17-11-1651]
Sommieren Staet vanden boedel ende goederen Bij Capiteijn Geeraerdt van Dúijnen ende Cornelia Everts van Eijssel tsamen beseten ende súlcx de voorn: Cornelia van Eijssel Zar. naergelaten heeft, mistgaders de scheijdinge ende Deijlinge vandien.
Eerstelijck Competeerde desen boedel een geheel húijs enden erffve met allen sijnnentoebehooren genaempt den Steúr staende ende gelegen bij de groote Vischmarckt opten hoeck vande Vischstraet t welcke bij de voorn: Conelia van Eijssel gemaeckt is aen Aletta ende Johannes Keldermans hare kinderen mist boven de belastinge van ontrent
f 50:0:0 Jaers daer op staende daer voor Innebrengende inden geheelen boedel de somme etc.,            f   6850:0:0
Noch etc., een geheel húijs ende erffve mistgrs. een packhúijs etc., staende ende gelegen beneffens
den andere inde voorsz: Vischstraet tússchen de húijse van Jacob Messchilder aen d' een sijde ende
den húijse van Corn: fransz der Moeijen aende andere Zijde, dewelcke bij den voorsz: Geerit van Dúijnen
behoúden ende aengenomen wert, etc.,              -   3300:0:0
bij van Dúijnen is ontfangen voor een ½ Jaer húijre vant voorsz: húijs naest het
packhúijs vervallen meij 1650                                                             -        45:0:0
Noch etc., een geheel húijs ende erffve etc., staende en gelegen inde voorsz: Vischstraet
tússchen den húijse genaempt den Zeehont aen d' een sijde enden den húijse genaemt
het Cromhoút aen d' andere sijde, noch een húijs ende erfve staende ende gelegen inde
Tollebrúgstraete aende Havensijde [de huizen waar het huis tussen ligt zijn niet vernoemd],
met noch een húijs ende erffve staende ende gelegen inde Torenstraet tússchen den húijse
van Claes Catmans aende een sijde ende den húijse van Serwaes van Huigen aende andere
sijde. welcke voorsz: 3 húijsen mitsgaders de beteringe van den thúijn opt Bagijnhoff, aengenomen opten 06-01-1650.
Bij Geerardt van Dúijnen etc                                                .              -   2600:0:0
[de huur van de 3 huizen is samen]                                                              -       88:0:0
Noch de Gerechte helft van een geheel húijs ende erffve etc., genaemt Tilbúrch staende ende
gelegen bijde Groote Vischmarckt aende havensijde tússchen den húijse vande wed. van
Casper Geeritsz aende een sijde ende den húijse van Claes Jansz Schoenmaker aende andere sijde
twelcke mede aengenomen is bij etc., Geerardt van Dúijnen etc., welck aengenomen bij
Geerardt van Dúijnen etc. [met huur]                                      - 2007:10:0
Noch en 32ste part int schip daer schipper op is Jan Reijndertsz, noch een 64ste part int schip daer
schipper op is Leeúke Leeúkens met noch 1/8ste part in een Harinckbúijs, daer Stúerman op is
Jacob Cornelisz Dolphijn op Delfshaven, dewelcke t'samen bij Geerardt van Dúijnen ende de Voochden
vande kinderen vercoft sijn aen Elisabeth Everts van Eijssel voor de somme van f 362:0:0 etc.,
[Elisabeth erft dus voor]                  Memorie
Noch 1/4de dachzegen inde visserije vanden Zegenworp voorden Dorpe van Leckerkercke.
Is aengenomen bij Geevaerdt van Dúijnen etc.,                                              -   1000:0:0
Noch 2/4de daegen Zegen inden Zegenworp vant' Corte sant boven Leckerkercke.
Is mede aengenomen bij Geeraerdt van Dúijnen etc.,                                              -     450:0:0
Desen boedel Compt noch verscheijden Ordonnantien gegeven bijde GeComitteerde Raeden ter admiraliteijt residerende binnen Rotterdam Inhoúdende t samen ter somme
van f 2690:19:0 etc., [is betaald[                                                              -   1322:9:0
De rest wert int gemeen gehoúden                                                              -   Memorie
Noch een briefken spreeckende tot laste van de wed. van Capiteijn Geerit de Leeúw
innehoúdende f 105:17:0 ingehoúden etc., [idem voor] f 340:15:0 dus                                         Memorie
[Er zijn obligaties en briefjes over uitstaand geld die worden geboekt voor]                           Memorie
[Er zij obligaties voor een totaal van]                                                      -   1228:6:0
Noch etc., een parthije Súijcxe Roeijser staende mede ijsere wage wegende 20000 pont die gecost
hebben f 6:10:0 per 100 beloopt ter somme f 3000:0:0, die noch onvercoft sijn ende ten proffijte
vant gemenen gehoúden werd, dús                                           Memorie
 
De Winckelgoederen, Coopmanschappen ende eenige andere goederen ende rommelarije
in desen boedel geweest sijnde sijn altsamen opten 01-01-1650 aengenomen bij
Johannes en Aletta Keldermans volgens Tacxatie bijde voochden ende vrienden daervan
Gedaen Beloopende t samen etc.,                                                              - 8674:10:0
Noch voor 2 partijen kaes                                                                      -    322:3:4
De Specien van Gelde inde Casse vande winckel onder Johannes en Aletta keldermans
beloopen t samen etc.,                                                                       -   3314:7:8
        Noch in Gelde bevonden inde Casse off Comptoir van Geerardt van Dúijnen                      -   113:00:0
Volgens den Inventaris sijn in desen boedel noch geweest verscheijden meúble, goederen,
ende húijsraet aldaer int' lange gespecificeert. Die altsamen getacxeert sijn door
Grietgen brouwers ende Crijntgen leenderts úijtdrachsters off oúdecleercoopsters etc.,
aengenomen bij Captn. Geerardt van Dúijnen, de kinderen ende enige vrienden etc.,              -   770:15:0
 
Johannes ende Aletta keldermans hebben uijtte voorsz: meúble. goederen aengenomen              - 1109:15:0
 
Evert Keldermans heeft volgens Tacxatie aengenomen                                       -     43:10:0
 
Elisabeth Everts van Eijssel [zie blz. 112 II.3.3] wed. van Govert Rochusz van Wesel
Zar. heeft etc.,                                                                              -   154:17:0
 
Schrevel Evertsz van Eijssel heeft etc., aengenomen f 25:14:0 int gemeen gebleven                   Memorie
Cornelis Evertsz van Eijssel etc.,                                                              -    100:9:0
Laúrens van Dúijnen etc.,                                                                      -       8:16:0
De Dienstmaechden hebben etc.,                                                               -       42:1:0
 
Volgens den Inventaris qúaen desen boedel noch veele úijstaende schúlden van vercofte
winckelwaeren ende Coopmanschappen van diverse personen als mede selven Inventaris
int lange gespecificeert, daervúijt bij Johannes ende Aletta Celdermans is ontfangen van
veele ende verscheijden persooen etc.,                                                      - 3468:11:0
 
Noch is bij Geeraerdt van Dúijnen úijtte voorsz: úijtstaende schúlden Ontfangen etc.,              - 1655:14:0
Noch daer naer úijt ontfangen                                                              -   183:19:0
Resterende partijen werden int geneem gehoúden                                                  Memorie
Noch wert bij de voorsz: van Dúijnen aengenomen etc., voor soo veel desen boedel in
Compagnie met Corn: Evertsz van Eiijssel aen Coopmanschappen te pretenderen hadde, dus                 - 7398:13:0
 
Vande voorsz: Coopmanschap in Compagnie met Corn: Evertsz van Eijssel gedaen.
Staen noch úijt eenige restanten als mede Inventaris etc., int' gemeen gehoúden                  Memorie
 
Noch is úijtten boedel betaelt aende Diaconien aleer t' gelt geselt is etc.,voor het legaet
Bij Cornelia van Eijssel volgens haere testamente aende armen gemaeckt twelck op
haer gedeelte aengereeckent moey werden, dus hier                                              -      50:0:0
 
Somma Totale van alle de vúijt getrocken Baeten van desen boedel beloopt ter somme van                   - 46313:3:2
 
Lasten van desen Boedel tegen vorenstaende Baeten.
Eerstelijcken is bij Capt. Geerardt van Dúijnen betaelt voorden verpondingen vande
Húijsen van desen boedel voor 3 jaeren etc.,                                              -   180:14:8
 
Woúter de Gelder als rentmeester vant' Gasthúijs 3½ Jaer renten tot f 9:0:0 t Jaers etc.      -   29:10:10
Den selven 4 Jaeren recognite vande Schooren vant voorsz: húijs etc. t'samen                       -      24:0:0
Den selven noch 4 Jaeren húijre vant húijsken naest de Vischstraet etc.,                       -      40:0:0
Den selven noch 3 Jaeren húijre vande solders vant Gasthúijs etc.,                               -      90:0:0
T húijs in de Vischstraet naest het packhúijs is belast par reste vande Cooppen: die de kinderen
Van Mr. Dirck Chirúrgijn daer op spreeckende hebben in Capitael                              -     600:0:0
De rente Jegens 5 % ten hondert                                                              -       30:0:0
T húijse Genaempt Tilbúrch is int' geheel belast etc.,                                              -     800:0:0
De renten vande voorsz: f 800:0:0 tot meij 1650 sijn opt húijre geliqúideert ende afgetrocken dus               memorie
 
De 3 Voorkinderen van Cornelia van Eijssel Zar. aen haer verweckt bij
Dirck Keldermans Zar. Compt voor haere Vaderlijcke goederen etc.,                               -   2400:0:0
Noch volgens een naerder bewijs bij Cornelia van Eijssel aen voorn: haere voorkinderen
gedaen tot vergrootinge van haere Vaderlijkce goederen etc.,                                      -   1200:0:0
De voorsz: kinderen Compt van desen boedel de naervolgende partijen die in desen
boedel sijn gecomen ende ontfangen vúijtte goederen haer aengecomen bij Overl. van
Aeltgen Bodembinders, haere van Aetgen Keldermans haere Grootmoeder Zar. als eerst soo veele
Ontfangen etc.,                                      - 620:17:14
Daer daen sij gecort heeft voor 1/3de part van 18 Rijcxdes. Etc.,                       -   15:00:00
        [met rente f 40,00]                                                Blijft              - 645:17:14
[Rente over obligaties samen]                                                              - 480:00:00
Noch dat de kinderen aenbedeelt is van desen boedel te Ontfangen soo veel in het
Erfhuijs gecost was                                                                      -   43:03:10
Noch dat desen boedel schúldich was bij afreeckeninge                                      -   35:05:00
Noch dat ontfangen is voor 2 Jaeren Intrest van een obligatie f 900:0:0 opt' Comptoir              -   90:00:00
Noch dat den 13-04-1649 is Ontfangen van Cornelis Adriaensz van Dúijvelandt voor 1/3de part
van f 206:0:0 die ontfangen sijn opt' gene den Secretaris van Kúijlenbúrch aende voorsz:
boedel schúldich was                              -   68:09:04
Noch daernaer voor 1/3de part van f 285:0:0                                              -   95:00:00
Ende noch soo veel ontvangen is voor 1/3de part in f 544:14:0 die bij accort gecomen sijn vant'
gene Hendrick Keldermans schúdich was boven de Costen              -  181:11:4
Gaet af voor salaris aende nots: Schoormans betaelt met voorschot van dat van Dúijnen tot
Voocht is versochten gestelt                              -     9:03:0              -     172:8:4
D' Heer pensionaris Mr. Matthijs Berck als deken ende boeckhoúder vanden Schútterie
vanden Heele Haecx par sloth van rekening betaelt door van Dúijnen. Soo veel hem
qúaem vande pacht vande Visserije                                                      -   891:13:8
Cornelis Wens als deken ende boekhoúder vande Schútterie vande Cloveniers betaelt
door den voorn: van Dúijnen etc.,                                                              -   798:19:0
Woúter de Gelder soo veel hem van namen vande Visserije van Barendrecht door
Van Dúijnen etc.,                                                                              -   481:15:0
Noch bij van Dúijnen betaelt aen Geerit fransz etc.,                                              -     26:10:0
Noch aen Laúrense van Dúijnen etc.,                                                      -     59:9:14
Voor 3 Jaeren Thúijnhúijre etc.,                                                              -     36:0:00
Johannes ende Aletta Keldermans hebben naert maecken vanden Inventaris betaelt voor
veele Coopmanschappen ende loopende schúlden daermede desen boedel Belast was             -  7303:4:00
Compt den notaris Johan Schoormans voor vacatien gehadt opt instellen vanden
Inventaris van desen boedel de Specificatien vande getacxeerde meúble, goederen
en Coopmanschappen, rekeningen vande ontfangh ende úijfgeeff mitsgaders opt instellen
van desen staet en scheijvinge met overreecken ende slúijten vandien tsamen de somme van -     38:8:00
Ende voor tweemaels te grossieren den Inventaris specificatien vande getacxeerde
goederen etc.,                                                                               -     44:4:00
Noch is te betaelen úijt oorsake vande borchtochten bij Geeraerdt van Dúijnen gepresteert voor
Schrevels Evertsz van Eijssel aende ontf[ange]r. Boogaert tot Delft etc.       - 1000:00:0
Noch bij deselven betaelt aenden Smit wegens rekeninge                                      -       7:04:0
Ende in 3 reijsen verreijst ende verteert omde ordonnantie vande adimiraliteijt te vorderen                  -        7:18:0
 
Soma Totalis van alle die vúijtgetrocken lasten van desen boedel beloopt Ter Somme van                    -17719:10:0
Welcke lasten afgetrocken sijnde vande úijtgetegen baten van desen boedel beloopen
als hiervoor etc.,                                                                              -28593:13:2
 
Omme nú te Comen Tot scheijdinge ende deijlinge vanden voorsz: boedel ende goederen.
Soo Compt Eerst Geeraerdt van Dúijnen voor sijn Ingebrachte Capitaele goederen naer
volgende de verclaeringe inden testamente bij hem ende sijnne voorn: Húijsvr. Zar. gepasseert
voorden nots: Daniel Eelbo etc., opten 03-07-1641, de somma van                               -   3370:0:0
Ende de kinderen ende erfgenamen voorn: Cornelia van Eijssel Zar. Compt voorde
Ingebrachte Goederen etc., boven de f 2400:0;0 ende f 1200:0:0 hier vooren tot laste
vanden boedel gestelt voorde Vaderlijcke goederen vande voorkinderen, etc., volgens
de verclaringevan Geeraert van Dúijnen bij sijnne beste wetenschap etc., de somme van     -   12700:0:0
                                                                                    -   16070:0:0
Alle twelcke Affgetrocken sijnde vande súijvere úijtgetrocken overschietende masse vanden baten
van desen boedel. Soo blijft overich ende in desen Húwelijcke gelang etc.,                                       - 12523:13:2
 
Daer van Compt Geeraert van Dúijnen d' eene helft beloopt                                      - 6261:16:9
Ende de kinderen ende erfgen: van Cornelia van Eijssel d'andere helft beloopende als voren                   - 6261:16:9
 
Geerardt van Dúijnen Compt voor sijn Capitaele Ingebrachte goederen de somme van              -   3370:0:0
Voor de helft vande Conqúesten staende Húwelijcke gevallen                                      - 6261:16:9
Ende voor een kintsgedeelte sijnde 1/5de part vanden naergelaten goederen etc.,              -   3462:7:5
Heeft betaelt etc., voor te lasten vande boedel de naervolgende partijen als eerst voor
verpondinge van den húijsen tot meij 1650                                                      -   180:14:8
Aen Woúter de Gelder rentmr. van Gasthúijs voor renten aeden selven voor recognitien        -   29:10:10
Aende selven voor recognitien                                                              -   24:00:00
                                                                                    13328:09:00
Aan den selven voor húijre van het húijsken inde vi[s]straet                                      -   40:00:00
Ende noch aenden selven voor solderhúijre                                                      -   90:00:00
T' húijs mede Vischstraet bij hem aengemonen is belast met                                         600:00:00
De rente vandien tot meij 1650                                                              -  30:00:00
T húijs Genaempt Tilbúrch is belast voorde helft hem aen bedeelt                              - 800:00:00
Heeft noch betaelt aende heer mr. Matthijs Berck wegens de schútterie vande Heele haecx
de pacht vande Visserie                                                      -   891:13:0
Noch aen Corn: Wens wegens de Schútterije vande Cloveniers ter saecke voorsz:              -   798:19:0
Noch aen Woúter de Gelder wegens pacht vande visserije van Barendrecht                      -   481:15:0
Noch dat hij betaelt heeft aen Govert fransz                                                      -     26:10:0
Noch aen Laúrens van Dúijnen betaelt                                                      -     59:04:0
Noch voor 3 Jaeren Thúijnhúijre                                                              -     36:00:0
Noch te betaelen aende nots: Johan Schoormans voor salaris ende vacatien opt maken van de inventaris     38:08:0
                                                                                      17220:19:6
Noch aenden selven voort grossieren vanden Inventaris Staeten vande getacxeerde
goederen desen staet en scheijvingen etc.                                                      -     44:04:0
Noch aenden ontfanger Boogert te betalen wegens de bochtochte voor Schevels Evertsz van Eijssel      - 1000:00:0
Noch da taende Smit heeft betaelt                                                               -       7:04:0
ende voor reijscosten om d' ordonnantien etc.,                                               -       7:18:0
                                                                                      18280:05:6
 
In Voldoeninge van allen te welcke den voorn: Geeraerdt van Dúijnen Aenbedeelt werdende naervolgende gespecificeerde partijen.
 
[De specificatie die volgt is een herhaling van de eerder op geschreven huizen en goederen nu verdeelt per persoon. Om langdradingheid te voorkomen zal ik alleen de uitzonderingen over nemen. Van het geld dat Geraert Symonszn. van Duijnen toekomt is de berekening alsvolgd :] Somma tsamen       -  22283:08:0
Ende Sr. van Dúijnen Comt maer als hier vooren                                           -  18280:05:0
                                                        Soo heeft hij te hoúden              - 4003:03:0
Daervan sal hij úijtreijcken aen Cavel van Evert Keldermans                                      -   140:15:0
Ende onder hem hoúden om te administreren voor sijn dochter Marija van Dúijnen soo veel haer
Compt de somme van                                                       - 3862:07:0
        Comt samen soo veel hij ten overen heeft                                              - 4003:03:0
De 4 naergelaten kinderen van Cornelia van Eijssel ende den voorn: Geeraerdt van Dúijnen voor een
kintsgedeelte Compt samen voor de ingebrachte goederen van de voorsz: Cornelia van Eijssel de somme  12700:00:0
Ende voorde helft vande Conqúesten staende Húwelijck gevallen de somme van             -  6261:16:9
                                                                Compt samen                    -18961:16:9
Daer van moeten de 4 kinderen voorúijt gemeten volgens de dispositie van haere Moeder de somme         - 1600:0:0
ende moet daer úijt mede gaen het legaet bij haer aende armen gemaeckt sijnde-    50:0:0     1650:00:0
                                                                Affgetrocken beijft             17311:16:9
Daervan bedraecht ijder 1/5de part                                                             -   3462:7:5
Waer bij voor de kinderen gevoecht elcx 1/4de part van f 1600:0:0                             -     400:0:0
                                                                Compt haer elck                     -   3862:7:5
 
Aletta ende Johannes keldermans Compt voor de Erffenisse van haere Moeder Zar. Elck f  3862:7:5
is voor haer beijden de somme van                                             -7724:14:10
Noch voorde 2/3 deelen van haere Vaderlijcke goederen ende vergrootinge vandien
Sijnde samen f 3600:0:0. is de twee deelen                                                     - 2400:00:0
Noch de twee deelen vande f 1600:0:0 etc., volgens haere grootmoeders goederen
In 11 posten aldaer ende volgens verhaelt, beloopt                                             - 1086:16:0
Noch soo veele bij haer betaelt voor Coopmanschappen etc.,                                      - 7303:04:0
                                                                Somma Beloopt samen             18514:15:0
 
[Ook hier wordt weer in herhaling gevallen en zal ik opnoemen wie wat krijg(t/en) uit de erfenis:]
In voldoeninge vant welcke de voorn: Aletta en Johannes Keldermans aenbedeelt werden de
naervolgende partijen.
[Het huis "de Steur", koopwaren, winkelgoederen, 2 partijen kaas, en geld in kas]                              -20270:15:12
Noch dat sijlúijden vande dienstmeijssens geproffiteert hebben van getacxeerde meúblen             -    42:01:0
Noch soo veelle sijlúijden hebben Ontfangen úijtte profftelijcke incomen ect.,                    - 3468:11:0
                                                        Soma ende Beloopt samen                   -23781:07:12
                                                        Ende haer Comt maer als voren           -18514:11:02
        Soo hebben sij tehoúden ende moeten úijtreijcken ten behoúve van Evert Keldermans           -  5266:12:10
       
        Evert Keldermans voor de Erffenisse van sijne Moeder de somme van                              - 3862:07:5
Noch voor Vaders goet ende vergrootinge vandien 1/3de part van f 3600:0:0                      - 1200:00:0
Noch 1/3de deel in f 1630:04:0, die inde lasten vanden boedel gestelt sijn. Ontfangen
te wegen sijn Grootmoeders goederen in 11 posten aldaer ende volgens vastgestelt beloopt  -    543:08:0
                                                                        Compt samen             -  5605:15:5
 
In voldoeninge vant' welcke hem aenbedeelt werden de naervolgende portien.
Eerst soo veel hij úijtte meúble, goederen etc.,                                              -      43:10:0
Noch soo veele Elisabetn Everts van Eijssel, wed. van Zar. Govert Rochúsz van Wesel
Schúldich is etc.,                                                                             -    154:17:0
Noch te ontfangen ven Geerardt van Dúijnen úijt het gene hij ten over heeft op sijn
bedeelinge,                                                                             -    140:15:0
Ende noch soo veel Johannes ende Aletta Keldermans te hoúden hebben op haer
aenbedeelde partijen etc.,                                                                     -  5266:12:0
                        Somma tsamen gelijck hij moet hebben                                     -  5605:15:0
 
Marija van Dúijnen Compt voor Haere moederlijcke erffenisse de somme van                      -  3863:07:5
Welcke somme sij sal genieten vúijt het gene haer vader Geerardt van Dúijnen op sijn Cavel overen heeft.
 
Ende hiermede Verclaeren wij Geeraerdt van Dúijen ter eenre, Schrevel Evertsz van Eijssel, Cornelis Evertsz van Eijssel, Lijsbeth Everts van Eijssel ende Laúrens van Dúijnen als oomen. moeije ende Testamentaire voochden respective vanden kinderen van Cornelia van Eijssel Zar. mitsgaders Fredrick Hartoch als getroút hebbende Aletta Keldermans mede dochter van Conelia van Eijssel voornt: tsamen ter andere sijde, metten anderen geschift, gechseijden ende gedeelt te hebben den voorsz: boedel ende goederen, inder voegen ende manieren vooren ende verhaelt. Vúijt geseijt de partijen int gemenen gehoúden ende staet gementionneert. Wesende tsamen allen de goederen totten voorsz: boedel behoorende ons eenichsints bekent, bekennende elcx het sijn aengecavel de partijen ons wel ten genoegen. Belovende indien ijemant van ons noch eenige goederen ofte lasten totten voorsz: boedel behoorende naer desen bekent werden off openbaerden, de selve ten profijte vant' gemeen aen te geven off samen te helpen dragen ende elcx naer rato betaelen. Belovende mede dese scheijdinge ende deijlinge t' allen tijden voor goet, vast, bondich ende van waerden te súllen hoúden ende doen hoúden, sonder daertegen te doen off te laten geschieden dircktelijck off indirckelijk in rechten off daerbúijten. Onder den verbande als naer rechten, ten oirconde hebben wij aen nots: Johan Schoormans versocht allen t selve te noteren etc., gepasseert opten 06-05-1651.
 
III.10        Cornelis Evertszn. van EIJSSEL, Visverkoper, Schout, Thesaurier, gedoopt op 01 07 1603 te Dordrecht, begraven op 11 10 1679 te Dordrecht. [zie aanvulling I.]
Ondertrouwd (1) op 28 12 1625 te Dordrecht, gehuwd op 22 jarige leeftijd op 20 01 1626 te Dordrecht met Janneken Guilliamsdr. (Johanna) van DIEST, 25 jaar oud, gedoopt op 01 12 1600 te Dordrecht, begraven okt. 1626 te Dordrecht.
Ondertrouwd (2) op 02 07 1628 te Dordrecht, gehuwd op 25 jarige leeftijd op 16 07 1628 te Dordrecht met Jenneken Jansdr. van AERTRIJK, gedoopt ca. 1610 te Breda, overleden voor 1636 te Dordrecht.
Ondertrouwd (3) op 08 06 1636 te Dordrecht, gehuwd op 32 jarige leeftijd op 22 06 1636 te Dordrecht met Baetricx Abrahamsdr. COOPMANS, gedoopt ca. 1608 te Dordrecht, begraven op 21 11 1636 te Dordrecht.
Ondertrouwd (4) op 30 08 1637 te Dordrecht met Adriana van GESEL, gedoopt ca. 1612 te Schiedam, begraven op 17 10 1648 te Dordrecht.
Ondertrouwd (5) op 17 10 1649 te Dordrecht, gehuwd op 46 jarige leeftijd op 02 11 1649 te Dordrecht met Adriana Francoisdr. van CASTEREN, gedoopt ca. 1620 te Dordrecht, begraven op 09 08 1663 te Dordrecht.
Ondertrouwd (6) op 25 01 1665 te Dordrecht, gehuwd op 61 jarige leeftijd op 10 02 1665 te Dordrecht met Aechtgen (Agatha) van DONGEN, 52 jaar oud, gedoopt op 01 10 1612 te Dordrecht.
SAD: ona 20.81 fol. 111 [not. J. Schoormans] vermeldt: Op Húijden den 12-12-1637.
Compareerden etc., d' eersame Hendrick Nicolaesz van Hooren Contrerolleúr vande Licenten binnen deser Stede. Denwelcke verclaerde vercoft te hebben, gelijck hij vercoopt mits desen aen Sr. Cornelis Evertsz: van Eijssel Coopman binnen deser Stede, die hiermede Compareerde ende selve Coop bekende ende accepteerde etc. Een geheel Húijs ende erffve mette Kaeije ende voorts allen sijnen toebehooren staende ende gelegen opte Nieúwhaven binnen deser Stede tússchen den húijse van Corn: Ptsz: van Mispollhoúff aende een daer úijtstreckt den Hoúte brúgge ende den húijse vande wed. ende erffgen: van Willem Bongert aende andere Zijde. Ende dat met alle alsúlcke vrijdommen, servitúijten ende gerechticheden, múijren, Goten, Waterloopen ende anders soo als den voorsz: húijse ende erffve is hebbende, volgende d' over brieven daer van sijnde, die den Cooper neffens d' opdrachte overgelevert súllen werden. Voor welcke voorn: húijs ende erffve metten aencleven vandien den voorsz: Cooper belooft heeft ende belooft bij desen te betaelen etc. [Het huis wordt verkocht voor] f 4400:0:0. [Cornelis moet o.a. ook] de 40ste pen: oortgens voor den armen Dúijts, voort Weeshúijs [betalen.] etc.
w.g. Cornelijs Evertsen van Eijssel.
 
- ona 20.83 fol. 55 [not. J. Schoormans] vermeldt: Op Húijden den 21-06-1641.
Compareerde, etc., Sr. Cornelis Evertsz van Eijssel Coopman borger deser Stede. De welcke verclaerde hem selven geconstitúeert ende gestelt te hebben etc., waerborge voor alsúlckem moeijenissen, commer etc., [Stelt Cornelis zich garant voor een huis dat zijn overl. zwager Govert van Wesel heeft gehad] met allen sijnen toebehooren staende ende gelegen inde Pelsenstraet tússchen den húijse van wed. van Jan -.-. besemmaker aend' een sijde ende de Heeren Gracht aende ander sijde. Etc. w.g. Cornelijs Evertse van Eijssel.
 
- ona 20.83 fol. 330 [not. J. Schoormans] vermeldt: Op Húijden den 08-11-1642
Compareerden etc., Sr. Abraham Isaacsz van Sweebrúgh won. tot Breeda, den welcke verclaerde vercocht te hebben etc., aen Sr. Cornelis Evertsz: van Eijssel Coopman borger deser Stede, die hiermede de Coop accepteerde seeckere 2 mergen 181½ roeden saeijlant gelegen int lant van Esch aen Strijen inde 3de Cavel, gemeen metten voorsz: Cooper in een stúck van 12 mergen 304 roeden voor welck voorsz: Lant den voorsz: Cooper etc., te betaelen de somme van f 530:0:0 den mergen etc. w.g. Cornelijs Evertse van Eijssel.
 
- ona 20.84 fol. 81 [not. J. Schoormans] vermeldt: Op Húijden den 29-04-1644.
Compareerde etc., Sr. Corn: Evertsz van Eijssel Coopman borger deser Stede, den welcken verclaerde vercost te hebben etc., aen Sr. Nicolaes van Hoúdaen mede Coopman ende borger binnen dese Stede, den welcken bekende ende accepteerde. Een geheel húijs ende erffve met alllen sijnnen toebehooren genaempt het rechte Cromhoút, staende ende gelegen onttrent de Pelssebrúgge naer de Vúijlpoort toe, gelegen tússchen de húijse vande wed. ende erffgenamen van Frans Rocchúsz van Wesel aend' een sijde ende de húijse vande vercooper aen d' andere sijde. Hebbende het voorsz: húijs aende sijde vande vercooper van voren tot achteren sijn halve múijre ende goten ende aend' andere Zijde soodanige vrijdommen sevitúijten ende gerechticheden van múijren goten ende anders, súlx als den selven húijse van oúdentijde is hebbende, volgens de oúde brieven daarvan sijnde. Onder Conditie dat aen desen vercosten húijse volgen sal het erffve sooverre tot effen gelijcx tiende vanden pút die opt gescheijt van beijde de húijsen is staende, (welck pút oock bij beijde de húijsen gemeen gebrúijckt ende onderhoúden sal werden) maer vorder niet noch te oock gemeen úijtganck, mits dat den voorsz: vercosten húijse hebben sal sijnen waterloop over het erffve vant húijs vande vercooper, etc., [de verdere condities worden beschreven. Nicolaes als koper betaalt]. de somme van f 3300:0:0, etc. w.g. Cornelijs Evertse van eijssel, Nicolaes van Hoúdaen.
 
- ona 20.84 fol. 315 [not. J. Schoormans] vermeldt: [Testament]
Op Húijden den 26-08-1644.
Compareerden etc., Sr. Corn: Evertsz van Eijssel Coopman borger deser Stede, sieckelijck te bedde Leggende doch sijn verstant etc. Verclaerde eerstelijck Johannes Cornelisz van Eijssel sijnen voorsoon geinstitúeert te hebben voor sijn Vaderlijcke súccessie ende erffenisse, boven de Somme van f 1800:0:0 die hem voor sijn moederlijcke goederen competeren inde Somme van f 6200:0:0 maeckende samen mette voorsz: f 1800:0:0 ter somme van f 8000:0:0. voor ende in plaetse van de vúijtsettinge [uitzet] die hem, van sijn moederswegen Conpeteert, ende daer en boven noch een vrije vischstal sijnde een van vijftichen gelegen opte Groote Vischmarkt binnen deser Stede. Onder welcke voorsz: somme hij in betaelinge sal mogen aennemen seecker stúck weijlants groot 4 mergen 349 roeden, gelegen in Oútbonaventura onder Seelishoeck, voorde somme van f 3200:0:0. Voorts Verclaerde hij Testateúr Maeijcken Cornelis van Eijssel sijn voordochter boven de somme van f 3200:0: die haer Competeren voor haere moederlijcke goederen ende waer toe hij Testateúr de selve bewijst voor de vúijtsettinge die hij daer toe gehouden is te doen, de Somme van f 600:0:0. Noch geinstitúeert te hebben voor hare Vaderlijcke Súccessie ende erffenisse inde somme van f 4800:0;0 maecken samen met haren voorsz: moederlijkce goederen ende vúijtsettinge de somme van f 8600:0:0. Ende noch verclaerde hij Testtateúr sijne vijer [4] naerkinderen geprocúreert bij Adriana van Gesel sijne Jegenwoordige húijsvr. voor haere Vaderlijcke súccessie ende Erffenisse geinstitúeert te hebben súlcx hij doet mits desen Elcx inde somme van f 4000:0:0 boven ende behalven haere alimentatie op verdinge ende úijtsettinge die sijne voorsz: húijsvr. daer aen gehoúden blijft te doen naer haeren staet ende goede diseretie. Ende alle welcke voorsz: respective úijtreijckingen hij Testateúr verstaet. Dat sijne jegenwoordige húijsvr. aen sijnne voorsz: voor ende naerkinderen eerst gehoúden sal wesen te doen, soo wanneer ijder van henlúijden ten mondige daegen off geraden húwelijcke staete gecomen súllen sijn. Ende gedúijrende welcke tijt sij genieten sal de vrúchten ende het Innecomen van dien, alsoo sij daertegen de alimentatie gehoúden is te doen. Etc., [Cornelis bepaalt dat als een kind overlijdt zonder getrouwd te zijn of nazaten te hebben, dat den dat erfdeel aan de andere kinderen die nog in leven zijn, wordt verdeeld]. Ende noch verclaerde hij Testateúr gelegateert ende gemaeckt te hebben aen Johannes Schrevelsz van Eijssel sijn broeders soontgen de somme van f 200:0:0 die ten behoúve vant' selve kint opt Comptoir vande gemeene middelen súllen moeten wesen, beleijt 6 weecken naer sijns Testateúrs overlijden, ende oplopen ten behoúve vant' selve sijn broeders soontgen tot dat hij ten mondigen daegen gecomen sal wesen. noch verclaerde hij Testateúr gelegateert etc., aen de húijsaremen staende onder de bedieninne vande diaconie vande Dúijtse gemeente deser Stede de somme van f 335:0:0 bestaende in 2 orden op de admiraliteijt residerende binnen Rotterdam. Ende noch aen Maeijcken Jansdr. nichte van sijns testateúrs húijsvr. de somme van f 50:0:0. ende in alle ende ijegenlijckende vordere goederen soo roerende als onroerende actien Crediten ende in schúlden, gelt, goút, silver etc., [Cornelis bepaalt dat alle schulden betaald moeten worden voor de erfenis verdeeld kan worden en geeft Adriana van Gesel daar toe machtiging. Als voogden benoemt hij] Srs. Schrevel Evertsz van Eijssel ende Geerit van dúijnen sijnen broeder ende swager respective, etc. w.g. Cornelijs Evertse van eijssel.
 
- ona 20.84 fol. 299 [not. J. Schoormans] vermeldt: Op Húijden den 08-03-1645.
Compareerde etc., Sr. Corn: Evertsz van Eijssel Coopman borger deser Stede. Ter eenre. Ende Sr. Job aertsz Welbooren daersvan vant lant was deser won. in Strijen. Ter andere Zijde. Ende Verclaerde sij Compten: metten anderen overcomen, verdragen etc., te hebben bij forme van Mangelinge ofte coop, over de naergenoemde pertijen van Landen henlúijden elcx respective toebehoorende. Te weten de voorn: van Eijssel sal aen de voorn: Welbooren leveren ende t sijnen believen opdragen etc., de nombre van 9 mergen 126 roeren weijlants gelegen int lant van Esch inde derde Cavel, belent ten noorden de tweede Cavel, ten oosten de gemeenlants wech, ten súijden de gemeene lants vliet ende ten deele den voorn: van Eijssel, met lijsbet van Eijssel, ten westen de heer advocaet Mr. Adriaen vande Hoeck. Waer en tegen den voorn: Welbooren aenden voorsz: van Eijssel sal opdragen ende transporteren oock t sijnnen believen de nombre van 8½ mergen weijlants gelegen int outlant van Strijen, in 2 pertijen, te weten de 6 mrn: aende meúlenwech belent ten westen de heer Dijckgraeff Reijnier de Vos, ten noorden de gemeene Scheijdelff, ten oosten -.-.- ende ten Zúijde de voorsz: Meúlenwech. Ende de vordere 2½ mergen gelegen aenden bovenwech belent ten oosten Pr. Jan Joostensz, ten Zúijden ende Westen Adriaen Teúnisz Verweel ende ten noorden den voorsz: bovenwech. Etc., [Van Eijssel en Welbooren doen aan ruilverkaveling, mocht het land als het nagemeten is groter uitkomen dan aangegeven dan zal Welbooren een meerprijs van f 500.00 per mergen betalen aan Van Eijssel.]. w.g. Cornelijs Evertse van Eijssel.
 
- ona 20.84 fol. 354 [not. J. Schoormans] vermeldt: Op Húijden den 22-05-1645.
[In deze akte staat beschreven dat Cornelis] als boeckhoúder van de húijsarmen der diaconie vande Dúijtsche gemeente etc. [geld uit een gift heeft ontvangen voor de kerk.]
 
- ona 20.85 fol. 78 [not. J. Schoormans] vermeldt: Op Húijden den 10-04-1646.
Compareerde etc., Sr. Corn: Evertsz van Eijssel Coopman borger deser Stede, den welcke verclaerde geconstitúeert etc., te hebben Sr. Hendrick Hendricksz Coopman tot Brúgge gevende den selven volcomen macht, aúthoriteijt ende speciael bevel omme úijt sijns Constitúants naeme etc., te vorderen reeckening ende bewijs ende reliqúa vanden mijnmeester vanden visse tot Brúgge voorsz: van 88 Salmen bij hem Comparant t'sedert den 05-02-1645 totten 11-04 daeraen volgende van hier derwaerts gesonden de pen: hem Comparant daervan comende te ontfangen qúitantie daervan te geven als dat behoort. Etc. [Cornelis wil voor de geleverde zalmen geld zien.]
w.g. Cornelijs Evertse van eijssel.
 
- ona 20.85 fol. 202 [not. J. Schoormans] vermeldt: Op Húijden den 03-10-1646.
Compareerde etc., Sr. Corn: Evertsz van Eijssel Coopman borger deser Stede, den welcke verclaerde etc., machtich gemaakt te hebben etc., Sr. Willem van Borssele Coopman tot Amsterdam, etc., [uit naam van Cornelis moet Willem geld vorderen van] actien van f 10000:0:0 capitael als hij Comparant inde geoctroijeerde West Indische Compie. ter Cameren binnen Amsterdam voorsz: etc., heeft te ontfangen. Etc., w.g. Cornelijs Evertsz van Eijssel.
 
- ona 20.85 fol. 347 [not. J. Schoormans] vermeldt: Op Húijden den 12-12-1646.
Compareerde etc., Hendrick Joosten vander Beeck, Pieter Jansz Kalraet ende Servais van Oyen alle borgers deser Stede, de welcke ter Instantie ende ten versoecke van Jan Both Viscooper mede borger deser Stede, gesamentlijck hebben geattesteert, getúijcht ende verclaert bij Waere Christelijcke woorden etc. Hoe dat hen Compten: alsnoch seer wel bekent ende Indachtich is, dat sijlúijden opt Stadthúijs op te wacht sijnde des nachts tússchen woensdach ende donderdach den 14de ende 15de november voorleden gehoort hebben dat Monsr. Cornelis van Someren haeren Vendrich jegens den reqt. verhaelt heeft, int' bijwesen ende aenhooren van hen Compten: ende andere vande Wacht, hoe dat hij des maendachs daer te vooren voorden afslach gehadt hadde van Corn: Evertsz van Eijssel won. inde Nieijsst., eenen Cabbelliaú ende dat hij daer voor f 4:0:0 aen hem betaelt hadde. Verhaelende mede dat het een púick visch was ende henlúijden wel gesmaeckt hadde opte reijse. Verclaerende mede dat den voorn: van Zomeren mede verhaelde dat Lovijs Molenschodt den voorsz: Cabbelliaú hem f 5:10:0 gelooft hadde ende úijteindelijck op f 4:0:0 was geaccordeert. Etc. w.g. Henderijck Vander Beeck. Pieter jansen Calraet.
 
- ona 20.87 fol. 276 [not. J. Schoormans] vermeldt: [Testament]
Op Húijden den 16-09-1648.
Compareerde etc., Sr. Corn: Evertsz van Eijssel Coopman borger deser Stede etc. gesont van Lichame etc. Dewelcke verclaerde om sonderlinge goede rederen ende confideratien hem hiertoe porrende ende bewegende, úijt sijnne vrijen onbedwongen wille, liberalijcken toegevoecht ende bewesen te hebben etc., aen sijnne 3 kinderen geprocúreert bij Joffr. Adriana van Gesel sijnne Jegenwoordige húijsvroúwe. Elcx de somme van f 2000:0:0 maeckende voor haer drijen, f 6000:0:0 ende dat boven ende behalven de f 9000:0:0 daer inne de voorn: sijnne húijsfroúw volgens haeren Testamente op húijden etc., gepasseert heeft. Welcke voorsz: f 2000:0:0 hij aen elck der voorn: sijnne kinderen belooft heeft súlcx hij belooft mist desen aende selve elcx úittereijcken ende te betaelen etc., [Cornelis stelt dat als hij overl. is alles zo als beschreven aan zijn kinderen moet worden uitgekeerd.]. w.g. Cornelijs Evertsz van Eijssel.
 
- ona 20.87 fol. 277 [not. J. Schoormans] vermeldt: [Testament]
Op Húijden den 16-09-1648.
Compareerde etc., d' eerbare Joffr. Adriana van Gesel húijsvroúw van Sr. Corn: Evertsz van Eijssel Coopman borger deser Stede etc., sieck in den stoel sittende, doch haer verstant etc. [Adriana stelt dat Cornelis de eenige erfgenaam is. Hij mag met de goederen naar eigen goeddunken doen.] haeren man [zal] schúldich ende gehoúden wesen de 3 kinderen die hij bij haer Testarice geprocúreert heeft te alimenteren ende onderhoúden in eeten, drincken, Cleedinge ende reedinge etc., te betaelen de somme van f 9000:0: etc. ende daer en boven haer Testatrices 2 paer goúden braseletten ende haer hartringsken, noch 1 goúden naelt, noch 1 púnt van een diamenring etc.,[Adriana vermaakt deze goederen aan haar 3 kinderen. Als voogden stelt zij aan] den voorn: haeren man ende daer beneffens Daniel Jorisz Oosterbaen borger tot Schiedam, ende Jacob Vosmaer Coopman tot Rotterdam haeren swaegers etc. Noch verclaerde sij Testatrice te legateren aen Marija van Gesel, haer broeder Jacob van Gesel sdochter daerover sij Compte: metere is, tot een pilgifte de somme van f 50:0:0 eens. Noch aende húijsarmen staende onder de bedieninge vande diaconie vande Dúijse gemeente binnen deser Stede de somme van f 100:0:0 eens. Ende van noch aen Grietie Doortrie haer Testatrices nicht won. tot Schiedam de somme van f 25:0:0 eens. w.g. Adrijana van Gesel.
 
- ona 20.89 fol. 134 [not. J. Schoormans] vermeldt: Op Húijden den 01-03-1650.
Soo hebbe ick onderschr: Nots: Ten versoecke van Sr. Teún Schúl Coopman binnen deser Stede, mij mette naer genoemde getúijgen getransproteert ten húijse van Sr. Corn: Evertssz van Eijssel mede Coopman binnen deser Stede etc., als getroíwt hebbende Joffr. Adriana van Casteren. Ende den Sr . van Eijssel geinstrúeert ende bekent gemaeckt hoe dat int verwúlssel vanden kelder vant húijs dat voorsz: Schúl bewoont, eenige reeten off scheúren sich openbaeren, waerúijt hij ende veele andere lúijden, hen des verstaende oordeelen, t' selve in vreese te staen van intestorten, ende een groot ongelúck ende schade te veroorsaecken t' welcke tijdelijcke ende sonder langer úijtstel diende verhoet, ende met voorsichtichheijt versorcht behoorende te werden. Waertoe den voorsz: van Eijssel versocht hebbe, sonder úijtstel ordre te willen stellen. Waeromme ick door last als vooren, geprostesteert hebbe etc., jegens de voorn: Sr. van Eijssel inne voorsz: qúaliteijt, ende allen anderen dient aengaen soúde mogen, van alle costen, schaden, intrest en ongemacken ende ongelúck die hier van soúde mogen comen te vallen ende hem prostestant off de sijne wedervaeren. Omme allen t' selve aen hem off anderen dient aengaen soúde mogen te verhaelen, met al súlcken recht ende soodanich als hij te raede vinden sal. Waerop de voorn: Sr. van Eijssel te antwoort gaff. Dat de voorn: Sr. Schúl t'voorsz: húijs gehúijrt hadde, soo als het staet, ende t' gene doort afbreecken vanden húijsen vande Ed: heere van Barendrecht soúde mogen openbaeren hij niet ende conde beteren, maer dat t selve bij den heere van Barendrecht gedaen ende voorsien mosten werden. Begerende in geene Costen, Schaden, Intresten off ongemacken gehoúden te sijn ontslaende den voorsz: Schúl van nú af aen vande húijre vant voorsz: húijs indien hij daer úijt belieft te verstrecken ende tot sijn perijckel daer inne niet gesint is te blijven. Ende soo hij meijnt eenige actie van protest te hebben dat hij de selve Jegens de voorn: heere van Barendrecht moste Instrúeeren etc.
 
- ona 20.90 fol. 337 [not. J. Schoormans] vermeldt: Op Húijden den 26-10-1651.
Compareerden etc., Srs. Cornelis Wens, Capteijn Lowijs van Molenschodt, Capteijn, Corn: Evertsz: van Eijssel, Capteijn, Geerardt van Dúijnen ende Capteijn Schrevels Evertsz van Eijssel. Dewelkce verclaerde ende bekenden metten anderen in Compagnie te wesen int pachten vanden 9de pennick van Zalm en Steúr ende vissserijen. Van welcken pacht vanden 9de pen: ende visserie den voorsz: Schrevels Evertsz van Eijssel bekome noch schúldich te sijn. Eerst over de 9de pen: van Zalm ende Steúr over Delft, Schiedam, Vlaardingen ende Den Hage een somme van f 4560:0:0 waerop betaelt is. Eerst bij Franchois de Brie een somme van f 1000:0:0, noch bij Elisabeth Everts van Eijssel gelijcke somme van f 1000:0:0. noch bij Corn: Everstsz van Eijssel gelijcke f 1000:0:0. Ende noch bij Capteijn Geerardt van Dúijnen met de Erffgenamen van Cornelia Everts van Eijssel sijn húijsvr. Zar. gelijcke somme van f 1000:0:0. Is samen f 4000:0:0. Daervan sijlúijden qúitantie hebben met actie nam Cossaút, soo dat daer moch resteert aent Comptoir te betaelen een somme van f 560:0:0. noch verclaerde ende bekende den voorsz: Schrevel Evertsz van Eijssel schúldich te wesen over pachtinge vande visserije genaempt de Pelsaerts of de Cosiijntiens over den Jaeren 1650. eerst aende heer advocaet vande Meer als rentmr. vanden heer van Boverwaert een somme van f 2541:0:0 ende noch aen den heer Goúnaer de somme van f 825:0:0 maeckt samen t'gene och rest te belaelen de somme van f 3926:0:0 etc., [waarvoor de anderen borg staan voor de schuld worden obliagties uitgegeven, gekocht door de anderen.] w.g. Cornelis Wens, Lowijs van Molenschodt, Cornelis Evertss van Eijssel, Gerijt van Dúijnen.
 
- ona 20.90 fol. 368 [not. J. Schoormans] vermeldt: [Testament]
Op Húijden den 17-12-1651.
Compareerde etc., Joffroúw Adriana van Casteren húijsvr. van Sr. Corn: Evertsz van Eijssel, gesont van lichaeme etc. Verclaerde gelegateert ende gemaeckt te hebben etc., aende voorn: haeren man 1 paerle snoer. Ende in allen ende ijegelijcke vordere goederen soo roerende etc., [Adriana stelt dat haar kind of kinderen universeel erfgename(n) is of zullen zijn. Als er geen kinderen inleven zijn dan stelt zij] Anna Maria de Namúr haere sústers Dochters, onder expresse Conditiën, etc., [als Anna overl. is maakt Adriana tot erfgenaam de kinderen van] de heer Mr. Jacob vanden Eijck haeren Oom Zar., voor d' een helft. Ende op haere naeste vrienden ende erffgen: van haere Vaderssijde voorde andere helft, etc., [Adriana bepaalt dat aan haar man of zijn kinderen f 10000.00 betaald moet worden]. Ende noch aen t' kint van Willem vande Roer ende Catharijna vanden Eijck haer nichte genaempt Jacob vande Roer tot een gedachtenisse de somme van f 100:0:0 etc. [Adriana stelt als voogden aan] den voorn: Sr. Corn: Evertsz van Eijssel haeren man ende d' Heer Jacob van Casteren haeren neeff won. tot S'Hertogenbosch, met last ende macht etc., [de weesmeester worden niet uitgesloten]. w.g. Aderiana van ijsel.
 
- ona 20.90 fol. 395 [not. J. Schoormans] vermeldt: Op Húijden den 06-02-1652.
Compareerden etc., Srs. Arent Jansz van Demt, oút 73 Jaeren, Geerard van dúijnen, oút 51 Jaeren, Laúrens van dúijnen, Oút 52 Jaeren, Arijen Aeldertsz van Bommel, oút 51 Jaeren, ende Johannes van Eijssel Oút 36 Jaeren, alle vercoopers ende gewesen deeckens vant Vischcoopersgilde binnen deser Stede, de welkce verclaerde ter Instantie ende ten versoecke van de Heer Corn: van Eijssel Thesaúrier deser voorn: Stede, als Schoút vanden Vischmarckt, gesamentlijck hebben geattesteert, getúijcht ende verclaert, bij waere Christilijcke woorden in plaetse van Eede, hoe dat haer Compten: seer welbekent is, dat den Heere reqt. inde voorn: qúalitijt als Schoút van de Vischmart, ende sijnne voorsaten int'selve ampt, soo lange sij Compten:, elcx int Gilde, ende in bedienige vant'sleve geweerst sijn, altijts geobserveert, ende gebrúijckt is, dat den Schoút vande Vischmart ontboden in alle vergaderingen vant' voorsz: Gilde soo ordinaris als Extraordinair, soo wel Generaele vergaderingen, als lúijden ende deeckens, off van deeckens ende achtenmannen. Ende dat den Schoút altijt voorsz: vergaderingen, de penn: gepacht ende alle omvragen heeft gedaen, sonder daaer tegen ooijt eenige oppositie ofte te spraecken, bijde deeckens, achtmannen ofte gemeene Gildebroeders, is geschiet. Eijndende Heermede Haere depositie etc. Accord[eer]t.
 
- ona 20.114 fol. 465 [not. J. Reijns] vermeldt: Op Húijden den 10-12-1652.
Compareerde etc.: overlúijders gilt ende deeckens als nametlijck Steven adriaensse Schen ende Arendt jansen van Demt overlúijder Cornelis Evertszn. van Eijssel Schoút.
 
- ona 20.91 fol. 105 [not. J. Schoormans] vermeldt: Op Húijden den 29-03-1653.
Compareerde etc., Srs. Cornelis Evertsz van Eijssel ende Geerardt van Dúijnen, voor haer selven als haere mede standers, Ter eenre. Dirck Poúwelsz, Pieter Jansz, Arijen Jansz Visser, Pieter Arijensz ende Teúnis Jansz, Willem Cornelisz aelder, Corn: Cornelis, Arijen Jansz soo voor haer selven etc., Ter andere Zijde. Ende verclaerden sij Comparenten metten anderen overcomen, verdragen ende geaccordeert te wesen, etc., nopende het bevisschen van de Stadt Dordrechts ende Schútterijen, Visscherijen. Inde Riviere vande Merwede indier voegen ende manieren hier naer volgende. Te weeten, dat de voorn: Vissers de voorsz: Visscherijen bevisschen súllen op al súlcken Conditiën als d' heeren vúijtgevers bevoorwaert hebben (3 alhijer gehoúden werden als offe geinfereert waeren) alleen met Segens ende vloúwen ene ander drijvent want, ende voor de maende maert ende april alleen den steeck inde conditien gemelt etc., namentlijck met 2 Schúijten ende 2 Segens, doch indien bevonden wierde dat de 3de Schúijt ende Segen noodich waer, dat de Vissers de selve als dan mede soúden moeten gebrúijcken. Ende daer en boven noch soo veel Schúijten ende vloúwen ofte drijffwant om naer Salm, Steúr ofte Elft te visschen, als men als bevinden noodich te wesen tot meeste benefitie ende profeijt van de Visserijen etc., de Visschers tot haeren Costen súllen moeten besorgen etc. Gelijck sijlúijden mede gehoúden sijn ende aennemen bij desen, de Rivieren t haren Costen schoon te maecken ofte doen maecken dat met de selve beqúamelijck met de Segens, Vloúwen ende ander drúijvent want want, sonder verhinderinge sal comen gebrúijcken ende bevisschen etc., [zo lang het contract duurt, de verdere condities worden beschreven. De eerst genoemde vissers zullen] alle den Salm, Steúr ofte Elft door Godes Zegen aldaer gevangen werden, te leveren tot haeren Costen binnen dese Stadt Dordrecht aenden affslach opte penne ende verbeúrte als inde conditie mette de heeren vúijtgevenrs gemaeckt etc., [De verponding p.j. is] f 146:17:0 vandien. Ende 9 Salmen des Jaers voor de 3 Schútterijen etc., ofte f 4:0:0 tot keúre vande heeren Schútmeesters etc. w.g. Geeridt van Dúijnen.
 
- ona 20.124 fol. 285 [not. G. de Jager jr.] vermeldt: [Testament].
Op Húijden den 27-12-1674.
Compareerde etc., d'heer Cornelis van Eijssel Oút Thesaúrier deser Stede.
Dewelcke etc., verclaert ende gelegateert bij dese aen sijne húijsvroúw Júffroúw Agatha van Dongen de somme van f 250:0:0 jaarlijx soo lange sij leeft tot haar onderhoút te betalen alle 6 mnd. de gerechte helfte van dien sonder dat sijne erfgenamen daar aen súllen mogen corten, ofte compenseren soodaninge somme van penningen als sij nú aan den heer comparant schúldig is etc., [Cornelis stelt dat de kosten bij Aechtgen bij het huwelijk meebracht op huw. voorwaarden zijn genoteerd]. Voorts prelegateert den heer comparant aen Maria Codeús [III.10.9 zie boek blz. 116] sijne dochter, 1 mergen ende 155 roeden Schoon weijlant gelegen in de klem, nú in húire geldende f40:0:0 den hoop jaarlijx des soo sal deselve sijne dochter Maria Codeús gehoúden sijn úijt te keeren aen sijne dochter Maria van Breedenhoff [zie III.10.8 blz. 115] d'som: van f 300:0:0 welcke hij des gelijx aen den selve Maria Breedenhoff prelegateert bij desen. Noch prelegateert hij testateúr aen sijnen Sone Johannes van Eijssel [zie III.10.1 blz. 114] sijne testateúrs sack=hologie. Noch etc., aen sijne Soon Govert van Eijssel [zie III.10.8 blz. 116] 1/12 part in de Zegevisserije aen den Engel ende ¼ part in het schip In de Zege. Legateerde noch aen sijne dochter Adriana van Eijssel [zie III.10.12 blz. 117] sekere 5 mergen 300 roeden lants gelegen int Oúde lant van Strien [Strijen] aen den Molenweg naast andre 11 mergen etc., om den bij deselve sijne dochter Adriana de voorsz: 5 mergen 300 roeren lants genoten te hebben in vollen vrijen eijgendom, boven haar moederlijcke erffenisse dewelcke is de somme van f 7000:0:0. Ende dit tot egalisatie van soodanige f 2000:0:0 als hij testateúr aen elx van sijne gehúwelijckte kinderen boven hare moederlijcke goederen ten húwelijcke heeft gegeven ende becostigt. Item legateerde hij testateúr noch aen den húijsarmen van de Dúijste gemeijnte binnen deser Stede de somme van f 300:0:0 die betaelt súllen moeten werden 6 mnd. naar sijns heere Comparants overl. Voorts verclaarde den heere testateúr om pregnante redenen hem daar toe bewegende, sijne sone Johannes van Eijssel tot sijn erfgenaam gemaackt, gesetlt ende geinstitúeert te hebben bij desen alleenelijck maar inde legitime portie hem naar rechten in sijns testareúrs goederen competerende aen welcke ligitime portie oock gecompenseert ende súlx daar van afgetrocken súllen werden alle tgúnt hij aen heere testateúr bevonden sal werden schúldig te sijn. Dog in alle sijne testateúrs verdre naartelaten goederen ende erffenisse daarinne verclaarden den heere testateúr te maken, te stellen, ende te institúeren bij deses tot úniversele erfgenamen zijne kinderen Maria van Breedenhof, Beatrix de Vries, [zie III.10.7 blz. 116], Govert van Eijssel, Maria Codeús, ende Adriana van Eijssel etc., [de kinderen mogen vrij doen met de nalatenschap. Cornelis stelt tot voogd aan] Govert van Eijssel te weten tot administrerende voocht en execúteúr ende sijn schoonsoon Sr. Mattheús Codeús tot toesiensde voocht en execúteúr etc. w.g. Cornelijs van Eijssel.
 
- ona 20.93 fol. 359 [not. J. Schoormans] vermeldt: [Testament]
Op Húijden den 13-04-1656.
Compareerden etc., d' Heer Corn: van Eijssel inden achten deser Stede, gesont van lichame, gaende ende staende verstant ende redenen hebbende. Verclaerde hij dat sijnen Zoon Johannes van Eijssel voldaen heeft sijnne moederlijcke goederen, ende begrootinge vandien. Waermede hij Testateúr wilt dat hij hem voor voldaen sal hoúden. Wijders verclaerde hij Testateúr aen sijnne 3 andere voorkinderen in voldoening van haer moeders goederen ende tot vergrootinge vandien elck bewesen ende gemaeckt te hebben súlcx hij doet bij desen het gene hiernaer volcht, omme naer sijnen overl. te genieten, indien hij Testateúr de selve off eenige vandien bij sijnen leven van haere moeders goederen niet ende voldoet als namentlijck. Eerst compt Marija van Eijssel voor haer moeders goet volgende desselfs Testament f 3200:0:0, waertoe hij Testateúr deselve noch maeckt f 1800:0:0 comt samen f 5000:0:0, in voldoeninge vant welcke hij Testateúr de selve sijnne dochter Maria van Eijssel maeckt ende bewijst 5 mergen lants int -.-. Strijen aenden nieúwenwech beneffens het lant van Sr. Sijmen Cornelisz de Vries ende daertoe aen gelde úijtte gereetste incomende pen: f 2000:0:0 is samen de f 5000:0:0. Baetris, Govert ende Marija de jongste sijne kinderen Comt elck voor haer moeders goet f 3000:0:0. Waertoe hij deselve elck maeckt om redenen hem daertoe bewegende f 2000:0:0 comt voor ijder f 5000:0:0, in voldoeninge vande welcke hij Testateúr de selve maeckt ende bewijst t' gene volcht, te weten Baetris van Eijssel een stúck lants groot 6 m[e]r[ge]n 190 roeden gelegen in nieúw bonaventúra naest het lant vande Heer Johan debbit Zar. sijnde selven weijde (die hem wel Cost f 750:0:0 den mrn:) voor f 700:0:0 den mergen. Is f 4400:0:0 ende daertoe f 600:0:0 aen gelde úijtte gereetste Incomende pen:. is samen f 5000:0:0. Govert van Eijssel de helft van 11 mergen lants gelegen int oúdelant van Strijen aende nieuwewech naest het lant vanden dijckgraeff Vos (twelcke hem Cost meer als f 675:0:0) tegen f 600:0:0 de mergen. Is f 3300:0:0 ende daertoe in gelde úijtte gereetste Incomen pen: f 1700:0:0 maeckt damen mede f 5000:0:0. Ende Maria van Eijssel de Jongste 7 mergen 400 roeden lant gelegen in Barendrecht inde Sijdewij. Dat hij Testateúr gecost heeft met boel vande Heer Coopmans Zar. (voor f 750:0:0 de mrn) tot f 600:0:0 de mrn: beloopt f 4600:0:0 ende daertoe f 400:0:0 etc., samen mede f 5000:0:0 begeerende dat alle de voorsz: sijnne kinderen de voorsz: goederen ende aengewesen pen: súllen trecken ende genieten in plaetse van Haere Moederlijcke goederen. Ende dat deselve daermede oock Contentement súllen moeten nemen. Wijders verclaert hij Testateúr dat alle sijnne kinderen voor Vaders goet eerst voor afgemeten ende trecken súllen elck f 5000:0:0 mede naer volgende gespecificeerde goederen ende partijen, als Eesrtelijck Johannes van Eijssel sijne Oústen Zoon sal hebben de portie ende gedeelde hem Testateúr Competerende inde ambachtsheerlijckheijt van Dúbbeldam (daerin den selve soo veele heeft als den Testateúr) ende dat voor de somme van f 4527:0:0 gelijck hem Testateúr de voorsz: sijne portie Cost ende noch 2 Húijsen inde Tollebrúghstraet samen voor f 700:0:0 maeckt f 5227:0:0. ende súlcx dat hij daer aen ten overen hebben een úijtkeren sal moeten aen sijnne súster Maria van Eijssel f 227:0:0. Maria van Eijssel sal hebben een stúck lants leggende inde Súijdthoeck bijde Klem sijnde schoon weijlant groot 6 mrn: 87 roeden etc. Noch eenen achtsten dach Zegen inde Leck voor f 500:0:0 soo die Jongst vercost is. [Maria net als iedereen f 5000.00.] Beatrcx van Eijssel sal hebben een stuck lants groot 5 mergen 393 roeden, gelegen in Nieúw bonaventúra naest het lant van Vander Hoeck, etc., [met rente brieven ook f 5000.00]. Govert van Eijssel sal hebben de weder helft vande 11 mrs weijlant int Oúdelandt van Strijen etc., noch sijns testatteúrs Vischstal etc., noch de helft vant' soúthúijs staende inde Vischstraet etc., [totaal ook f 5000.00]. Maria van Eijssel de Jongste sal hebben 5 mergen 60 roeden lants aenden meúlenwech int oúdelant van Strijen, achter belelt de erffgen: van Ena dircx Wed. was van Arnoúlt Cools, etc., [totaal ook f 5000.00]. Ende Adriana van Eijssel sal hebben een stúck weijlant gelegen int oúdelant van Strijen aende meúlenwech dat den Testateúr van Job Aertsz Welbooren heeft gehandelt sijnde púijcklant groot 6 mergen etc., [totaal ook f 5000.00]. Etc., [Cornelis stelt dat iedereeen gehouden is de goederen zoals hij heeft laten beschrijven te aanvaarden. Cornelis] prelegateert ende voorúijt gemaeckt te hebben etc., aen sijnen oútsten Zoon Johannes van Eijssel sijnen Wapenrinck, ende [h]oorlogie, ende aen Govert van Eijssel sijne Jongsten Zoon alle de mantels ende rocken tot sijns Testateúrs lijve behoorende. Ende de vordere sijns Testateúrs Cleederen van linnen ende wollen aende voorn: sijns Testateúrs beijde Zoonen omme onder henlúijden te parten ende deelen. Ende noch verclaerde hij Testateúr gelegateert etc., aen de húijsarmen staende onder de bedieninge vande diaconie vande Nederlantsche gemeente binnen deser Stede, 2 ordomantien vande gecomitteerde raden ter admiraliteijt binnen Rotterdam gegeven op haeren ontfanger generael Johan van IJck. Inhoúdende f 350:0:0 etc. [Cornelis stelt nu als voogden aan] Srs. Johannes van Eijssel sijnen Zoon ende Rochús van Wesel sijnen neef, [zoon van zijn zuster Elisabeth zie blz. 112 II.3.3] ende de selve sijnen Soon bevelende de administratie van sijns Testateúrs naer te laten goederen etc., [te regelen]. w.g. Cornelijs van eijssel.
       
- ona 20.95 fol. 222 [not. J. Schoormans] vermeldt: Op Húijden den 15-03-1660.
Compareerden etc., d'Heere Corn: van Eijssel Thesaúrier van de reparatien deser Stede, ende Sr. Johannes van Eijssel Coopman, [zijn zoon zie blz. 114 III.10.1] borger der selver Stede. Ende verclaerden henlúijden tesamen ende elck een vooral als pricipael geconstitúeert ende gestelt te hebben, als borgen voor Sr. Geerardt van dúijnen [de man van Cornelia van Eijssel zie blz. 113: II.3.5] mede coopman ende borger deser voorsz: Stede. Ende dat voor de voldoeningen ende betaelinge van alsúlcken Voornvisch als sij ofte ijemant van sijndert wegen daertoe van hen, ordre ende last hebbende in desen Jaere 1660, opten affslach tot Geertrúijdenberge sal Coopen ofte doen Coopen. Beloven sij compten: tsamen ende elkc een vooral, bij gebreecke van voorn: den Sr. van dúijnen, de belooffde pen: selven ten verschijndage te súllen voldoen ende betaelen tot dien eijnde gerenúnchieert hebbende etc. w.g. Cornelijs van Eijssel, Johannisvan Eijssel.
 
- ona 20.97 fol. 30, 130, 189 en 222 [not. J. Schoormans] vermelden: [dat Cornelis en Johannes zich voor Geraert borg stellen bij de visafslag van Geertruidenberg].
 
- ona 20.96 fol. 268 [not. J. Schoormans] vermeldt: Op Húijden den 28-10-1662.
Compareerden etc., Joffroúw Adriana van Casteren Húijsvr. vande Heer Cornelis van Eijssel Thesaúrier deser Stede, sieckelijk sijnde doch gaende en staende etc., [Adriana is met Cornelis op huwelijkse voorwaarden getrouwd (worden niet vermeldt) zij legateerd aan] Joffvr. Anna Marija de Namúr [zie blz. 116 de vrouw van II.10.8 Govert van Eijssel] haere nichte een eerlijck roú[w]cleet ter discretie vanden voorn: haeren man. Ende in alle ende gelijcke de verdere haere naer te laten goederen etc., [Adriana maakt tot universele erfgenaam] haeren voorn: lieven man d' heer Cornelis van Eijssel etc., [Cornelis krijgen de rechten over de boedel en zal gehouden ] wesen haerlúijden beijder dochter Adriana van Eijssel te alimeteren ende onderhoúden etc., aen de selve haere dochter voor haere moederlijcke goederen úijttereijcken ende betaelen de somme van f 7000:0:0. in welcke voorsz: alimentatie ende daer en boven haere Testatrices Cleederen van linnen ende wollen sijde off andere stoffen etc., [als voogden over Adriana worden gesteld Cornelis en Johannes van Eijssel haar man en zwager. Mocht Adriana komen te overl. dan gaat haar deel naar de voorkinderen van Cornelis, ieder krijgt f 6000,00 en ook aan haar nicht] Joffvr Johanna Maria de Namúr. Etc. w.g. aderiana van casteren.
 
- ona 20.96 fol. 269 [not. J. Schoormans] vermeldt: Op Húijden den 28-10-1662.
Compareerden etc., D' Heer Cornelis van Eijssel Thesaúrier deser Stede. Ende verclaerde tot voochdessen ende voocht over sijn onmondich dochterken, bij hem geprocúreet aen Joffroúw Adriana van Casseteren sijnne Jegenwoordigen Húijsvroúwe genommineert etc., te hebben, súlcx hij doet bij desen de voorsz: sijner húijsvrouwe ende Sr. Johannes van Eijssel sijnnen als mede den selven sijnnen Zoon als voocht over sijne andere onmondige kinderen etc., met macht omme bij overl. van ijemant van henlúijden, dat den langstlevenden, vandien vermogen sal een off meer geqúame persoonen neffens haer off hem te kiesen, etc., [deze voogden zullen aan] de weesmeesters deser Stede [een inventaris moeten leveren, die zij geven aan Adriana en Cornelis]. w.g. Cornelijs van eijssel.
 
- ona 20.125 fol. 31 [not. G. de Jager jr.] vermeldt: [Testament].
Op Húijden den 01-04-1677.
Compareerde etc., d heer Cornelis van Eijssel Oút thesaúrier deser Stede.
Etc. [Cornelis legateert aan] sijn húijsvroú Júffroúw Ahatha van Dongen de somme van f 250:0:0 etc., [hij legateert aan zijn dochters en zonen, zie ook ona 20.124 fol. 285 en ona 20.126 fol. 92]. w.g. Cornelijs van Eijssel
 
- ona 20.126 fol. 92 [not. G. de Jager jr.] vermeldt: [Testament].
Op Húijden den 19-07-1679.
Compareerde etc., d'heer Cornelis van Eijssel Oút t'hesaúrier deser Stede, etc. Soo verclaerden hij Heere Testateúr gelegateert te hebben aen sijne Húijsvroúw Júffroúwe Agata van Dongen de somme van f 150:0:0 jaarlijx soo lange sij leeft tot haar onderhoút te betalen alle 6 mnd. de gerechte helfte vandien. Sonder dat sijne Erffgenamen daar aen súllen vermogen t' corten, ofte compenseren soo daninge somme van penningen als sij nú aan den heere Comparant schúldigh is, ende noch schúldigh werden sal, úijt saecke sijne húijsvr. aen hem testateúr niet en heeft betaelt, ende bij langer continúatie vande qúade fortúne hare goederen overgecomen niet connen betalen f 250:0:0 Jaerlijx voor hare mont costen ingevolge van haer=lúijder húwelijckse voorwaerden in dato 05-01-1665 etc., ten ware sijne húijsvroúw wederom qúame tot soodaninge goede fortúne dat sij sonder verminderinge ende preindicie vande gelegateerde f 150:0:0 s'Jaers úijt haere eijgen goederen conde betalen, doch sijns Testateúrs Expresse wil ende meijninge is dat indien sijne voorsz: húijsvroúwe kiest ende aenvaert het gerechte vant voorsz: legaet van f 150:0:0 's Jaers, dat in súlcken gevalle sijn húijsvroúwe ofte hare Erffgenamen tot geredertijt súllen vermogen te Eijsschen ofte te pretenderen soodaningen somme van f 2000:0:0 als sij bij húwelijcksen voorwaerden úijt sijne goederen heeft bedongen, ende oft gebeúrde dat sijns testateúrs meegemelte húijsvroúwe qúame te verwerpen ende te repúdieren het legate van f 150:0:0 s Jaers en te kiesen f 2000:0:0 bij húwelijckse voorwaerden bedongen, soo wilt ende begeert hij testateúr Expresselijck dat aen den Selve f 2000:0:0 gecort súllen werden het gúnt sijne húijsvroúwe aen hem schúldigh is ende werden sal, úijt sacke sij Jaerlijcx niet betaelt eb heeft f 250:0:0 volgens húwelijckse voor waerden. Gelijck sijns testateúrs voorn: húijsvroú oock in allen gevallen gehoúden blijft aen hem testateúr te restitúeren den Diamant Rinck waerdig 100 Rijkdaelders in een testament boeck met goúden sloten bij hem onder anderen aen haer tot een morgen hare gegeven en bij haar welkom vercost aen hem testateúr etc.
Item prelegateert den selve Comparant aen sijne dochter júffroú Maria Codeús [de 1 mergen ende 155 roeden Schoon weijlant gelegen in de klem, wordt niet meer genoemd] d'somme van f 500:0:0, item aen sijne dochter Maria van Breedenhoff de somme van f 300:0:0 etc., [Cornelis stelt dat wat de kinderen bij huwelijk hebben gekregen niet tot de erfenis behoord maar het meerdere uit de erfenis moet betalen aan de belasting, er wordt herhaald wat ieder krijgt zie voorgaande ona 20.124 fol. 285. Verder noteer ik alleen wat extra wordt beschreven] Prelegateert noch aen sijne dochter Júffroú Adriana van Eijssel den diamant rinck ende testament boeck met goúde sloten hier boven gemelt, welcke de beijde d'selve sijne dochter aenstonts naar sijn overl. sal genieten ende ontfangen, gelijck hij oock aen haar is prelegateerde het paerle= snoer het welcke hij haar albereijts heeft ter hande gestelt. Item legateert [Cornelis] aen de húijsarmen van de dúijste gemeijnte f 100:0:0 etc. Voorts heeft hij de naargelaten kinderen van sijnen overl. sone Johannes van Eijssel salr. tot sijne erfgenamen geinstitúeert, in een somme van f 5000:0:0, waar van afgetrocken ende súlx daar aen gecort sal werden een somme van f 2500:0:0 te weten f 2000:0:0 Capitaels betaelt over 3 Jaren aen de wed. betaelt. Item noch f 200:0:0 voor de selve sijne sone aen mevroúw vander Mijl betaelt, makende samen f 2500:0:0. Etc., [Cornelis maakt nu zijn 5 kinderen tot erfgenaam] Júffroúw Maria van Breedenhoff, Beatrix Rijckers [zie III.10.7 blz. 116], de heer Govert van Eijssel, Maria Codeús ende Adriana van Eijssel etc., [Cornelis maakt tot voogden] van sijne onmondige ergenamen d'heer Govert van Eijssel. Mattheús Codeús ende Thomas Rijckers sijne tetstaeúrs soon en schoonsonen etc. w.g. Cornelijs van Eijsel.
 
Op blz. 114:
III.10.1        Johannes Corneliszn. van EIJSSEL, Koopman, Heemraad, gedoopt op 01 10 1626 te Dordrecht, begraven op 23 05 1688 te Dordrecht.
SAD ona 20.113 fol 146 [not. A. Muijs van Holij] vermeldt: Op Húijden den 27-04-1658.
Compareerde Aeltgen Poúwelsdr. Stadtsvroetmoeder oút ontrent 48 Jaeren húijsvroúwe van Michiel de vos Mr. Cleermar. Ende verclaerde sij Comparante ter Instantie ende versoecke van Sr. Jacob Rogiers borger deser Stede hoe dat bij haer getúijge inde maent van Janúarij des verleden Jaers 1657 sonder den perfecten dach onthoúden te hebbe tot haeren húijse gecomen is seeckere ongetrout Vroúwspersoon genaemt Cornelia gewesene diensmaecht van Sr. Johannes van Eijssel de welcke met haer getuijge in vrijheijt op haere kamer gegaen sijnde qúijt geworden is, eenich geconcipieert bloot wesende het beginsel van een vrucht ofte kinder waer op bij getuijge inpresentie van haeren voorsz: man Gij er mede Compereernde de voorsz: Cornelia gevraecht heeft met wien sij weeselijck geconverseert hadde. Ende wie Indien de voorsz: vrúcht intgeheel ende voldragen was geweest daer oft Vader soúde geweest sijn. Waer op sij Comaprante te samen verclaerden dat de voorsz: vroúwspersoon seijde dat het een Maeckelaersknecht was. Maer dat men het koijgen soúde, alsoo hij anders haer noijt en soúde willen trouwen. Eijnde in de etc. w.g. Michiel de Vos, Aelten poúwels.
 
Op blz. 116:
III.10.9        Mary (Marija) van EIJSSEL, gedoopt op 01 08 1641 te Dordrecht, begraven op 02 01 1728 te Dordrecht.
Ondertrouwd op 02 06 1669 te Dordrecht, gehuwd op 27 jarige leeftijd op 18 06 1669 te Dordrecht met Mattheus CODEUS, Apotheker, 37 jaar oud, gedoopt op 01 03 1632 te Dordrecht, begraven op 26 12 1713 te Dordrecht.
SAD: ona 20.123 fol. 114 [not. G. de Jager jr.] vermeldt: [Testament].
Op Húijden den 07-02-1670.
Compareede etc., Sr. Mattheús Codeús apoteker borger deser Stede ende júff: Maria van Eijssel sijne húijsvroú de welcke etc., malcanderen te maken etc., tot eenige ende úniverseel erfgenaam in alle goederen etc., [de langstlevende mag met de goederen naar zin handelen en is voogd over de eventuele kinderen en bij volwassenheid] úijt te reijcken onder hen allen eens d somme van f 4000:0:0. etc. [Mary krijgt als Mattheus overl. f 3000,00 en Mattheus krijgt als Mary overl.f 1500,00 plus goederen en kleding en ] item alle hare ingebrachte júweelen van goút ende selver tharen lijve behoorende sonder dat daar onder verstaen werden eenichsints begrepen te sijn de 3 goúde ringen ende het snoer peerlen bij haar testatrice van hem testateúr tot een morgengave ontfangen. [Als Mary overl. voor Matheus overl. gaat het als volgt:] Ende wilt hij testateúr dat d'voorsz: f 3000:0:0 ende alle sijne kleederen, aen sijne naaste vrienden ende erfgenamen súllen werden gedistribueert etc., aen sijn testateúrs broeder Dirck Codeus de som: van f 1000:0:0 ende daar en boven noch alle sijne voorn: kleederen. Item aen sijne súster Maria Codeús gelijcke somme van f 1000:0:0. Voorts aen sijne súster Catharina Codeús d'somme van f 500:0:0. Ende laaststelijck aen sijne súster Janneken Codeús gelijcke som: van f 500:0:0 etc. w.g. Matheús Codeús, Marija van Eijssel.
 
- ona 20.823 akte 6 [not. J. Vechoven] vermeldt: Húúrcedúlle, húúrpen: onder de f 600:0:0.
Op húijden den 22-05-1720,
Compareerde etc., Júffroúw Maria van Eijssel, wed. van de Heer Mattheús Coddeús, in sijn Leven int' Collegie van Mannen van Veertigen der Stad Dordrecht ter eenre: ende den Eerwaerden Heer Johan Witteboll, bedienaer des Goddelijcken Woordts binnen dese Stad ter endere Zijde: dewelke verklaerde aenden anderen verhúúrt, ende gehúúrt te hebben, etc., een húijs ende Erve staende ende gelegen in de Wijnstraet deser Stad, belend den húijse van Arij Plomp Mr bakker ter eenre, ende den húijse toebehorende de Erffgenamen van mevroúw Colriús ter andere zijde, ende dat voor de tijd van 1 geheel Jaer, etc., den Heere húúrder belooft heeft Jaerlijcks een Zomma van f 250:0:0 te betaelen etc., [de huurconditie worden beschreven]. w.g. Joh. Witteboll, Maria van Eijssel wed. Coddeús.
 
- ona 20.800 akte 108 fol. 551 [not. A. Cant] vermeldt: Testament onder kinderen de testateúrs gequotit.
Op Huijden den 22-12-1724,
Compareerde etc.: Júffroúw Maria van Eijssel, wed. van Zalr. d:Heer Mattheús Coddeús, in sijn Leven inden veertigen deser Stadt. Etc. [Mary vernietigt voorgaande testamenten en prelegateert] aen haar dogter, Júffroúw Adriana Coddeús, alle haar testatrices kleederen van Zijde, Linnen, Wollen en andere, mitsgaders alle de geschilderde familie=stúkken, geene úijtgesondert, etc. aen haaren Soon d:Heer Mattheús Coddeús, in den Veertgen deser Stadt, alle de gedrúkte en geschreve Boeken, gene geëximineert.
Nogh verclaerde de testatrice te willen ende begeren bij desen, dat haare dogter en soon, etc., [alle] meúbilen, húijsraet, ende imboedel, alsmede porselainen, etc., kisten, kasten, koper en tin, etc., [erven. Wat Mary aan ieder van de kinderen al heeft gegeven is niet van toepassing op het testament. Wel legateert zij aan haar dochter Maria].een Somme van f 400:0:0, Jaerlijkx, etc., bij de voorn: haar testatrices oútste dogter en soon te samen etc., alle ½ Jaar de geregte helfte vandien ten somme van f 200:0:0 úijt te keeren etc., ende dat gedúrende het Leven vande selve júff. Maria Coddeús, etc., [dit geld krijgen de kinderen uitbetaald van de opbrengsten van de landerijen en huizen die moeder Mary heeft, enz. enz. Mary sluit de weesmeesters en weeskamer uit van de boedel]. w.g. Maria van Eijssel wed. Coddeús.
 
Op blz. 143:
III.1        Dirck van der VLIST, Korenkoopman, gedoopt op 26 06 1686 te Dordrecht, overleden [na 1746] op 09-03-1772 te Vianen?
[zie ook op blz. 155: III.4.11 Margareta van ESCH, gedoopt op 01 08 1684 te Dordrecht, overleden op 05 10 1758 te Vianen op 74 jarige leeftijd en aanvulligen I].
SAD: ona 20.798 akte 73 fol. 345 [not. A. Cant] vermeldt: acte van koop.
Op Huijden den 26-06-1722,
Compareerde etc.: d'Hren Dirk, Jacob en Cornelis van der Vlist Cooplieden binnen dese Stadt, kinderen ende erffgenaamen van wijlen júffr: Elisabeth Blom, in haar Leven wed. dH. Nicolaes van der Vlist, ende súlkx eijgenaers voor d'eene helfte vant' naer te melden húijs; ende nogh den voorn: heer eerste compt, als Last ende procúratie hebbende van Júffr. Elisabet Marhand wed. wijlen dH. Dirck Woertman, item van dH: en mr: Johan Woertman, advocaat, van den Jacob Woertman Procúreúr, mitsgaders dH: Willem Verweij notaris voor de hove van utregt, in húwelijk hebbende júff. Anna Woertman, te samen kinderen van de voorn: juff. Elisabeth Marhand etc., [verkocht te hebben aan] mons: David de Heer Gerards, mede won. binnen dese Stadt; etc., de koop bekende en accepteerde bij desen, een geheel huijs ende erve staande ende gelegen inde Voorstraat over de Vriesestraat binnen dese Stadt, tússen den huijse van ….. aend'eene sijde, het huijs van …… aend'andere Zijde, etc., ende betalen de Somme van f 1800:0:0 etc., [mocht David de Heer niet met één kunnen betalen dan kan hij over 1 jaar tegen 4% rente p.j. ook betalen]. w.g. Dirck van der Vlist, Jacob van der Vlist, CornelsivanderVlist.
 
- ona 20.803 akte 39 fol. 133 [not. A, Cant] vermeldt: Procuratie ad negotia.
Op Húijden den 30-04-1727,
Compareerde etc.: DeHeeren Jacob, ende Cornelis van der Vlist, Cooplúijden binnen dese Stadt, als geinstitúeerde mede erffgenamen nevens de hier geconsitúeerde voor 1/3 part; van haare overl. Grootmoeder Júffroúw Cornelia van Peúrsúm [Peursom] zalr, wed. van deHeer dirk vander Vlist zalr, ende verclaerde de Comparanten geconstitúeert, magtigh gemaakt, etc., aen haar Ed: Boeder deHeer Dirk vander Vlist, mede Coopman binnen dese mede voorsz: Stadt, specialijk omme inden naam, ende van wegen de Constituanten met ende beneffens DeHeer Gijsbertús van Peúrson medicinae Doctor en Electeúr der Stadt Schoonhoven; als voogd etc., [Gijsbertus behartigt de belangen van minderj. mede erfgenamen] vande voorsz: júffr; Cornelia van Peúrsúm zalr; overl. binnen Schoonhoven; op den 08-03-1726; de vaste goederen bij haar naargelaten, te helpen vercoopen en tot gelden te maken, etc., [met elkaar wordt de boedel verwerkt en verantwoord]. w.g. Jacob vander Vlist, Cornelis van der Vlist.
[In deze akte wordt de O.datum van Cornelia Peursum vermeldt; dat maakt het mogelijk, in die periode, naar haar broers en zusters te gaan zoeken in de boeken van Schoonhoven. Wat resulteert in de hierna volgende gegevens van de familie Van der Vlist en Peursom:]
 
Boek Vink - Mallan op blz. 142:
Genealogie van der VLIST.
 
I.1        Claes Dirckzn. van der VLIST, Sergeant, gedoopt ca. 1595.
NA T.boek Schoonhoven 7:I blz. 69 vermeldt: Claes dircks J.G. van der Vlist met Hilligjen Jacobsz. J.D. van Schoonhoven, getr.
Ondertrouwd op 27 07 1619 te Schoonhoven, gehuwd op 17 08 1619 te Schoonhoven met Hilligjen Jacosdr. Gedoopt ca. 1598.
Uit dit huwelijk:
1.        Dirck Claeszn. van der VLIST (zie II.1).
2.        Marrichjen Claesdr. (Marijten) van der VLIST, gedoopt op 11 12 1625 te Schoonhoven.
NA: D.boek Schoonhoven 2 blz.32 vermeldt: Claes dircksn. Serchant [Sergeant] ende Hillichjen Jacobs, kind Marrichjen Claes.
T.boek Schoonhoven 7:II blz.184 vermeldt: Pieter van Asperen J.M. van Gorinchem met Marijtje Claes van der Vlist J.D. van Schoohoven.
Ondertrouwd op 01 10 1647 te Schoonhoven, gehuwd op 21 jarige leeftijd op 22 10 1647 te Schoonhoven met Pieter van ASPEREN, gedoopt ca. 1620 te Gorinchem.
RA Gorinchem: ora 15.500 fol. 41 vermeldt: Húijs den 15-07-1693 Corcum
Compareerde etc., Pieter van Asperen ende Clara Mejoor wed. van en geinstitúeerde erffgenaem van Jan van Asperen haer man, borger en borgeres deser Stadt, hebben getransproteert in volle ende vrijen eijgendomme overgedraegen etc., aen Joris van Barden mede borger seker húijs ende erff staende gelegen op de groenmerckt binnen deser Stadt met alle t' gúst daerin etc., oock met de Ledicant, bet sloten, ende 2 haert plinten, etc., belent ten noorden Niclaes Onnens ende ten súijde Johan van Gemis de oúde, streckende voor vande voorn: groenmerckt, achter tot de Cepingh vande hoeck toe volgens de brede daer van sijnde, sijnde vrij van hooft somme, renten etc. bekennende vanden Coop en transporte voldaen te sijn met f250:0:0 etc.
 
- ora 15.502 fol. 59 vermeldt: Húijs den 09-07-1695
Corcum, Scheepen en overs.
Compareerde etc., Pieter van Asperen als eenige geinstitúeerde erffgenaem van Hendrick Aertse Terloú in sijn leve borger en schipper, deser Stadt, en heeft in die qualitijt vercogt en overgedraegen aen en ten behoeve van Jan van dijck mede borger en schipper die mede compareerde bekende gecogt en bij transport aaengenomen te hebbe een damschúijt groot ontrent acht a negen last, met sijl, trijl, túl, clein stock, behaen, ende andere vaertúijch daer toebehoorde soo en súlcx, en soo groot en clijn als de voorn: damschúijt, bij de voorn: Hendrick aertse Terloú bevaeren en bij hem met de doodt nagelaten is, voren eenige lasten soo dat de voorsz: damschúijt, vrij en onbecommert op alle stromen en revieren mach passeren, bekennende der Compt: in qualitie voorsz: daer aen gaen geen meer recht ofte actie te respecteren etc., [de damschuit wordt gekocht voor] de somme van f 150:0:0.
w.g. Johannes Erkelens, pieter van asperen, jan van dijck.
 
3.        Anneke Claesdr. van der VLIST, gedoopt ca. 1630 te Schoonhoven.
NA T.boek Schoonhoven 7:II blz.190 vermeldt: Gerrit van de Bos J.M. won. tot Leijden met Anneke van der Vlist J.D. won. tot Schoonhoven getroút.
Ondertrouwd op 30 08 1650 te Schoonhoven, gehuwd op 25 09 1650 te Schoonhoven met Gerrit van de BOS, gedoopt ca. 1625 te Leiden.
 
II.1 [was I.1] Dirck Claeszn. van der VLIST, gedoopt op 09 10 1624 te Schoonhoven.
NA: D.boek Schoonhoven 2 blz.28 vermeldt: Claes dircksn. ende Hillichjen Jacobs, kind Dirck Claes.
- T.boek Schoonhoven 7:II blz.231 vermeldt: Dirck Claesse van der Vlist J.M. met Cornelia Peúrsom J.D. beijde won. tot Schoonhoven, getroút.
Ondertrouwd op 05 11 1659 te Schoonhoven, gehuwd op 23 11 1659 te Schoonhoven met Cornelia van PEURSOM, 20 jaar oud, gedoopt op 16 06 1639 te Schoonhoven, overleden op 08 03 1726 te Schoonhoven op 86 jarige leeftijd.
NA D.boek Schoonhoven 4:I blz.7 vermeldt: Cornelia, Vader Johannes Peúrsom Moeder Kúniertjen Arijens.
SAD ona 20.803 [not. A. Cant] vermeldt: O.datum in Schoonhoven.
Dochter van Johannes Corneliszn. van PEURSOM en Cuniertjen Arijensdr. (Cunera) ENDEVELT.
Uit dit huwelijk:
1.        Nicolaas van der VLIST (zie III.1).
2.        Johannis van der VLIST, gedoopt op 04 03 1663 te Schoonhoven, overleden voor 1668 te Schoonhoven.
NA D.boek Schoonhoven 4:II blz.152 vermeldt: Johannis, Vader Dirck Claesz. vander Vlist en Moeder Cornelia van Peúrsem.
3.        Jacobus van der VLIST, gedoopt op 24 03 1665 te Schoonhoven, overleden voor 1670 te Schoonhoven.
NA D.boek Schoonhoven 4:II blz.168 vermeldt: Jacobús, Vader Dirck Claesz. van der Vlist en Moeder Cornelia van Peúrsúm. Get. Pieter vande Speren.
4.        Johannis van der VLIST, gedoopt op 25 01 1668 te Schoonhoven.
NA: D.boek Schoonhoven 4:II blz.188 vermeldt: Johannis, Vader Dirck Claesz. vander Vlist en Moeder Cornelia vander Vlist [van Peursum].
T.boek Schoonhoven 7:IV blz. 379 vermeldt: Johannis van der Vlist J.M. met Maria Vergeer J.D. beijde won. tot Schoonhoven alhier getroút.
Ondertrouwd op 31 03 1690 te Schoonhoven, gehuwd op 22 jarige leeftijd op 18 04 1690 te Schoonhoven met Maria VERGEER, gedoopt ca. 1670 te Schoonhoven.
5.        Jacobus van der VLIST, gedoopt op 02 02 1670 te Schoonhoven.
NA: D.boek Schoonhoven 4:III blz.204 vermeldt: Jacobús, Vader Dirck Claesz. vander Vlist en Moeder Cornelia van Peúrsúm.
T.boek Schoonhoven 7:IV blz. 395 vermeldt: Jacobús van der Vlist J.M. met Sara Jonckheer J.D. bijde van en won. tot Schoonhoven att. gegeven.
Ondertrouwd op 01 01 1695 te Schoonhoven met Sara JONCKHEER, gedoopt ca. 1670 te Schoonhoven.
 
III.1        Nicolaas van der VLIST, Koopman, gedoopt op 21 09 1660 te Schoonhoven, begraven op 03 05 1702 te Dordrecht.
Ondertrouwd op 10 06 1685 te Dordrecht, gehuwd op 24 jarige leeftijd op 26 06 1685 te Dordrecht met Lijsbeth de BLOM, 19 jaar oud, gedoopt op 17 07 1665 te Dordrecht, begraven op 23 09 1715 te Dordrecht.
Dochter van Jacob de BLOM, Koopman, Kapitein, en Barbara Cornelisdr. ABBENBROECK.
Uit dit huwelijk:
1.        Dirck van der VLIST (zie IV.1).
 
IV.1        Dirck van der VLIST, Korenkoopman, gedoopt op 26 06 1686 te Dordrecht, overleden op 09 03 1772 te Vianen? op 85 jarige leeftijd.
Ondertrouwd op 31 05 1711 te Dordrecht, gehuwd op 24 jarige leeftijd op 16 06 1711 te Dordrecht met Margareta van ESCH, 26 jaar oud, gedoopt op 01 08 1684 te Dordrecht, overleden op 05 10 1758 te Vianen op 74 jarige leeftijd.
 
Boek Vink - Mallan op blz. 142:
 
Genealogie  van PEURSEM, PEURSOM.
 
I.1        Johannes Corneliszn. van PEURSOM, gedoopt ca. 1615.
Gehuwd met Cuniertjen Arijensdr. (Cunera) ENDEVELT, gedoopt ca. 1620.
Uit dit huwelijk:
1.        Cornelia van PEURSOM, gedoopt op 16 06 1639 te Schoonhoven, overleden op 08 03 1726 te Schoonhoven op 86 jarige leeftijd.
NA D.boek Schoonhoven 4:I blz.7 vermeldt: Cornelia, Vader Johannes Peúrsom Moeder Kúniertjen Arijens.
SAD ona 20.803 [not. A. Cant] vermeldt: O.datum in Schoonhoven.
Ondertrouwd op 05 11 1659 te Schoonhoven, gehuwd op 20 jarige leeftijd op 23 11 1659 te Schoonhoven met Dirck Claeszn. van der VLIST, 35 jaar oud, gedoopt op 09 10 1624 te Schoonhoven.
Zoon van Claes Dirckzn. van der VLIST en Hilligjen Jacosdr (zie hier voor).
2.        Marijtijntge (Martina) van PEURSOM, gedoopt op 07 03 1641 te Schoonhoven.
NA: D.boek Schoonhoven 4:I blz.26 vermeldt: Marijntge, Vader Johannes Peúrsom Moeder Kúniertje Arijens.
T.boek Schoonhoven 7:III blz.278 vermeldt: Joncheer Cornelis Botter J.M. Capiteijn in S Lants dienst met júffroúw Martina van Peúrsom J.D. beijde van Schoonhoven.
Ondertrouwd op 19 12 1670 te Schoonhoven, gehuwd op 29 jarige leeftijd op 04 01 1671 te Schoonhoven met Cornelis BOTTER, 30 jaar oud, Kapitein, gedoopt op 06 04 1640 te Schoonhoven.
NA D.boek Schoonhoven 4:I blz.12 vermeldt: Cornelis, ouders Gijsbert Corn: Botter, Merchjen Jans Blom.
3.        Ariaentge van PEURSOM, gedoopt op 20 04 1643 te Schoonhoven, overleden voor 1645 te Schoonhoven.
NA D.boek Schoonhoven 4:I blz.27 vermeldt: Ariaentge, Vader Johannes Peúrsom Moeder Kúniertje.
4.        Adriaen van PEURSOM, gedoopt op 07 03 1645 te Schoonhoven, overleden voor 1650 te Schoonhoven.
NA D.boek Schoonhoven 4:I blz.38 vermeldt: Adriaen, Vader Johannes van Peúrsom Moeder Cúniertjen Arijens.
5.        Cornelis van PEURSOM, Schepen, gedoopt op 15 01 1647 te Schoonhoven.
NA D.boek Schoonhoven 4:I blz.50 vermeldt: Cornelis, Vader Johan van Peúrsom Moeder Cúniertjen Arijens.
T.boek Schoonhoven 7:III blz.334 vermeldt: de Heer Cornelis Peúrsem J.M. Schepen deser Stede met júffroúw Anna Botters J.D. mede won. tot Schoonhoven, alhier gertoúwt.
Ondertrouwd op 02 02 1680 te Schoonhoven, gehuwd op 33 jarige leeftijd op 18 02 1680 te Schoonhoven met Anna BOTTERS, gedoopt ca. 1655 te Schoonhoven.
6.        Adriaen van PEURSOM, gedoopt op 01 03 1650 te Schoonhoven.
NA D.boek Schoonhoven 4:I blz.70 vermeldt: Adriaen, Vader Jan Cornsz. Peúrsom Moeder Kúniertjen Arijens.
7.        Nicolaes van PEURSOM, gedoopt op 28 11 1651 te Schoonhoven, overleden voor 1657 te Schoonhoven.
NA D.boek Schoonhoven 4:I blz.79 vermeldt: Nicolaes, Vader Johan Peúrsom Moeder Cúniertge Arijens.
8.        Adriana van PEURSOM, gedoopt op 01 07 1653 te Schoonhoven, overleden voor 1658 te Schoonhoven.
NA D.boek Schoonhoven 4:I blz.86 vermeldt: Adriana, Vader Johannes Peúrsom Moeder Cúniertjen Arijens.
9.        Casper van PEURSOM, gedoopt op 31 01 1655 te Schoonhoven.
NA D.boek Schoonhoven 4:I blz.97 vermeldt: Casper, Vader Johannes Peúrsom Moeder Cúniertjen Arijens.
10.        Nicolaes van PEURSOM, gedoopt op 18 04 1657 te Schoonhoven, overleden voor 1662 te Schoonhoven.
NA D.boek Schoonhoven 4:II blz.112 vermeldt: Nicolaes, Vader Johan van Peúrsom Moeder Cúniertgen Arijensdr.
11.        Adriana van PEURSOM, gedoopt op 10 10 1658 te Schoonhoven.
NA D.boek Schoonhoven 4:II blz.121 vermeldt: Adriana, Vader Johannes Peúrsom Moeder Cúnera Endevelt.
12.        Nicolaes van PEURSOM, gedoopt op 19 01 1662 te Schoonhoven.
NA D.boek Schoonhoven 4:II blz.145 vermeldt: Nicolaes, Vader Johan van Peúrsom Moeder Cúnera Ariensdr.
 
Op blz: 147:
II.1.3        Catharina de BLOM, gedoopt op 01 01 1609 te Dordrecht, begraven op 04 05 1667 te Dordrecht.
Ondertrouwd op 05 03 1656 te Dordrecht, gehuwd op 47 jarige leeftijd op 29 03 1656 te Dordrecht met Jan Joostszn. VILLEBOORT, Bakker, gedoopt ca. 1615 te Dordrecht, begraven op 30 09 1682 te Dordrecht.
SAD ona 20.137 fol. 345 [ A. van Neten] vermeldt: [Testament]
Op Húijden den 29-07-1658
Compareerden etc., d' eerbaere Catharijna Jacobs de bloem, wettige húijsvr. van Jan Joosten Vijlebart, backer ende borger deser Stede, etc., Siekenlijk naer den lichame te bedde leggende, nochtans haer verstandt, redenen ende menorie wel machtich, ende volcomentlijck gebrúijckende, etc., verclaerde eerstelijk gemaekt ende gelagateert te hebben, aen Elisabet Baerthouts dochterken van haer testatrice Súster Anna de bloem [zie blz. 147 II.1.4] haer goúde kettingh om het harst. Item de silveren erdeniem mette silveren kettingh inde koker, ende lesten rooden rock. Item alsnoch aen Cornelia Baerthouts desselfs súster, den anderen goúde kettingh om het harst sijnde een weijnich cleijnder als voorgaende mitsdaanders den Bijbel met silveren beslach, ende kettingh daer in met oock den gecolende Túrcxen Rock. Maeckt ende legateert alsnoch aen Jacob Jaocbsen de bloem, [zie blz. 148 III.10.1] Soontgen van haer testatrice Broeder Jacob de bloem, [zie blz. 148 III.10] een vier dobbelden guide pistolet, item het silveren Soútvat met pilaers.
Legateert alsnog aen het eerste dogterken soo Imanden van haer testatrice Broeder ofte twee sústers sal geboren werden, ende den naemen Catharijne door den Christelijcken doop sal ontvangen, den grootsten silveren beker. Item de goúde haijrnaelt, ende de silvere penning van Salomons oordeel, ende bij aldien geen dogterken van d'selve haer Broeder ende Sústers naer desen geboren soúde mogen werden ende den namen hebben van Catharijna in súlcken gevallen wilt ende legateert sij testatrice dat als dan d'selven Silver beker, goúde haijrnaelt ende silveren penning voorn: verhaelt gevende werden sal bij haer testatrice voorsz: Broeder Jacob de bloem. Item Anna de bloem ende Elisabeth de bloem etc
Verclaerde verder sij testatrice geprelegateert te hebben aen haer Súster Anna de bloem een den goúden claúvúrck [-vork]. Item aen haer Súster Elisabet de bloem den goúden dobbelden hoúprinck, mistgaders alsnog aen d'selve Anna ende Elisabet de bloem t'samen ende ieder hen beijden elcx naer de helfte alle cleerderen etc.
Gelijck zij testatrice als noch verclaerde gelegateert te hebben aen de vorengemelde twee dochterkens van haer Súster Anne de bloem genaempt Elisabeth, ende Cornelia Baerthouts: mitsgaders aen het Soontgen van haer Broeder Jacob de bloem mede genaempt Jacob, etc., [Catharina herhaalt dat het kind eventueel dat naar haar vernoemd zal worden ook krijgt] een dosijn Servietten. [Haar broer en 2 zusters of erfgenamen krijgen de inboedel iedereen 1/3 deel]. Heeft verder als noch sij testatrice gelegateert aenden voorsz: haeren Man Jan Joosten Vijlebart tot erkentenisse vande echtenlijke vrintschap ende liefde die sij den selven is toedragende, de rechte, bladinge ende vrúchtgebrúijck van soodaninch landts sij testatrice leggende heeft in Sandelingen Ambacht groot ontrent vijft Mergen: ende dat sijn leven lanck etc. Verclaerde alsnoch sij testatrice geprelegateert te hebben aen haere Súster Elisabet de bloem haeren diamant Roos ringh etc. w.g. bij mij katelein Jacobs de blom.
II.1. 4.        Anna (Anneke) de BLOM, gedoopt op 01 11 1613 te Dordrecht, overleden te Utrecht?
Ondertrouwd (1) op 04 11 1640 te Dordrecht, gehuwd op 27 jarige leeftijd op 27 11 1640 te Dordrecht met Baerthout Arienszn. MECHAN, 36 jaar oud, Borduurwerker, gedoopt op 01 08 1604 te Dordrecht, begraven op 17 09 1653 te Dordrecht.
Ondertrouwd (2) op 10 09 1656 te Dordrecht, gehuwd op 42 jarige leeftijd op 24 09 1656 te Dordrecht met Cornelis KEMPENAARS, Goudsmid, gedoopt ca. 1620 te Utrecht, overleden te Utrecht?
SAD: ona 20.111 fol 301 [not. A. Muijs van Holij] vermeldt: Op Húijden den 27-07-1656.
Compareerde Anna Jacobs de Blom wed. van Hr. Baerthoút Messian won. binnen deser Stede geassiteert met Cornelis Cempenaers haere gecozen voocht in desen won. tot Utrecht ter eenre. Ende Sr. Jacob de blom ende Jan Joosten Villeboort als getroit hebbende Catarina de Blom als oom ende behout oom respective van Elisabet ende Cornelia Messian minderj. kinderen van voorsz: Anna de Blom geprocreert bij den voorsz: Baerthout Messian Zalr. ter andre Zijde. Ende verclaerde de voorsz: Anna Jacobs de Blom naer dien sij hout als nú met den voorsz: Kempenaer in tweeden huwelijcken sal gaen begeven. Etc., [voor Elisabeth en Cornelia wordt vastgelegd dat zij recht hebben op] ijder den Som van f 2000:0:0 . Etc.
w.g. Cornelis Kempenaer, Anneken Jacobs de blom, Jacob de Blom, Jan Joosten vijleboort.
 
- ona 20.111 fol 308 [not. A. Muijs van Holij] vermeldt: [Huwelijkse voorwaarden]
Op Húijden den 27-07-1656.
Compareerde Sr. Cornelis Cempenaer Jonck[l]ing won. tot Utrecht geass. met Sr. Carel de Cempenaer Coopman sijnen vader won. tot Utrecht voorsz: toecomenden Bruijdegom ter eenre. Ende de Eerbaere Anneken Jacobs de blom wed. van Baerthout Messian geass. van Sr. Jacob de blom ende Jan Joosten Villeboort haeren broeder ende swager respective toecomende Bruijt ter andre Zijde. Ende verclaerde sij Comparanten ter eeren godes op handen te hebbe een aenstaende huijwelijck. Etc., [Anna en Cornelis maken de huwelijkse voorwaarden als volgt op] Sr. Carel kempenaer tot súbsidie ende oud omstant van desen aenstaenden húwelijcken met sijnen voorsz: soone ten húwelijcken geven sal, een Som van f 2000:0:0 in baeren gelde mitsgaders aen gereetschap tot des goútsmedens komste aen sijn voorsz: soone tegen woordich een Som van f 500:0:0 alsnoch een Lijffrentebrieff van f 25:0:0 Jaerlijcxs etc., van den voorsz: toecomende bruijdegom, onder Conditie dat den voorsz: Carel de Cempenaer sijn leven lanck geduijrende de Jaerlijcxse f 25:0:0 moet blijven genieten, dat den voorsz: toecomende bruijt daer Jegens Inne brengen sal alle haere goederen etc., [er wordt een uitzondering gemaakt voor de f 2000,00 die] sij opt Húijden aen haere 2 Jegenwoordigen minderj. kinderen met naeme Lijsbert ende Cornelia Messian etc., [zal zetten. Er wordt beschreven wat gedaan moet worden als Anna eerst overlijdt, dan zal Cornelis de zorg van de kinderen op zich nemen].
w.g. Corneliús de Cempenaer, Anneken Jacobs de blom, Carel de kempenaer, Jacob de Blom, Jan Joosten vijleboort.
 
- ona 20.112 fol 360 [not. A. Muijs van Holij] vermeldt: Op Húijden den 10-10-1657.
Compareerde Anna Jacobs de Blom ten echte gehadt hebbende Baerthoút Ariens Messian Zalr. asl moeder Ende voochdesse van haere minderj. kinderen etc. Ende verclaerde sij Comparante naer den voorsz: kinderen door doode ende overlijde van Cornelia Claesdr. In haer leven huijsvroúwe van Claes Jans Rocegen aenbestorven is seeckere besterffenisse volgens de testamentaire ofte andre dispositie van de voorsz: Cornelia Claesdr. Geconstitúeert machtich gemaeckt te hebben bij desen d' eersame Sr. Jacob de Blom. Ende Jan Joosten Villevoort Oomen maternel vande voorsz: haere kinderen te samen. Ende elcx int bijsonder. Omme uit den naeme ende van wegen haer Comparanten het recht van de voorsz: haere kinderen metten Instrest van den Boedel van den voorgemelten Claes Jans Rocegen ende Cornelia Claesdr. te helpen betrachten. Etc. w.g. Anna Jacobs de blom.
 
- ona 20.112 fol 99 [not. A. Muijs van Holij] vermeldt: [Testament]
In den namen des Heeren amen. Als men schreeff den 14-03-1657.
Compareerde Elisabeth Baerthoút Messian ontrent 14 jaeren Ende Cornelia Messian onttrent 13 jaeren gesústers. Jegenwoordich met haere Moeder won. tot Utrecht ende verklaeren sij Comparanten van meijningen te sijn etc., [in Godvruchtige bewoordingen wordt een testament op gemaakt]. Verclaerden sij testatricen daer inne tot Eenige ende universeele Erfgenaem te hebben, bij desen haere voorsz: Moeder Anna Jacobs de Blom wed. van Baerthoút Messian ende Jegenwoordig húijsvroúwe van Cornelis Cempenaer. Omme bij haer met alle deselven goederen gedaen te mogen werden haere vrijen ende eijgenen wille. Soo int vercopen etc., [zij sluiten de weesmeesters uit van de erfenis]. w.g. elisabeth Messian, cornelia messian.
 
Op blz. 151:
I.1.2        Cornelis Corneliszn. ABBENBROECK, gedoopt ca. 1624 te Oud Beijerland.
Gehuwd op 04 05 1659 te Oud Beijerland met Maria van RAVENSWAIJ, gedoopt ca. 1630 te Oud Beijerland. [zie aanvulling I]
SAD: ona 20.122 fol. 73 [not. G. de Jager jr.] vermeldt: Op Húijden den 04-09-1665.
Compareede etc., den Ed: Heer Jacob van Beveren Here van Sweijndrecht Oút borgermeester deser Stede. Ende bekend verhúijrt te hebben aen Sr. Cornelis Cornelisz. Abbenbroeck won. in oút Beijerlant, die alhier mede compareerde de selve húijre bekende ende accepteerde een stúck lants gelegen in Zúijt beijerlant metten helfent ingedijckt sijnde de seste cavel, belent ten Oosten d' erfgenamen vanden Heer thesaurier de bie, ten súijden het canael axke ofte boedelke, ten westen de ergenamen van den Heer van Haringkalpel, ten noorden den Zúijt beijerlanten dijck, ende noch een stúck lants gelegen in de voorsz: dijckagie als den kreek genaemt boedelke voorn: te samen mettet voorgenoemde stúck lants groot 33 mergen, etc., om ende voor de somme van f 28:0:0 voor ijder mergen jaarlijcx etc., [de voorwaarden om te huren worden beschreven] w.g. C Cornelisse Abbenbroeck.
 
- ona 20.122 fol. 398 [not. G. de Jager jr.] vermeldt: Op Húijden den 02-02-1668.
Compareede etc., den Ed: Heer Jacob van Beveren Heere van Sweijndrecht, gecommitteerde Raad vanden Ed: Groot Mog: hede State van Hollant: ende west vrieslant. Ende verclaerde de Heer Comparant mits dese te constitúeren, ende volmachtich te maken Adriaen van Blonckvliet secretaris van Sweijndecht omme in name ende van wegen des here Comparant vanden pachters ende húijrlúijden van sijn Edte: lande en woningen in te vorderen ende te ontfangen de te verschenen ende noch te verschijnen Lantpachters ende andre Incompsten sijn Edt: van haar competerende ende specialick van Corn: Cornelisz. Abbenbroeck won. in beijerlant. Qúitantiie en sijne geconstitúeerdens ontfanck te geven. Etc., [als Cornelis niet betaald wordt zijn grond en goederen in beslag genomen].
 
Op blz. 158:
III.1.8        Wouter SCHOORMANS, Goudsmid, gedoopt op 01 06 1611 te Dordrecht, begraven op 04 02 1661 te Dordrecht
SAD ona 20.132 fol. 59 [not. J. Muijs van Holij] vermeldt: Op Húijden den 26-11-1651.
Compareerden etc., Srs. Woúter Schoormans oút xl jaren ende josúa Ostermans oút xxx jaren, William merens oút 38 jaren silversmiths ende borger ende deser Stede. Ende verclaerde sij Comparanten: bij waere woorden etc., ter instantie ende versoecke van Sr. Herman Sonnnemans mede silversmith ende borger deser Stede, echtt waerachtich te sijn, hoe dat sij comparanten in de maent van febr. 1648 (sonder den perfectes dach onthoúden te hebben), int geselschap van eene schilder die hem noemde Matthijs vúijtens sijn geweest etc., was verhaelende, seggende onder andere tot diverschereijse dat hij geen eerlijck man was, ende dat hij hem daer voor noijt gekent hadde, maer dat hij een stúck dieve ende een stúck schelms was, dat den regt. des bisschop van Malga in Spanigies goút ende silver (twelck hij tot maeckes van een silverije ontfanght hadde), ontdragen ende mede door gegaen was. Ende verclaede den voorm: Schoormans int bijsonder dat hij eenige dagen nae dat hij den voorsz: Matthijs úijtens den voorn: scheltwoorden van regt. hadde geseijt. Ende eersens den regt. voor de Heer borgermr. indier hadde gecompareert geweest, etc. w.g. Woúter Schoormans, Josúa Ostermans.
 
Op blz. 175:
I.1.3        Geertruij van MARTWIJK, gedoopt ca. 1700 te Driel, begraven op 01 08 1758 te Dordrecht.
Ondertrouwd (1) op 07 01 1724 te Dordrecht, gehuwd op 23 01 1724 te Dordrecht, gehuwd voor de kerk op 23 01 1724 te Dordrecht met Johannes MALDER/MANDEL, gedoopt ca. 1700 te Dordrecht, overleden 1735 1736 te Oost Indiën?
Ondertrouwd (2) op 19 02 1739 te Dordrecht, gehuwd op 08 03 1739 te Dordrecht, gehuwd voor de kerk op 08 03 1739 te Dordrecht met Jan Willem HORSMAN, Kapitein, gedoopt ca. 1710 te Valkenburg, overleden voor 1758 te Dordrecht.
SAD ona 20.927 akte 25 fol. 81 [not. G. Verveer] vermeldt: Testament van man ende vroúw hebbende verklaard beneden de f 2000:0:0 gegoet te zijn.
Op Hijden den 15-02-1746
Compareerde etc.: Jan Willem Horsman, Captijn geweldiger van de Hollandsche Artillerij, en sijne húijsvroúw Geertrúij van Martwijk, bevorens wed. van Johannes Mandel, won. binnen dese Stad, etc., zijnde beijde tot het Testeren ten vollen beqúaam, etc.
[Jan Willem stelt Geertruij tot enige erfgenaam] omme daar mede te mogen doen en handelen na haar believen en welgevallen.
Komende de Testatrice nú tot hare voorgenome dispositie over desselfs naar te latene goederen, etc., dog vind Sig alvorens verpligt om was t mogelijk te vermijden alle rúsie en oneenigheijdt die ligtelijk soúde komen ontstaan op haar Testatrices overl. tússchen hare voordogter Alida Mandel, en haar Testatrices Jegenwoordige man, wegens het vadersbewijs van de voorsz: voordogter, te getúijgen dat toen haren 1e man Johannes Mandel in den Jare 1733 úijtgevaren was na Oostindien, zij Testatrice is blijven sitten in een seer geringe en slegten staat met den last der opvoeding van desselve hare voordogter, en bevond op zijn overl. 2½ jaar daar na, datter aan gagie maar te goets was f 30:0:0, die zij testatrice ter Camere van Middelbúrg, ontvange heeft gehadt; het is nú súlx dat als de kosten van opvoeding de gemelde hare dogter eens moeste werden toegereekent, haar vaders geheele naarlatenschap (sijnde geweest de helfte vanden gemeenen boedel van haar Testatrice en haren man soo als die is geweest op sijn overl.) bevonden soúde werden geabsorbeert te zijn. Egter verklaarde zij testatrice ten overvloeden aan deselve hare dogter Alida Mandel te maken voor haar vadersbewijs de voorn: f 30:0:0, etc.
Makende zij testatrice nog úijt hare naarlatenschap bij form van prelegaat aan de gemelde hare voordogter Alida Mandel alle Cleederen van Linden, Wollen, Zeijden en andere stoffen tot haar Testatrices Lijve eenigsints behoorende, dog waar jegens voor geegaliseert sal moeten werden gehoúden alle de Cleederen etc., van voorn: man Jan Willem Horsman. Etc., [Geertruij verklaard haar dochter tot erfgenaam voor de helft van haar goederen, maakt tot voogd Jan Willem en sluit de weesmeesters uit van de boedel].
w.g. ian willem horsman, dit merk + is getelt bij Geertrúij van martwijk.
 
Op blz. 189:
II.5        Cornelis Janszn. BOSMAN, Schipper, gedoopt ca. 1603 te Dordrecht, begraven op 26 07 1659 te Dordrecht.
SAD ona 20.111 fol 32 [not. A. Muijs van Holij] vermeldt: Op Húijden den 28-01-1656.
Compareerde Cornelis Jans Bosman, borger deser Stede. Ende verclaerde hij Comparant hoe dat hij op den 14-08-1655 verleden aen Sr. Willem Wijers in betaelinge vant gene hij Comparant aen den selve schúldich was gegeven heeft seeckere obligatie gepasseert voor de Schepenen van Comp: in Zeelant ten behoeve van hem Comparant voor de selve gepasseert bij Leendert Cornelis Poelen ter Somme van hondert ponden Vlaems te betaelen volgens den voorsz: brieve van dato den 27-11-1654 onder de Borchtochte van Cornelis tessijngh Scharsse dockter. Ende Claes prs: metser. waer aen hij Comparant geen recht ofte actie meer behoúden heeft. Etc. w.g. Cornelis Jansen bosman.
 
Op blz. 267:
IV.7        Casper (Jasper) de WIJS, gedoopt op 22 05 1721 te Dordrecht, begraven op 19 10 1770 te Dordrecht.Ondertrouwd (2) op 18 02 1751 te Dordrecht, gehuwd op 29 jarige leeftijd op 07 03 1751 te Dordrecht, gehuwd voor de kerk op 07 03 1751 te Dordrecht met Jacomyna (Anna) de KONING, 21 jaar oud, geboren op 05 04 1729 te Dordrecht, begraven op 25 02 1795 te Dordrecht.
SAD ona 20.934 akte 135 fol. 627 [not. G. Verveer] vermeldt: [13-12-1753, zie ook aanvullingen I Genealogie Soeteman, ona 20.933 akte 66 en 20.934 akte 60] Coops Conditie.
Conditien en voorwaarden waar op Jasper de Wijs als in huwelijk hebbende Jacomijntje de Koning naargelaten Kindskint van wijlen Jan Cornelisse Soeteman, van mijninge is op húijsen den 13-12-1753 etc., te verkoopen:
Een seer welgelegen en ter nering staande Hegt, Strek, doortimmert Húijs en Erve staande en gelegen op de Stadts Veste, ontrent de Pelsestraat binnen dese Stadt, tusschen het Huijs van Steven van de Werken aan de eene, en het Pakhúijs van Arij Lugten aan de andere zijde. Etc., [de koopcondities worden beschreven en het huis is verhuurd aan] Hermen Debben voor f 30:0:0 s'jaars etc.
Op Húijden den 15-12-1753, etc., gemeijnt bij Mons: Cornelis Noordegraaff, Binnenvader in het Gasthúijs deser Stadt, voor de Somma van f 230:0:0, waarvoren deselver is Cooper geworden, etc., w.g. C. Noordegraaf.
 
Op blz. 275: [zie ook aanvullingen I]
I.1        Roeloff Hendrikszn. de KONINGH, Stuurman ter zee, Schipper, gedoopt ca. 1700 te Christaanstadt Noorwegen, overleden na 09-05-1751.
Ondertrouwd (1) op 13 06 1727 te Dordrecht, gehuwd op 29 06 1727 te Dordrecht, gehuwd voor de kerk op 29 06 1727 te Dordrecht met Anthonia (Teuntje) SOETEMANS, gedoopt ca. 1705 te Dordrecht, begraven op 10 11 1745 te Dordrecht.
SAD ona 20.933 akte 104 fol. 407 [not. G Verveer] vermeldt: Coops Conditie.
Conditien en voorwaarden waar op de Meerderj. en voogden over de minderj. Erfgenamen van Wijlen Jan Cornelisse Soeteman, in sijn leven Borger deser Stad Dordrecht, van meijninge zijn op Húijden den 03-07-1752 etc., in 't openbaar op te doen vijlen etc., [en] te verkoopen:
De Húijsen en Erven met hare belendingen hier agter gespecificeert. Etc.
[De verkoopcondities worden beschreven].
Een welgelegen en ter nering staande Húijs en Erve, staande en gelegen op den hoek van de Pelsestraat aan de Vest binnen dese Stad, den hoek van deselve straat aan de eene, en t húijs van Steven van de Werken aan de andere zijnde.
Sijnde de benede woning verhúúrt aan Jasper de Wijs, Maselaar en Borger deser Stad, etc., [zie ook aanvullingen I Genealogie Soeteman, ona 20.933 akte 66 en 20.934 akte 60].
Op Húijden den 06-07-1752. Sijnde den dag van de finale vercooping, etc., en in 't afslaan gekomen tot op de Somma van f274:0:0, soo is 't selve daar voren gemijnt bij den Insetter Roeloff de Koning, verclarende hij deselve Coop etc., met sijne ondertijkeninge aan te nemen en te accepteren bij dese. w.g. Roeloff de Coningh.
 
Op blz. 308 van de Aanvullig I
I.1.2        Cornelia Aertsdr. (Neeltien) van OUTGAERDEN, gedoopt ca. 1596, begraven op 10 10 1665 te Dordrecht.
Ondertrouwd op 13 10 1630 te Dordrecht, gehuwd op 02 11 1630 te Dordrecht met Matthijs Leendertszn. van der SCHOOF, Bakker, Klerk, gedoopt ca. 1605 te Alkmaar, begraven op 08 10 1665 te Dordrecht.
SAD ona 20.110 fol. 220 [not. A. Muijs van Holij] vermeldt: [Testament].
In Name des heeren amen. Als men Schreef den 05-08-1655.
Matthijs Leendersz van der Schoof clerck ende gesont ende Neeltgen Arienssdr. van oútgaerden sieckelijk te bedde leggende, geechte Lúijden, nochtans hare redenen ende memorie ende verstandt seer wel hebbende etc. [Cornelia en Matthijs stellen de langstlevende tot universeel erfgenaam van alle goederen, tot voogd over de kinderen tot zij mondig zijn.] Ende alsdan over hen allen uittereijcken de Somme van f 1600:0:0 etc.
w.g. mathis Leendersen van der Schoof.
 
Op blz. 317:
III.11.4         Jannigje van PERSIJN, gedoopt op 28 06 1699 te Dordrecht, overleden op 22 01 1776 te Dordrecht op 76 jarige leeftijd, begraven op 27 01 1776 te Dordrecht.
Ondertrouwd op 16 05 1743 te Dordrecht, gehuwd op 43 jarige leeftijd op 02 06 1743 te Dordrecht, gehuwd voor de kerk op 02 06 1743 te Dordrecht met Christoffel van der STEEN, Witwerker, 58 jaar oud, gedoopt op 06 03 1685 te 's Gravenhage, begraven op 30 01 1768 te Dordrecht.
SAD ona 20.931 akte 13 fol. 37 [not. G. Verveer] vermeldt: Testament van Man en vroúw, hebbende verclaert gegoet te zijn geen f 2000:0:0.
Op Húijden den 01-02-1750 Compareerde etc., den Eersamen Christoffel van der Steen, witwerker won. binnen dese Stad, en d' Eerbare Jannigje van Persijn, Egte Lúijden, etc., [Jannigje en Christoffel maken een akte op de langstlevende, met instemming van de kinderen van Christoffel uit zijn eerder huwelijk. De weesmeester worden uitgesloten van de boedel]. w.g. chrisstoffel vander Steen, ijanaigie van persijn.
 
Op blz. 378 [zie ook aanvullingen I]:
III.1.11 Jeanne CATEL, gedoopt op 29 05 1672 te Sedan Frankrijk, begraven op 24 03 1745 te Dordrecht.
SAD ona 20.782 akte 11 [not. P. Venlo] vermeldt: Pro Deo.
Op Húijden den 06-03-1728,
Compareerde etc. dirk beúrvelt borger, ende Berber jans de húijsvroúw van jan termon, Maselaer won. bijde binnen dese Stadt, en van Competente oúderdom dewelke te acqúasitie van johanna Catel, wede: van andries Mallan in sijn leven voorsanger in de walsekerk binnen dese Stadt, reqte: [Jeanne Catel] verclaerde waar te sijn, ende eerst den eerste attestant, dat hij attestant int voorleden jaer heeft gewoont in de Vriesestraet, over het húijs van de reqte:, dat hij attestant alsdan, veel maelen ten húijse van de reqte: heeft sien komen thomas Mallan, althans voorsanger in gemelte walsche kerk, en dat denselven meest althoos dronken was, dat het ook seer dickwils is gebeúrt dat de reqte: ten húijse van hem attestant is komen Vlúgten seggende dat haer voorn: soon aen haer húijs een groot gewelt, geraas, en getier, was maekende, verklaerde nú de tweede attestante, daer omtrent een Jaer geleden, denselve, thomas Mallan (als hij de 6 weeken hadt) agt dagen ten húijse van haer attestante heeft gelogeert, en dat denselven in die tijdt sigh dagelijcx in de stercke drank off Jenever, soo heeft te búijten gegaen, dat hij genoegsaem altoos dronken was dat denselven thomas Mallan nú sedert drie weeken herwaers wederom ten húijse van haer attestante heeft gewoont, dat denselven in die tijdt Continúwe heeft geleeft als een beest, eetende op een onbeschofte manier en drinken daer een groote qúantiteit Jenever tot dat hij smoor dronken was, als wanneer hij sigh na bedt begaff legde voorgevende siek te sijn, en maekende meesten tijd van den dagh, sijn nacht, envan de nacht den dagh, waerdoor denselven een Continúeele onrúst in haer attestantes húijs verwekte maekende in sijn voorsz: dronkenschap ook seer dickwels een groot gewelt, getier en geraes in húijs. Sijnde het den Laets leden nacht nogh geneúrt, dat hij soo zeer dronken sijnde, de Camer bewijs hadt sodaning dat de vúijligheijt door de soldertrappen qúam aff lopen. Eijndigende de attestante hier mede haer verclaering en gevende voor reedenen van weetenschap als in den text presenterende mitsdien ider in sijn off haer reqúard te gene voorsz: (denoots) nader met solemneele eede te sterken, etc. w.g. dit X merk is gestlet bij dirk beúrvelt, dit + merk is gestelt bij Berber jans.
 
Op blz. 391:
III.23.4        Arendt van DIJCK, gedoopt op 24 12 1673 te Dordrecht, begraven op 20 08 1738 te Dordrecht.
SAD:ona 20.919 akte 58 fol. 135 [not. G. Verveer] vermeldt: Testament geen f 4000:0:0 gegoet.
In den Name des Heeren Amen.
Op Húijden den 13-11-1734
Compareerde etc. Den Eersamen Arent van Dijck, ende de Eerbare Marijke van der Linden, Egteman ende vroúw, Borger, en Borgeresse hier te Stede, gaande en staande, haarlúijder verstant, redenen en memorie zeer wel magtig, etc., [Arendt of Marijke stellen de langstlevende tot enige erfgenaam, de weesmeesters worden uitgesloten van de erfenis en t.z.t. de kinderen] úijt te keeren ende te voldoen de Zomma van f 2:10:0.
w.g. arent van dijck, Dit merk + is gestelt bij Marijke van der Linden.
 
- B.boek Nieuwkerk arch.11.69 mf301 vermeldt: een graft Aen het klokhúijs voor het leijk van Aerent van dijk in het tolbrúg straatie aen de lant seij laet kindere na.
Ondertrouwd op 01 03 1693 te Dordrecht, gehuwd op 19 jarige leeftijd op 15 03 1693 te Dordrecht met Marijke van der LINDE, gedoopt ca. 1670 te Dordrecht, begraven op 01 11 1749 te Dordrecht.
SAD B.boek Nieuwkerk arch.11.69/70 mf316 vermeldt: Marijke vand Linden wed. van Arent van Deijck voor in de Doolstrat laet kindere na, een best Graft.
 
Op blz. 399:
I.1.7        Anna Bruijnsdr. (van DIJCK), gedoopt op 01 05 1616 te Dordrecht, overleden na 22-06-1661.
SAD ona 20.120 fol. 237 [not. G. de Jager jr.] vermeldt: [Testament].
Op Húijden den 22-06-1661.
Compareede etc., Anneken Brúijnen ongebonden dochter Borgeresse deser Stede sieckelijck van lichaemen doch aen wel haer verstant, redenen ende memorie seer wel gebrúijckende etc. De welcke etc., legateert bij desen aen Maijken Brúijnen [zie I.1.2 boek blz. 398] wed. van Arent van dijck in sijn leven bierdrager, borger deser Stede haere súster, de somme van f 2:10:0. Item aen Floris de Brúijn hoútsager [zie I.1.6 blz. 399] mede borger deser Stede haere broeder gelijcke somme van f 2:10:0, noch aende kinderen van Zalr. Heijtie Brúijen [zie I.1.3 blz. 398] haere súster, de somme van f 1:5:0. noch aende kinderen van Zalr. Dingna Brúijen [zie I.1.8 blz. 399] zal mede haere Testatrice súster gelijcke somme van f 1:5:0. Eijndelijck soo verclaerde sij Testatrice tot haer eenich ende úniverseel erfgenaem gemaeckt gestelt ende geinstitúeert te hebben, etc., alle haere goederen etc., [aan] Aeltien Ariensz van Dijck húijsvroúwe van Lúcas Hendricksz. Gronthoút borger deser Stede, haere nichte. Omme met alle deselve goederen gedaen te werden haren vrije ende eijgen willen etc.
w.g. dit is het merck van Anneken brúijnen Testatrice.
 
Op blz. 400:
I.1        Aelbert MUYSERS, Kleermaker, gedoopt ca. 1620 te Venlo, begraven op 18 09 1697 te Dordrecht.
Ondertrouwd (1) op 05 10 1642 te Dordrecht, gehuwd op 19 10 1642 te Dordrecht met Geertruyd Pietersdr. PONSELAERS, gedoopt ca. 1620 te Hilden Duitsland, begraven op 14 10 1677 te Dordrecht.
Ondertrouwd (2) op 26 01 1681 te Dordrecht, gehuwd op 10 02 1681 te Dordrecht met Aeltghen Ariensdr. van DIJCK, 45 jaar oud, gedoopt op 01 09 1635 te Dordrecht, begraven op 08 12 1712 te Dordrecht.
SAD ona 20.100 fol. 626 [not. J. Schoormans] vermeldt:
Op Húijden den 02-02-1656. Soo hebben de wed. ende presente kinderen soo voor haer selven ende haer sterckmakende voor de absente kinderen ende Erffgenamen van Zar. Damis Dircxz Claptas vercost ende vercoopen bij dese aen Aelbert Múijsers Cleermaker borger deser Stede die den selven Coop bekent. Ende accepteert mits desen. Een geheel húijs ende erffve etc., staende ende gelegen inde Botgensstraet tússchen den húijse van Jacob le Blom aen d' eene ende de húijse van Bastiaen van Solingen aen d' andere sijde. Etc. [De koopcondities worden beschreven,] den voorn: Cooper belooft heeft etc., te betaelen de Somme van f 700:0:0. w.g. albert mieúsers.
 
Op blz. 402:
I.1        Hendrick GEERLING, Lakenverver, gedoopt ca. 1595 te Reckelinghuizen Duitsland, begraven op 02 03 1652 te Dordrecht.
Ondertrouwd op 11 04 1621 te Dordrecht, gehuwd op 09 05 1621 te Dordrecht met Elizabet (Lijsbeth) Symonsdr. CLAES, gedoopt ca. 1596 te Luik België, begraven op 23 08 1676 te Dordrecht.
SAD ona 20.90 fol. 413 [not. J Schoormans] vermeldt: Op húijden den 15-02-1652.
Compareerde etc., Sr. Huijbrecht Cornelisz Coopman won. te Rotterdam als getroút hebbende de wed. van wijlen Capt. Geerardt van Leeúwen, ter eenre. Ende Hendrick Jacobsz van de Beijch, Jan Mattheeúsz van Beverwijck, Jean Jarde, Jean Gregor, Corn: Smack, Laveriús van Búijtendijck, Herman vander Eijck, Lijsbeth Claes húijsvr. van Hendrick Geerlingh verwer ende Janneken Goossen húijsvr. Mr. Jacob de Haen te samen voor soo veel hen lúijden aengaet als hoúders van ettelijcke restcedúllen bij den voorn: Capt. van Leeúwen verleden aende bootsgesellen in sijnnen dienste ten behoeve vant gemeenelandt opte vernoemde Jachten ende pontons geweest sijnde in den Jaere 1643. Ter ander sijde. Ende verclaerde sij Compten. metten anderen overcomen, verdragen ende geaccordeert te wesen nopende het voldoen vande voosz: restcedúllen soo de voorsz: tweede Compten. ende andere die absent sijn, ende desen accorde mede approberen súllen, te Eijsschen hebben. Súlcx sij Compten: overcomen, verdragen ende accorderen mits desen, namenlijck dat den voorn: Huijbrecht Cornelisz overleveren sal ten behoeve vanden Eijsschers ende pretendenten vanden voorsz: restcedúllen. Eerst een affrekeninge bij den Ontfr. Eene Philps Doúblet gegeven ende verleent op 02-04-1647. Innehoúdende ter somme van f 4781:06:0, ende noch 1 ordonnantie bij de Heeren Raden van State der vereenichde Nederlanden gegeven opte voorn: Heere Ontfr. Philps Doúblet, etc., [er zijn nog meer schuldbekentenissen die verrekend moeten worden, die door Van Leeuwen niet voldaan zijn maar nu door Huijbrecht als 2de man van de wed. voldaan zullen worden. Allen tekenen de akte ook Elizabet].
w.g. Dit merck is gestelt bij de voorsz: lijsbeth Claes.
 
II.4        Hendrick GEERLING, Chirurgijn, Lakenverver, gedoopt op 01 06 1630 te Dordrecht, begraven op 22 04 1694 te Dordrecht.
Ondertrouwd op 01 12 1658 te Dordrecht met Jacomina JONCKTIJS, 26 jaar oud, gedoopt op 01 07 1632 te Dordrecht, begraven op 21 01 1692 te Dordrecht. [zie ook op blz. 406: II.1.2]
SAD ona 20.116 fol. 152 [not. J. Reijns] vermeldt: [Testament].
Op Húijden den 03-03-1670.
Compareerde etc., Mr. Henrick Geerling Mr. Chirúrgijn, ende Jacobmina Joncktijs Borger, ende Borgersse deser Stede, echte man ende vroúw etc., de voorsone van haer Testatrice met name Jacobús Perck[s] [zie blz. 407: boek III.2.1] verweckt bij Mr. Michiel Perck in sijn leven Mr. Chirúrgijn binnen deser Stede, naer dato deses te onderhoúden voor den tijdt van 80 mnd. in eet, dranck, cleedinge, ende reedinge, ende voorts naer Vaderlijckel plicht in alle deúchtsaemheijt op te voeden etc., [Hendrick en Jacomina maken de langstlevende tot universeel erfgenaam]. Mits dat de langstlevende haer beijder gemeender kinderen met naeme Hendrick, Lijsbeth, Anthonij ende Johannes Geerling, etc., gehoúden sall sijn eerlijck te alimenteren, ende onderhoúden etc., [en] úijt te reijcken de Somme van f 25:0:0 etc., [wie het langst leeft is voogd(esse) over de kinderen; de weeskamer wordt uit gesloten]. wg. Hendrick Geerling, Jacopmina Joncktijs.
 
[zie ook aanvullingen I]
II.4.1        Hendrick GEERLING, Lakenkoper, gedoopt op 16 05 1659 te Dordrecht, begraven op 03 12 1739 te Dordrecht.
Ondertrouwd op 27 02 1684 te Dordrecht, gehuwd op 24 jarige leeftijd op 16 03 1684 te Dordrecht met Soetje BUITENDIJCK, 20 jaar oud, gedoopt op 19 04 1663 te Dordrecht, begraven op 02 08 1718 te Dordrecht.
SAD ona 20.788 akte 80 [not. A. Cant] vermeldt: Testament de testateúren verclaren inden 200ste pennt: niet bekent te staan.
Op Huijden den 21-11-1710, Compareerde etc.: Sr. Hendrik geerlingh, ende júffr. Soeta Búijtendijk, egtelúijden won binnen dese Stadt, etc., [Hendrick en Soetje verklaren een testament d.d. 15-06-1691 ongeldig, stellen de langslevende tot erfgenaam, voogd over het kind of de nog te wekken kinderen en uit te keren] de Somme van f 100:0:0. etc. [sluiten de weesmeesters en de weeskamer uit van de boedel.]
w.g. Hendick geerlingh, dit is gestelt soetje met de hant van Soeta Buijtendijk.
 
Op blz. 406:
II.1        Anthoni Ewoutszn. JONGH THYS, Tabak- en Wijnkoper, gedoopt op 01 08 1604 te Dordrecht, begraven op 25 07 1661 te Dordrecht.
Ondertrouwd op 22 07 1629 te Dordrecht, gehuwd op 25 jarige leeftijd op 07 08 1629 te Dordrecht met Mariken Claesdr. (Maria) van BOLENBEECK, 20 jaar oud, gedoopt op 01 06 1609 te Dordrecht, begraven op 05 04 1673 te Dordrecht. [zie ook: Op blz. 409: I.1.7]
SAD: ona 20.104 fol. 27 [not. A. Muijs van Holij] vermeldt: Op Húijden den 07-02-1648.
Compareerde etc., Jan de both Viscooper ende borger deser Stede ende verclaerde hij Comparant ten verzoecke van Antonij Jongtijs Wijncooper binnen deses Stede hoe dat hij getúijge op den 12-12-1647 naer sijn best onkomt geweest is met ander geselschap ten húijse van eene Stoffel bordels tapper binnen deser Stede ende dat alsdan aldaer in Compe. gecomen is Jacob Bijl een vande pachters van de Wijnen over Dordrecht ende de drie omleggende eijlanden. Ende dat hij getúijge alsdan tegen den voorsz: Bijl seijde vragen geseijt oft sij eenen eenen Isaack van Wijngaerden gegijselt ende bij de beenen hadde over t'fraúderen van 3 ochoofden [een okshoofd is een inhoudsmaat] wijnen, die men seijde naer bergen gegaen te sijn. Waer op de voorsz: Bijl tot antwoort gaft Ja hij sit inde Gijselinge maer Ick weet wel waer de voorsz: Wijn gebleven was (niet naer bergen, maer alle ten Húijse vanden voorsz: Stoffel bordels in de Herberge Zeehont ende inde Visstraet ende al drie inde visstraet. Eijndende hij getúijge sijn melde etc.
 
- ona 20.114 fol. 51 [not. J. Reijns] vermeldt: Op Húijden den 22-02-1648.
Compareerde etc.: Sr. Húbrecht Roossboom Deken ende vant Viscoopers Gilde, mitsgaders Gerrit Roelants de Hardt, ende Gerrit van Dúijnen oút Deken, ende tegenwoordich Acht mannen van den voorsz: Gilde, verclaerenden voor de rechte met ware woorden etc., ten versoúcke ende Instantie van Hans Waggeren pontgaarder ende borger deser Stede, dat Anthoni Joucktijs Wijncooper ende borger der voorsz: Stede is won. int gemeen gilthúijs vant voorsz: Vischcoopers Gilde. Ende dat den voorsz: Joncktijs hem nevens de voorsz: wijncoop man mede is generende met vercoopen van tabacq soo int gros als int cleijnen. Ende goede kennisse sijn hebbende dat ten húijse van den voorsz: Joncktijs dagelijcxs veele persoonen sijn freqúenterede soo om tabacq te coopen, als een pijptabacq aldaer te comen súijgen etc.
 
- ona 20.104 fol. 151 [not. A. Muijs van Holij] vermeldt: Op Húijden den 05-07-1648.
Compareerde etc., Jacob Hermans Húijstimmerman ende Johannes Blomdeel desselfs knecht beijde wesende van competente oúderdom. Ende verclaerde sij Comparanten ten verzoecke van Antonij Jongtijs borger deser Stede. Hoe dat sij getúijge wel op den 10, 11 ende 12 dach der maent december 1647 verleden gewerckt hebben, op de visch steijgert voor de groote Vismarckt binnen deser Stede. Omme alsdan niet versocht sijn vanden pachters van den wijnen over deser Stede, dubbel van --- inde ende Merwede; omme --- niet --- genomen te hebben, ofte --- december gelijck verstaet een --- hoofden Wijnen aldaer vanden --- ofte gewerckt sijn in seeckere booten die int water soude --- hebben gelegen, ofte niet. alsoo sij getúijge verclaerden gedúijrende haer voorsz: werck aldoen, oft ende aen gegeven etc. [door de vele inktvlekken is een deel niet te lezen maar het gaat over de 3 okshoofden wijn waar nog belasting over betaald moet worden!].
 
- ona 20.114 fol. 142 [not. J. Reijns] vermeldt: Op Húijden den 01-05-1649.
Compareerde etc.: Pestibús post nominatis [na genoemd], Isaac van Wijngaerden Borger deser Stede, ende Bekende gecedeert, getransporteert, ende overgedraegen te hebben, aen ende ten behoúve van Anthoni Joncktijs Wijncooper ende Borger deser Stede soo danigen Statie ende pretensie als hij Comprt. soúde mogen becomen ter saecke van de compositie van de Pachter vande wijnen binnen deser Stede met de tapters, Herbergiers en anders aengegaen, ende hij Comprt. tot een premiúm voor de Aenbrenginge vande selve Compositie aen de Groot: Mo: Heeren de Gecomiteerde Raet vande State van Hollandt soúde comen te genieten. Ende bekende sij Comprt. daer van voldaen te sijn tot sijnen genoegen den eersten Peaij: met den Laetsten. Beloovende den selven Joncktijs dien selven niet meer te molesteren etc.
 
- ona 20.114 fol. 144 [not. J. Reijns] vermeldt: Op Húijden den 01-05-1649.
Compareerde etc.: Isaac van Wijngaerden Lieútenant van Capt: Cornelis Glaes Borger deser Stede. Ende bekende wel ende deúgdelijck schúldig te sijn aen Anthoni Joncktijs Wijncooper ende Borger deser Stede etc., de Somme van f 87:10:0 ter saecke van deúchelijcke geleende daden aen getelde Paeij: hij hem Comprt. ten dancke ontfangen. [Isaac betaald f 20:0:0 p.j.] voor de Paeij.
 
- ona 20.114 fol. 183 [not. J. Reijns] vermeldt: Op Húijden den 06-09-1649.
Compareerde etc. Jan Vervoorn Borger deser Stede, ende verclaerde bij Ware woorden etc., te Instantie ende versoecke van Anthonij Joncktijs coopman van Wijnen en Tabacq, waerachtich te sijn hoe dat hij Comparant inde Maent van december 1647 sich vervoecht heeft ten húijse van Sr. Johan Schoormans Waert in het Moorjaenshooft in Dordrecht ongevaerlijck de clocke negen úijren savonts den 11 vande voorsz: Maent december alwaer doen ter tijt gegijselt was eenen Isaack van Wijngaerden alsdoen waeren ende dat wegens de pachters vande Wijnen, ende hij compt: eijsschende een pint wijn qúam den voorsz: waert Schoormans bij hem, den welcken bij hem compt: gevraecht sijnde wat is hijer te doen, waerop hij Schoormans antwoorde het is mijn heet Isaack van Wijngaerden is alhijer gegijselt wegens de pachters vande Wijnen en maeckt groot gebaer ende getier met Schelden als anders, ende doet qúalijck alsoo hij daer aen vast is. want Joncktijs meenende daer mede den Reqúirant sit hijer boven mede in gijselinge ende heeft andere verclaringe gedaen. Waer op hij Comparant den voorsz: Schoormans antwoorde seijde dat liecht ghij als een Schelm. Want ick come soo datelijck van Joncktijs ende gaen datelijck wederom naer hem toe, waermede hij compt: betaelde sijn pint wijn is noch gegaen ende sanderendaechs smorgens hij compt: comende van den Stadthúijse wierde geroepen vanden voorsz: Joncktijs alwaer bij comende t'sijnen hem vant aldaer den voorsz: Waert Schoormans ende wiert hem compt: gevraecht vanden voorn: Joncktijs, Vervoorn hebt ghij met tegen mijn geseijt dat Schoormans op gisteren seijde dat ick mede aldaer gegijselt sat. Waerop hij compt: antwoorde Jae ende Monsr. Schoormans het sijn immers ú eijgen woorden, waerop op de voorsz: Schoormans geseijt eenige woorden mompelende is datelijck stille eijgen wegh alle t'gúnt voorst staet verclarende. Aldús gepresenteert binnen Dordrecht.
 
- ona 20.114 fol. 361 [not. J. Reijns] vermeldt: Op Húijden den 17-09-1651.
Compareerde Anthoni Joncktijs Coopman van Wijnen en tabacq, won. binnen deser Stede. Ende verclaerde etc., overgedraegen te hebben ten behoúve van Sr. Abraham de Gelder hanteeren soodanigh recht actie ene pretensie als hij spreckende heeft tot laste van Jagen den proúcken voor desen gewoont hebbende in den Dorpe ende Heerlickheijt van Strijen ter Somme van f 93:09:4 etc., ter saecke van coop ende leverantie van wijnen ende tabacq, etc.
 
- ona 20.114 fol. 465 [not. J. Reijns] vermeldt: Op Húijden den 10-12-1652.
Compareerde etc.: overlúijders gilt ende deeckens als nametlijck Steven adriaensse Schen ende Arendt jansen van Demt overlúijder Cornelis Evertszn. van Eijssel [zie boek blz.: 113 III.10] Schoút ende Gerrit Roelants de Hardt, Cornelis Wens, Gerrit van Dúijnen, ende Barent Cop, Deeckens vant Vischcoopers Gilden binnen deser Stede, ende bekende inde voorschr: qúaliteijt verhúijrt te hebben etc., aen Anthonis Joncktijs Wijncooper borger deser Stede, etc. Een geheel húijs, Erve, Wijnkelder, ende verderen gevolge vandien staende ende gelegen ontrent de Vischmerckt binnen deser Stede genaemt den Salm sijnde het gilde húijs vande Vischcoopers ende dat voor de tijdt van 5 achtereenvolgende Jaeren etc., voor welcke húijre den húijder belooft te betaelen de Somme van f 192:0:0 Jaerlijcxs blijvende daer en boven noch gehoúden te betaelen den gerecht derde part inde verpondinge etc., [het gilde bedingt dat zij mogen gebruiken] de groote Camer int voorsz: húijs ofte andersints genaempt de Vischcoopers Camer, benevens de achter Camer dienen naempt de Ceúcken, ende túrfsolder. Etc., [er wordt van Antoni verwacht dat hij de kamers schoon houdt en er worden nog enkele condities beschreven om te mogen huren]
w.g. Anthonij Joncktys.
 
II.1.2        Cornelia JONCKTIJS, gedoopt op 01 06 1636 te Dordrecht, begraven op 24 06 1710 te Dordrecht.
Ondertrouwd op 27 04 1659 te Dordrecht met Johannes RENS, 22 jaar oud, Herbergier, gedoopt op 01 05 1636 te Dordrecht, begraven op 29 03 1710 te Dordrecht.
SAD ona 20.115 fol. 341 [not. J. Reijns] vermeldt: [Testament].
Den 14-02-1660.
Compareerde etc., D' Eersamen Johannes Reijns Abrahamssoon ende Cornelia Joncktijs Anthonisdr. Borger, ende borgeresse deser Stede geechte man ende vroúw etc. [Cornelia en Johannes stellen dat de langstlevende] tot sijnen oft haeren eenige ende úniversele Erffgenaem is alle de goederen, roerende ende onroerende, hebbende ofte vercrijgende, acten ende crediten, goúdt en silver, gemúnt ende ongemúnt, cleederen, lijwaert, dier wollen, etc., [de langstlevende] gehoúden blijft haer lúijder beijder kinderen etc., te alimenteren ende onderhoúden etc.
w.g Johannes Rens , Cornelija Joncktijs.
 
III.2        Jacomina JONCKTIJS, gedoopt op 01 07 1632 te Dordrecht, begraven op 21 01 1692 te Dordrecht.
Ondertrouwd (1) op 22 06 1653 te Dordrecht, gehuwd op 21 jarige leeftijd op 06 07 1653 te Westmaas met Michiel PERCKS, Chirurgijn, gedoopt ca. 1625 te Dordrecht, begraven op 14 08 1657 te Dordrecht.
SAD: ona 20.115 fol. 237 [not. J. Reijns] vermeldt: [Testament].
Den 09-08-1657.
Compareerde etc., Mr. Michiel Perck Chirurgijn ende Jacobmina Joncktijs Anthonisdr. geechte man, ende wijff won. binnen deser Stede etc., de voorsz: Michiel Perck leggende siekelick te bedde doch sijn verstaendt hebbende ende memorie machtich etc., ende Jacobmina Joncktijs gesont naar den lichaeme etc., [Jacomina en Michiel stellen dat de langstlevende] tot sijne ofte haere eenige ende úniversele Erffgenaem etc., [de langstlevende; wat gezien de begr.datum Jacomina is] gehoúden blijft haerlúijder beijder kinderen te alimenteren ende onderhoúden etc., [en bij mondigheid] úijt te reijckende somme van f 100:0:0. etc. Stellende tot voochden over over de voorsz: haer te naergrlaten kinderen Anthonijs Joncktijs, ende Johannes van Eijssden. w.g. M Perck, Jacomina perck.
Ondertrouwd (2) op 01 12 1658 te Dordrecht met Hendrick GEERLING, 28 jaar oud, Chirurgijn, Lakenverver, gedoopt op 01 06 1630 te Dordrecht, begraven op 22 04 1694 te Dordrecht.
 
- ona 20.116 fol. 68 [not. J. Reijns] vermeldt: [Request ingediend tussen 25-03 en 18-04- 1665].
Aen mijne E: Heeren Búrgermr. ende Regeerders der Stadt Dordrecht.
Geeft met behoorlijcke ende schúldige reterentie te kennen Hendrick Geerling Mr. Chrirúrgijn Borger deser Stede als getroúwt hebbende Jacobmina Joncktijs daer wed. was wijlen Michiel Perck in sijn leven mede Mr. Chrirúrgijn ende Borger alhier, des selve comende te overl. naer gelaeten heeft eene sone met name Jacobús Perck geprocreert bij de voorn: Jacobmina Jomcktijs met geene ofte weijnige middelen die Súffisant soúde mogen sijn tot alimantatie ende onderhoút vanden selven sijns súpplt: troúwe sone veel min tot soo danigen exercitie als waeren sij súpplt: van meijninge is hem op te voeden ende onderwijsen namentlijck int selve handtwerck daer mede sij súpplt: hem nú is generende: T is nú súlcxs dat inden voorleden Jaere 1664, alhier is comen te overl. Petronella Jans Dommelroij wed. wijlen Jacob Michiel Perck sustitúërende tot haers Eenige, ende úniversele Erffgenaems in alles haere goederen die sij soúde comen naer te laeten Mr. Johannes Perck haer testamentrice Sone, daer bij veel afflijden desselfs kinders voor de eene helfte, ende Jacobus Perck sijnde een soon van haer Testatrices soon Michiel Preck voor d' andere helfte, stellende tot voochden over de minderj. etc., de voorn: Johannes Perck, ende Willem van Blijborch pontgaerder alles nader blijckende bij den testamente ten desen: de welcke hem súpplt: ofte sijne húijsvroúwe noijt eenige openinge van des overledens boedel als wel behoorde hebben gedaen, niet tegenstaende veele inperpelatien, daer toe aengewendt. Ende aengesien den súpplt: de voorn: niet alleenlick costelick ende moeijerlick soúde wessen, etc., [Hendrick Geerling verzoekt, uit eindelijk, de heren burgermeester en rechters jaarlijks om opening van de boedel door de voogden van] het Capitael den voorsz: Jacob Perck, etc., te betaelen ende úijt tereijcken omme ten eijnde alsvoren tot desselfs voordeel etc.
 
Op blz. 407:
III.2.3        Jacob PERCKS, gedoopt op 19 04 1655 te Dordrecht, begraven op 21 03 1673 te Dordrecht.
SAD ona 20.116 fol. 211 [not. J. Reijns] vermeldt: [Testament].
Op Húijden den 06-02-1673.
Compareerde etc., Jacobús Perck Borger binnen deser Stede. Ende verclaerde etc., tot sijnne eenige ende úniversele erffgenaeme Jacobmina Geerling [Joncktijs] Sijnne moeder, in alle de goederen etc., omme daer mee te doen haeren vrijen ende eijgen willen, etc., (behoúdens het respect ende de Eerweerdicheijdt van de Ed: Weescameren deser Stadt) etc. Willende dat alle t gene voorschr: staet sijn Volcomen effect sorteren sall etc.
w.g. Jacobús perck.
 
Op blz. 408:
I.1        Claes Janszn. van BOLENBEECK, Kousenmaker, Lakenkoper, gedoopt ca. 1564 te Breda, begraven op 23 01 1642 te Dordrecht.
Ondertrouwd (1) op 30 10 1588 te Dordrecht, gehuwd op 13 11 1588 te Dordrecht met Susanneke Joerisdr. PETERSEN, gedoopt ca. 1565 te Gent België, overleden voor 1602 te Dordrecht.
Ondertrouwd (2) ca. 1602 te Dordrecht? Echtgenote is Cornelia Gerartsdr. (Neelken), overleden voor 1614 te Dordrecht.
Ondertrouwd (3) op 28 09 1614 te Dordrecht, gehuwd op 19 10 1614 te Dordrecht met Aeltgen FIJNEMANS, gedoopt te Dordrecht, begraven op 23 02 1655 te Dordrecht.
SAD: ona 20.82 fol. 6 [not. J. Schoormans] vermeldt: [13-01-1640].
Conditien ende Voorwaarden daer op Gijsbrecht van Haerlem in meijninge is te vercoopen op húijden den 13-01-1640. Een geheel Húijs ende Erffve etc., staende ende gelegen op te nieuw Haven bijde Groote Houte brúgge tússchen den húijse van Balthasar de Latoúr [zie boek Vink Mallan I.1.3. op blz. 74] aen d' een, ende het ledich erffve van Claes Jansz Bollenbeeck aen d' andere sijde.
 
- ona 20.90 fol. 344 [not. J Schoormans] vermeldt: [Testament]
Op Húijden den 07-11-1651.
Compareerde etc. D'eerbare Aeltgen Fijnemans wed. wijlen Claes Jansz van Bollenbeeck won. binnen deser Stede, gesont van lichame etc. Dewelkce aenmerckende dien verclaerde etc., haere testament [te maken]. Etc. [Aeltgen legateert aan] anneken Jans wed. van Jan Claesz van Bollenbeeck de somme van f 200:0:0. Noch aen Súsanna van Bollenbeeck húijsvr. van Dionijsiús van der dack gelijcke somme van f 200:0:0. Noch aen Margareta Herman Claesdr. de somme van f 500:0:0. Noch aen Johannes Gúilliúame Soone van Gúilliúam Hermans de somme van f 50:0:0. Noch aen Willem Reijniersen Sone van Reijnier Hermans de somme van f 100:0:0. Noch aen Govert Herman Claeszoon de vrúchten ofte Jaerlijcx Innecomen vande somme van f 500:0:0 sijn leven lanck gedúijrende, welcke vrúchten ofte innecomen bijde naergenomineerde Erfgen: etc., aen hem jaerlijcx súllen moeten werden úijtgekeert maer het Capitael sal aende Erfgenamen blijven. Noch aen den selven Govert Herman Claeszoon de vrúchten ofte innecomen vande somme van f 300:0:0 mede sijn leven lanck etc., bijde naergenoemde erffgen: ofte haere margareta Herman Claesdr. mitsgaders de kinderen van Zar. Catharijna Herman Claesdr., daeraen sij Testatrice de selve ende legateert bij dese. Noch aen de voorsz: naergen: kinderen van Catherijna Herman Claesdr. de somme van f 200:0:0. Noch aen Aelbert Hermans Claeszoon de somme van f 300:0:0. Noch aen Reijnier de Fijnemans Testatrices broeder etc., de somme van f 800:0:0 mitsgaders de Inboel die sij Testatrice bij Inventaris onder eijgenhant sal stellen, verteijckenen sondermeer aende kinderen van Govert de Fijneman haere Zar. Die t hare Sterfdage noch int leven súllen de somme van f 800:0:0 . Noch aende húijsarmen staende onder de bedieninge vande Dúijtse gemeente binnen deser Stede de somme van f 200:0:0. Noch aen Anna Pieters de Waster won. de vriesestraet de somme van f 25:0:0. etc., [Aeltgen vermaakt haar goederen aan] Sr. Geerit Willemsz Maes ende IJdagie Claesdr. etc.
w.g. Aeltgen fijnemans.
 
- ona 20.92 fol. 143/(144) [not. J Schoormans] vermeldt: [Testament]
Op Húijden den 10-09-1654.
Compareerde etc., d'eerbaere Aeltgen fijnemans wed. wijlen Claes Jansz van Bollenbeeck won. binnen deser stede, gesont van lichaeme gaende ende staende etc., [Aeltgen herroept voorgaande testamenten]. Verclaerde gelegateert te hebben etc., aen Súsanna van Bollenbeeck húijsvroúwe van Dionijsiús van der Dack, de somme van f 200:0:0 eens. Noch aen Margareta Herman Claesdr. De somme van f 500:0:0 eens. Noch aen Johannes Gúilliaúmme Soone van Gúilliaúmme Hermans, de somme van f 25:0:0 eens. Noch aen Govert Hermans Claes Zoon, de vrúchten ofte jaerlijcke Innecomen van de somme van f 350:0:0 sijn leven lanck etc. Noch aenden selven Govert Herman Claes Zoon etc., de somme van f 400:0:0 etc., [als Govert overl. ] súllen de selve f 400:0:0 gedeelt werden bij de naergenoemde Erfgenamen oft haere descendenten, ende bij Margareta Herman Claesdr. mitsgaders bij de naergelaten kinderen van Zar. Catherijna Herman Claesdr. daer aen sij Testatrice de selve maeckt ende legateert bij desen. Noch aende voorsz: naergelaten kinderen van Catherijna Herman Claesdr. de somme van f 150:0:0 eens. Noch aen Aelbrecht Herman Claes Zoon, de somme van f 300:0:0 eens. Noch aen Reijnier de fijneman haer Testatrices broeder, etc., de somme van f 700:0:0 eens mitsgaders al den Inboel die sij Testatrice bij Inventaris, met haer eijgen hant sal onderteijckenen, sonder meer. Noch aende kinderen van Govert de fijneman haeren broeder Zar. die t'haeren Sterfdage noch int leven súllen sijn. De somme van f 1100:0:0 eens. Noch aenden húijsarmen staende onder de bedieninge vande Diaconie vande dúijtse gemeente binnen deser Stede. De somme van f 200:0:0 eens. Ende Noch aen Anneken Pieters, Waster won. in de Vriesestraet de somme van f 25:0:0 eens, indien de selve t haer Testatrices overl. noch int leven is. Etc. [Aeltgen vermaakt alle andere goederen aan] Sr. Geerit Willemsz Maes, ende IJda Herman Claesochter, etc. [Aeltgen sluit de weesmeesters uit van de erfenis].
w.g. Aeltgen fijnemans.
 
I.1.1        Jan Claeszn. van BOLENBEECK, Lakenbereider, gedoopt op 01 11 1589 te Dordrecht, begraven op 07 01 1642 te Dordrecht.
Ondertrouwd op 20 04 1614 te Dordrecht, gehuwd op 24 jarige leeftijd op 11 05 1614 te Dordrecht met Anneken Jansdr. CONINCX, gedoopt ca. 1590 te Dordrecht,
SAD: ona 20.90 fol. 339 [not. J Schoormans] vermeldt: Op Húijden den 27-10-1651.
Compareerde etc., D'eerbare anneken Jans Coninck wed. van Zar. Jan Claesz van Bollenbeeck, de welkce bekende schúlidch te wesen, aen Anneken willemse wed. wijlen Hans Rúel, d'somme van f 300:0:0, vúijt saecke van deúgdelijcke berekende Schúlt, waer van sij Compte: verclaerde haer, te vergenoegen, etc., te betaelen ende restitúeren aende voorn: Anneken willemse etc., met f 50:0:0 t'Jiaers wel meeder maer niet minder, waer van den 27-10-1652 de eerste f 50:0:0 etc., [Anneken Jansdr. zal als borg stellen] seeckere twee Húijskens mette beterschap vant' erft staende ende gelegen beneffens den anderen op Stadts gront búijten de Speúijspoorte bij de geldenloosen pathe, etc. w.g. Anneken Conincks wed. van Jan claese van bolenbeeck.
 
- ona 20.118 fol. 26 [not. G. de Jager jr.] vermeldt: Op Húijden den 27-02-1652.
Compareerde etc., Anneken Jans van Bolenbeeck wed. van Jan Claasz. van Bolenbeeck, won. alhier binnen Dordt., de welck verclaerden dat sij nú al op den 05-05-1650 bevelende aen haren sone Johannes van Bolebeeck aengewesen ende overgedragen heeft etc., de melioratie, ende beterschap van seecker erff, sijne een raamte ende túijn met oock een húijsken opt voorn: erff, staende, welcke erff gelegen is búijten de Spúijpoort, belent ten oosten de Spúijpoorts wegs, ten súijden de raamte van Lodewijck Verhagen, ten westen het túijntien van haar Comparante, jegenwoordigh in húijre beseten worden bij Corn: Leendertsz. Wijn ende ten noorden de raamte van Gillis Jacobsz. wagemaker welcke Assignatie ende overgifte sij Comparante verclaerde gedaen te hebben, etc., tot voldoeninge ende betalinge van de erffenisse, den voorn: Johannes bolenbeeck aengecomen van sijnen vader Zal:, haer eerst Comparante overl. man. Etc. w.g. Anna Conijnckx wed. Jan van bolenbeeck.
 
- ona 20.115 fol. 63 [not. J. Reijns] vermeldt: [14-01-1654].
Conditien Ende Voorwaarden waer op Sr. Mattheeús van Hoúdaan Coopman won. tot Rotterdam, ende Cornelis van Halmael [man van Cornelia van Bolenbeeck, zie I.1.9 boek blz. 409] won. tot Amsterdam, als last ende procúratien hebbende van Anna Conincx wed. van wijlen Jan Claasz. van Bolenbeecq is, meeninge is op húijden sijnde den 14-01-1654 int openbaer den meest biedende te vercoopen een geheel húijs, ende Erve met allen sijnen toebehooren staende, daer gelegen ontrent het Stadthúijs tússchen den Húijse van Francsois van Hemert aen d' eene, ende den Húijse daer in woont de Concherchie van het Stadthúijs voorsz: aen d' emdere sijde. Etc., [de condities waarop het huis gekocht kan worden zijn beschreven]. Conditie Vant Húijs van Anna Conincx.
Compareerde Sr. Mattheús van Hoúdaen in qúaliteijt als in hooft van deser Conditien soo voor hem selven, ende hem sterck maeckende voor Cornelis van Halmael, etc., gelijck hij vercoopt aen Johan Gregoor Laeckencooper, Borger deser Stede het húijs, ende Erve etc., [Jan Gregoor] belooft te betaelen de Somme van f 3500:0:0 etc. Ende sall in t voorsz: húijs aldaer gelaeten werden Eerstelijck den fornúijs staende achter inde achterkeúcken met den loode búijsen ende verdere gevolgen. Noch een Linde en Wolle caste staende inde voorkeúcken. Etc.
 
Op blz. 409: [zie ook aanvullingen I]
I.1.7        Mariken Claesdr. (Maria) van BOLENBEECK, gedoopt op 01 06 1609 te Dordrecht, begraven op 05 04 1673 te Dordrecht.
Ondertrouwd (1) op 22 07 1629 te Dordrecht, gehuwd op 20 jarige leeftijd op 07 08 1629 te Dordrecht met Anthoni Ewoutszn. JONGH THYS, 25 jaar oud, gedoopt op 01 08 1604 te Dordrecht, begraven op 25 07 1661 te Dordrecht.
Ondertrouwd (2) op 02 12 1663 te Dordrecht, gehuwd op 54 jarige leeftijd op 16 12 1663 te Dubbeldam met Abraham van WIJNGAERDEN, Kastelein, Conciërge, gedoopt te Dordrecht, overleden voor 1673.
SAD: ona 20.142 fol. 722 [not. A. van Neten] vermeldt: Op Húijden den 01-11-1663,
Compareerde, etc., d'eersame Abraham van Wijngaerden, Casteleijn vanden Doel binnen deser Stede wedn. toecomende brúijdegom ter enre, ende d'eerbare Maria van Bollenbeeck wed. van Sa: Anthonij Joncktijs won. binnen de selve stede toecomende brúijt geadsesteert met Sr. Hendrick Geerlinck [Geerlink], Johannis Reijns [Rens], ende dionijsiús van der dack, hare behoúd Sonen ende Swager testeteúre ter andre sijde. Ende verclaerde d' partij etc., omme gesamentlijck te van Godts ende tot haren Selver Salicheijt te vergaderen inden grislijke egten State van hoúwelijck etc., [Mariken en Abraham laten de condities beschrijven voor de huwelijkse voorwaarden (zeer algemeen), Mariken brengt in het huwelijk mee] hare goederen en de Somma van f 600:0:0 etc.
w.g. abraham van wijgaerden, Marija van bolenbeeck, Hendrick geerlingh, J Rens, dionijsiús vander dack.
       
- ona 20.116 fol. 217 [[not. J. Reijns] vermeldt: [24-04-1673].
Staadt, ende Inventaris van alle soo danige mobile goederen als met de doodt ontrúijmpt ende naergelaeten sijn bij Sar. Maria van Bolenbeecq laetst wed. van Sar. Abraham van Wijngaerden binnen deser Stadt overleeft, gemaeckt tem versoúcke van Henrick Geerling Mr. Chirúrgijn, ende Johannes Rens borgers deser Stede, respectivelijck getroút sijnde aen Jacobmina Joncktijs ende Cornelia Joncktijs Anthonisdrs. geprocreert bij den voorsz: Anthonis Joncktijs, ende dochters van de voorschn: Maria van Bolenbeeq Sar. etc., op den 24-04-1673.
Lijwaet.
3 paer slaeplaeckens, 3 paer sloopen, 9 vroúwen hembden, 6 witte schortcleeden, 7 witte nacht halsdoúcken, 15 neús doúcken,
11 treck mútsen, 1 servet, 12 neerstelen, 5 witte gapers, 5 paer poinietten, 3 paer moúwen, 1 La baer,
3 blaewe schorte cleen.
Wolle
2 swaerte húllple mantels, 1 swaerte túrcxse mantel, 1 roode schaerlaecken rock, 2 slechte roode rocken,
1 gecoúlleúrden onderrock, 1 swaerte túrcxse schort, 1 swaerte schort, 1 swaerte túrcxse rock,
2 rock lijven soo oúdt als nieú, 1 tabberts lijff, 2 oúde borstrocken,
2 paer hoosen, met een swart capert, 2 paer múijlen, met een swart húlsen, 1 bedde met een peúlúwe,
1 paer oircússens, 1 witte Deecken, 1 groene Deecken, 1 bedde cleedt, 1 paer gúardijnen voor het bedt met 1 rabbath, ende 1 schoorsteencleetje, 1 gestreept tafelcleedt, 1 moff,
1 swaerte leen stoel met een cússen.
        Goúdt, Silver boúcken ende schilderijen.
1 goúde haijrnaelt, weech 6 engels 29 once. 1 silvere oirijser. 1 bijbel met veel waert ende noch 7 andere boúcken.
1 Testament, Psalmboúck met silvere ringen.
5 Schilderijen.
1 geschrijnwerckte cas [kast].
1 comfoor tafelken.
1 secreet cofferken.
4 aerde schotels, ende 2 commen. 1 spiegel.
In contanten gelde gevonden f 6:3:0
Werdt tot incomen van desen boedel gebracht de somme van f 54:1:0 die Mr. Henrick Geerling aen den voorschre: boedel schúldich is.
Aldús gedaen, ende geinventariseert ten versoúcke als in hooft van desen in precentie etc.
w.g. Jacobús Geerlingh, Hendrick geerlingh, J Rens.
 
Op blz. 411:
II.1.3        [was I.1.3] Ferdinandus ALLEMAN, Ballasthaalder, Korenmeter, gedoopt op 19 08 1657 te Dordrecht, begraven op 11 03 1710 te Dordrecht. [zie aanvullig I]
SAD ona 20.128 fol. 584 [not. G. de Jager jr.] vermeldt: Op Húijden den 09-10-1688.
Compareede etc., Ferdinandús Alleman, ende Maarten de Meij als getroúwt hebbende Jennetje Allaman beijde won. alhier etc., ende voor hare úijtlandige broeder Jan Alleman. De welcke verclaerden etc., magtich te maken ende volcomen procúratie te geven bij desen Sr. Petrús van Son mede notaris binnen dese Stede etc., om alle haren Comparanten Saken, op ende jegens eenen Igelijcken en dat soo well int eijschen als verweren, alle dagen ende termijnen van rechten t' obsetenen, te verzoecken, de voordeligen te doen etc., als oock mede allen anderen grieven en beswarenisse, te mogen appelleren etc., [er wordt uitgebreid omschreven wat de notaris voor bevoegdheden krijgt maar waarom het gaat wordt niet beschreven! Dan is het toch leuk om de handtekeningen te verwerken]. w.g ferenandús Alleman, maerten demeij.
 
Op blz. 432: [zie ook aanvulling I.]
II.1        Dirck Dirckszn. van der GRAEFF, Kleermaker, gedoopt op 06-02-1639 te 's-Gravenhage, begraven op 21 01 1694 te Dordrecht.
SAD ona 20.124 fol. 311 [not. G. de Jager jr.] vermeldt: Op Híjden den 25-03-1675,
Compareerde etc., Dirck van de Graaff Mr. kleermaker ende Cornelis van Bijlevelt beijde borgers deser Stede. Ende verclaarden sij comparanten hen lúijden elx een voor als ende als princepaal schúldenaer etc., te stellen tot borgen voor Adriaen an der Húlck mede borger deser Stede ende dat voor de voldoeninge ende betalinge van ende soo danige gemeenelants imposten als de voorn: Adriaen van der Húlck op morgen vanden Ed: Heeren Commissarissen ende Ed: Grootmog: Heeren State van Hollant ende westvrieslant húeren ofte pachten sal. Omme oft gebeúrde dat de selven Adriaen van der Húlck in gebreke bleeff int geheel ofte deel te betalen de pachtpenningen die hij sal beloven, etc., [Dirck en Cornelis moeten dan de schuld betalen]. w.g. dirck van de graef.
 
Op blz. 436: [zie ook aanvulling I blz. 318.]
II.1        Lambert LAMBINON, Wijnkoopman, gedoopt ca. 1598 te Dordrecht, begraven op 01 03 1670 te Dordrecht.
Ondertrouwd (1) ca. 1622 met Jeanne DONNEAU, gedoopt ca. 1600, overleden voor 1638 te Dordrecht.
Ondertrouwd (2) op 24 10 1638 te Dordrecht, gehuwd op 08 11 1638 te Dordrecht, gehuwd voor de kerk op 09 11 1638 te Dordrecht met Cecilia de MEYER, gedoopt ca. 1605 te Luik, begraven op 16-08-1652 te Dordrecht.
Ondertrouwd (3) op 13 09 1654 te Dordrecht, gehuwd te Hendrik Ido Ambacht met Anna LIBERT, gedoopt ca. 1616 te Luik België, begraven op 18 12 1675 te Dordrecht.
SAD: ona 20.80 fol 205 [not. J. Schoormans] vermeldt: Op Húijden den 26-11-1635.
Compareerde etc., Pr. rogh passement mr. ende borger binnen deser Stede oút ontrent 37 Jaeren, den welcke ter instantie ende ten versoecke van Sr. Pr. Beijen Coopman binnen deser selven Stede bij waere Christelijcke woorden etc., getúijcht ende verclaert, hoe dat hij Compt: op ten 21ste deser maent aen den midach ontrent de clocke 2 úijren metten reqt: in desen ende de wed. van Zar. Wattij Húse heeft geweest ten húijse van Sr. Lambert Lambinon. Ende gehoort, dat den selven reqt: ende voorn: wed. jegens den voorsz: Lambinon hebben geseijt, dat hij alsúlcke 9 karren ysere potten ende ketels wegende omtrent 11 off 12000 pont, volgens de vrachtbrief daervan sijnde hoúdende opten voorn: Lambinon als facteúr en Toebehoorende de voorn: Wed. ende affgesonden van Lúijck bijde voorsz: haeren man Zar., soúde stellen ende overleveren in hande vanden reqt: in desen, alsoo de selve wed. de voorsz: ysere potten ende ketels die onderwegen waren om herwaerts te comen, aende reqúirant opten 20ste desen maent hadde getransporteert, het welcke den voorn: Lambert Lanbinon belooffde te doen mits dat den voorsz: reqt: hem soúde betalen Zijnne provisie, het welcke den reqt: hem toeseijde. Tot Confirmatie vant welcke hij attestant verclaerde dat den voorn: Lambinon ende den reqt: in desen malcanderen de hant hebben gegeven. Eijndende hiermede zijnne deposút etc.
 
- ona 20.109 fol 52 [not. A. Muijs van Holij] vermeldt: Op Húijden den 18-04-1654.
Compareerde Sr. Lambert Lambinon Coopman. Ende borger deser Stede als ten huwelijck gehadt hebbende Secielia de Meijer die wed. was van guilliam Quintin. Ende dien volgende gesúrrogeerde gestelde voocht over desselfs weeskinderen. Ende verclaerde hij Comparant dat al hoe wel Sr. Cornelis van den Broeck als getroút hebbende Anna Quintin, [zie boek blz. 442 I.2.1] dochter van den voorsz: guilliam Quintin op húijden voor Scheepenen deser Stadt Dordrecht transport gedaen heeft aen ende ten behoefve van den Hr. francois de Laertsteecker Stadthoúder van den Hr. Baillú van Strijen van een Som van f 2000:0:0 metten Intrest vandien ad 5 pml: wesende d' eerste, in seeckeren briefve van f 6000:0:0, die hij Comparant op den 19-07-1641 ten behoefve van de weeskinderen vanden voorsz: Quintingh. Tot verseeckeringe van haere vaderlijke goederen gepasseert heeft, nochtans bij den voorsz: van den Broeck daer op door handen van den voorsz: de Laertsteecker ofte sijne ordre niet meer ontfangen is als een Som van f 1800:0:0, die den voorsz: van den Broeck niet jegenstaende de resterende f 200:0:0 int regardt van den voorsz: Heere de Laertsteecker voor den voldoenige van den voorsz: f 2000:0:0 is accepterende ende aennemende bij desen, de welcke hij den voorsz: Sr. Lambinon boven ende beneffens die f 4000:0:0 die den voorsz: van den Broeck in den voorsz: brieve noch resterende sijn, aen den selve belooft te betaelen over 1 jaer oft ten langsten 15 mnd. naer datum deser metten Intrest. Ende de costen daer om te doen vandien, etc., [Lambert zal dus alle gelden en de 5% rente betalen], doch sal den voorsz: Lambinon mettelertijt tot vercoopinge vande Huijsinge waer op het voorsz: geheele Capitael van f 6000:0:0 verseeckert is, omme bij vercoopinge den voorsz: Hr. van den Broeck de resterende f 4200:0:0 mette Intrest vandien naer verloop van tijt te doen genieten, etc., [dit aanbod wordt door Cornelis aangenomen]. w.g. L Lambinon, Corn: van den Broeck.
 
- ona 20.113 fol. 9 [not. A. Muijs van Holij] vermeldt: Op Húijden den 08-01-1658.
Compareerde Sr. Lambert Lambinon Coopman binnen deser Stede. Ende verclaerde hij Comparant vercocht te hebben de vierde raempte vande schiptimmerwerfve búijten de Spúijpoort deser voorsz: Stadt tússchen de raempte van Gillis Jacobsz waegema[ke]r. aen den eene. Ende de raempte van Frans willemsz droochscheerder aen den andre Zijde wesende Stadtsgront met alle soodanige vrijdomme. Etc., aen Sr. Willem Palm mede Coopman verhúijr die den voorsz: coop accepteerde voor de Somme van f 250:0:0 te betaelen neffens de verboexkingen ende transorte etc., w.g. L Lambinon. Willem Palm.
 
- ona 20.113a fol. 27 [not. A. Muijs van Holij] vermeldt: Op Húijden den 12-05-1659.
Compareerde etc., d'Heer Pieter de Carpentier úijt den outraet deser Stede. Ende verclaerde Hij Heer Comparant geconsitúeert, etc., te hebben bij desen, d' Heer Antonij Salms Coopman tot Lúijck, omme úijt den name ende van wegen Hem heere Comparant ende de sijne qte. te gefven, beúren ende ontfangen úijt Handen van Anna Lijbert Húijsvroúwe van Lambert Lambinon Jegenwoordich tot Lúijck voorsz:, de Somme van f 500:0:0 verloop etc., t zedert, den 16-03-1658 die den voorsz: Heere Carpentier voor haer alhier betaelt heeft volgens den copie aútentijcq vande obligatie etc., [de heer Carpentier stelt dat er betaald moet worden anders zal hij over gaan tot executie van de goederen van Anna].
 
Op blz. 437:
II.1.5        Jacob LAMBINON, Wijnkuiper, Wijnkoper, gedoopt op 16 04 1629 te Dordrecht, begraven op 27 07 1679 te Dordrecht.
Ondertrouwd op 09 05 1655 te Dordrecht, gehuwd op 26 jarige leeftijd op 06 06 1655 te Rijsoord met Aletta (Alieda) HEIJ, gedoopt ca. 1630 te Geertruidenberg
SAD: ona 20.134 fol. 155 [not. A. van Neten] vermeldt: [Testament]
Op Húijden den 08-05-1655,
Compareerde, etc., d' eersame Jacob Lambinon, borger deser Stede, wijncooper, J.M. toecomende brúijdegom ter eenre, ende Eerbare Alieda Heij J.D. toecomen brúijt, geadsisteert met Sr. Woúter Beúrgaven haren neve ter andre sijde. Ende verclaerde d'voors: partijen etc., te vergaderen inden heijligen echten state etc., [de aanstaande man en vrouw regelen hun wereldse zaken, o.a. voogdijschap over kind(eren)]. w.g. Jacob Lambinon, Alida Heij.
       
- ona 20.111 fol. 210 [not. A. Muijs van Holij] vermeldt: Op Húijden den 15-06-1656.
Compareerde Aletta Heij Húijsvroúwe van Sr. Jacob Lambinon inwoner deser Stede. Ende verclaerde sij Comparante naerdien den opgemelten Haeren man voor dHr. mr. Roelandt de Carpentier Schepenen in wette deser, te leene genegotieert heeft een Som van f 1500:0:0. Etc., waer voor den selven ten behoefve van den vooren gemelten heer de Carpentier etc., [een obligatie is uit gekeerd voor] seeckere landerijen [in Lage Zwaluwe]. Ende der selver Jaerlijcke vruchten, bij haer Comparante ten Húwelijcken gebracht heeft, etc., te approbeeren. Ende dienvolgende voor soo veel het noodich is, boven het voorsz: verbant etc. w.g. Alette Heij.
 
- ona 20.111 fol. 211 [not. A. Muijs van Holij] vermeldt: Op Húijden den 15-06-1656.
Compareerde Aletta Heij Húijsvroúwe van Sr. Jacob Lambinon Coopman van wijnen binnen deser Stede. Ende verclaerde sij Comparante naerdien den opgemelten Haeren man van dHr. mr. Roelandt de Carpentier Schapenen in wette deser, ten behoeven van sijne te leene genegotieert heeft een Som van f 600:0:0. waer van den selven aen den opgemelten Heere de Carpentier, ten behoeven van Pr. ende Roelant de Carpetier sijne twee minderj. Soonen, geprocúreert bij joffroúwe Sara Leijsten, van sijnne eerste húijsvroúwe 1 obligatie met Intrest, voor Schepenen van Waspijck. Onder speciael verbant van seeckere Landerijen etc. [zie ona 20.11 fol. 210] w.g. Alette Heij.
 
- ona 20.113 fol. 117 [not. A. Muijs van Holij] vermeldt: Op Húijden den 06-04-1658.
Compareerde etc., Sr. Jacob Lambinon borger deser Stede. Ende verclaerde hij Comparant naerdien hij op den 28-11-1656 úijt den naeme ende als last ende procúratie hebbende van Phillipús Jeronimis Cijngraeft amptschrijver tot nieústadt als mede erfgenaem van Anna Catharina de Ceijngraeft alhier binnen deser Stede overl. In arreste hadde doen nemen, alle soodanige goederen als de voorsz: Anna Cathatina metter doot ontrúijmt ende naergelaten hadde, ende onder Sr. Tomas Kerckhert koopman alhier berústende waere. In gevolge vande last ende aenschrijvens van den voorsz: Cijngraeft, t'voorsz: arrest te relaxeren ende ontslaen gelijck hij t selve in den naeme alsvooren relaxeert ende ontslaet bij desen. Aldús etc. w.g. Jacob Lambinon.
 
Op blz. 438:
III.10        Francois LAMBINON, Kuiper, Drappier, Mr. Lakenbereider, gedoopt op 01 06 1639 te Dordrecht, begraven op 09 01 1713 te Dordrecht.
SAD: ona 20.116 fol. 245 [not. J. Reijns] vermeldt: Op Húijden den 06-12-1674.
Compareerde etc.: Sr. Lodewijck van Hagen, Capt: Michiel van der Keessel, Jacob Haers, ende Franchois Lambinon Laeckencoopers ende Laeckenbereijders respectieve Borgers deser Stede weesende allen van Competenten oúderdom. Ende verclaerden t Samentlijck bij waere woorden, etc., waer ende waerachtich te sijn ten versoúcke ende instantie van Herbrecht Steenborn reqt. dat haer Attestanten bekent is dat men can oirdeelen dat een Wit wolle laecken bereijnt sijnde te ende distinctelijck súllen sien, ofte de selve beqúaem sien ofte niet omme te verwen t sij tot, scharlaecken, Carmosijn, Púrper, Blomme randt, ende Pape gaeijt groen, ende meer andere Coleúren, daer voor redenen van wetenschappe dat sij attestanten respective de voorschr: hantelinge langs tijdt bij de hande te hebben ghehadt, ende taller tijdt sien hebben exerceren, ende int werck stellenende practiseren. Eijndigende hier mede sij deposanten hier mede haere getúijgenisse, etc.
w.g. L: van Hagen, Michiel van der keessel, Jacob Haers, francois Lambinon.
       
- Gilden 16.382 vermeldt: 15-06-1701. Reeckeninghe gedaen bij Gerardús Húbert en Francois Lambinon als Deeckens van het laecken Bereijders gilde, soo dat tegoet is 1311 ½ ende dat met stemme is op dato verreert aen Gerrit de kneght.
En sijn tot Deeckens verkoren
Francois Lambinon, Hermanús van Braght
Tot proefmeesters
Matthijs Toussain, Matthijs killenaar
Tot achtmannen
Gerardús Húbert, parpeet Laves, Severeijn van Braght, Hernanús Erkelens.
 
Op blz. 440: [zie ook aanvullingen I]
IV.7.2        Lydia LAMBINON, gedoopt op 02 10 1701 te Dordrecht.
Ondertrouwd op 07 10 1735 te Dordrecht, gehuwd op 34 jarige leeftijd op 23 10 1735 te Dordrecht, gehuwd voor de kerk op 23 10 1735 te Dordrecht, gescheiden na 1 jaar huwelijk op 30 07 1737 te Dordrecht van Arij Janszn. SPORRIE, gedoopt ca. 1700 te Dordrecht.
SAD ona 20.784 akte 14 [not. P. Venlo] vermeldt: Inventaris onder de f 2000:0:0.
Staat ende Inventaris van alsúlke goederen als bij arie Sporri borger deser Stede, en Lijdia Lanbinon egte Lúijden int' gemeen beseten sijn, gemaakt ende beschreeven door ons Pieter Venlo en Húijbert van Wetten openbaere Notarissen etc., ten versoeke en volgens het op en aangeven van de voorn: Egte lúijden op den 29-07-1737
        Int voorhúijs
Een brandewijns winkeltie bestaende in 7 boteljes, daar onder een ½ vol met Brandewijn,
een ½ vol met nagelwater, een ½ vol annijs, en de rest leeg.
In een krúijk, (die olivier toekomt) ontrent 1 kan Maagden water, 2 tinne bierkannen, 1 dito pintie,
Een ½ pintie 2 múddeltjes, en een ½ múddeltje, 7 wijn kelkjes, en 1 bier Glaesje.
Een ½ stúkje dwijl goet, en een lapje van 2 dwijlen, 1 mostert steen, 1 blikke Emmertie,
1 werk kússen met Clossen en ontrent 3 ellen Cant, 1 bondeltje met oút Linnen,
6 Stoelen en 1 klijntje, nog eenige potten en pannen niet waert te specificerren.
1 Raegs hooft en stock, 1 verke beesem en boender, 2 tregters Blick, 1 toom banck en voete banck.
        In de Keúken
1 bedt, peúlúe, 2 hooft kússens, en 3 wolle deekens, Item 2 slaeplakens.
1 behangsel voor de bedstede van gedrúkt Linne
1 Spiegeltie met een Swarte lijst, 6 delfse Schotels, 5 dito Kopjes.
1 rek daer in 14 delfse borden, 1 schoorsteenkleet, 1 úijthang borretje.
7 dito Spoelkommetjes, 6 dito klijne Schoteltjes, 1 Eijsere Strijk Eijser.
1 dito Schop, tang en heúgel, 1 kopere Lamp, 1 blicke lamp, 1 dito asketel.
2 tinne lepels, 1 dito waterpot, 1 Eijsere gordoijn roe, 1 Kleer bostel, 1 tinne trek pottje,
9 delfse Kopjes en 8 Schotelties met 1 Spoelkom.
        Op t' hang Camertje
1 hoúte Stilletje met een aerde pot daer in.
1 hoúte kasje daer in 1 partij oúde prúllen
1 blikke olij doos, 1 hoúte boter Stelling, 2 hoúte tobbeties.
2 dito tonnetjes, daer in 1 degen en patroon tas, toebehorende den oom van de vroúw.
1 Eijsere Rooster.
1 hoúte Schaeltje núijster, en 3 pont en 3/4 gewigt.
3 hoúte doosjes met werk Clossen, 12 oúde boekjes, 1 gerookte Schoúr van een Verken,
1 klijn Stúkje Spek, 1 Snaphaan, nog 1 prúlle van tobbetjes etc.
        Op de Bove Camer
1 Noteboomen Kast, daer in een doosje met 2 goúden Ringen.
1 paer Silveren gespies, 1 engels Soút flessie met Silver beslag,
1 Silver odelaraine doosje, 1 dito tiphaekje, 1 dito Sentúúr gesp
1 testamentie met Silver beslagh, 1 avondmael boekje, 6 Servetjes met 1 tafel laken,
8 damaste fijteltjes, 11 kússe Sloopen, 41 Sack neúsdoekjes, 21 halsdoeken,
24 platten Vroúwen Koonmútsen, 4 paer Vroúwe Moútjes, 20 paer platte vroúwe moútjes 4 fijteltjes,
33 kroplappen, 15 neersels, 9 Slaaplakens,
4 Catoenen 1 linnen, en 1 Neteldoeke voorschoot,10 Cornetten,
4 trekmútsen 8 ondermútsjes, 4 paer Gaere Vroúwe Handschoenen, 2 paer Seije dito,
4 linne platte Vroúwe Mútsen, 8 nieúwe Vroúwe Hembden,
2 dito oúde, 2 Mans hembden, 2 Mans dassen, 2 stukjes neteldoek tot 6 dito dassen,
3 servetten, 6 Kúijfmútsen, 2 Scheer doekjes, 2 Swarte Seijde Kappen, 4 Waaijers,
1 brúijne laken Mans rok en Camisool, 1 vroúwe gekoleúrde Stoffe tabbert Rock
1 vroúwe laken Japon en Rock, 1 dito Stoffe roújappon en Rock, 1 dito Saieije damaste,
1 dito Saradijne, 1 dito Leijde gestikte, 1 dito witte gestreepte diemet,
3 vroúwe Catoene Manteltjes, 6 Vroúwe borstrokken, 2 dito broeken, 1 dito Casakijn,
1 dito borstrock sonder Moúwen en Voering tot 1 Manteltje, 1 paer Saije groene gordijnen,
2 paer Mans handschoenen, 1 paer Mans koúsen, 1 paer dito vroúwen, in een sakje 25 @ 28 Stc.
In een lade 1 partij lappen en prúllen, op de kast een Stelsel van 3 delfs en 3 Spoel Commetjes,
2 hangblakertjes en 1 hontje, 1 paer Vroúwe Schoenen en Múijlen, 1 paer Mans Schoenen,
4 Schilderijen
1 Vroúwe Moff en 1 paer handschoenen, 2 hoúte Kapstokken, en 1 asbesem,
1 paer Gaere Vroúwe koússen en 1 bondeltie gaeren, 6 delfse Schaeltjes,
1 Vriesse Mans Wammis, 1 Mans hoet, onde broeck en onde hemtrok,
1 rekje met fijn porcelijn, te weten 7 Schoteltjes en 17 bakjes, 2 trekpottjes en 9 beeltjes,
1 Saije damaste Mans hemtrok met 36 Silveren Knoopen,4 Silvere Mans broeks Knoopen aent' lijff, 1paer silvere Mans gespen in de Schoenen,
1 paer dito gespies aan de Koúsebanden,
2 goúden Mans Ringen aan de hant, 1 goúde ketting 2 dik van de Vroúw, 1 Silvere beúgeltas,
1 paer Goúde oorringeties met fijne perelties.
        Vúijl Linnen
3 Mans hembden, 3 dito Vroúwe, 1 Slaap laken, 2 kússen Sloopen, 1 mans das, 1 paer dito moúwties,
4 vroúwe Mútsen, 3 Vroúwe halsdoeken, 2 Sack doeken, 2 blaúwe dobbelsteene voorschoten,
1 blaúwe Sloof en 1 dobbelsteene Schortekleet, 3 blaúwe handdoeken,
1 koper en 1 dito Eijser keteltie,1 blike Sla Emmertie, 2 kopere theketels,
2 Water Emmers met eijsere banden, 2 wastobbeties, 1 lúijwagen besem, en blatte borstel,
nog eenige aarde potten en Schotels niet waardig te specificeren. ontrent 1 ton túrff en 1 partij hoút
1 hoúte tafeltie.
                Lasten des boedels
De húijs húijr [huur] seedert 3 weeken na Meij tegens f 38:0:0 S´Jaers, t´geen de oom van de vroúw pretendeert, dog de man sústineert, dat daer niets van moet werden betaelt, en dat sijn Súster anders ook húijs húúr kan pretenderen.
Op húijden den 01-08-1737,
Compareerden etc., Arie Sporrie, ende Lijdia Lambinon dewelke verklaerde op den vorenstaende Inventaris te hebben doen stellen, alle de goederen en Effecten dewelke tot haeren gemeenen boedel eenigsints sijnde behorende, sonder Eenige ter qúader troúwe verswegen agter gehoúden te hebben ofte weerloos geworden te sijn, etc., [de scheidende partijen krijgen ieder de helft van de boedel]. Sijnde de tweede Compte. daer bij aan den eerste Comp: Schúldig gebleeven een Somme van f 21:2:0 welke den Eertsen Compt: bekende op het passeren deses van den tweede Compte: ontfangen te hebben, en Sijnde mitsdien den Compten: hier mede t' enemaal van den anderen aff Sonder eenige de minste reserve blijvende niet te min nog gemeen het geene in tijde en wijle bij verkoping van t' regt van't tappers, kaeij, en lappersgilden soúde mogen komen alles onder den verbande als naer egten etc., w.g. Arij Sporrie, dit + merck is gestelt bij de tweede Comparante Lijdia Lambinon.
 
Op blz. 483:
III.1.6        Geertruid BONTE, gedoopt op 28 10 1707 te Dordrecht, begraven op 04 01 1766 te Dordrecht.
Ondertrouwd op 27 04 1752 te Dordrecht, gehuwd op 44 jarige leeftijd op 14 05 1752 te Dordrecht, gehuwd voor de kerk op 14 05 1752 te Dordrecht met Krijn HEYBEEK, Zaagmolenaarsknecht, gedoopt te Dordrecht, overleden op 20 10 1757 te Dordrecht, begraven op 26 10 1757 te Dordrecht.
SAD: ona 20.935 akte 83 fol. 317 [not. G. Verveer] vermeldt: Testament van Man en Vrouw hebbende verklaart gegoet te sijn onder de f 2000:0:0.
Op Húijden den 07-07-1754
Compareerde, etc., den Eersame Chrijn Heijbeek, en de Eerbare Geertrúij Bonten, Egte Lúijden, won. aan den Sandwegh even búijten dese Stad, etc.
Eerstelijk den Tastateúr verklaarde tot sijne eenige en universele Erfgenamen te nomineren etc., sijne 2 voorzoonen Húijbert, en Aabert Heijbeek, alsmede de kind of kinderen úijt dit hoúwelijk te verwecken, ijder voor hooft voor hooft, of voor gelijke en egaele portie, etc., mitsgaders nog sijne húijsvroúw de voorn: Geertrúij Bonten, voor gelijke en egale portie, ofte wel voor een geregt kindsgedeelte, ende dat in den eijgendom van alle sijne Testateurs naar te latene goederen, wesende de eene geregte helfte van desen gemeene Boedel, omme in alle rúst en vrede deselve onder sijne voorsz: geïnstitueerde Erfgenamen te verdeelen naar behooren.
Ende de Testarice disponerende verklaarde tot hare eenige en úniversele Erfgenaam te nomineren etc., Chrijn Heijbeek, etc., [Krijn zal de eventuele kinderen onderhouden tot zij zelfstandig en of volwassen zullen zijn en] úit te keeren bovendien onder hen allen eens de Somma van f 6:0:0, etc.
Stellende de Testateúren malkander tot voogd ofte voogdesse over haar luijder naarte latene kind of kinderen úijt dit hoúwelijk te verwekken.
Versoekende en stellende den Testateúr particúleirlijk tot voogd over sijne 2 minderj. voorzoonen Lambert Romijn, Borger binnen dese Stad. [Krijn en Geertruid sluiten de weesmeesters uit van de boedel].
w.g. Dit merk + is gestelt bij Chrijn Heijbeek. geertrúij bonten.
 
- ona 20.938 akte 111 fol. 343 [not. G. Verveer] vermeldt: Inventaris, geen f 2000:0:0 bedragende.
Inventaris en Staat van alle de goederen, geene van dien Úijtgesondert nogte gereserveert als Crijn Heijbeek in sijn leven Zaagmolenaarsknegt met sijne tweede off laatste Húijsvroúw Geertrúij Bonten in gemeenschap des Boedels Beseten, en hij strevende op de 20-10-1757 voor de helfte metter dood ontrúijmpt en naargelaten heeft ten behoeve van sijne geinstitúeerde Erfgenamen, te weten zijne twee Voorzonen Húijbert, en Aalbert Heijbeek alsmede sijne dogter Angenietje Heijbeek úijt desen Hoúwelijk verwekt. Hem sijne Húijsvroúw den voorsz: Geertrúij Bonten. IJder hoofd voor hooft off voor gelijke en egale portie volgens het mútúeel Testament etc., [07-07-1754] etc.. [de inventaris wordt opgemaakt op 15-11-1757].
In het Húijs van den Heer Eijgenaar vanden Molen genaampt den Danzert Staande en gelegen aan de Santweg búijten de Spúijpoorte der Stad Dordrecht op deser Stadsgront alwaar den voorn: Crijn Heijbeek, een vrijen inwooning als Molenaarsknegt heeft gehad, bevonden.
                Op 't Camertie
1 Eijke kast daarop
1 stelsel van 3 stúkken delfs.
5 brúijne porcelaine Spoelkommen met 1 dito blaaúw
½ dozijn nagemaakt Japans porcelaine thee goet
                In de kast:
12 Slaaplakens, 19 vroúwe hembden, en nog 1 dito,
2 manshembden. 3 Tafellakens. 31 Servetten. 14 kússesloopen.
1 Lapje Linden van ontrent 4 ellen. 3 Citse manteltjes. 3 dito Catoenen.
2 dito van gestreept goet. 1 dito dobbelsteen. Nog 1 manteltje. 4 Catoene voorschooten. Nog 3 Catoene dito. 4 dito dobbelsteen.
18 sakdoeken van Cat in de sak. 1 Lapje gingang van 3 Ellen. Nog 1 dito van 3 Ellen. 3 Lapjes Voerkatoen. 5 dito Slooven. 2 neteldoekse voorschooten. 13 trekmútsen. 3 neteldoeke neúsdoeken. Nog 4 neteldoekse doeken. 6 onderdoeken, 2 Kúijven met kant. 1 zijde kap. 1 dito floerse.
7 Cornetmútssies. Nog 3 kornetmússies. 8 paar vroúw moúwen. 7 paar gaare handschoenen. 14 halsneersels. 15 paar platte moúwen.
1 paar swart zijde handschoenen. 1 paar dito Saijetten. 4 Waaijers.
1 Roúw Waijer 5 ondermútsen. 1 witte kap.
1 goúde ketting 3 dik. 1 dito Mans Ringh.
1 karolijne ketting met een goúd slootje en dito haakje daar aan.
1 swarte ketting kraalen met 1 goút kapttelstokje en dito oogje daar aan.
1 paar Zilver gespen. 1 paar dito Broekgespen. 1 dito Tiphaak.
1 Schaar halfzilver, en 1 Zilver ketting, 1 zilver odelarijne doosje.
1 dito TasBeúgel, 1 dito Vingerhoet. 1 Zilver gedreve Snúijsdoosje.
1 Testament Boekje daar aan 2 Zilver slootjes. 1 stoffe Roúwjapon.
1 groene citse dito. 1 Farendijne Japon. 1 Lapje oúde Cits. 1 opgerolde swart sijde kap, 1 farendijne gestikte Rok. 4 Gestikte dito van ginggang.
2 witte Rokken. 1 zijde damaste dito. 5 Catoene Rokken. 2 Citse Rokken.
1 swart zijde Rok. 1 Zijde damaste dito. 1 Caleminke dito. 4 baaije Rokken. 1 balijne Rok. 1 Cits katoene deekentje, 2 witte borstrokken.
1 korsjet, roklijf, en Borst. 1 gevoerde Stroodenhoet. 1 Lap linden van 6 á 7 Ellen. 6 niewe manshembden genaaijt en ongenaait.
1 geverwt kabinet daarop:
1 stelsel van 5 stúkken delfs.
                In 't selve kabinet:
5 mans hembden. 4 slaaplakens. 9 kússesloopen. 6 neteldoeken doeken.
7 halsdoeken. 9 fijteltjes. 7 sevetten, en 1 Tafellaken.
1 Bijbel sonder slooten.
1 catoene voorschoot. En 1 dito dobbelsteenen. 1 Catoene Tafelaleken.
1 dito schoorsteenkleet. 8 trekmútsen, 4 koonmútsen, en 5 sondermútsen.
1 Neersel. 5 Neteldoeke doeken. 5 halsdoeke. 1 sijde kap, en 1 swarte sijde schortekleet.
1 goúde vroúwe Ringh. 1 dito hoepringje. 1 zilveren vingerhoet.
                Van de Lúúrkúrff:
10 wolle Lúúren, en 1 Linden doek, 1 groote citse kinder dekentje.
1 witt wolle dekentje. Nog 1 kinderdekentje.
En het verder klijngoet van de Lúurkorff. 1 Citse Rok, 3 Citse Manteltjes.
1 dito van bocke Cits. 2 Catoene dito, en 1 dito gestreepte
1 Witte Borstrok, en 1 gestreepte dito met 29 zilvere knoopen.
Nog 5 zilvere knoopjes apart. 1 oúde gestreepte Borstrok met tinne knoopen.
2 vroúwe Borstrokken. 1 mans onderbroek.
1 Lade met rommelerij.
5 paar moúwen. 2 saije Faalies, 1 Catoene Rok, en een dito gestreepte.
3 oúde manshembden. 1 vroúwe borstrok.
1 swarte Rok, broek,1 Camisool. 1 gecoúleúrde Rok, 7 boterschooteltjes en 3 kopjes delfs voor de bedstede.
1 geverwt thhe rekje daarij
3 ½ dosijne blaaúw porcelain theegoet. ½ dosijn geammillieert thee goet. 2 dito spoelkommetjes. 2 halff dozijn brúijn porcelain thee goet. 8 kopjes 8 schoteltjes blaaúw porcelain theegoet. 1 klijn Steltjes geamiljeert
5 porcelain púlletjes.
1 schoteltjes rekje daarin:
3 schotelen delfs. 9 dito borden. 1 Bijbel in Folio.
1 hangoortafeltje met 1 gewast kleedje. 2 thee tafels, 4 Schilderijtjes
1 Catoene behangsel voor de bedstede.
1 Bed, 2 peúlúwe, 4 oorkússens, 3 wolle dekens, en 1 Tafelalken.
 
Aan de Molen daar de Zoon Húijbert op werkt 1 laken, 2 kússens, en 1 kússesloop, nog 3 klijntjes.
4 geverwde Stoelen.
2 hoeden ijder in een hoede kast. 1 tinne waterfles. Nog 10 dito Lepels.
1 dito Bierkan, en dito Commetjes. 1 koper strijkijser en hordigje. 3 stooven. 1 slúijtmande met wat rommelarij.
                Op de Zolder.
1 brúijn Wambús, 1 Lake Broek. 1 kopere vlijsketel. 1 dito kookketel.
1 dito pan met een steel. 3 koffij ketels, groot en klijn. 1 Eijseren heúgel, en dito asketel. 1 Wieg, 1 Vúúrkorf, en 1 kapstok.
1 oúd klijn kastje. 4 keúlse potten. 1 kúijve doos, 1 gewast Tafelkleet. 12 blaúwe borden delfs. 6 Witte borden. 1 blaúwe delfs schotel. 1 kleer bakje en 1 kist.
1 damaste borstrok, met 34 zilveren knoopen.
1 kaleminke dito, met 34 zilveren knoopen.
                In 't Voorhúijs.
1 Spiegeltje, 2 schilderijen, en 4 klijne dito, 1 wekker.
                In de keúken.
1 Rek daarin:
4 schotelen, en 7 Borden, delfs.
1 glase Rekje, daarin:
7 Boterschoteltjes. 2 halve doosijne porcelain thee goet. 1 Roode trekpot. 1 koper thee keteltje, 2 tinne trekpotten, en 1 dito túijt, 1 koper theebosje en 1 glase dito. 2 kopere blakers. 1 dito Tabax konfoortje. 1 dito koffij kan, 1 dito koffij keteltje, 2 dito Lampen. 1 dito schúijmspaan. 1 dito trekpotje. 1 tinne Waterpot. 1 dito papkommetje.
                Voor de schoorsteen.
10 schoteltjes, en 3 kopjes theegoet, delfs.
                 Voor de Bedstede.
9 schoteltjes, en 6 kopjes theegoet, delfs.
2 witte kommen. 1 schoorsteenkleet. 1 koperen ketel. 1 koperen teketel.
1 Eijseren ketting, dito as[s]chop, en 1 dito tangh. 1 dito konfoort.
2 blikke martemmers. 1 dito slaemmer. 1 klijn dito Emmer, 1 glase rekje.
2 witte Emmers. 1 slijpbakje, 6 geverwde stoelen. 1 groen Saaij behangsel, voor de bedstede.
1 Badt, peúlúw, en ider 1 overtrek. 3 kússens, 2 sloopen. 2 wolle dekens, 1 Catoene deken, 1 laken
 
Bij Pieter Bonte 1 Bedt. Nog 1 ijsere kookketel.
                Contante penningen
In desen Boedel is bevonden aan gereede en Contante gelden, de Somma van        f 12:18:0
Na het overlijden van den voorn: Krijn Heijbeek is ontvangen
voor zijn te goeds zijnde Weekgeld als zaagmolenaarsknegt van De Heer Arnoldús Kimsiús de Somma van    f   4:05:0
                                                                Te samen        f 17:03:0
De dood en andere schúlden deser Boedels súllen in de te doene schijding werden gebragt, hier niet
anders als voor                                        Memorie.
 
Op Húijden den 19-12-1757
Compareerde, etc., Geertrúij Bonten, wed. vanden Voorn: Crijn Heijbeek won. aan de Sandweg, op deser stad gront dewelke verklaarde alle de goederen die zij met denselven haren Man in gemeenschap bezeten, en hij strevende voor de helfte metter dood ontrúijmt en naargelaten heeft, opregetelijk ye hebben opgegeven, soo als hiervoren staat gemelt, sonder eenige derselver haar S weten verswegen te hebben, off ter qúader troúwe weerloos geworden te zijn etc. w.g. geertrúij bonten de weede van krijn heijbeek.
 
- ona 20.939 akte 6 fol. 15 [not. G. Verveer] vermeldt: Schijdinge onder de f 600:0:0.
Sommieren Staat van alle soodanige Goederen, geen van dien úijtgesondert etc.,
[zie ona 20.938 akte 111]
Om desen Boedel tot Effenheijt ende deijlbaarhijdt te brengen.
Soo is tússchen de voorn: wed., en voogd der voorsonen van den overl. núttigst ende raadsaamst geoordeelt ter vermijdinge van merkelijke schadens en oncosten op de públieqúe verkoopinge der goederen vallende, alle de Goederen van desen gemeene Boedel, na dat deselve alvorens behoorlijk waren geinventariseert soo als consteert bij Inventaris daarvan den 19-12-1757 gepasseert etc., te doen Taxeren door de geswore waardeerders deser Stad Dordrecht, sijnde sulx verrigt den 20e December en bevonden werden te bedragen te samen bij den anderen  gereekent etc.,                                                                                                                        f  754:14:0
Nog Staat de gereede en contante penningen etc.,                                        f    17:03:0
                                                        De Massa bedraagt        f  771:17:0
Waar van moet afgaan de volgende Schúlden en Lasten van den gemeenen Boedel:
Eerstelijk aan Pieter Bonten over geleende gelden etc.,                 f 10:10:0
Aan den Heer Doctor Gijsbert Beúdt over gedane visitens aan den overl. in Aúgústús en October 1757
volgens Reeking                f   2:08:0
Aan den Heer Apothecar Abraham Hering over geleverde Medicijnen in April, Aug: en October 1757            f   3:11:0
Aan de wed. van den gewesene Chirúgijn Hermanús van Eijsden        f   0:18:0
Aan den Chirúrgijn Pieter van Esch over een ½ jaar scheerloon        f   1:00:0
                                                                f 18:07:0
 
Aan Cornelis Dermoeijen als geswore waardeerder betaalt etc.,        f   21:07:0
Aan denselven nog betaalt voor rantsoen penningen                        f   81:02:8
 
Den notaris Gerardús Verveer Competeert aan Salaris, etc.,                f  25:17:0
Úijtmakende de Lasren te samen                                        f 146:13:8
afgestrekkenvan de bovenstaande Massa blijft nog                        f 625:03:8
 
De eene helfte daar van, ter Somma van        f 312:11:12
úijtmakende den Boedel van gemelde Geertrúij Bonten, soo Compeseert haar deselve úijteragte van de gemeenschap waar mede sij met den voorn: haren Man Krijn Heijbeek is getroúwt geweest.
 
Den Boedel van den selven Krijn Heijbeek is dan úijtmakende de andere helfte van de bovenstaande Massa 312:11:12
 
Waar van moet afgaan de doodschúlden van den meergenoemden Krijn Heijbeek:
Eerstelijk betaalt voor 't afleggen, en kisten van 't Lijk etc.,                f    1:08:0
Aan Adriaan Hooijman voor de doodkist etc.,                        f    7:19:0
Aan de Búúren voor 't dragen van 't Lijk ter aarde                        f    7:10:0
Aan de kosterin voor 't Graft op 't nieúwkerkhoff                        f    2:06:0
Aan de twee Bidders                                                f    6:00:0
Aan het Swart doodkleet over de kist                                f    1:16:0
Voor het brenegn van de Baar, kist, en stocken                        f    0:06:0
Geconsúmeert in het Sterfhúijs aan drank en klijngoet                f    0:12:0
Bedragende de doodschúlden te samen                                                f   27:17:0
                                                        Blijft súijver deelbaer        f284:14:12
Waarinne ijder der vier geinstitúeerde Erfgenamen deses Boedels in het hooft van staat van schijdinge
gemelt etc.,                                        f  71:03:11
Dien volegnde Competeert Húijbert Heijbeek vvor sijn Vaderlijke Erfportie als boven        f  71:03:11
waar van moet afgaan voor het swart verwen van 2 paar koússen                f  0:8:0
sijn Rok in het swart afgeset sijnde                f  1:4:0
aan sijn rouw gespen                        f  0:7:0
aan 3 ellen swart Linden tot een broek
voor hem betaalt bij Adriaan de Gelder        f  1:7:0
                                        f  3:6:0
aan naaijloon van deselve Broek betaalt        f  0:6:0
                                        Te samen                                f    3:12:00
                                        Rest nog                                        f  67:11:11
Die aan hem ofte wel aan sijn voogd Lambert Romijn úijt de getaxeerde Goederen deses Boedels sijn voldaan.
Aalbert Heijbeek kompt voor zijn Vaderlijke Erfportie In dese, gelijke Somma van                                f  71:03:11
Waar van moet afgaan t gene voor hem aan rouw goet iIs betaalt:
als voor 't swartverwen van zijn Rok, en 2 paar koúsen        f 1:18:0
voor 1 paar roúw gespen                                        f 0:07:0
                                                Te samen                         f    2:05:00
                                                Rest nog                                f  68:18:11
 
Angenietje Heijbeek kompt voor hare Vaderlijke Erfportie in dese ook een Somma van                            f  71:03:11
waar van moet afgaan t geene aan rouwgoet voor haar betaalt is:
als voor rouw catoen tot een Jorkje etc.,                        f 5:7:0
aan naaijloon van t selve Jorkje                                f 0:8:0
aan de wed. Lambert Mado voor een paer rouw schoentjes        f 1:0:0
voor 't swart verwen van een paar koúsjes                        f 0:2:0
                                                Te samen                        f   6:17:00
                                                Rest nog                                f 64:06:11
Welke Gelden onder de voorn: Geertrúij Bonten als Moeder en Voogdesse van tselve kind blijven berústen tot dat het meederjarig sal gewerden sijn.
Werdende de verdere goederen van desen gemeene Boedel aan de voorn: Geertrúij Bonten wed. Krijn Heijbeek in vollen vrijen eijgendom bij desen aanbedeelt etc.
 
Op Húijden den 25-01-1758
Compareerde etc., Geertrúij Bonten, wed. van wijlen Krijn Heijbeek, won. aan de Santweg búijten de Spúijpoorte deser stad, soo voor haar selve, en nog in qúalitijt niet alleen als een mede geinstitúeerde Erfgenamen sijnde voor een kindsgedeelte in den Boedel en nalatenschap van den voorn: haren Man, maar ook als moeder en Voogdesse door hem aangestelt sijnde overhaar minderj. dogter Angenietje Heijbeek bij den gemelte haren Man aan haar Comparante verweckt, ter eenre. Ende Lambert Romijn, Saagmoleaarsknegt mede won. aan den Sandweg voorschreve, in qúalitijt als door den selven Krijn Heijbeek aangestelt wesende tot Voogd over sijne 2 minderj. voorsoonen Húijbert, en Aalbert Heijbeek ter andere zijde, etc.
w.g. geertrúij bonten de wúede van krijnis hijbeecke, lammert rommijn.
 
Op blz. 491: [zie ook aanvulling I blz. 493: I.1.1]
IV.8        Dirck BOTBIJL, Smit, gedoopt op 08 08 1691 te Lage Zwaluwe, begraven op 23 06 1727 te Dordrecht.
Ondertrouwd op 06 06 1717 te Dordrecht, gehuwd op 25 jarige leeftijd op 20 06 1717 te Dordrecht, gehuwd voor de kerk op 20 06 1717 te Dordrecht met Cornelia de HEER, 27 jaar oud, gedoopt op 02 04 1690 te Schiedam, overleden voor . 09 1721.
SAD: ona 20.797 akte 39 fol. 124 [not. A. Cant] vermeldt: Testament de testateúren niet geqúotiseert.
Op Huijden den 17-04-1721,
Compareerde etc.: den Eersamen Dirk Botbijl mr. Smit, ende d'Eerbare Cornelia De Heer egtelúijden binnen dese Stadt, etc., [Dirck en Cornelia stellen de langstlevende tot erfgenaam en verplicht hem of haar] het kind albereijts úijt desen húwelijken door goddeszegen aen malkanderen verwekt ende nogh te verwekken, [Cornelia overl. voor september 1721] op te brengen ende te alimenteren aen kledinge ende neederige, ter schoolen dienen gaan mitsgaders te Laten en leeren soodaningen ambagt etc., [tot Martinus hun zoon volwassen zal zijn]. aen ijder van de selve eens úijt te keeren ende te Laten volgen de Somme van f 25:0:0 etc., [zij sluiten de weesmeesters enz. uit van de boedel]. w.g. derck Bot Bijl, Kornelia de heer.
 
Op blz. 541:
IV.2        Teunis Geemiszn. van VLIET, gedoopt op 16 03 1698 te Barendrecht, begraven op 14 10 1752 te Ridderkerk.
SAD ona 20.824 akte 10 [not. J. Vechoven] vermeldt: acte van koop.
Op Húijden den 16-06-1724,
Compareerde etc., Teúnis Gemense van der Vliedt, ende Aert Hendrikse Nieúwbúrg, als in húwelijk hebbende, Pietertie Gemens van der Vliedt ende voor so veel des noots deselve Pietertie Gemens van der Vliedt, kinderen, ende geinstitueerde Erffgenamen van haaren Vader Geeme Anthonisse [Teuniszn.] van der Vliedt zalr: volgens etc., [een testament bij not. J. Panneboeter op 20-08-1715] won. de Compten tot Barendregt, present binnen dese Stadt ter eenre, ende Monsr: Jacob Timmer koopman binnen dese Stad ter andere sijde. Ende verklaarde de eerste Comparanten verkogt, ende den Tweede Compt: in koop aen gestaan te hebben Een wooning met 24 mergen 49 Roeden Landts gelegen int binneland van Oost-Barendrecht, bestaande in Twee perceelen, als namentlijk de wooning met 19 mergen 549 Roeden Land, belend ten Oosten d' Erve van den Ed: Heer Cornelis de Roovere, in sijn Leven Borgermeester der Stad Dordrecht, en Claas Teúnisse Verschoor, ten Westen Gerrit Ariense van der Vliedts wed., en den Claas Theúnse Verschoor, ten Noorden Pieter Theúnisse van der Vliedt, en den Smeetslandsen dijk, ten Zúijden den oúden Barendregtsen Voordijk, Item 4 mergen 100 Roeden Landts, gelegen int voorn: binneland van Oost Barendrecht, belend ten Oosten en Zúijden de Erve vanden voorn: Heere de Roovere, ten Westen Cornelis Andewegh, en ten Noorden den gebrooken dijk. Ende dat omme ende voor de Somma van f 10000:0:0 etc., te betalen etc. [de koper moet de belasting en de overdrachtskosten betalen].
w.g. Teúnis geemense van vliet, Aart njeburgh, dese Letters zijn gestelt bij Pietertie P g gemense vander vliedt.
 
Op blz. 545:
II.1.1        Martyntken Dirckxdr. VERDUYN, gedoopt op 22 04 1618 te Ridderkerk.
Ondertrouwd op 10 05 1653 te Ridderkerk, gehuwd op 35 jarige leeftijd op 08 06 1653 te Ridderkerk met Jan Hendrickszn. in 't VELT, gedoopt ca. 1620 te IJsselmonde.
SAD: ona 20.140 fol. 540 [not. A. van Neten] vermeldt: Op Húijden den 14-10-1661,
Compareerde, etc., de Achtbaren Joúffr. Jacomijna Thiboúts wed. van d' heer Thomas de Wit Za: ende in zijn leven Schepen in wette deser Stede, ende d' eerwaarde do. Jacobús Lijdiús Bedienaer des Goddelijcken woorts zoo voor hem selve. als getroúwt hebbende Joúffr. Josijna Joijs ende verclaerde verhúijrt te hebben, etc., aen Martijntgen dirx Verdúijn húijsvroúw van Jan Hendricxsen intvelt won. tot Rijderkerck, als hier toe speciale last hebbende vanden selven haren Man zoo zij verclaerde, ende de húijre accepteerde eerst te lijcken 4 mergen 400 roeden lants gelegen onder Rijderkerck belent als inde eijgenbúúrte gemelt is, mitsgaders het húijs mette werft, schúijre ende verdere toebehoorten vandien, als oock noch 3 Mergen 56 roeden leggende int oúde lant aldaer. Ende dit alles voor ende omme de Somma van f 180:0:0 Jaerlijcx etc., súlcx dat de Húijderesse tot haeren last sal nemen, etc., onderhoúden van den dijck alle hooge ende laege omslaegen etc., [Martyntken wordt verplicht het onderhoud te verzorgen van alles wat zij huurt, op straffe van drie dubbelen huur] voorden tijt van 5 achter een volgende Jaeren, etc. De verhúijrders behoúden aen haer de kelder Camer, mitsgaders het voorhúijs van het gemelte húijs omme daerin ende op soo deckmaelen te comen als het haer belevende sal. Item het thúijnken voor het húijs tredende naer den dijck, als oock de helfte vande noten soo groeijen súllen aenden bomen voor het húijs staende, doch sal de húijrdesse bij absentie vanden verhúijrders t'voorn: voorhúijs mogen gebrúijcken mits met ende claer hoúdemde.
w.g. Jacomyna Thiboúts, wed. van de Heer thomas de Wit, Jacobús Lijdiús, martyngen dirk.
 
- ona 20.140 fol. 542 [not. A. van Neten] vermeldt: Op Húijden den 14-10-1661,
Compareerde, etc., Martijntgen dirx Verdúijn húijsvroúw van Jan Hendrixsen Intvelt won. tot Rijderkerck, etc. Ende heeft bekendt etc., schúldig te wesen, de achtbaere Joúffr. Jacomijna Thiboúts wed. van d' heer Thomas de Wit Za: etc., ende d' eerwaarde do. Jacobús Lijdiús etc., zoo voor hem selve. als getroúwt hebbende Joúffr. Josijna Joijs te samen de Somma van f 150:0:0 sprúijtende uit saecken van gelden etc., ontfangen. Etc. [de condities voor het terug betalen worden beschreven.] w.g. martijngen dirke.
 
Op blz. 547:
II.10        Jan Corneliszn. BAES, gedoopt ca. 1585 te Ridderkerk, overleden voor 29-03-1652 Ridderkerk.
Ondertrouwd op 13 12 1615 te Ridderkerk, gehuwd op 03 01 1616 te Ridderkerk met Weijntgen Aertsdr. Gedoopt ca. 1590 te Charlois.
SAD ona 20.118 fol. 39 [not. G. de Jager jr.] vermeldt: Op Húijden den 29-03-1652.
Compareede etc., Weijntien Aertsdr. wed. van Jan Cornelisz. Baas won. tot Ridderkerck de welcke bekende wel ende deúchdelijck schúldich te sijn aen d'heer Christiaen Coopmans, Raat in wette binnen deser voorn: Stede, de somme van f200:0:0, hercomende ter saacke van geleende, ende aengetelde penningen bij haar te dancke ontfangen, beloofde daeromme de voorn: somme van f 200:0:0 te restitúeren etc., [Weijntgen zal een rente betalen van 6¼ %. Jan en Weijntgen hebben 2 zonen laten dopen waarbij de voornaam is vergeten in te vullen, 1 van deze 2 zal Cornelis Janszn. Baes zijn.] Ende tot meerdere verseckerheijt vant gene voorsz: is, hebben Corn: Jansz. Baas haer eerst Comparante sone won. mede tot Rijderkerck en Herbert Cornelisz. Trúijen [zie boek blz. 550 III.10] won. op den Oostendam hen lúijden beijde te samen ende elcx int bijsondert gestelt tot borgen etc.
w.g. Dit merck # is gestelt bij weijntien aertsdr., Cornelis Jansen baes, dit ist I I I merck van Herbert Cornelisz. Trúijen.
 
Op blz. 548:
III.1        Arien Arienszn. BAES, Dijkgraaf, gedoopt ca. 1590 te Ridderkerk.
SAD ona 20.83 fol. 164 [not. J. Schoormans] vermeldt: Op Húijden den 31-01-1642.
Compareerden etc., d' eersame Adriaen Adriaenszn. Baes Dijckgraeff van Rijderwaert won. tot ridderkerck, den welcken bekende wel ende deúchdelijck schúldich te wesen aen Sr. Philps Terwen Coopman borger deser Stede de Somme van f 1500:0:0, úijt saecke van geleende penn:, die hij Comparant bekende tot sijnen wille ende dancke in goede specie van gelde ontfangen te hebben. Etc. [Arien zal het geleende geld binnen 1 jaar terug betalen]
w.g. Aerien Aerienszn. Baes.
 
Op blz. 565: [zie ook aanvulling I blz. 359]
II.1        Pauwels Adriaenszn. CRANENDONCK, gedoopt op 07 05 1606 te Ridderkerk, overleden voor 1665 te Ridderkerk.
Ondertrouwd (1) op 17 06 1629 te Ridderkerk, gehuwd op 23 jarige leeftijd op 08 07 1629 te Ridderkerk met Antonette Emondtsdr. (Teuntjen) van JONCHOLDT, 25 jaar oud, gedoopt op 13 07 1603 te Ridderkerk, overleden voor 1637 te Ridderkerk.
Ondertrouwd (2) op 08 03 1637 te Ridderkerk, gehuwd op 30 jarige leeftijd op 29 03 1637 te Ridderkerk met Ariaentje Leendertsdr. aen DYCK, gedoopt ca. 1612 te Smitshoek, overleden voor 1639 te Ridderkerk.
Ondertrouwd (3) op 10 04 1639 te Ridderkerk, gehuwd op 33 jarige leeftijd op 08 05 1639 te Ridderkerk met Grietjen Jacobsdr. Gedoopt ca. 1614 te IJsselmonde, overleden voor 1695 te Ridderkerk.
SAD: ona 20.91 fol.193 [not. J. Schoormans] vermeldt: [Door deze akte weten we dat Grietjen Jabobsdr. een zuster heeft die Jaepie Jacobsdr. heet. Die trouwt op huwelijkse voorwaarden.]
Op Húijden den 13-06-1653.
Compareerden etc., Cornelis Foppen van S' gravendeel J.M. toecomende brúijdegom, geass. met fop Cornelisz sijnen Vader, Ter eenre. ende Jaepie Jacobsdr. wed. Huijch Cornelisz de Jonge won. op Ridderkerck, toecomende Brúijt, geass. met Paúwels Arijenz Cranendonck haeren swager ter andere sijde. [Cornelis zal volgens contract inbrengen f 1000:0:0, zijn vader staat borg en Jaepie] sal tot onderstant ende bevorderinge van desen aenstaende Húwelijcke inbrengen alle alsúlcke goederen soo roerende als onroerende als sij is hebbende, ende waertoe sij gerechticht is. Drie mergen lants daervan sij de helft aen haere weeskinderen bij verstichtinge van haere vaderlijcke goederen bewesen heeft, die sij búijten de gemeenschap besproocken ende bedongen heeft, etc. [Jaepie erft alles wanneer Cornelis eerst overl. indien Jaepie eerst overl. zal Cornelis uitkeren] aen de naeste vrienden ende erffgenamen, etc., de somme van f 200:0:0. w.g. dit merck is gestelt bij den voorsz: Corn: foppen, dit merck + is gestelt bij den voorsz: Jaepie Jacobsdr., dit merck is gestelt bij den voorsz: fop Cornelis, Poúwels Arijaensz kranendonck.
 
- ona 20.136 fol. 55 [not. A. van Neten] vermeldt: Op Húijden den 08-03-1657,
Compareerde, etc., Willem Pietersen won. op Rijdderkerck. Ende verclaerde onmiderlijcken vercocht etc., te hebben etc., aen ende ten behoeven van Paúlús Adriaensen Cranendonck mede won. op Rijderkerck etc., die d' selve coop accepteerde etc., 2 koeijen, 1 Brúine met een rode bont met noch 2 hockelinghliese en ende dat voor ende omme d' Somma van f120:0:0 etc.
 
- ona 20.140 fol. 635 [not. A. van Neten] vermeldt: Op Húijden den 28-11-1661,
Compareerde, etc., Paúlús Adriaensen Cranendonck mede won. tot Rijderkerck ende verclaerde onmiderlijcken opgedragen ende getranporteert te hebben, etc., aen Adriaen Jacobsen van der Segen, mede won. tot Rijderkerck etc., 2 blaúhaijrige peerden, 5 Melckkoeijen, 3 vaarsen van twee jaren, 1 pinck, 1 tweejarige stier en 2 hockelingen. Als noch 38 tinne schalen, 16 bierkannen, 4 waterkannen, 3 wijnpinten, 4 lijspinten, 4 bedden mette hooftpelúwen,
10 oirkússen. 10 dekens, 2 eijcken kasten ende wats alle sijne eerst comparante linden als mitsgaders verders etc., [wat Pauwels schuldig is aan Willem]. w.g. poúwels @ Kranendonck
.
 
Op blz. 604:
I.1        Willem Corneliszn. LEENHEER, Heemraad, gedoopt ca. 1595, overleden voor 03 07 1654.
Ondertrouwd (1) ca. 1624 met Claertie Bastiaensdr. Gedoopt ca. 1600, overleden voor 1645.
Ondertrouwd (2) op 26 11 1645 te Hendrik Ido Ambacht met Heijltie Fransdr. van AELST, gedoopt ca. 1610 te Zwijndrecht.
SAD: ona 20.88 fol. 194 [not. J. Schoormans] vermeldt:
Op Húijden den 29-07-1649.
Compareerden etc., willem Cornelisz leenheer won. onder Hendrick ijden Ambacht. Den welcken bekende wel ende deúgdelijck schúldich te wesen aen de weeskinderen van Zar. Arijen poúwelsz de Haen. De somme van f 600:0:0 úijt saecke van geleende penningen, etc., [tegen f 16.00 rente p.j.].  w.g. willem cornelis lenheer.
 
- ona arch.20.133 fol. 327 [not. A. van Neten] vermeldt: [Testament].
Op Húijden, 03-07-1654,
Compareerde etc., d'Eerbare Heijltgen fransdr. van Aelst wed. van Za: Willem Cornelissen Leenheer won. onder Hendrick ijden Ambacht, etc.
[Heiltie verklaard tot erfgenamen] de beijde achtergelaten kinderen van haer Broeder Cornelis franssen van Aelst za:, bij hem verweckt aen Anneke Cornelis Boúmans, als met namen Cornelis Corneliss van Aelst, ende Jan Corneliss van Aelst te samen voor d' een helfte ende mitsgaders de beijde achtergelaten kinderen van wijlen haer testatrice Súster Anneken Frans van Aelst za: aen haer verweckt bij Cornelis Húijbrechtsen Sangers met namen Wijntje Cornelis Sangers, ende Cornelia Cornelis Sangers te samen voor d' andre helft etc., [door deze akte weten we dat Willem overl. is en bij zijn 2de vrouw geen kinderen heeft verwekt. De erfgenamen mogen van de erfenis]. genieten de Jaerlijxse lijftocht ende vrúcht gebrúijck van dien etc. w.g. Heiltge Franse van aelst.
 
II.1        Cornelis Willemszn. LEENHEER, Schout en Kapitein, gedoopt op 29 06 1625 te Hendrik Ido Ambacht, overleden na 25-09-1682. [zie ook vulling I.]
SAD ona 20.138 fol. 210 [not. A. van Neten] vermeldt: Op Húijden den 11-04-1659,
Compareerde, etc., Cornelis Willemsen Leenheer won. in Sandelinghs Ambacht. Ende verclaerde júijst vercocht te hebben aen Jústús Theophilús Lipuis won. binnen deser Stede etc., die de coop bekende ende accepterende den eijgendom van 4 hondt weijlant etc., aen Rijsoort inde mond genaempt de cleijne Elis damsteech daer hoorende, belendt tússen de gemene landts Vliet ten Súijden, ten westen Herman Pleúnis, ende ten noorden de Wael mitsgaders de groote weij, dit voors: landt met alleen de Eijgendom vande gront vande nieúwe sloot aen Zúijt ende westzijde, etc., te betalen aende voors: Cornelis Willemsen Leenheer d' Somma van f 200:0:0 etc., w.g. Jústús theophilús Pins, Cornelis Willemss Leenheer.
 
Op blz. 605:
II.1.6        Arij Corneliszn. LEENHEER, Bouwman, gedoopt ca. 1660 te Hendrik Ido Ambacht.
SAD ona 20.814 akte 6 [not. W. Pasman] vermeldt: Húúrcedúlle.
Op Húijden den 13-01-1713,
Compareerde etc., De Ed: heer en mr Herman van den Honert, regerent Borgermr. deser Stad en Dijkgraaff van den Alblasserwaart etc:, ende verclaarde den heere Compt. verhúúrt te hebben, etc., aan Arien Corneliszn. Leenheer, Boúwman won. onder Sandelings - ambagt tegenwoordigh alhier ten Steede, ende dewelke hiermede Compareerde, ende de Húúre bekende ende accepteerde, sekere 7 mergen 400 roeden weijlandt gelegen onder de júrisdictie van Kijffhoek, etc. [Arij huurt het land voor 7 jaar en betaalt p.j.], de somma van f 215:0:0 etc. w.g. Arien Leenheer.
 
II.3        Jacob Willemszn. LEENHEER, gedoopt ca. 1628 te Sandelingen Ambacht, overleden voor 1668.
Ondertrouwd op 27 01 1648 te Hendrik Ido Ambacht, gehuwd op 23 02 1648 te Hendrik Ido Ambacht met Leijntge Arijensdr. DROOGENDIJCK, gedoopt ca. 1628 te Rijsoord.
SAD: ona 20.87 fol. 45 [not. J. Schoormans] vermeldt: [Huwelijkse voorwaarden.]
Op Húijden den 27-01-1648.
Compareerden etc., D' eersame Jacob Willemszn Jonge Leenheer J.M. won. onder Sandelingen ambacht toecomende brúijdegom geads. met Willem Cornelisz Leenheer sijnen Vader ende Arijen Thijszn sijnen goeden bekenden vrient ter eenre. Ende Arijen en Jan Vincken alle Testamentaire voochden mitsgrs. fop leendertsz van Drijel met Cornelis leendert van Drijel won. in rijsoort ende onder rijderkerck als Oomen Maternel ende soo sij seijden versocht ende belast sijnde bij Leijtgen Arijen droogendijck J.D. won. onder Sandelings ambacht toecomende brúijt ter andere sijden. Ende verclaerden sij Comparanten onder die voorsz: Toecomende húwelijcxlúijden beraemt ende besloten te hebben súlcx sij lúijden beraemen ende beslúijten mits desen een wettelijck húwelijck doch voort aengaen ende solenmiseren van dien gemaeckt [te hebben]. Te weeten dat de voorn: toecomende Húwelijcxlúijden elcx súllen Innebrengen etc., soodanige goederen daertoe elcx van hen gerechticht is, naer volgens de staten Inventarissen offte Eerkeningen daer van sijnde onder expresse conditien. Indien een van den voorsz: Toecomende húwelijcxlúijden qúame te Overlijden binnen een tijt van drie Jaeren naert solenmiseren deses húwelijcx sonder kint off kinderen bij den anderen geprocureert naer te laten. Dat indien gevalle de langst levenden wederomme hebben ende genieten sal allen de goederen bij den selven langstlevenden ter Húwelijcke gebracht. Waeren tegen de erfgen[ame] van den Eerstoverlijdende genieten súllen allen de goederen bij den selven. Etc. Doch indien den toecomende brúijdegom indien gevallen de eesrt overlijdende waere soo sal de toecomende brúijt úijt sijnen goederen genieten tot een dubbel ende verbeteringen de Somme van f 1000:0:0. ende bij aldien de toecomende brúijt overlijden de waere soo sal den toecomende brúijdegom úijt haere goederen genieten tot een beteringe de Somme van f500:0:0. Eene belangende de Coúqúesse ofte t'verlies dat Godt almachtich in dese aenstaende Húwelijcke sal gelieven te verleenen sal ten wedersijden naer scheijding des húwelijcx genoten off gedragen werden, haff ende halff. Alle welcke voorsz: poúnert, Condien ende Antenúptiale voorwaerden die voorn: Comparanten als lúijden met eeren op de troúwen ende vromicheijt malcanderen van weder sijden belooffen te voldoen etc.
w.g. ijacop willsen leenheer, willem Cornelis Leenheer.
 
- ona 20.89 fol. 273 [not. J. Schoormans] vermeldt:
Op Húijden den 22-07-1650.
Compareerden etc., Jacob willemsz Jonge Leenheer won. onder Ridderkerck denwelcken bekende wel ende deúgdelijck schúldich te wesen aen Geerit Hermansz van den Wijenbrech. De somme van f 100:0:0 úijt saecke van geleende penningen, etc., [tegen 5% rente p.j.]. w.g. ijacob willemsen.
 
- ona 20.91 fol. 98 [not. J. Schoormans] vermeldt: Op Húijden den 22-03-1653.
Compareerden etc., d' eersame Jacob Willemszn leenheer won. onder Ridderkerck ende bekende schúldich te wesen aen Sr. Jan leendertsz van Aecken Coopman borger deser Stede de somme van f 1000:0:0 úijt saecke van geleende pen: etc., [Jacob zal 5 % rente betalen.] Ende tot meerder verseeckertheijt vant' gene voorsz: is compareerde mede etc., Corn: willemsz Leenheer [zijn broer] ende Bastiaen Cornelisz besemer [zijn zwager] beijde won. in Sandelinghs ambacht, etc.
w.g. ijacob willensen, Cornelis willensz Leenheer, bastiaen cornesissen besemer.
 
- ona 20.135 fol. 263 [not. A. van Neten] vermeldt: Op Húijden den 18-07-1656,
Compareerde, etc., Adriaen Jansen Boeff Tavenier inde Herberge van den Engel op den Riedijck borger deser Stede, ende verclaerde verhúijrt te hebben aen Jacob Willemsen Leenheer ende Pleún Vincke beijde won. in Rijsoort, etc., ontrent 4 Mergen lants leggende int nieúw bedijckte landt van Barendrecht genaempt de Koedoot, ende dat voorden tijt ende termijn van 1 Jaer etc. Omme ende voor de Somma van f 287:0:0 etc., [de condities voor de huurders worden beschreven]. w.g. Adriaen Jansen Boeff, ijacob Willemsen, Pleún Vincke, Cornelis Willemss Leenheer.
       
- ona 20.135 fol. 264 [not. A. van Neten] vermeldt: Op Húijden den 18-07-1656,
Compareerde, etc., Adriaen Jansen Boef Tavenier inde Herberge van den Engel op den Riedijck borger deser Stede, ende verclaerde finalijcken vercoocht te hebben etc., aen Jacob Willemsen Leenheer ende Pleún Vincke beijde won. in Rijsoort, etc., het gewas van tarwe staende tegenwoordig te velde op ontrent 4 Mergen landts int nieúw bedijckte landt van Barendrecht genaempt de Koedoot, etc., d' Somma van f 287:0:0 etc., [de condities voor de huurders worden beschreven].
w.g. Adriaen Jansen Boeft, ijacob Willemsen, Pleún Vijncken, Cornelis Willemsz Leenheer.
 
- ona 20.112 fol. 73 [not. A. Muijs van Holij] vermeldt: Op Húijden den 23-02-1657.
Compareerde etc., Jacob Willemsz Leenheer won. tot rijderkerck. Ende verclaerde hij Comparant, vercoocht te hebben, aen Sr. Jan Joosten vileboort [zie blz. 32 Op blz: 147: II.1.3 Catharina de Blom], coopman en borger deser Stede ende mede Comp: en den vercoop te accepteren, de nomere van 4 mergen 5 hont, soo weij- als Zaeijlant gelegen in het achter ambacht van hendrick iden ambacht belent aen de oostzijde Corns: willemsz Leenheer, ten noorden aert Jacobsz, ten Zúijden de wed. van arien bastiaensz van der Nes, ende ten westen Claes Claesez van Noort. Ende dat voor de Somme van f 650:0:0 de mergen etc. w.g. Jan Joosten vijleboort, ijcob willemsen Lener.
 
Op blz. 610:
I.1.4        Pieter Arijenszn. JEISKOOT, gedoopt ca. 1605 te Kijfhoek, overleden voor 07 06 1652.
Gehuwd ca. 1630 met Neeltgen Jacobsdr. Gedoopt ca. 1610.
SAD: ona 20.90 fol. 155 [not. J. Schoormans] vermeldt: [Testament]
Op Húijden den 23-05-1651.
Compareerden etc., d'eersame Pieter Arijenzn Jeijskoot ende d'eerbare Neeltgen Jacobsdr. echte Lúijden won. in de lint, den voorsz: Jeijskoot sieck te bedde leggende, maer den voorsz: Neeltgen Jacobs gesont van lichaeme gaende ende staende, doch beijde haere verstant, redenen ende memorie seer wel machtich etc. [Pieter en Neeltgen maken de langstlevende tot enige en universeel erfgenaam van alle] goederen,soo roerende als onroerende, actien, crediten, gelt, goút, silver, gemúnt ende ongemúnt, cleederen ende Júweelen geene althoos úijtgesondert etc., [de langstlevende wordt voogd over de kinderen tot zij volwassen zijn. Er is veel opgeschreven over wat moet gebeuren maar er zijn dan hele zinen doorgehaald.] w.g. Dit merck is gestelt bij den voorn: Pr. adriaenszn Jeijscoot, Dese twee n i letters sijn gestelt bij de voorsz: Neeltgen Jacobs.
 
- ona 20.90 fol. 587 [not. J. Schoormans] vermeldt: [Testament]
Op Húijden den 07-06-1652.
Compareerden etc., d'eerbare Neeltgen Jacobsdr. wed. van Pieter Arijenszn Jeijscoot won. in de lint, gesont van lichaem etc. [Neeltgen legateerd aan haar] naerkinderen bij den voorn: Pr. Arijensz Jeijscoot aen haer verweckt, eerst voor haere vaderlijcke goederende Gerechte eene helfte van den voorsz: hare naertelaten goederen dien sij aen den selve hare naerkinderen daervoren bewijst bij desen. Ende dan noch de selve hare naerkinderen met haere 2 voorkinderen t samen hooft voor hooft voor de andere helft, etc. [Net als bij ona 20.90 fol. 115 wordten alle bezittingen beschreven. De kinderen uit 2 huwelijken zal vredig alles verdelen.] Ende op dat haaere Onmondige kinderen end erfgen: niet onversijen en soúen wesen van goede voochdie ende opsichte soo verclaerde sij Testatrice tot Voochden daerovergestelt te hebben mits desen arijen leendertsz Pieterman haeren broeder ende abraham Arijnesz Jeijscoot Schout van kiefhoeck haren swager met last ende macht etc.
w.g. Dit merck is gestelt bij de voorsz: Neeltgen Jacobdr.
 
[zie ook aanvullingen I.]
II.5        Abraham Adriaenszn. JEISKOOT, Schout en Secretaris van Kijfhoek, gedoopt ca. 1604 te Kijfhoek, overleden op 05 01 1671 te Kijfhoek.
Gehuwd ca. 1624 met Eva Pietersdr. (IJsken) van DALEM, gedoopt ca. 1600, overleden na 26 02 1677.
SAD: ona 20.133 fol. 185 [not. A. van Neten] vermeldt: Op húijden den 20-03-1654
Compareerde, etc., Theúnis Dircx als getroúwt hebbende Hentgen Jans won. in heer oúdelants Ambacht, Arijen Pietersen van dalem won. inde Lindt, ende Abraham Arijense Jeijkoot Schoút van kijfhoeck, als getroúwt hebbende eva pieters van dalem soo voor hem selven, als in dezen ontvangen hen sterckmakende voor Arijen Theúnissen mede won. in heer oúdelandts Ambacht als getroúwt hebbende Maijke Jans alle erfgenamen van Za: dirck Stevensen ende Emmerke Sijmons, hare oom ende moeije, etc., overl. in heeroúdelants Ambacht voorsz: Ende verclaerden vercocht te hebben aen d'heer Cornelis Vaens etc., den eigendom van 2 Mergen 450 roede weijlandt etc., gelegen in Jeronimús Ambacht belent Noorden ende naast het landt vande voorsz: heer cooper, Oost en Zúijden de gemeene landtsvliet. 't welck gelevert werden sal vrije ende onbelast etc., [de koper zal voor het land] d'somma van f 1500:0:0 betalen etc. w.g. cornelis Vaens, Arie Pieterse van Dalúm, Abraham Adrijaen Jeijkoot.
 
- ona 20.119 fol. 455 [not. G. de Jager jr.] vermeldt: Op Húijden den 23-07-1659.
Compareede etc., dheer Abraham Ariensz. Jeijskoot, Schoút van Kijffhoeck. Ende verclaerde hij comparant deúchdelijck schúldich te sijn aen Casper van Cantelbeeck als getroúwt hebbende Júffroúwe Adriana van Aken ofte toonder deser obligatie, de somme van f 900:0:0, hercomende úijt sake van coffie ende overgifte van seker actie ofte obligatie verleden bij Jacob Willemse Leenheer [zie boek blz. 605 II.3] als principael en Corn: Willemsz. Leenheer [blz. 604 II.1], ende Bastiaen Leendertsz. Besemer [blz. 604 I.1.3], als borger en meede principaelen onder behoorlijcke renúncratien ter somme van f 1000:0:0 etc. Ende beloofden hij Comparant mits dien de voorn: somme van f 900:0:0 te betalen ende te voldoen aen voorn: Sr. Casper van Cantelbeeck etc.
w.g. Abraham Adrijaen Jeijskoot 1659.
 
II.5.2        Adriaen Abrahamszn. (Arie) JEIJSKOOT, gedoopt ca. 1626 te Kijfhoek.
SAD: ona 20.114 fol. 285 [not. J. Reijns] vermeldt: Op Húijden den 05-08-1650.
Compareerde etc., Adriaen Abrahamsz. Jeijskoot won. in Henrickiden ambacht, ende bekende wel ende deúchelijcken schúldich te sijn aen Gerrit Hermen vanden Wijdaken ende won. binnen deser Stede etc., de somme van f 200:0:0 etc., [Adriaen betaald 5 % rente p.j.]. w.g. Adriaen Abrahamsen Jeijscoot.
       
ona 20.89 fol. 180 [not. J. Schoormans] vermeldt: Op Húijden den 11-05-1650.
Compareerden etc., Arijen Abrahamsz Jeijskoot won. op Hendrickijden Ambacht den welcken bekende wel ende deúchdelijck schúldich te wesen aen Geerit Hermansz van den wijenberch de Somme van f 359:0:0. etc. [Adriaen belooft het geld terug te betalen met rente van 5,5 % p.j.] Ende tot meerdere verseeckertheijt vant' gene voorsz: is Compareerde mede voor ons Notaris en getúijgen Abraham Areijenzn. Jeijskoot [zie blz. 610: II.5 zijn vader] Schoút op Kijfhoeck. Den welcke verclaerde hem selven geconstitúeert ende gestelt te hebben súlcx hij doet mits desen als borge ende principael voor den voorn: Compt: sijnen Soon etc.
w.g. Adrijen Abrahamse Jeijscoot, AbrahamJeijskoot
 
Zie aanvulling I (Op blz. 610:) Op blz. 371:
I.1.1        Adrien Pieterszn. van DALEM, gedoopt 1600, overleden voor 26 02 1677.
Gehuwd met Dircxken Cornelisdr., overleden na 26 02 1677.
SAD: ona 20.118 fol. 427 [not. G. de Jager jr.] vermeldt: Op Húijden den 10-05-1655.
Compareede etc., Arien Pietersz. Van Dalúm won. inden groote lint den welcke bekende deúchdelijck schúldich te sijn aen ende ten behoeve van Jannecken pieters van Snick etc., f 500:0:0 hercomende ter sake van deúgelijcke en goede geleende penn: [Adrien leent tegen 5 %, als borg stelt hij zich zelf en zijn goederen], ende tot meerder seeckerheit van desen soo heeft Cornelis ariens van Dalúm won. op Swijndrecht etc., hem mits desen gestelt tot borge als principaal schúldenaer voor het voldoen van voorsz: somme etc. w.g. Arie Pietersz. van Dalúm.
 
- ona 20.125 fol. 1 [not. G. de Jager jr.] vermeldt: [Testament].
Op Húijden den 02-01-1677.
Compareede etc., Arien Pietersz. van Dalem ende Dirxken Corenlisdochter echte man ende vroú won. inde groote Linde in Zúijthollant ect., soo verclaerden sij testateúren malcanderen over en weder etc., tot erfgenaam in alle de goederen mitsgaders baten en lasten etc., [Adrien en Dirxken laten na aan hun zoon] Pieter Areinsz van Dalem seker haar testatreúrs stúxken Lants groot 3 mergen 2 hont gelegen in de groote Linde voornt in Cort Ambacht belent ten Zúijden Dirck Jansz. Metselaar met sijn boomgaerden ende ten Noorden de wed. van Schoút Vinck. Ende dit in plaatse van de legetimme portie ofte erfdeel etc., [ook benoemen zij hem tot erfgenaam.]. Voorts institúeren sij hare sone Cornelis ariensz. van dalem tot erfgenaam int gúnt hij tot onderstant van sijn húwelijk als anders vande testateúrs heeft genoten, gelijck sij testateúrs des gelijx institúeren Maycken ariens die haar testateúrens dochter was namelijck int gúnt etc., tot onderstant van haar húwelijck hebben gegeven als mede t'gúnt als borger voor Dirck Willensz. Barendrecht heeft betaelt bedragende t samen ontrent f 4000:0:0. Etc., [Adrien en Dircxken laten alle goederen na] voor de eene helfte aan Pieter ariensz. van Dalem ende voor d'andre helfte op de kinderen van Cornelis ariensz. van Dalem mits dat hij daar van sijn leve lang gedaen sal genieten etc. [Zij vermaken 3 mergen 1½ hont land aan Maycken Dircksdr.]
w.g. Arie Pietersz.van dalem, dese tekens J v l c sijn gestelt bij d' eijgen hant van de testatrice.
 
Op blz. 611: [zie ook aanvulling I.]
II.5.4        Annichie Abrahamsdr. JEIJSKOOT, gedoopt ca. 1632 te Kijfhoek.
Ondertrouwd (1) op 16 02 1659 te Kijfhoek, gehuwd voor de kerk op 09 03 1659 te Kijfhoek met Cornelis Jacobszn. van PROJEN, gedoopt ca. 1632 te Rijsoord, overleden voor 1686 te Heer Oudelandsambacht.
Ondertrouwd (2) op 13 06 1686 te Dordrecht met Cornelis Gerritszn. CRANENDONCK, 51 jaar oud, Heemraad, gedoopt op 12 11 1634 te Hendrik Ido Ambacht.
SAD: ona 20.128 fol. 192 [not. G. de Jager jr.] vermeldt: Op Húijden den 30-05-1686.
Compareerden etc., Eeúwoút Jacobsz. van prooyen won. onder Ridderkerck als erfgenaem ab intestato voor een ¼ part van de naargelaten goederen ende erffenisse van Cornelis Jacobsz. van proyen. Sijnen overl. broeder Zalr. Ende bekenden in dier qúaliteit ontfangen te hebben van Annichie Abrahams Jeijscoot won. in Heeroúdelants ambacht wed. van den voornoemden voorn: Cornelis Jacobsz. van prooyen d'somme van f 600:0:0 hem Comparant voor sijn volle gerede vierde portie ofte erfdeel aengecomen in alle die naergelaten goederen ende erffenisse van sijnen compts: broeder Zalr. mits welcke hij Comparant des voorn: sijne overl. broeders wed. qúiteert van allen actien ende pretentie die hij compt:. Ter sake van sijne erfportie op haar heeft gehadt, etc.
Belovende hij Compt: de voornoemde wed., of haren erfgenaemen ter sake voorsz: noyt meer te sullen moeye of molesteren in rechte etc. w.g. Eeúwit Jacobse van proijen.
 
- ona 20.128 fol 204 [not. G. de Jager jr.] vermeldt: Op Húijden den 13-06-1686;
Compareerden etc., d' Eersame Cornelis Cranendonck, won. in Sandelings = Ambacht, wedn. ende toecomende Brúijdegom ter eenre, mits gaders Annichie Abrahams Jeijscoot, won. in Heer Oúdelants Ambacht wed., en toecomende Brúijt ter andre sijde. Ende verclaerden sij Comparanten voorgenomen te hebben ter eere godts, ende haerlúijder Zielen ende saligheijt met malkanderen op te richten ende te doen solemniseren een wettigh húwelijck, dog voor alle banden vandien gestipúleert ende bevoorwaert te hebben, de poiacten ende articúlen hier naer volgende: etc., [Annichie en Cornelis brengen ieder hun goederen die zij hebben mee in het huwelijk; waarbij de goederen van de bruid worden beschreven als:] bestaende de goederen vanden toecomende Brúijt in 3/4 deelen van een hofsteede, met tússchen de 60 en 70 mergen lants gelegen in Heer oúdelants=ambacht, item van haeren imboel, alsnog 30½ hondlants gelegen in kieffhoeck, item van een húijs en erve staande ende gelegen binnen dese Stadt, inde vriessestraet ontrent de brúgh, ende laetstelijck van een húijs staende ende gelegen binnen dese Stadt, inde Crommen elboog, beijde bij haeren overl. man Cornelis Jacobsz. van Proijen zalr. staende húwelijck aen gecost, wesende alle d'voorsz: goederen ende bij gevolge oock sij toecomende Brúijt belast met ontrent achtich honderd gúldens [f 8000,00] úijt schúlden. Is voorts wel expresselijck geconditioneert dat in desen aenstaende húwelijcke niet en sal wesen eenige gemeenschap van goederen, maer dat de selve sal blijven geseclúdeert in voegen dat naer scheijding deses húwelijcks elck aengebrachte goederen súllen gaen ende keeren aende sijde waervan die gecomen sijn, dog winst ende verlies staende húwelijck te vallen sal wesen gemeen ende bij elcx, etc.
w.g. anneken Abrams, Cornelis Geerits Cranendonck.
 
Op blz. 612:
II.2.1        Ariaentien Aryensdr. SALY, gedoopt op 14 04 1659 te Heerjansdam.
Gehuwd 1685/'90 met Mels Janszn. van DRIEL, gedoopt op 08 11 1665 te Heerjansdam.
SAD ona 20.813 akte 138 fol. 407 [not. W. Pasman] vermeldt: Testament.
In den Name des heeren Amen, op húijden den 15-12-1712.
Compareerde etc., Mels Janse van Driel, ende Ariaantie ariens Salij, won. op Develslúijs, dewelke verclaarde genegen te sijn etc., [Jan en Ariaentien maken een testament op de langstlevende, die zal geven aan de kinderen] met name Jan Arie, ende Maijke Melse van Driel, ider den Zomme van f 25:0:0, ende aan Steven Melse van Driel eene Somma van f 100:0:0, etc., [de testateúrs sluiten uit] den Schoút en geregten van de Klijne Linden etc. w.g. mels Janse van drijel, Dit merk X stelde de Testatrice verclarende niet te konnen Schrijven.
 
II.2.2        Joosje Ariensdr. (Josijn) SALY, gedoopt op 06 05 1662 te Heerjansdam, begraven op 24 02 1741 te Heerjansdam.
Gehuwd .. 05 1690 te Heerjansdam met Cleijs Leendertszn. LODDER, gedoopt ca. 1665 te Kleine Lindt, overleden voor 11-05-1731.
SAD: ona 20.805 akte 24 fol. 109 [not. A. Cant] vermeldt: Obligatie 300 gl.
Op Húijden den 11-04-1731,
Compareerde etc.: Joosje Ariense Salij wed. Klijs Leendertse Lodder won. op Develslúijs, tegenwoordigh binnen dese Stadt; Te kennen gevende de Compte dat sij etc., over verscheender Landpagte van 6 mergen 461 roeden land, gelegen onder de Klijne Lind, en 7 mergen 500 roeden onder de groote Lind samen 14 mergen 361 roeden Lands, etc., [het land is voor 5 jaar verpacht totaal voor f 1125:0:0, Joosje heeft een gedeelte betaald, is uiteindelijk nog f 325:14:0 schuldig aan Herman van den Honert] de comparante belooft bij desen te súllen voldoen en betaelen, met termijnen als namentlijk f 25:14:0 gereet etc., [en f 75:0:0 in 4 jaar] en dat sonder intrest daarvan te geven tot naerkominge verbind de compts haar persoon en goederen etc.
Compareerde mede etc., Aegje Klijsse Lodder won. in Sandelingen ambagt, Cornelis Klijsse Lodder, Gerrit Klijsse Lodder en Matthijs hendrikse Willemsteijn won. op Develslúijs, etc., de welke verclaerden te samen en ijder int bijsonder etc., [borg te staan] ten behoeve van den voorn: heere en mr: Martinús Doniús van Evensdijk etc. w.g. dit merk † is gestelt met de hand Joosje ariense Salij, agije kleijs lodder, [alle anderen tekenen met een handmerk].
 
- ona 20.805 akte 78 fol. 336 [not. A. Cant] vermeldt: Acte van Borgtogt.
Op Húijden den 07-12-1731,
Compareerde etc.: Aegie Clijsse Lodder, won. onder Sandelingen=ambagt, Cornelis Clijsse Lodder, won. onder de Klijne Lind, gerrit Clijsse Lodder, won. onder Heerjansdam, en Matthijs Hendrikse Willemsteijn, getroúwt met Marijtje Clijsse Lodder, won. onder de Klijne Lind voorz:, tegenwoordigh alle binnen dese Stadt. Ende verclaerden de comparanten te samen etc., bij desen borgen etc., [te zijn] voor haare moeder Joosje Ariense, won. inde Lindt, wed. en boedelhoúdster van Cleijs Leendertse Lodder, die mede erffgenaam was van sijne moeder Aegje Hermans, ende dat voor de voldoeninge van soodanigen Somme van f 410:0:0 Capitael, alsmede voor de te verlopen intressen, als dheeren en Mrs Johan van den Honert, Raed inde Soúverainen Raade van Brabant, en Cornelis De Witt, inden oút Raad deser Stadt, als execúteúrs van den testamente van wijlen den heer en mr. Herman van de[n] Honert, in sijn Ed: Leven borgemeester deser Stadt, etc., ten Laste van de voorn: Aegie Hermans te praetenderen hebben volgens Schúltbrieff, etc., van een geheel huijs, en erve, etc., staande ende gelegen aen s'heeren Dijk van Swijndregt inde Heerlijkhijt van de Lint etc., [de kinderen van Joosje moeten de schuld van hun moeder betalen, zie ona 20.805 akte 78 fol. 336]. w.g. agijen kleijs Lodder, geer kleise looder, [alle anderen tekenen met een handmerk].
 
Op blz. 613:
III.8        Arije Arienszn. SALY, gedoopt op 14 06 1670 te Heerjansdam, begraven op 06 09 1730 te  Ridderkerk.
SAD ona 20.813 akte 133 fol. 344 [not. W. Pasman] vermeldt: Acte van Renúntiatie.
Op Húijden den 15-04-1712
Compareerde, etc. Arijen arijensz Zalij, de Jonge, won. onder de kleijne Lindt, present hier ter Steede te kennen gevende den Compt dat zijnen vader Arij arijensz Salij den oude aen hem Compt bij seeckere Codicille op den 09-06-1709 voor Schoút en Schepenen van Heerjansdam gepasseert, hadde gemaeckt seker húijs, binnen en búijtten dijcx erve en 12 roe staende ende gelegen, onder de kleijne Lind ende belent als bij de voorsz: Codicille, waer toe ten desen wert gerefereert: dat den voorn: sijnen vader bij de voorsz: Codicille hadde gewilt en begeert, dat het voorn: húijs en erve van dien tijd af aen door hem Compt soúde werden bewoond ende beheert als zijn vrij en eijgen goedt dogh dat de boomvrúgten die aen den dijck ende in den búijten boomgaerdt voornoemt qúamen te wassen aen den voorn: zijnen vader soo lange den selven int Leven was soúde moetten blijven, dat naer doode van den voorn: zijnen vader het voorn: húijs, binnen en búytten dijcx erve off boomgaerden alles in vollen eijgendom soúde zijn van hem Compt ende dat in voldoeninge van de erffenis, die hij Compt sijn moeder te pretenderen hadde ende mede ter voldoeninge vande erffenis die hem Compt naer doode van den voorn: sijnen vader van den selven soúde mogen opkomen, ende door hem Compt eenigsints konnende werden gepretendeert dat hij Compt ingevolge van den voorsz: Codicille, alle de voorsz: goederen ingevolge van den selve alsoo hadde aenvaert, ende gebrúijckt den gemerckt dat aen hem Compt door den voorn: sijnen vader sedert date van den voorn: Codicille waren verstreckt gewerden seeckere Somme van penn: verclaerende den Compt ter dier saecke ende tot voldoeninge van de voorsz: geschote ende aen hem verstreckte penn: aen ende ten behoeve van den voorn: sijnen vaders sijnen erven ende nakomelingen wederom over te geven ende afstand te doen van de voorn: búijten dijcx erve off boomgaerden sonder daer aen eeing regt, actie off pretensie te reserveren, directe ofte indirect, nemaer hem ter voldoeninge vande voorsz: Erffenisse, soo van sijne moeder, als van sijnen vader naer doode van den selven op te komen te kontenteren ende genoegen te nemen met het voorsz: húijs en erve, binnen dijcx en voorsz: versterkte penn:, renúncierende mitsdien hij Compt nú voor als dan ende als dan voor als nú van allen soodanigen regt, actie ende pretensie als den selven ter saecke van de voorsz: erffenissen, eenigsints soúde konen pretenderen etc.
w.g. arij arense ijonge Salij.
 
Op blz. 624:
II.5.2        Anna Willemsdr. VERHOEVEN, gedoopt op 13 04 1704 te Puttershoek.
Ondertrouwd (1) op 25 04 1723 te Zwijndrecht, gehuwd op 19 jarige leeftijd op 16 05 1723 te Zwijndrecht, gehuwd voor de kerk op 16 05 1723 te Zwijndrecht met Teunis den HAERING, gedoopt te Rhoon? Overleden voor 30-09-1744.
Ondertrouwd (2) op 30 09 1744 te Zwijndrecht, gehuwd op 40 jarige leeftijd op 02 10 1744 te Maasdam met Frans Corneliszn. BESTEBROER, 50 jaar oud, Schipper, gedoopt op 07 02 1694 te Maasdam, overleden voor 28 09 1756.
Gehuwd (3) voor 28 09 1756 met Lieve JONGENHAEN.
SAD: [zie ook aanvulling I op blz. 608: V.4 Jan Willemszn. Leenheer ona 20.1035 akte 102].
- ona 20.925 akte 108 fol. 361 [not. G. Verveer] vermeldt: Hoúwelijkse voorwaarde sonder avandtagie.
Op Húijden den 23-10-1744
Compareerde etc.: Den Eersamen Frans Cornelisse Bestebroer, schipper, won. op den Dorpe van Maasdam, wedn. van Marijke Jacobse Hordijck, Brúijdegom ter eenre, en de Eerbare Anna Willemsse Verhoeven, wed. van Theúnis Cornelisse den Haring, woont in den Dorpe van de Groote Lind, Brúijdt ter andere zijde. Te kennen gevende dat zijlieden Comparanten genegen zijn, omme eerstdaags met malkanderen aan te gaan, een Hoúwelijk na de Wetten, ende Kerken ordre deser Landen, hebbende ten dien eijnde 3 Kerkelijke geboden onverhindert gehad, dog niet anders als op de navolgende Conditien en húwelijkse voorwaarde, namentlijk: dat ieder van hen tot sússtentatie en onderstand van dit aanstaande Hoúwelijk zal moeten innebrengen alle zoodanige Goederen geen van dien úijtgesondert als ijder van hen is hebbende, waar van gemaakt zal moeten werden 2 aparte memorien off inventarissen, met ondertijckeninge van haarlúijder naam etc.
Is Conditie dat tússchen de Toecomende Echtgenooten niet zal zijn eenige de minste gemeenschap van ten Húwelijk aan te brengen off staande Hoúwelijk aan te besterven goederen, etc.
Súllende ook de een voor des anders schúlden voor dato van dit aanstaande Hoúwelijk gemaakt niet gesogt off aangesproken mogen worden in Regten etc.
Dog te opsigte van de winst off verlies staande hoúwelijk te vallen, is geconditioneert dat de Brúijd, ofte haar regtverkrijgende zal off zúllen hebben de keúse omme in deselve winst off verlies te participeren, etc., [Anna behoudt de vrijheid om deel te nemen in het bedrijf van Frans]. w.g. Frans bestebroer, anna verhoeven.
 
Op blz. 633:
I.1        Dirk Janszn. BLAAK, gedoopt ca. 1680 te Strijen?
Gehuwd op 04 09 1709 te Strijen met Pieternelletie Willemsdr. de POLDERDIJK, gedoopt ca. 1685 te Strijen?
SAD ona 20.788 akte 55 [not. A. Cant] vermeldt: Testament de testateúren verclaren inden 200ste pennt: niet bekent te staan.
Op Huijden den 04-07-1710,
Compareerde etc.: Dirck Janse Blaak, won. in Nieúw Bon avontúra onder Strijen, te voorens in egte gehadt hebbende Soetje Maaskant, ende Pieternella Willems Polderdijk, eghteúijden, etc., [Dirk geeft aan Pieternella] een gereghtelijke filiale portie ofte kinds-gedeelte, haer in den boedel van hem testateúr competerende, deselve daerinne tot sijn mede-erffgenaem institúërende bij desen, mits bij de testatrice ook werdende gepresteert ende naergekomen alles t' geene bij den testamente van hem testateúr met sijne eerste húijsvroúw opgezegt, soo ten opsigte van het moederlijk bewijs als alimentatie van sijn hier naergenoemde Voorkindt, is besprooken ende gestipúleert.
Ende tot sijne verdere erffgenamen verclaerde hij testateúr genoempt, gestelt, ende geinstitúeert hebben, súlkx doede, bij desen, sijn testateúrs Voor-kind Magteltje dirkse Blaak, bij hem verwekt aen sijne voorn: eerste húijsvroúw Salt Soetje Maaskant, mitsgaders de kindt ofte kinderen, albereijts úijt desen huwelijken verwekt ende nogh te verwekken, ende dat in alle ende een ijgelijke de goederen, etc
Ende sij testatrice mede komende tot hare voorgenomene dispositie, verclaerde tot haar eenigen ende úniverselen erffgenaam gestelt etc., haer testatrices man Dirk Janse Blaak, ende dat in alle ende een ijgelijke de goederen, etc. [Dirk kan naar zijn goedvinden doen met de inbreng van Pieternella, hij zal de kinderen laten leren. Als Pieternella als eerste overl. de kinderen uit te keren] de Somme van f 100:0:0, ende dit alles in plaatse van de Legitime portie, etc. [Dirk stelt over Magteltje zijn broer Ingen en zwager Jan Aerse van Esch tot voogden aan.]
w.g. DirkJanseblaak, Pieternelgie Wijllense Polderdijck.
 
Op blz. 636:
II.2.4        Cornelis BUYTENDIJK, Bouwman, gedoopt op 29 10 1743 te Zwijndrecht.
Ondertrouwd op 03 10 1766 te Zwijndrecht met Geertje Jansdr. (Geertruy) van den BERG, 24 jaar oud, gedoopt op 25 02 1742 te Hardinxveld.
SAD ona 20.948 akte 28 fol. 501 [not. G. Verveer] vermeldt: Testament van Man en Vroúw hebbende verklaart beneden de f 2000:0:0 gegoet te sijn.
Heden den 15-07-1768,
Compareerde etc.: Cornelis Búijtendijk, Boúwman, ende Geertrúij van den Berg, Egte Lúijden, won. onder het Volgerland van Rijsoort en Strevelshoek, tans hier ter Stede, etc.
[Cornelis en Geertje maken een testament op de langstlevende. De weesmeesters worden uitgesloten van de boedel. De eventuele kinderen groot te zullen bergen en voogd te zijn] tot mondigen dage, ofte eerdere Hoúwelijken State, etc., úijt te keeren voor Vaders ofte Moeders bewijs, de Somma van  f 100:0:0 etc.
w.g. Cornelis búijtendijk, Dit merk + is gestelt bij Geertrúij van den Berg.
 
Op blz. 681:
IV.1        Jacob Arienszn. (NUCHTEREN), Boer, gedoopt op 14 10 1601 te Ridderkerk.
SAD ona 20.91 fol. 121 [not. J. Schoormans] vermeldt: Op Húijden den 16-04-1653.
Compareerden etc., Jacob Arijensz Núchteren, Paúwels arijensz Cranendonck [zie op blz. 565 II.1], Arijen Crijnen Húijser de Jonge [zie op blz. 736 I.1.6]. Ende Jacob Leendertsz Slickerveer, alle won. onder Ridderkerck, dewelcke bekenden te samen etc., schúldich te wesen aen Neeltien Abrabhamsdr. De Somme van f 600:0:0, vúijt saecke van geleende penningen etc., ontvangen te hebben. [Jacob en de anderen beloven het geld binnen 1 jaar terug te betalen, de intrest is 6 % p.j.]
w.g. Jacob Aeriensz núchteren, poúwels aedrijaensz kranendonck, Arije Crijnen húijser.
 
IV.1.3        Aryen Jacobszn. NUCHTEREN, gedoopt op 20 10 1630 te Ridderkerk, overleden voor 26-01-1675.
Ondertrouwd op 29 12 1657 te Ridderkerk, gehuwd op 27 jarige leeftijd op 12 01 1658 te Ridderkerk met Aeltjen Leendertsdr. Gedoopt ca. 1635 te Ridderkerk , overleden voor 26-01-1675.
SAD: ona 20.120 fol. 268 en 269 [not. G. de Jager jr.] vermeldt: [Uitsluiting].
Op Húijden den 26-08-1661.
Compareerde etc., Arien Jacobsz. Núchteren, ende Aeltien Leenderts te samen Echte man ende vroú won. onder Ridderkerck de welcke verclaerden wel expresselijck te seclúderen ende úit haren boedel te slúijten, Schoút ende gerechte van Ridderkerck , enalle andere Schoúten ende gerechten, ende weesmeesters ter plaetse daer haer sterfhúijs sal comen te vallen. Willende dat d' selve sig met haeren boedel ende goederen niet en súllen bemoeijen. Etc., [Aryen en Aeltjen stellen de langstlevende aan tot voogd over de eventuele kinderen].
 
- ona 20.120 fol. 269 [not. G. de Jager jr.] vermeldt: [Testament].
Op Húijden den 26-08-1661.
Compareerde etc., Arien Jacobsz. Núchteren, ende Aeltien Leenderts te samen echte man ende vroú won. onder Ridderkerck de welcke verclaerden etc., [zie ona 20.120 fol, 268].
w.g. Arien Jacobsz núchteren, + dit is getekent merck van aeltien leenderts.
 
Op blz. 682:
V.5        Gijsbert Jacobszn. NUCHTEREN, Boer, gedoopt op 27 11 1633 te Ridderkerk, begraven op 15 09 1704 te Ridderkerk.
SAD: ona 20.123 fol. 22 [not. G. de Jager jr.] vermeldt: Op Húijden den 01-03-1669.
Compareerde etc., Pieter Bastiaensz. Óut 40, Arien Jacobsz: Oút 38 ende Martijntge Corn: oút 48 Jaeren, ende verclaerde sij compten: bij waeren woorden etc., te versoecke ende Instantie van Gijsbert Jacobsz. Núchteren won. onder Rijerkerck, dat den Reqt: inde Maent Júnij des Jaers 1667 door van ordre van Sijbrant vander Laen inde Herberge daer uithanght 't belegh van Alckmaer, staende op de Wijnbrúgge deser Stede:, in arrest is gebracht, voorgevende dat de Reqt: een schúijt was voerende,: ende den Reqt: eenige woorden met hem wisselende, seijde den voorn: vander Laen tegen den deúrwaerdr: -.-.-.- aldús domme genoemt, dat hij sijn stockjen soúde trecken voegende daer ende arresteert hem dadelijck seggende mede tegens de dienders wil hij niet mede gaen soo tast hem aen, bij t welck arrest gedaen sijnde is den Reqt: met hem gegaen inde voorsz: Herberge:. Ende aldaer een gerúijme tijt in gijselinge geseeten hebbende, soo verclaeren sij deposanten, dat door ordre vanden voorn: vander Laen door hem Reqt: aen gelt is getelt de somme van f 14:6:0 soo aen verteert gelach, als anders ende voegende daer bij, dat indien hij Reqt. voorsz: pen: niet en wilde betalen, ende borger voort gewijsde stellen, hij úijt de voorsz: gijselinge off arrest niet soúde geraecken, welken volge den heer dirck Dammer oock borge voort gewijsde is beleeven. Gevende voor redenen van wetenschap, dat sij deposanten daer ter tijt daer mede present sijn geweest, ende den voorsz: Arien Jacobsz: verclaert dat hij getúijge 't voorsz: gelt heeft getelt heeft: ten deele aenden diendrs: als aent verteert gelach, ende anders. Eindigende hier mede haere verclaeringe, etc.
 
Op blz. 716:
II.5        Teunis Janszn. van de GRIENT, gedoopt ca. 1594 te Dordrecht.
Ondertrouwd ca. 1619 met Marijtgen Woutersdr. (Marike).
SAD ona 20.114 fol. 198 [not. J. Reijns] vermeldt: [Testament]
Etc., den 27-09-1649.
Compareerde etc.: Elisabeth Jansdr. ongehoúde dr. won. op den hoff gesticht bij Sar. Arent Maertensz. Heere van Barendrecht etc., wat siekelijck sijnde doch haer verstaent redenen ende memorie seer wel machtich etc. [Elisabeth legateerd aan] Lijsbeth Dircxsdr. haer Testatrices nichte haer beste laeckene húijck, aen Willemken Dircxsdr. won. deser Stede de Somme van f 10:0:0. voorts tot hare eenige ende úniversele Erffgenaemen in alle de goederen roerende ende onroerende, actien etc., aen Maeijken Woútersdr. húijsvroúwe van Theúnis Jans van de Grient won. op Prs.hoúck [Puttershoek] etc. Stellende ende committerende tot Execúteúren van desen haere testamente Mariken ende Arijaentgen Cornelisdr. gesústers won. opt Bagijnhoff binnen deser Stede, dat de selve opsicht súllen hebben op haer Begraeffenisse, ende distribútie haeren goederen etc.
 
Op blz. 717:
III.7        Arien Huijbertszn. van de GRIENDT, Hovenier, Tuinman, gedoopt op 01 04 1625 te Dordrecht, begraven op 28 10 1660 te Dordrecht.
Ondertrouwd (2) op 26 07 1654 te Dordrecht, gehuwd op 29 jarige leeftijd op 09 08 1654 te Dordrecht met Maijken Melsdr. HAGHEN, Moeder in het Gasthuis, gedoopt ca. 1630 te 's Hertogenbosch, begraven op 08 11 1673 te Dordrecht.
SAD ona 20.133 fol. 353 [not. A. van Neten] vermeldt: [Huwelijkse voorwaarden].
Op Huijden den 24-07-1654,
Compareerde etc. Arijen Húbertsen van de Grient, Hovenier, won. búijten de Speúijspoorte deser Stede wedn. en toecomende brúijdegom, geadsisteert met Húijbert Janssen van de Grient sijnen vader ter eerne, ende Maijken Melssen, J.D. toecomende brúijt, geadssisteert met Lijsbeth Thielmans tegenwoordich Húijsvroúw van Aelbert Castendijck haere Moeder ter andere sijde. Ende verclaerden de voorsz: partijen Contrahenten geselve uit te wesen, omme gesamenlijck ter wese Godts ende tot haere Siele Salicheijt te vergaderen inden heijligen echten State van hoúwelijk, etc., [Arien en Maijken zullen de goederen die ieder bezit samen te voegen zoals mondeling is afgesproken, de] toecomende brúijdegom metten last van alimentatie ende onderhoút sijner twee voorkinderen, etc., [als Arien als eerste komt te overl. met of zonder kinderen van Maijken krijgt zij f 150.00, Zij is niet verplicht de 2 voorkinderen van Arien te alimenteren. Zou Maijken eerst overl. krijgt Arien naast goederen , kleding ook nog f 50.00].
w.g. Dit merck is gestelt bij Arijs Húijbertsen van de Grient, maeiken Melsen, Dit merck is gestelt bij Húijbert jansen van de grient, liesebet tielemans.
 
Op blz. 735:
I.1.1        Adriaen Crijnenszn. HUYSER (HUIJSER), gedoopt op 29 11 1598 te Ridderkerk.
Gehuwd op 25 jarige leeftijd op 10 08 1624 te Barendrecht met Grietken Danielsdr., 26 jaar oud, gedoopt op 10 05 1598 te Ridderkerk, overleden op 01-03-1653.
SAD: ona 20.135 fol. 392 [ A. van Neten] vermeldt: Op Húijden den 07-09-1656
Compareerden etc., Adriaen Crijnen Húijser won. int Volgerlant van Jeronimús Ambacht als in echte gehadt hebbende Grietgen damen zijne echte húijsvroúw za. ter eenre, ende Adriaen Adriaensen Húijser tegenwoordig mondig soon voor sich selven. Item Cornelis Adraensen Húijser oút 24 Jaeren ende Crijn Adriaensen Húijser oút 22 Jaeren geadsisteert met Leendert Crijnen Húijser [I.1.3 op blz. 735] ende Pleún Crijnen Húijser [I.1.4 op blz. 735] haere Ooms (dewelcke bijden voorsz: Adriaen Crijnen Húijser tot rechte van sekeren testamente bij de voorsz: zijne Za: húijsvr. mette doot gecensimeert, gepasseert voor den not. Daniel Eelbo etc., op den 16-02-1643 geeligeert sijn als Voochden over de minderj. kinderen vande voorsz; Grietgen damen Za: sijnde tegenwoordig d'voorsz: Cornelis Adriaensen Húijser ende Crijn Adriaensen Húijser mistgaders Daniel Adriaensen Húijser oút omtrent 19 Jaeren,) alle kinderen vande voorsz: Grietgen Damen Za: aen haer verweckt bijden voorsz: Adriaen Crijnen Húijser ter andre Zijden.
Verclaerende d'voorsz: Parthijen, dat tússchen henlúijden qúestie ende geschille ontstaen is, nopende de Moederlijcke goederen van de voorsz: kinderen, etc., dat d'voorsz: Adriaen Crijnen Húijser húijsvr. gehoúden ende verobligeert is aen haerlúijden te samen ende ieder hen allen goet te doen ende toe te reijcken: soodaninge Somma van f 2000:0:0 als henlúijden bij den voorgemelte testamente bewesen ende geassingeert is etc. [Vader Adriaen zegt] (dat echter ten tijde vant afstreven vande voorsz: sijne húijsvr., sijnde geweest den 01-03-1653).
Sijne boedel soodanich was bevrachtert ende in state, dat van d'voorsz: sijne kinderen niet met al off wel in vrede naem niet ende conden hebben recht gemits d'voorsz: f 2000:0:0. Ende dat oock specialijcken d'voorsz: sijnen mondigen Soon Adriaen Adrieansen Húijser niet gesindeert was van sijn wederpart te eijschen d'Somma van f 500:0:0 alsoo hij den selven bij van ofte al so leven genoten heeft als van nau recht hem inde voorsz: sijne Moederlijcken gelden soúde Sempeteren. Ende alsoo tot d'voorsz: qúestien deffirenten geschapen waren waer etc. [Er wordt na de partijen gehoort te hebben, door] de procúreúrs vanden selven Hoogen Raeden [een uitspraak gedaan, waar de partijen zich aan te houden hebben.]
w.g. Arie Crinen Húijser, Aerien aerrensen Húijser, cornelis arensen, Crijn aerrensen Húijser, Leendert Crijnen Húijser, Pleún Crijnen Húijser.
 
- ona 20.135 fol. 462 [ A. van Neten] vermeldt: Op Húijden den 27-10-1656
Compareerde etc., Leendert Crijnen Húijser ende Pleún Crijnen Húijser als voochden over de drije noch minderj. kinderen van Za: Grietgen damen met name Cornelis, Crijn Daniel Húijser aen haer verweckt bij Adriaen Crijnen Húijser. Ende hebben bekendt ontvangen te hebben uit handen vande voorsz: Adriaen Crijnen Húijser d'Somma van f 1046:0:0 etc., [voor de 3 kinderen] als noch f 50:0:0 bij de selve toegegeven aen Cornelis Húijser en vanden voorsz: selven minderj. kinderen. w.g. Leendert Krijnen Húijser, Pleún krijnen Húijser.
 
I.1.4        Pleun Crijnenszn. HUYSER (HUIJSER), Heemraad van Ridderkerk, gedoopt op 27 11 1605 te Ridderkerk. [zie aanvulling I blz. 385].
SAD ona 20.115 fol. 33 [not. J. Reijns] vermeldt: Op Húijden den 26-09-1653.
Compareerde Pleún qúirijnen Húijser won. onder Ridderkerck, ende bekende etc., schúldich te sijn d´Heer Boúdewijn Onderwater schepen in Wette deser Stede etc., de Somme van f 300:0:0 etc. [de rente bedraagt % % p.j.]
w.g. Pleún Crijnen Húijser.
 
Op blz. 736:
I.1.6        Arie Crijnenszn. HUYSER, gedoopt op 09 12 1612 te Ridderkerk. [zie aanvulling I blz. 385].
SAD ona 20.115 fol. 35 [not. J. Reijns] vermeldt: Op Húijden den 26-09-1653.
Compareerde Jacob Adijaen Segers, Paúwels Adriaensz. romeijn, Pieter Willemsz. Penninck, ende Arijen Qúirijnen Húijser de jonge alle won. onder Ridderkerck. Ende bekenden t samentlijck etc., schúldich te sijn aen Pleún qúirijnen Húijser mede won. onder ridderkerck voorsz: etc., de Somme van f 300:0:0 etc. w.g. Arie Crijnen Húijser.
 
Op blz. 737:
II.5        Leendert Crijnenszn. HUYSER, gedoopt op 19 10 1603 te Ridderkerk.
Ondertrouwd op 16 07 1628 te Ridderkerk, gehuwd op 24 jarige leeftijd op 06 08 1628 te Ridderkerk met Aeltje Jansdr., 21 jaar oud, gedoopt op 24 09 1606 te Ridderkerk.
SAD ona 20.114 fol. 339 [not. J. Reijns] vermeldt: Op Húijden den 23-06-1651.
Compareerde etc.: Leendert Quirijns Húijser won. in Henrickijden Ambacht. Ende bekende wel ende deúgdelijck schúldigh te sijn aen D'Heer Boúdewijns Onderwater úijt den Oútrade deser Stede etc., de Somme van f 400:0:0 etc., [Leendert moet 5 % rente p.j. betalen]. etc., sijne de Borgen, Henrick Sijmons won. in Oost Barendrecht, ende Adriaen Crijnen Húijser [broer van Leendert] won. onder Swijndrecht elcxs een voor alle ende als Prinipael.
w.g. Leendert krijnen Húijser, Heijndrijck Sijmoonsoon, arie crijne Húijser.
Zie CD aanvulling I, op blz. 132:
[Door de notarisakten, die Maria Brassers heeft laten opmaken, en ook II.1.5 Wilhelmina van Gesel, ona 759 fol. 381, ben ik weer gaan zoeken naar de genoemde personen en zijn de gegevens in de tak van Gesel verder uitgebreid].
 
Genealogie van  van GEESEL, van GESEL, van GISSEL.
 
|  |--   Cornelis Evertszn. van Eijssel, ged 01-07-1603, begr. 11-10-1679, 76 jr. ? blz. 113.
|  |     |-- Jan Corneliszn. van Gissel, ged. ca.1550
|  |  |--| Govartt Janszn. van Gesel (Gissel), ged. 27-01-1575, begr. 06-04-1636, 61 jr.
|  |  |  |-- Willemken Govartsdr., ged. ca. 1550
|  |-|  Adriana van Gesel, ged. ca. 1612, begr. 17-10-1648, ca.36 jr.
|     |  |-- Jacob Willemszn. Brasser, ged. ca. 1545.
|     |--|  Maria Jacobsdr. Brassers, ged. Ca. 1580, begr. 20-09-1643, ca. 63 jr.
|        |-- Jannitgen Jacobsdr. Scherp, ged. ca. 1545.
 
 
I.1        Jan Corneliszn. van GISSEL, gedoopt ca. 1550.
Gehuwd ca. 1574 met Willemken Govartsdr. Gedoopt ca. 1550.
Uit dit huwelijk:
1.        Govartt Janszn. van GESEL (GISSEL) (zie II.1).
 
II.1        [was I.1.] Govartt Janszn. van GESEL (GISSEL) Aalmoezenier, Schepen, gedoopt op 27 01 1575 te Dordrecht, begraven op 06 04 1636 te Schiedam.
SAD: D.boek Ned.Herv.gem. arch.11.1 mf2 vermeldt: Jan Cornelisz van gissel vader, Willemken govarts moeder. Dat kint genaemt govartt.
T.boek Ned.Herv.gem. arch.11.16 mf26 vermeldt: Bescheet gegeven van Hr Honenen tot Schiedam den 28 02 1602. Govaert Jansz van Geessel van Dord., maria brassers Jacobssen van Schiedam. door schrijven van Schiedam.
GA Schiedam Electies I blz. 35 vermeldt: Govert Jan van Gesel 1605, Aalmoezenier.
Ondertrouwd op 27 01 1602 te Dordrecht met Maria Jacobsdr. BRASSERS, gedoopt ca. 1580 te Schiedam, begraven op 20 09 1643 te Schiedan.
Dochter van Jacob Willemszn. BRASSERS en Jannitgen Jacobsdr. SCHERP.
SAD: ona 20.83 fol. 135 [not. J Schoormans] vermeldt: Op húijden den 22-08-1641.
Compareerde voor mij Adriaen Kieboom. notaris públijcq bijden hove van hollant, geadmitteert tot Rotterdam etc., D eerbaren Maria Brassers wed. van Govert van Gesel als procúratie hebbende van Willemptie, Grietge ende Johannis van Gesel hare kinderen, Jan Rom Wijncooper getroút hebbende Jannichgie van Gesel, Cornelis Evertsz van Eijssel getroút hebbende Adriaentie van Gesel, Jannichgie van Gesel geadsisteert met mij notaris als haren gecosen voocht in desen, ende Jacob van Gesel, dewelcke te samen ende jeder int bijsonder geexammieert hebbende de hoúwelijcxe voorwaerde gemaeckt tússen Sr. Abraham Janssen Coopmans ter Eenre, ende Maria van Gesel ter andere Zijde. Verclaeren haer te hoúden aende voinsten ende verliesen, die de voorn: Coopmans ende de voorn: Maria van Gesel te samen staende hoúwelijck hebben geconqúesteert ende geleden versoeckende dienvolgende den voorn: Coopmans pertinenten Staet ende Inventaris met Ende gestreckt, van alle de goederen roerende ende onroerende soo ende inder voegen de voorn: Maria van Gesel d selve metter doot ontrúijmt ende naergelaten ende in haer leven metten voorn: Coopmans gepossideert ende beseten heeft. Aúthoriserende bijdesen den eersten notaris binnen Dordrecht hiertoe versocht, dat hij desen den voorn: heere Coopmans sal Insinúeeren, ende van den selven versoeckende sijnne Ende: antwoorde, ende in cas van weijgeringe ofte refúijs vanden voorn: Staet ende Inventaris te leveren Jegens den voorn: Coopmans te protesteren soo sij Comparanten doen bij desen van alle costen, schaden ende Intresten alreede gehadt, gedaen ende geleden ende alsnoch te hebben doen enden lijden tot de leveringe vanden voorn: Staet ende Inventaris ende die voldoeninge van haer Compten: gerechtichen toe versoeckende sij Compten: van alles acte inbehoorende formen. Aldús gedaen etc.,
Op húijden den 15-11-1641.
Soo hebbe ick Johan Schoormans Herincz etc., getransporteert ten húijse ende aende persoon vanden heer Abraham Jansz. Coopmans ende hem Voorenstaende acte geinsinúeert, daarop hij tot antwoorde gaff levert mij een Copie, ick daernaer antwoorden. Soo hebbe oock van den innehoude vande voorsz: acte jegens den selve heere Coopmans geprotesteert in Conforme inde selve acte is geinsereert, aldús gedaen, gepassert binnen dordt ten húijse voorsz: ter presentie van etc.
 
- ona 20.83 fol. 135 Vo [not. J Schoormans] vermeldt: Op húijden den 23-11-1641.
Compareerde etc., de voorn: Heere abraham Coopmans ende gaff voor antwoorde opte voorenstaende Insinúatie het gene hij er naer volgt. Te weten dat hij Insinúeerde tot nochtoe soo lange d' Insinúanten egeene behoorlijcke verclaeringe hadden gedaen, off sijlúijden hem waeren hoúdende aen winsten ende verliesen staende hoúwelijcke gecomen, off oock gehoúden is geweest te hoúden eenigen Staet off Inventaris van sijn boedel súlcx die ten overl. van sijn húijsvroú is geweest te leveren, dat hem geinsinúeerde de verclaeringe vanden Insinúanten, waerbij sij verclaerde sich te hoúden aen de voorsz: winsten ende verliesen, nú eerst wettelijck is bekent gemaeckt, verder nu difficúlteren wil den voorsz: Staet ende Inventaris mits hebbende tot het maecken vandien behoorlijcke aende Insinúanten te leveren, ende d' selve met eede te stercken, doch alsoo d'insinúanten eenige goederen ende schriften des voorsz: boel concernerende. Sinistelijck onder haer hebben becomen, waer off sij eenig allereerst aenden geinsinúeerden weder hebben gerestitúeert, om inden voorsz: gemeenen boedel gebracht te werden, ende dat met goede pregnante redenen ende moeyt wert, dat onder d'insinúanten ofte eenige geinsinúeerde. Dat hij den voorsz: Staet ende Inventaris niet sal comen ofte oock gehoúden is te voltre ende súlcx aende insinúanten te leveren. Voor ende aleer sij Insinúanten, de voorn: overige goederen ende schriften die noch onder haer soúde mogen berústen weder aen hem geinsinúeerde gelevert ende súlcx inden voorsz: gemeenenboel gebracht súllen hebben. Versoeckt derhalven hij geinsinúeerde mits desen, dat de Insinúanten alvoren súllen hebben te openbaren, ende aen hem geinsinúeerde te extraheren ende ter hant te stellen, alle soodanige goederen ende schriften, als eenigsints onder henlúijden, ofte ende vandien berústende sijn, gecomen met den voorsz: boel, ende deselve directelijck off indirectelijkc conceijnerende ofte geconceijneert hebbende, tot wat tijden ofte van wijen deselve onder henlúijden gecomen mogten sijn, ofte dat sijlúijden, ende ijeder van hun int bijsonder, personelijck sich met ende voorden Gerechte alhijer súllen expúrgeren, van geene der voorsz: goederen ofte schriften in maniere voorsz: onder sich te hebben ende ter qúadertroúwen weerloos geweren te sijn, alsmede te weten, dat onder ijemant vanden haren ofte búijten derselven ijetwes berústende is, ende t'selve sijnen is hij geinsinúeerde te vreden de voorsz: Staet ende Inventaris opte maecken te leveren met eede te bevestigen, aldús gedaen etc.
 
- ona 20.83 fol. 178 [not. J Schoormans] vermeldt: Op húijden den 19-02-1642.
Compareerde etc., d' eerbare Joffr. Maria Brassers wed. wijlen Govardt van Gesel in sijnnen leven Raet ende Vroetschap der Stede Schiedam als procúratie hebbende van Willemtgen ende Margareta Govertsdr. van Gesel haere meerderj. dochters, blijckende bijde selve procúratie gepassert voor Schoút, Borgemeesteren, Schepenen ende Raeden der Stede Schiedam voorsz: op ten 08-04-1641. Innehoúdende Claúsulle van súbstitútie. Van mede Erffgename Zar. Maria van Gesel in haeren leven húijsfr. Van de heer Abraham Jansz Coopmans Schepen in wette deser Stede. Ende Sr. Johan Rom Wijncooper won. tot Rotterdam als getroút hebbende Janneken Govertsdr. van Gesel. Ende verclaerden de voorsz: Comparanten gesúbstitúeert, geconstitúeert ende machtich gemaeckt te hebben etc., Srs. Jacob van Gesel ende Corn: Evertsz van Eijssel hen Compten: Zoon ende swaegers respective. Gevende deselve etc., volcoman macht, aúcthoriteijt ende speciaele bevel, omme úijt hen Compten: naeme inde voorsz: qúaliteijten, te Compareeren inden Sterffhúijse vande voorn: Maria van Gesel. Ende mette voorn: heere Coopmans te procederen tot het maecken van het schiftinge, scheijdinge ende deelinge vanden boedel ende goederen bij de selve naer gelaten, acten van scheijdinge ende deelinge te passeren ende verlijden als dat behoort, oock de goederen naer hen te mogen nemen ende ontfangen alsmede de vaste goederen te mogen vercoopen t sij int openbaer ofte úijtter hant súlcx haer geconstitúeerdens best geraden ende goetdúncken sal, de selve goederen aende Cooper off Coopers vanden Opdragen ende transporteren pen: te ontfangen, qúitantie daer van te passeren ende oock soodanige brieven van transporte als volgens de Coústrijnne alhier gebrúijckelijck ende soodanige saecken gereqúireert. Waerantschappe te doen ende te beloven als dat behoort. In rechten mogen spreeccken jegens eene sije gelijcken daert' van noode wesen sal, een off meer persoonen off procúreúrs in henne plaetse te mogen súbstitúeeren ad sitis. Ende oock specialijcken omme metten voorn: heere Coopmans nopende de voorsz: erffenisse te mogen accorderen etc. w.g. Jan Jansse Rom, Schrevels Evertsz van Eijssel.
 
- ona 748 fol. 2057 [not. A. C. Molswijck] vermeldt: Op húijden den 24-06-1643.
Compareerde etc: Maria Brassers wed. wijlen Govert Janszn van Gesel poorteresse deser voorsz: stede sieckelijck te bedden leggende doch haere reden ende verstant met volcomen úijtspreken wel gebrúijckende etc., [Maria bevestigd een voorgaand testament gemaakt in Rotterdam bij Nicolaes Vogel; in deze akte stelt en legateert zij niets]. w.g. Maarija Brassers.
Uit dit huwelijk:
1.        Maria (Maike) van GESEL, gedoopt ca. 1603 te Dordrecht, overleden in 1642 te Dordrecht?
SAD (Tr.2) T.boek Gerecht arch.11.18 mf50 vermeldt: Abraham Jansz koopman, Schepen deser Steede, Maike van Gesel Jans Dr. wed. van Govard van Beaumont Gerritsz, beide van Dordr.
Gehuwd (1) ca. 1624 met Govard Gerritszn. BEAUMONT, overleden voor 1626.
Gehuwd (2) op 18 01 1626 te Dordrecht met Abraham Janszn. COOPMANS (KOOPMAN), Schepen, gedoopt ca. 1590 te Dordrecht.
2.        Jannetje van GESEL, gedoopt ca. 1609 te Schiedam.
Gehuwd ca. 1635 met Johan ROM, gedoopt ca. 1615.2.
3.        [was I.1.1] Adriana van GESEL, gedoopt ca. 1612 te Schiedam, begraven op 17 10 1648 te Dordrecht.
SAD B.boek Grote Kerk Dodenboek arch.11.38 mf37 vermeldt: Een baer voor de húijsvroúw van Cornelis Evertz van Eijssel bij de Pelse Brúge bij viermahl lúyens.
Ondertrouwd op 30 08 1637 te Dordrecht met Cornelis Evertszn. van EIJSSEL, 34 jaar oud, Viskoopman, Schout, Thesaurier, gedoopt op 01 07 1603 te Dordrecht, begraven op 11 10 1679 te Dordrecht.
4.        [was I.1.2] Jacob Govertszn. van GESEL, Luitenant van de Schutterij, gedoopt op 22 05 1613 te Schiedam, begraven op 28 11 1701 te Schiedam.
GA Schiedam: D.boek Ned.Ned.Herv.gem arch.2 mf127 vermeldt: Gedoopt het kint van Govert Janszn. van Gesel, ende genaemt Jacob. De get. Niclaes t Heeraets, Cornelis Arentszn. van der Dussen ende Aeltgen Cornelis.
Tr.(1) T.boek arch.8 mf40 vermeldt: Jacob van Gesel J.M. van Schiedam, geass. met Maria Brassers zijn moeder ende de heer Willem Brasser Burgemr: zijn oom, en Immitgen Jans wed. beiden won. alhier.
Tr.(2) T.boek arch.9 mf43 vermeldt: Jacob van Gesel wedr: ende Jannetge Claes, wed: beijde van Schiedam, won. alhier.
B.boek arch.634 mf.377 vermeldt: Jacob van Gesel gewoont op de Haven kinderen nagelaten.
Ondertrouwd (1) op 17 12 1637 te Schiedam, gehuwd op 24 jarige leeftijd op 06 01 1638 te Schiedam met Immitgen Jansdr. (Emmitge) gedoopt ca. 1610 te Pernis, begraven op 08 05 1658 te Schiedam.
GA Schiedam B.boek arch.623 mf.369 vermeldt: Emmitge Jans Húijsvroúw van Jacob van Gésel, op de Have.
Ondertrouwd (2) op 23 09 1667 te Schiedam, gehuwd op 54 jarige leeftijd op 01 11 1667 te Schiedam met Jannetge Claesdr.
5.        Wilhelmina (Willemptie) van GESEL, gedoopt ca. 1615 te Schiedam, overleden voor 11 6 1668.
Ondertrouwd op 12 07 1646 te Schiedam, gehuwd op 01 08 1646 te Schiedam. Echtgenoot is Daniël Joriszn. OOSTERBAEN, Burgemeester, gedoopt ca. 1605, overleden op 01 04 1651 te Schiedam.
GA Schiedam Reg. van Overledenen fm268 vermeld: Daniel Oosterbaen.
               
GA Schiedam: ona 758 fol. 877 [not. M. Kouwehove] vermeldt: Op húijden den 11-04-1651.
Compareerde etc. De Eerbare Willemtge van Gesel wed. wijlen de Hr. Daniel Oosterbaen in sijn leven geweest Búrgermeester deser Stede. De welcke verclaerde geconstitúeert ende machtich gemaeckt te hebben etc., Sr. Jacob van Gesel won. alhier ende Jacob Voschmaer Coopman tot Rotterdam haer Comparantes broeder ende schoonbroeder etc., [Wilhelmina maakt hen aan tot] Voochden vande naergelate Weeskinderen vanden voorn: Oosterbaen, pertinenten staet ende Inventaris ende vervolgens te procederen tot finala schiftinge, schijdinge ende deelinge vanden boedel ende goederen soo roerende als onroerende bijde voorn: Oosterbaen met haer comparante int gemeen beseten ende bijde selven Oosterbaen metter doot ontrúijnt ende naergelaten, dienvolgende de onroerende goederen, alsmede portien Scheeps te vercopen etc. w.g. willemtge van gesel.
 
- ona 759 fol. 37 [not. M. Kouwehove] vermeldt: [Testament].
Etc., dat op húijden den 29-02-1653 etc., gecomen ende verschenen is, De Eerbare Willemtje van Gesel wed. wijlen de Hr. Daniel Oosterbaen Za: in sijne Leven Búrgemr. deser Stede, etc., wesende sieckelijck van Lichaeme, haer verstand etc., gebrúijkende. Etc., [Wilhelmina verklaard voorgaande testamenten nietig en] heeft sij Testatrice inden Eersten gelegateert ende besproocken aen Ingetden Ockers Jongedr de somme van f15:0:0. aen Maria Veen voordochter van Emmetge Jans geprocreert bij Jan Jacobsz Veen de somme van f 80:0:0, aen het St. Jacobs Gasthúijs deser Stede tot redemtie van't beste kleed de somme van f 40:0:0, aen de kinderen van Ariantge van Gesel geprocreert bij Cornelis Evertsz van Ysel de somme van f 100:0:0 etc., [Wilhelmina wil dat dit belegd wordt voor de kinderen] tot den Oúderdom van 24 Jaren ofte húijwelijcken state etc., [mocht een van de kinderen van Adriana overl. dan gaat dat deel van de erfenis naar Wilhelmina haar susters en broers. Zie ook ona 759 fol. 305 en 760 fol. 1023]. w.g. willentge van gesel.
 
- ona 769 fol. 145 [not. M. Kouwehove] vermeldt: [04-09-1653].
Inventaris gedaen maecken bij Wilhemtge van Gesel wed. wijlen de Hr. Daniel Oosterbaen etc., Za: ofte in Absentie vanden selve bij Srs. Jacob van Gesel ende Jacob Voschmaer haer broeder ende schoonbroeder respective als tot dien Eijnde speciale last ende procúratie hebbende opden 11-04-1651 op de selve gepasseert ende verleden ter eenre mitsgaders de Hrs. Adriaen Hoochmoet Rekenmeester inde Rekenkamer van Hollandt, Cornelis Vander Dússe President Weesmeester ende Sr. Jacob Alewijnsz Coopman alhier als gestelde Execúteúrs vanden Testamente ende Voochden over de naergelate Weeskinderen vanden voorn: Oosterbaen ter andere sijde. Ende dat vanden geheele boedel ende goederen, etc., wesende als Volcht:
                Inmobile goederen
Eerstelijck een 1/21ste part in seeckere wooninge húijs, schúijr Barch, Boomgaerden ende plantagie mete ontrent 45 marge [mergen] Landts gelegen in Vlaerdinger Ambacht genaemt Hoochstadt daer brúijckers van sijn, Claes Jansz Hoochstadt, Cornelis Meesz van Adrichem, Arijen Húijbrechtensz. De Haes.
Een Thúijn met 2 thúijnhúijskens daer opstaende gelegen búijten de Vlaerdinger Poort inden Ambachte vande Ketel.
Een Húijs ende Erve met een schúijr, Lootse ende Haringhplaets daer achter aen staende ende gelegen over de Have int Westnieúwelandt binnen deser Stede belegen hebbende aende Noortsijde de Búrgermeester Nicolaes Vermeúle Ende aende Súijtsijde de wed. van Leendert Cornelisz de Jonge streckende voor vander strate tot achter aende Stede Veste ofte walle.
Noch een Húijs ende Erve staende ende gelegen mede over de Have int Westnieúwelandt belegen hebbende aende Noortdsijde De wed. van Leendert Cornelisz de Jonge. Ende aende Súijtsijde Jacob Gerritsz Core streckende voor vande strate tot achter aende Stedes Veste.
Noch een Húijs ende Erve staende ende gelegen achter op de Have ontrent de Roodebrúgge binnen deser Stede belegen hebbende aende Noortsijde seeckere gangh vande húijssinge van Jan Jacobsz Bloot ende aende Súijtsijde Leendert Bastiaensz streckende voor vander strate tot achter aende húijsinge vanden voorn: Bloot, sijndee de voorsz: húijsinge bijde Búrgem: Oosterbaen Za: vercocht aen Isbrant Arijensz Ridder.
1/3de part in seeckere nieúw getimmerde Soútkeet alsnoch onvoltrocken staende over de Have op het Eijnde binnen deser Stede, belegen hebbende aende Westsijde Laúrents Púts. Ende aende Oostsijde Lúbert Wolpersz van Vollehove streckende voor vande strate tot echter aen dese Stedes Erve.
Noch ¼de part in 2 Taenhúijsen met alle de toebehooren als ende dependentie vandien het eene staende ende gelegen achter op de Have binnen deser Stede, belegen hebbende aende Noortsijde seeckere gangh van Thonis Corsz ende aende Súijsijde het packhúijs van Adriaen vander Does
genaemt den Soútberch; ende het ander taenhúijs staende ende gelegen opde nieúwe erven inde vergrotinge deser Stede, belegen hebbende aende Oostsijde Jan Cornelisz Veen ende aende Westsijde Claes Heijndricxz Semelaer.
Noch 5 graven inde kercke alhier volgens de hant van Pieter Leendersz Rentmeester vande kerck.
                Portien Scheeps te Coopvaerdie
Eerstelijkc 3/16de parten in een Coopvaerdien Búijsch laest gevoert bij Schipper Willem Barentse leggende groot 42 Lasten leggende inde Have deser Stede.
1/12de part inde Groenlantsche Compagnie binnen deser Stede.
1/16de part in een nieú Coopvaerdij fleúijt schip van sijn eerste reijse Zeijlreede leggende in het Tecxel, daer Schipper op is Jan Cornelisz Does.
1/24ste part in een Coopvaerdie fleúijt daer Schipper op is Bastiaen Cornelisz Meúlenaer groot 110 Lasten leggende inde have deser Stede.
1/32ste part in een Coopvaerdie fleúijtschip genaemt de eendracht daer Schipper op is Jan Heijndrix Backer groot 116 Lasten.
1/32ste part in een Coopvaerdie fleúijtschip daer Schipper op is Loúis Poort groot 150 Lasten.
Noch gelijck 2/32ste part in een Coopvaerdie fleúijt schip genaemt het Bonte Lam daer Schipper op is Jacob Andriesz Droúvert groot 120 Lasten leggende inde Have deser Stede.
Noch 1/32ste part in een Coopvaerdie fleúijt schip genaemt het wapen van Hollandt daer Schipper op is Jacob Adriaensz Múts.
1/48ste part in een Coopvaerdie fleúijt schip genaemt Prins Hendrick te Paert daer Schipper op is Adriaen Jacobsz Múts.
                Haringh Schepen. Ende Portien vandien.
Eerstelijck een nieú van stapel aftgelopen Haringboot langh over stevens 63½ Voeten. Wijt 13½ Voeten ende hol 6½ Voeten alle Maesse Voeten.
Een Haringhboot daer Stierman op is Arijen Leendersz Clercq groot ontrent 19 Lasten. Oút 3 teelten met sijn Seijlen, Anckers, Rij ende Drifftúijch alsmede de Vleete van 50 netten.
Noch een Haringhboot daer Stierman op is Arent Damen groot ontrent 28 Lasten Oút 10 Teelten met sijn behoústen van, Seijlen, Anckers, Rij ende Driftúijch alsmede de Vleete van 56 netten.
Noch 14 netten in een Haringhboot last gevoert bij Cornelis Mare. Groot 26 Laten, oút 1e teelt met sijn behoústen ende gelijcke Vleet van 56 netten alsvooren.
Noch 28 netten ende súlcx de helfte in een Haringhboot daer Stierman op is Jan Leendertsz groot ontrent 32 Lasten oút 7 teelten etc.,
Noch 32 netten in een Haringhboot daer Stierman op is Barent Joppen groot ontrent 23 Lasten Oút 4 teelten voorts alsvooren sonder vleet.
Noch 44 netten in een Haringhboot daer Stierman op is Arijen Willemsz Borssclaer groot ontrent 22 lasten oút 15 teelten alsvooren met sijn behoústen sonder vleet.
Noch 6 netten in een Haringhboot daer Stierman op is Pieter Cornelisz Cúijp groot ontrent 26 Lasten. Oút 8 teelten mede met sijn toebehooren alsvooren sonder Vleet.
Noch 5 netten in een Haringhboot gevoert bij Gerrit Andiesz Mack groot ontrent 26 Lasten, oút 13 teelten alsvooren met sijn toebehooren sonder de Vleet.
1/3 part in een scholschúijt gevoert werdende bij Stierman Barent Joppen.
1/3 part in een lichter schip.
                Crúijswant ende Coopmans goet
Slingen [in diverse afmetingen totaal:] 114, Verrendeels [totaal:] 381, 148 oúwe halstges, 176 nieúwe ongetaande netten, 21 Bossen nettengaren, 6 pont boetelgaren, 2 pont peesgaren, 2455 pont Sijtse carrel, 755 pont Sijtsen hennip, 103 pont Coninghxberger hennip, 17 schijven bastert garen, 2 schijven Seijsingh garen, 2 schijven 6 draet, 29 stucken 6 draet, 3 boomtges 3 draet, 366 pont speerreep garen, 1 groote kabel, 642 pont Toúwerck, 550 pont Toúwerck ende schiemans garen, 6700 stalen, Eenige oúwe Seijlen, 232 tonnen voorsz: Túbis soút, 211 tonnen met een kinnetge cleijnsoút, 51 tonnen Calis soút, 9 Last ende 7 nieúwe tonnen, 52 last ende 13 oúwe tonnen, 21 oúwe tonnen met túrff, 22 halve vaten, 41 kinnetges, 31 achtendeeltges.
                Mobile goederen
6 beddens met de Peúlen 1 inde Keúcke
                                1 inde Koeckeúcke [kookkeuken]
                                1 opt groenkamertge
                                1 opde voorcamer
                                2 op de achtercamer
Noch 1 peúleúe inde Koeckeúcke
3 Pissebeddens
27 Oircússens      6 inde keúcke
                        2 inde koeckeúcke
                        3 opt groenkamertge
                        6 opde voorcamer
                        4 opde achtercamer
                        6 opde cleersolder
1 Búijckússentge
2 groene spreen [spreien] 1 inde keúcke
                                   1 opde achtercamer
5 groen deeckens         1 inde keúcke
                                2 daer van een gevoert inde koeckeúcke
                                2 op de achtercamer
6 witte deeckens         2 inde keúcke
                                1 inde koeckeúcke
                                3 op d' achtercamer
3 deeckens opt groenecamertge
1 Root gevoert deecken op de voorcamer
2 slechte roo deeckens
2 Wiechdeeckens
6 beddecleen       1 inde keúcke
                        2 inde koeckeúcke
                        3 op de achtercamer
1 paer groene gordijne rabath ende schoorsteencleet inde keúcke
2 paer gordijne met 2 rabatten inde koeckeúcke
1 paer Roo gordijne met een rabath en schoor[s]teencleet op de voorcamer
1 paer gordijne met een rabath opde achtercamer
Noch 1 groen rabath
2 schoorsteencleen,
1 schoorsteencleet in de sael, 3 glasgordijnen inde sael
1 groen glasgorijn inde keúcke
1 groen behanghsel inde keúcke1 taeffelcleet inde sael, 1 túrcx taeffelcleet inde keúcke,
1 taeffelcleet op de voorcamer
1 taeffelcleet op de achtercamer
4 groene kússens int voorhúijs
9 groene kússens inde keúcke
2 groene kússens opde nieúwe kamer
12 Roo kússens    6 op inde sael
                        6 op de achtercamer
6 Tapite kússens op de voorcamer
7 gesteecke kússnes        4 int voorhúijs
                                    3 op de achtercamer
Noch 2 sitte kúussens opt groencamertge
1 kistcleetge op de nieúwe camer
1 sijde Vlagge, 1 oúde Vlagge
1 gevlochte Saijette qúispel inde bedtstede
                Noch Mobile goederen gecomen van Maeijcken van Loo Fredericx dr.
de kinderen Grootmoeder Za:
2 beddens met de Peleúen        1 inde koeckeúcke
                                           1 op de cleersolder
Noch een Peúleúe
8 Oircússnes       2 inde koeckeúcke
                        4 nieúwe op de cleersolder
                        2 oúwe item
4 groene deeckens         1 inde koeckeúcke
                                  1 opt groenkamertge gelapt
                                  2 opde cleersolder
3 Witte deeckens                 2 inde koeckeúcke
                                        1 opt groenkamertge
Noch ¾de van een wit deecke
2 beddecleen                1 inde koeckeúcke
                                  1 opt groencamertge
4 Tapijte sittecússens op de nieúwe camer
3 cantoor cleeden in een kist
1 groen glas gordijntge,
2 geone gordijne met een Rabath
2 gordijne met een Rabath van Wolle vogeltges
1 tapijt schoorsteencleet met een Rabath
                Hoútwerck
2 Wageschotte kasten        1 int voorhúijs
                                      1 op de voorcamer
1 Wageschot kaste op de nieúwe kamer
1 lúijerkasge
1 hangent kasge opt groenkamertge
3 Wageschotte kisten        1 op de voorcamet
                                     1 op de achtercamer
                                     1 op de nieúwe camer
1 gewerwde kist
4 koffertges                        1 op de acht camer
                                        1 op de nieúwe camer
                                        1 opt groencamertge
                                        1 op de solder boven de nieúwecamer
Noch 1 groene coffer
5 Vúijttreckende taeffels         1 inde Sael
                                          1 inde keúcke
                                          1 op de Voorcamer
                                          1 op de achtercamer
                                          1 op de solder
2 schabeltaeffels opt groencamertge
1 opslaende taeffel in de galderij
1 driestal met een taeffeltge inde koeckeúcke
1`Vúijre taeffel met schragen
1 Voetbanck int Voorhúijs
1 wageschotte banck inde keúcke
1 slaepbanck inde koeckeúcke
2 Voetbancken op de solder
1 banck int cantoor
1 groote Ebbenhoúte spiegel inde sael
1 cleijn Ebbenhoút spiegeltge int voorhúijs
1 achtcante spiegel inde keúcke
1 slechte spiegel op de inde koeckeúcke
1 spiegel op de achtercamer
1 hangent scheepken ofte haringhbúijs
1 Vogelkoijtge met 2 kanarijen
1 pors, 3 kapstocken
3 Vroúwe stoelen                1 int voorhúijs
                                       1 inde keúcke
                                       1 op de voorcamer
1 teene kraemstoel
1 mans stoel inde keúcke
6 stoelen inde Sael
10 Prúijmboome stoelen        6 int voorhúijs
                                       2 op de voorcamer
                                       2 op de achtercamer
5 Spaense stoelen                3 inde keúcke
                                        2 op de voorcamer
8 groene matte stoelen inde keúcke
16 stoelen in de koeckeúcke
13 stoelen op de boetsolder
1 krickstoel opt groenkamerthe
1 kinderstoeltge, 3 matte stoelen
2 groene stoelen op de achtercamer
4 matte stoelen op de nieúwe camer
2 groene stoelen op de nieúwe camer
2 groene hoopstoelen
2 witte stoeltges
1 kinderstoeltge
1 stoel int cantoor
4 oúwe stoelen op de cleersolder
12 stoven. 1 cantoo stooff, 1 tresoortge, 1 Rack, 1 schútge 1 haerslade, 1 úts, 1 glasbackge,
1 knaep, 1 beúckspaen 1 schrijfleije, 1 elle, 2 cleerbostels, 2 goútwichten, 1 hockge,
3 hoúte Emmertges, Eenige boenders en kamerbesems 1 hoúten back, 1 tarúwback [tarwe bak], 1 meelback 1 kneebackge 1 backtobbetge, 1 moúwe, 2 seven, 1 braetpit, 1 krebbe, 1 hoetsge,
1 groenen Raem
Noch 1 krebbe met papieren 2 kaesplaecken, 2 schalen met een balans
noch 1 kaerslade 1 Vleijskúijp 2 witte túrfftonnen 2 scherffborden
noch 1 schreffbort met poten, 1 tobbetge 2 cleijne tobbetges 2 witte doosen met papier
1 breijtonne 1 water tonne 5 Wateremmers 1 schael 1 cleerbackge 19 cleertocken
4 cleermandens 1 Eijermandeke 2 Viercante bennetges 1 beimetge met een Aerde boom
1 Lúijrmande.
Voorts eenuge Rommelingh niet Waerdich om apart geinventarieert te werden.
Noch Hoútwerck gecomen van de kinderen Grootmoeder Za:
1 pavet kas op de nieúwe camer
1 kist met linde 1 kist met wolle 1 kistge met papieren 1 kantoor taeffel 1 schabeltaffel
1 slaepbanck opt groenkamertge
1 Achtcante spiegel op de voorcamer
Noch 1 spiegel
1 mansstoel op de achtercamer
2 kraemstoelen op de nieúwekamer
2 Spaense stoelen int voorhúijs
1 mattestoel opt groencamertge
1 tonne stoel op de nieúwe camer 1 stastoel
1 kackstoel 1 beddestooff 2 Rúijters 1 swarte boetstock 3 cleerbennen 1 Tralij mandecke
2 hengelse mandens 2 baeckermatten w witte Vismandens 1 Roúwe Vismande
Voorts mede eenige rommelingh niet waerdich om appart geinventatieert te werden
Schilderijen
1 Conterfeijstel van Anthonij Oosterbaen inde Zael
1 úts van Elisabeth Oosterbaens
1 Achtcante Bloempot
1 Schilderij Vande groote Visscherij
1 van naeckte beelden
1 van Herodes en Johannes onthooffdingh door Vromans
2 van Kersnacht door Pijnacker
1 van verlooren soon item
1 achtcant lantschap voor de schoorsteen
1 viercant lantschap
2 beelden met een arent
1 stroomge van Joachúm de Vries
1 stúck van Vromans
1 lantschapge met de pen geteijckent
1 Jachtge met de pen geteijckent
1 gedrúckt scheepg
1 geslachtboom
1 caert vande Seventhien provincien int voorhúijs
1 caert van gelderlant
1 caert vande slach in dúijns
1 achtcant lantschapge
1 lantschapge van Pijnacker
3 Zeestúckges van Jochúm de Vries
1 scheepge met de pen geteijckent van Corn: vander múijr
3 prentges
1 Bloompot inde keúcke
1 schilderij van Salomon
1 van Sol
1 vande discipelen int cooren
1 Lúna
1 keúcke
3 prentges
2 caerten inde Galerij
1 kaert opt groenkamertge
3 borretges
1 cleijn schilderijtge op de voorcamer
2 albaste borretges
1 schiderij vande Pincxterdach op de achtercamer
1 van Jacob
1 kaert
4 Albaste borretges
2 conterfeijtsels op de nieúwe kamer
1 conterfeijtsel van een doot kint
1 schilderij van Lilylia
1 galeije
12 slechte borretges oft prentges in lijsges
1 caert
Noch eenige Schilderijen gecomen vande kinderen Grootmoeder
3 conterfeijtsels opt groecamertge
1 Ront schilderijtge
13 caertges op de nieúwe camer
1 Bloompotge
1 schiderij van Elisoús
1 van Adam en Eva
1 van Jacob en Rachel
1 van d' Offerhande Noachs
1 van de smallen en breeden wech
1 Tempel van Babijlonie
3 Ronde schilderijtges
2 Albast borretges.
                Porceleijn
2 halve Lampetschotels                1 inde keúcke
                                               1 opde voorcamer
8 dúbbele botterschotel                3 int voorhúijs
                                                2 inde keúcke
                                                3 op de voorcamer
12 enckele booterschútteltge        6 int voorhúijs
                                               3 inde keúcke
                                               1 inde galerij ende 2 opde voorcamer
4 freúijtschaeln        3 int voorhúijs
                            1 op de voorcamer
4 groote commens                2 int voorhúijs op de kas
                                        2 inde keúcke
8 halve Clapmútsges                2 in de keúcke
                                           1 in de galerij
                                           5 opde voorcamer
9 Caúcúltges inde galerij
42 soo cleijne commetges als copges        8 int voorhúijs
                                                        15 inde keúcke
                                                        19 opt voorcamer
2 bennetges met porceleijne boomtges op de achtercamer
1 Albast forthúijs beelt
Noch 2 gebroocke beelden.
                Noch porceleijn vande kinderen Grootmoeder
2 halve clapmútse op de nieúwecamer
2 botterschútteltges
22 so cammetges als copges
                Aerdewerck
10 groote straetse platielen inde keúcke
1 becken met een lampet
4 straetse botterschútteltges
6 Botterschútteltges in de galerij
1 dúbbele straetse botterschottel op de voorcamer
31 stúckges straetse aerdewerck
2 straetse freúijtschalen in de galerij
1 straets kannetge 9 aerde kannen 2 kandelaers
7 commens                 3 inde spinne
                                2 op de voorcamer gemermilde [gemetseld]
                                2 in de galerij geschildert
7 commens inde galerij
40 schilpcommens                26 op de voorcamer
                                        14 in de galerij
9 witte botterschúttelges op de voorcamer
2 groote aerde potten op de nieúwecamer
1 comme, 1 botterpot
1 sinkpot inde galerij
1 wijnkanne inde koeckeúkcke
2 bornkannen 1 kanne opde boetsolder
1 glase lantaren inde galerij
7 glase flessen        5 inde kelder
                            2 inde spinne
5 glase fleúijten Eenige rommels
Voorts potten ende pannen niet waerdich om apart geinventarieerd
                Noch Aerdewerck gecomen van de kinderen Grootmoeder
1 geschilderde comme opt groencamertge
2 úts op de nieúwecamer
1 groote comme 2 delffse commekens 6 cleijne commekens
3 delfse platielen 4 botterschúttelkens
9 witte schilpconnen 4 freúijtschalen met gaten 1 straetse Vúijl
Yserwerck
2 haertysers          1inde keúcke
                           1 inde koeckeúcke
5 tangens        1 inde keúcke
                     2 inde koeckeúcke
                     2 opde cleersolder
1 schop 1 heúgel
7 potten        3 inde koeckeúcke
                   4 int voorhúijs
2 ketels 2 braetpannen
3 strijckysers        2 inde koeckeúcke
                          1 opde cleersolder
1 yseren haert int washúijs
3 blaeckers 3 schúijmspanne 4 Roosters 1 lepel 1 hackmes
9 Braetpannen 1 hoúwer int cantoor
1 stúck gewicht van 50 bl. opde Achterkamer
                Noch yserwerck vande kinderen grootmoeder
2 brantysers opde cleersolder
1 Rooster 3 tangens 1 schep 1 hackmes
                Coperwerck
6 groote kandelaers inde spinne
6 cleijne kandelaers 5 Blaeckers 3 dompertges 3½ snúijters
2 Vijseltges 1 comfoor 1 copere lepel met een ysere steel 1 schaeltge
1 coper keteltge inde koeckeúcke
2 aschketels 2 pannetges 2 taertpannens
2 boúckweijde koúckpannens 1 smoorpot
2 beddepannen                1 opde voorcamer
                                     1 opde nieúwecamer
4 brantysers                2 opde voorcamer
                                 2 opde nieúcamer
1 tange 1 schop
1 copere ketel op de nieúwe camer
1 schepbecken 1 blaecker
                Noch Cooper van de kinderen groot moeder Za:
2 cleijne brantysers opde nieúwecamer
1 ketel 1 beddepanne 1 lantaren 1 blaesbalck 1 bel 1 Vijsel 2 kandelaers
                Tinnewerck
60 soo groot als cleijne platielen          9 inde kelder
                                                   39 inde spinne
                                                   12 op de voorcamer
16 saúcieren                14 in de spinne
                                  2 op de voorcamer
89 Teljoeren                24 in de kelder
                                65 inde spinne
19 commetges        10 inde kelder
                             9 inde spinne
5 soútvaten        2 inde kelder
                        3 inde spinne
1 doorslach
1 mostertpot inde spinne
1 trechtertge 1 túijt 2 beckentges
2 kannens         1 inde spinne
                      1 inde koeckeúcke
6 waterpotten         1 cleijn inde spinne
                            2 inde koeckeucke
                            3 opde voorcamer
1 tinne comme inde koeckeúcke
1 kroes 14 lepels
3 schenckannens opde voorcamer
2 cleijne kannetges 1 becken met een lampet 1 blicke smoorkanne 1 blicke trommeltge 1 blicke visge 1 sontblik
                Silverwerck
3 silvere beeckers, 1 púnt schael 1 gladde schael 2 proúffschaeltges 2 kelckges 2 soútvaten
2 schútteltges 4 kannens met silvere decksels
noch 3 kannedecksels 21 lepels 4 Eijerlepels 1 paplepel 2 schepensegels 1 heft van een mes
1 flesge met silver beslach 1 vingerhoet 1 stúckge van een ketting 1 vergúlt schílpge
Eeninge bloetcoralen met eenige cleijne teijckenen silver
1 bloetcorale kettingh inde kas opde voorcamer
Noch Silverwerck Vande kinderen Grootmoeder Za:
2 silvere beeckers 2 mostschalen 1 fleúijt 12 lepels 1 stúckge van een kettingh 1 silver haerysetge
Eenige Roo coralen
Eenige boetcoralen
Eenige Brantcoralen.
                Noch Silverwerck sijnde kinderen Pillegiften.
1 gladde schael geteijckent Anthonij Oosterbaen
1 schenck teljor geteijckent Lysbet Oosterbaens
1 schúttel oft commetge geteijckent Joris Oosterbaen
1 mostertpot 1 Júffroú
                Goúde Ringen en andere Júweelen
1 Vaste Troúsúff
1 diamant Taeffelringh gecomen vande kinderen Moeder
1 diamant Roosringe item
                Noch goúde Ringen ende andere Júwelen van de kinderen grootmoeder Za:
1 merckringh 2 mans wapenringh 1 Vroúwe wapenringh 1 geamillieerde hoop 1 gladden hoop 1 troúringetge 1 diamant taeffelringh 1diamant púntringh 1 achtkante diamantringh
1 diamant Roosringh, aende dochter Ingetgen Oosterbaen gegeven bij het leven van haer Vader alsoo de selve van haer moeder is gecomen
1 granaet Ringh 1 Robijnringh, 2 vergúlde breseletten.
                Potgeld
1 Pistolet van vieren 1 Dúcatge
Eenige silvergelt waerdich ontrent f 3:0:0
                Noch Potgelt Vande kinderen Grootmoeder Za:
1 dúcaet van Vieren 1 dobbele Rosenobel 1 halve Rosenobel 1 Elisabeth 4 conicxdaelders 2goúde leeúwen 1 Phipils gúlde
                Linne
23 tweebreede slaeplaeckens        12 inde kas opde voorkamer
                                                 7 in een benne opde voorkamer
                                                 4 in een kist opde nieúwkamer
16 1½ scheel                2 inde kas int voorhúijs
                                  4 inde kas op de voorcamer
                                  6 inde benne aldaer
                                  4 inde kist op de nieúwekamer
6 stolplinge         3 inden kas op de voorcamer
                        3 inde kist op de nieúwecamer
5 cleijne slaeplaeckens        2 inde kas int voorhúijs
                                      3 inde kas op de voorcamer
10 slaeplaeckens opde bedden        2 inde keúcke
                                                 4 inde koeckeúcke
                                                 2 opt groenkamertge
                                                 2 opde achtercamer
5 slaeplaeckens inde wast
87 sloopen                13 inde kas int voorhúijs
                              38 inde kas op de voorcamer
                              19 in een benne aldaer
                              17 in een kist op de nieúwe kamer
12 cleijne sloopges                5 inde kas int voorhúijs
                                         7 inde kas op de voorcamer
9 sloopen op de beddens        4 inde keúcke
                                         2 inde koeckeúcke
                                         1 opt groenkamertge
                                         2 op de voorcamer
7 sloopen in de wast
36 Taeffelaeckens                          9 inde kas int voorhúijs
                                                 14 inde kas op de voorcamer
                                                 12 inde kist op de nieúwecamer
4 Taeffelaeckens inde wast
5 damaste Servetten
28 Servetten fijne lavendelbloom
13 wat grover lavendelbloom
34 Servetten van de Rosekrans
27 Servetten van cleijn pladtwerck
12 cleijn parij
79 Servetten                 27 inde kas int voorhúijs
                                    1 op de voorcamer
                                   13 inde benne op de voorcamer
                                   38 inde kist opde nieúwe camer
24 Ongenaeijde Servetten.
17 Servetten inde Wast
12 krúijswercke hantdoúcken        4 inde kas int voorhúijs
                                               6 inde kas op de voorcamer
                                               2 inde benne aldaer
3 úts inde wast
Noch 9 hantdoúcken        2 inde kas int voorhúijs
                                   7 inde benne op de voorkamer
2 úts inde wast
2 dwaelhantdoecken
8 droochdoecken
1 Peúlú laecke, 1 úts inde wast 1 bedde sack 2 bedde schorteelen 1 stúck Servet 1 stúck linne tot droochdoúcke eenige webbegaren Eenich Vlas
                        Noch Linne gecomen vande kinderen Grootmoeder Za:
16 tweebreede slaeplaeckens 7 1½ scheel 36 sloopen 8 taeffelaeckens 37 Servetten 8 hantdoúcken 1 peúlú laecken 1 overtreck 2 bedde schorteeleen 14 doúckges 16 hemden 3 nachthalfdoúcken 24 neúsdoúcken 14 platte kragen gesteven 13 kragen ongesteve 10 húijffdens 5 mútsen, 32 hooftdoúckges 1 stúckge nieúwe met een stúckge oúwe tijckt 1 speldekússentge.
                        Cleederen vanden Overleden Za:
1 lange swarte Roúmantel
2 corte Roúmantels
2 swarte laecke mantels met Phúlp gevoert
1 swarte Poedesoije mantel
1 túrcxse mantel met flúweele slippen
1 gecoleúrde laecke mantel
1 pack Philpe cleederen
1 pack flúweele cleederen
1 pack swarte laecke cleederen
1 Armosijn wambús
1 wolle onderbroúck
9 linne onderbroúcken
6 hemtrocken
4 paer sijde hosen
2 paer saijette koússen
9 paer onderkoússen
2 riemen met silvere sloten
14 Hemden, 5 gestreecke met 60 linne mútges 19 beffen, 2 sijde dassen
                        Cleederen Van Neeltge Thonis de kinderen moeder Za:
2 Amsterdamse heúijcken
1 effen boúratte Vlieger
1 keperboúratte Vlieger
1 hemels Boúratte Vlieger
1 effen boúratte rock
1 gekepert boúretten rock
2 hemels haire rocken
2 túrcxse rocken
1 Rootscharlaecke rock
Noch Rootscharlaecke ende baij tot een Rock.
1 borst
4 bonte mantels
2 slechte bonte mantels
Noch bont tot een mantel
1 paer moúwen van boúrat
5 reqúesges
1 borsrock
2 rocklijven
2 moffen
1 sijde sleúijer
23 hemden
1 bosges met hooftdoúckges
2 witte borsrocken
Eenige cragen
1 satijne kindermúts
                        Cleederen Van Willemtge Van Gesel
Is onnodich apart geinventarieert te worden also de wed. die volgens den Testanente tegens de Cleederen vanden overleden ende van de kinderen moeder aen haer sal behoúden
                        Cleederen Vande kinderen Grootmoeder
1 Brabantse heúijk met een hoetge
2 Amsterdamse heúijcken
1 loophúijck
1 swarte laecke Vlieger
1 swartelaecke borst
1 swarten rock
1 lap túrcx van een rock
1 boúratte borst
1 oút laecke lijftge sonder moúwe
1 Oút schormanteltge
1 lapge Baij
1 flúweel tas
Eenige flúweele lijfte
2 bragoenen.
                Inschúlden des Boedels
Eerstelijck 1 Cústinghbrief tot laste van Cornelis Boúwensz Corpershoúck molenaer
Sijne Borch ende verbonden hijpoteecq innehoúdende de somme van f 400:0:0
te betalen staende met termijnen van f 100:0:0 sJaers etc., Dús                 iiijC. f
1 Obligatie tot laste van Claes Jansz Plat alias Zeeúw innehoúdende
de somme van f 114:0:0 etc., Dús                                                jC..xiiij f
Aen geld inden boedel bevonden in verscheijde specie de somme van
f 619:0:0. dús                                                                jC.xix f
[Deze inventaristatie gaat door zonder een totaal bedrag te vermelden].
                        Lasten des Boedels
[Deze inventaristatie gaat door zonder een totaal bedrag te vermelden].
                Sa. Totalis vande voorsz: Inschúlden                        xxjm.iijc.xjx:v:xij
Etc., etc., [er volgt opsomming van mensen die schulden hebben].
De kinderen vanden Overl. Daniel Oosterbaen comen over haer Grootmoeders goederen onder den overl. berústet hebbende, volgens vúijtspraecke bij 3 Rechtsgeleerden gedaen ende de Condemnatie vanden Hoogenrade daer op gevolcht de somme van f 23588:0:0 capitael ende f 7076:0:0 over 6 jaren Interest vandien maeckende te samen f 30664:0:0, daer aen dat aftslach moet strecken volgens de voorsz: vúijtspraecke alle alsúlcke goederen als volgens Inventaris aende Voochen vande Groootmoeders goederen sijn overgelevert monterende soo van Capitael als Interest de somme van f 14250:0:0. ende in minderinghe van de resterende somme is vúijt den gemeen boedel betaelt.
Súlcx dat per reste vandien noch te betalen staet ende bijde wed. voorde eene helft ende de voochden over de kinderen vaderlijcke goederen voorde ander helft is aengenomen te voldoen de somme van f 7962:0:0 met Interest, etc.,        memorie
Etc.,
        Sa. Totalis vande voorsz: Lasten des Boedels                                        f 36918:16:10
 
                        Betalinge van Veelerhande Oncosten t'sedert het Overl. vande
Hr. Oosterbaen gevellen ende betaelt.
Etc.
[Er volg een opsomming kosten die nog uitstaan; het totaal is f 1549:13:14].
Staet int Corte gemaeckt ende getrocken vúijt den voorsz: Inventaris ende súlcx van het geheel iinecomen des boedels wesende als volcht.
Het 21ste part in de wooninghe, húijs, schúijt, Barck ende Boomgaert met de
Landerie vandien is bijde wed. aengenomen voorde somme van                f 1600:00:0
Een Thúijn búijten de Vlaerdinger poorte is vercocht aen
Jan Leenders vander Búrch voor de somme van                                f   800:00:0
ende daer en boeven tot Rantsoen vandien bedongen ende ontfangen                f     40:00:0
het Húijs ende Erve met de Haringhplaets daerinne de Hr. Oosterbaen Za:
is overl., is bij de wed. aengemonen voorde somme van                         f 5316:00:0
Het Húijs ende Erve gecomen van Maeijcken van Loo Fredericx met
de meloratie vandien is volgens den Testamente vanden overl. aende
weeskinderen gelaten volgens Taúxatie voorde somme van                         f 1800:00:0
Het Húijs ende Erve ontrent de Roodebrúgge is bijde Hr. Daniel Oosterbaen Za:
in sijn leven al vercocht aen Isbrant Arijensz Ridder voorde somme van etc.,         f 1000:0:0 etc.
Het 3de part inde Nieúwe Soútkeet is bijde vordere partisipanten gecocht ofte
aengemonen voor soo veel de selve heeft gecost bedragende volgens de
Reeckeninghe daer van gedaen                                                 f 4903:03:02
Het 4de part is beijde de Taenhúijsen met alle de toebehooren vandien is
bijde wed. Aengemonen volgens accoort vande de somme van                        f 2200:00:0
De Vijff graven des boedels sijn bij Lotinghe verdeelt. Ende sijn de wed. te beúre
gevallen. 1 graft sijnde het 10de graft int 5de pleijn int Súijder Choer, noch het
6de graft, int 5de pleijn inde middelkerck. Ende noch het 12de garft int 6de pleijn
inde middelkerck. Ende aen kinderen het 3de en 4de graft int 5de pleijn inde
middelkerck. Onder conditie dat de wed. overl. sijnde in de voorsz: 2 graven
bij haer man Daniel Oosterbaen Za: gelecht ende begraven sal mogen werden,
mits dat de selve wed. aenden gemeenen boedel moet goet doen dat alhier
gebracht wert de somme van                                                f      30:00:0
 
De 3/16de parten inde Coopvaerdie Búijsch laetst gevoert bij Willem Barenstsz
sijn vercocht aen Húgo van Bleijswijck voor de somme van                         f    312:12:08
Ende over het bedongen Rantsoen etc.,                                        f        3:11:08
Het 12de part inde Groenlantsche Compagnie is vercocht aen Sr. Jan van Hoúck ,        f  1810:00:0
Ende over het bedongen Rantsoen etc.,                                        f      22:07:08
Het 16de part in het nieú Coopvaerdie Schip daer Schipper op is Jan Corn: Does
Is met de vúijtreedinge vande 2de voijagie bijde wed. aengenomen etc.,                f    690:00:0
Een 24ste part int schip daer Schipper op is Bastiaen molenaer is vercocht aen
Sr. Frans Cornelusz Denick etc.,                                                f     330:00:0
Het Rantsoen vandien bedraecht                                                f         6:07:08
Ende het geld dat bij de Beúrs is                                                f       21:07:07
Het 32ste part int Schip daer Schipper op is Jan Heijndricxsz Backer is vercocht
aen Joris Coij etc.,                                                        f     307:10:0
Het Rantsoen vandien bedraecht                                                f         3:17:0
Ende voor de Vúijtreedinghe                                                f     100:07:07
Het 32ste part int Schip daer Schipper op is Loúris Cornelisz Poort vercocht aen
Jan Cornelisz werenbúrch tot Delft etc.,                                        f    200:00:0
Het Rantsoen vandien bedraecht                                                f        3:02:08
Het 32ste part int Schip daer Schipper op is Jacob Andriesz Droúvert vercocht aen
Sr. Frans Denick etc.,                                                        f    240:00:0
Het 32ste part int Schip daer Schipper op is Jacob Andriaensz Múts aenden selven
Schipper vercocht etc.,                                                        f     300:00:0
Het 48ste part int Schip daer Schipper op is Adriaens Jacobsz Múts is vercocht aen de
Hr. Willem Brasser, soo het selve opden 18-12-1652 tot Middelbúrch in Zeelandt
Seijlreede was leggende voorde somme van                                        f    225:00:0
De Nieú van stapel aftgelopen Haringhboot is vercocht aen Dirck Jansz Cloot tot
Rotterdam etc.,                                                                f   1770:00:0
De Haringhboot daer Stierman op is Arijen Leendertsz Clercq, is met de Vleete
vercocht aen Willem Dammisz op delftshaven etc.,                                f   2400:00:0
De Haringhboot daer Stierman op is Arent Dane is sonder vleete vercocht aen
Adriaen Rochiúsz Crúijck tot  Vlaerdinghe etc.,                                f   2225:00:0
De 40 netten inde Haringhboot laest gevoert bij Cornelis Mare sijn met
de vleete vercocht  aen Claes Jonasz etc.,                                        f   2642:16:0
De 28 netten inde Haringhboot daer Stierman op is Jan Leendersz sijn  vercocht
aen Wijnant vander Eijck etc.,                                                f   1809:00:0
Ende voor een mastbancker seijl met een bonet etc.,                                f       33:05:0
De 32 netten in een Haringhboot daer Stierman op is Barent Joppen vercocht
aen Abraham van Cleeff etc.,                                                f    816:18:0
De 44 netten inde Haringhboot daer Stierman op is Arijen Willemsz Borsselaer
Sijn vercocht aen Cornelis Besemer etc.,                                        f    707:03:0
De 6 netten in de Haringhboot daer Stierman op is Pieter Cornelisz Cúijp
Vercocht aen Jan Jacobsz van Rúijte etc.,                                        f    200:12:08
De 5 netten inde Haringhboot daer Stierman op is Gerrit Andriesz Mack
verccoht aen Matheeús Verineúle etc.,                                        f    240:07:08
Het 3de part inde Scholschúijt gevoert werdende bij Stierman Barent Joppe
is vercocht Aende Hr. Willem Brasser etc.,                                        f    300:00:0
Het 3de part in het lichterschip is vercocht aen Pieter Rijcke etc.,                f      41:13:6
Het Crúijswant ende Coopmans goet is alle openbaerlijck vercocht etc.,                f  2105:08:0
Een Drit is mede vercocht etc.,                                                f  1520:08:0
De nieuwe netten etc.,                                                        f  2929:13:0
Het geslage want, schijvegaren ende Hennip etc.,                                f  1717:10:0
Van de Oúwe seijlen etc.,                                                        f    206:13:0
Het soút ende Tonnen etc.,                                                        f  2618:02:0
Noch is geprocedeert bij vercoopinge van eenich scheepshoút etc.,                f      36:07:0
Ende is Insgelijcke noch súijvers geprocedeert etc., Oút Hoút etc.,                f      32:03:10
Item etc., van eenich gewicht                                                f      10:04:0
Alle de mobile goederen ende Húijsraet als Hoútwerck, Schilderijen, porceleijn,
Aerdewerck, yserwerck, Cooper, Tinne ende Silverwerck bijde wed. voorde
eene helfte ende de kinderen voor ander helfte gepart ende gedeelt comt hier voor         memorie
de Goúde ringen ende andere júweelen ten lijve vande wed. behoorende sijn
volgens den Testamente aen haer gelaten, met súcken verstande dat nae haer
overl. weder aen de kinderen sal devolveeren, 1 Diamant Taeffelringh met
1 Diamant Roosringh etc.,                                                                 memorie
het linne is bijde wed. ende kinderen gepart etc.,                                         memorie
Gelijck bijde selve halft ende halft gepart ende gedeelt sijn alle boúcken etc.,                 memorie
De Cleedeeren vanden overl. ende van sijn eerste Húijsvroú sijn volgens den
Tastamente aende kinderen gebleven tegens de Cleederen vande wed. die de selve oock
aen haer heeft behoúden sonder egaliteijt daer in te maacken etc.,                         memorie
Alle den Inboedel ende Cleederen vande kinderen grootmoeder hier vooren op de
Inventaris gebracht de selve sijn overgelevert aen De Hrn.Govert dú Boijs,
Jacob Fockendijck, Claes Jonasz ende Pieter Sijmonsz als bijde Heeren vande Weth
gestelde voochden over de kinderen Grootmoeders goederen etc.,                         memorie
Het silverwerck ende eenighe Júweelen van de Grootmoeder sijn vercocht etc.,        f        306:00:0
Ende hebben de kinderen aen haer behoúden 2 silvere Schepene Zegels etc.,        f            5:10:0
Item hebben de selve noch aen haer genomen 2 Goúde Diamant Ringen met
eenighe bloet coralen voor de somme van                                        f          32:00:0
Noch hebben de Voochden ten behoúde vande kinderen aengenomen 2 stúcken
Pothgelt namentlijck 1 Vierdúbbelde Dúcaet, met een Oúde Elisabeth  etc.,        f          33:00:0
1 groote sijde vlagge die inden boedel bevonden is wert int gemeen gelaten etc.,                 memorie
Wert alhier gebacht soo veel Ontfangen is van Sr. Johan van Hoúck over eeninghe
maenden  Interest van f 1700:0:0 bij hem vúijt de boedelspenningen gebrúickt        f           32:05:0
Noch van Lijsbeth Joris voor 9 mdn Interest van f 200:0:0 etc.,                        f           6:00:0
Noch van Jacob Voschmaer voor 3 mdn. Interset van f 600:0:0 etc.,                f             9:00:0
Noch vanden selve voor noch 7 mdn. Etc.,                                        f         21:00:0
Noch van verlopen Interest opde paije van Cornelis Boúwensz Corpershoúck etc.,            3:02:0
Ende Insgelijck van verlopen Interest opde paije etc.,                                f           6:05:0
Noch wert alhier gebracht het gene Ontfangen is van Sijmon Jacobsz Kagenaer inde
Kaech over 1 Jaer Interest van f 258:0:0 etc.,                                        f         12:18:0
 
Cornelis Vander Dússe is schúldich over 1 Jaer ende 7 mnd. Interest van f 30000:0:0
vúijt de boedels penn: onder hem beleijt gereeckent etc.,                                f        190:00:0
Jacob Alewjnsz  is Insgelijcke schúldich etc.,                                        f         45:00:0
De Inschúlden des boedels hier vooren opden Inventaris gebacht bedragen int geheel,
f 21319:05:12 daervan in minderringh vandien ontfangen etc., f 18253:12:4 Dús        f    18253:11:8
Súlcx dat vande voorsz: Inschúlden noch te Ontfangen staet etc. f 3065:13:8 van de volgende personen, namentlijck etc.,
[de namen vande persoen en het bedrag dat zij schuldig zijn wordt beschreven].
Gelijck mede int gemeen gelaten wort de actien tot laste van Jan Leendersz
Vander Búrch ende Wijmant Vander Eijck, die beijde onder de Inschúlden des
boedels gebacht etc.                                                        ,         memorie
 
01-08-1651 is vúijt de boedels penningen opde Stadt beleijt ende opden 01-08-1653
in minderingh vande kinderen Grootmoeders goederen aende voochden vande
selve goederen in betalinghe gegeven de somme van f 8650:0:0, ende hebben de
Execúteúrs ende voochden over de vaderlijcke goederen ten behoúve vande
kinderen genoten ende ontfangen de 2 Jaeren Interest vandien tot
vergelijckinghe vande incomsten der goederen ende effecten op dato alsvoren
bijde we. In monderingh van haer helft aengenomen comt voor                          memorie
 
                Sa. Totalis vanden geheelen Staet des Boedels is                        f 64658:07:14
 
Van welcke somme van f 64658:07:14 afgetrocken sijnde. Eerstelijck de lasten des
boedels bedragende (boven het gene alsnoch te betalen staet per reste vande kinderen
grootmoeders goederen) f 37918:16:10. ende noch over oncosten naer doode en overl.
vanden Hr. Daniel Oosterbaen Za: gemaeckt gevallen ende betaelt f 1549:13:14
maeckende te samen f 38468:10:8. blijft het innecomen des boedels súijvers noch
f 26199:17:6 - xxvjm.jc.xcix:xvij:vj -.
 
Welcke somme etc., geclooft ende gedeelt moet werden bij aen 2 deelen namentlijck
de wed. voorde eene helft ende de kinderen vanden overl. Daniel Oosterbaen Za:
voorde ander helft comt, ijders helfte te bedragen         f 13099:18:11 - xiijm.xcic.xviij:xj -
 
De Wedúe Willemtge Van Ghesel heeft in voldoeninghe van Haer helfte aengenomen ende genoten t'gúnt volcht
Eerstelijck het 21ste part inde wooninge etc; ter somme van                         f      1600:00:0
Het Húijs Erve ende Haringhplaets ter somme van                                 f     5416:00:0
Een Rentebrieff tot laste van Isbrant Areijen Ridder etc.,                        f       700:00:0
Het 4de part in beijde Taenhúijsen etc.,                                        f     2200:00:0
Het Hangent Scheepge met 1 Vogelkoij ende 2 kanarij vogels                        f         18:00:0
Noch soo veel de wed. moet vúijt keeren opde verdeelinge ofte lotinge
vande graven                                                                f          30:00:0
Het 16de part scheeps inden Coopvaerdie schepe daer Schipper op is
Jan Cornelis Does                                                        f       690:00:0
De wed. heeft noch vúijt de gemeene penningen des boedels genoten in veel ende
verscheijde posten                                                        f    3824:09:11
                                                                        Sa        f 14478:09:9
 
Sílcx dat de wed. te veel genoten heeft ende dienvolgende aende kinderen
moet vúijtkeeren                                                                f     1378:10:5
                                                                        Blijft        f  13099:18:9
 
De Voochden vande Weeskinderen hebben te behoúve vande selve in voldoeninghe van haer helfte genoten ende onfangen t´gúnt volcht
Eerstelijck de dootschúlden vanden overl. alsmede t´gene onder den tijtel vandien
ten behoúve vande kinderen is betaelt bedragende te samen de somme van        f         926:17:2
Anthonij Oosterbaen heeft vúijt den gemeenen boedel genoten ofte is ten behoúve
Vanden selven betaelt de somme van                                        f      254:00:10
Joris Oosterbaen ter saecke ende invoúgen alsvooren de somme van                f     312:14:0
Ingeltgen Oosterbaen Insgelijcx de somme van                                f     490:00:13
Elisabeth Oosterbaen mede de somme van                                        f     475:05:13
Het Húijs ende Erve van Maeijken van Loo Fredericx met de melionatie etc.,        f    1800:00:0
Noch het gene opden 11-06-1651 ten behoúve vande kinderen vúijt den gemeenen
boedel beleijt is op Adriaen Rochúsz Crúijck tot Vlaerdinge de somme van        f     2400:00:0
                                                                                f     6658:18:6
Noch soo veel opden 01-02-1652 vúijt de penningnen vanden gemeenen boedel
Beleijt is op Cornelis vander Dússe de somme van                                f     3000:00:0
Noch over 1 Jaer ende 7 mnd. Interest etc.,                                        f       190:00:0
Noch soo veel opden 23-03-1652 alsvooren beleijt is op Jacob Alewijnsz etc.,        f     1500:00:0
Ende voor 1 Jaer ende 5 mnd. Interest etc.,                                        f          85:00:0
Noch voor 2 Schepene Segels voorde kinderen aengenomen om                f           5:10:0
Item voor 2 diamant ringen met eenige bloetcoralen                                f         32:00:0
Ende voor 2 atúcken potgelt                                                f         33:00:0
Noch het gene de wed. moet vúijtkeeren dat de selve te veel genoten heeft etc.,        f     1378:10:0
Ende tot Súppt. ende volle voldoeningh het gelt het welcke alsnoch in gemeene
kasse  berústende is, sijne                                                        f       217:00:0
                                                                                f      6441:00:0
                                                        aen d'ander sijde                f     6658:18:0
                                                                        Sa.        f   13099:18:0
 
Aldús gedaen, geinventarieert ende bij geschrifte gestelt op het aen ende te kennen geven van de persoonen in het hooft vanden voorsz: Inventaris genomineert. Dewelcke Verclaerden alles oprechte naer haer beste kennisse van tijt tot tijt opden voorsz: Inventaris gedaen, stellen te hebben sonder daerinne yet wes ter qúader troúwe verswegen te sijn. Ende voorts den voorsz: Staet vanden geheelen boedel geformeert sijnde, in voúgen alsvooren met de anderen finalijck sijn gescheijden. Ende dienvolgende met de posten ten weder sijden op yders helfte in voldoeninghe gestelt hebben genomen volcomen contentemente.etc.,
w.g. C vander Dússe, Jacob Herwijnsz, Jacob Vosmaer, Willemtge van Gesel, J van Gesel.
 
- ona 759 fol. 305 [not. M. Kouwehove] vermeldt: [Testament].
Etc., dat op húijden den 20-12-1653 etc., gecomen ende verschenen is, De Eerbare Willemtje van Gesel wed. wijlen de Hr. Daniel Oosterbaen Za: etc., wesende sieckelijck van Lichaeme, haer verstand etc., gebrúijkende. Etc., [Wilhelmina verklaard voorgaande testamenten nietig.] aen de kinderen van Ariaentge van Gesel geprocreert bij Cornelis Evertsz van Ysel de somme van f 750:0:0 etc., [Zie ook ona 760 fol. 1023].
w.g. willemtge van gesel.
 
- ona 759 fol. 381 [not. M. Kouwehove] vermeldt: Op húijden den 20-02-1654.
Compareerde etc. De Eerbare Wilhelmtge van Gesel wed. wijlen de Hr. Daniel Oosterbaen Za: etc., Sr. Johan Rom getroút hebbende Jannetje van Gesel de Oútste. Sr. Johannis van Gesel beijde Cooplúijden tot Rotterdam. Cornelis Evertsz van Ysel getroút geweest sijnde met Adriaentge van Gesel en boedelhoúder van 't selve. Ende Sr. Govert Corsz Sant Coopman alhier getroút hebbende Grietge van Gesel, benevens Jacob van Gesel ende Jannetje van Gesel getroút met Sr. Jacob Voschmaer mede Coopman tot Rotterdam voorsz:, kinderen ende dienvolgende Erffgen: van Maria Jacobs Brasser die wed. was vande Hr. Govert van Gesel in sijn Leven Raedt ende Schepen der voorsz: Stede Schiedam beijde Za: Dewelcke verclaerde geconstitúeert ende machtich gemaeckt te hebben etc., de voorn: Sr. Jacob Voschmaer haer Constitúante schoonbroeder, specialijcken ende generalijcken omme soo welinde name ende van wegen Her Constitúante als in sijn privé name met de kinderen ende Effgen: van Za: de Hren. Frans Brasser ende Wilhem Brasser in sijn Leven Hooch Heemraedt van Schielandt ende beijde gewesene Gecommitteerde Raeden ter Admiraliteijt tot Rotterdam resideerende, ende Búrgemeesteren deser voorsz: Stede Schiedam, te procedeeren tot fijnale Cavelinghe, scheijdinge ende deelinghe van alsúlcken wooninghe ende Landerien als hemlúijden respective onder door doode ende overl. van haerlúijder Grootvader Jacob Willemsz Brasser opgecomen ende aenbestorven sijn. Ende alsnoch int gemeen sijn toebehoorende gelegen in Vlaerdinger Ambacht gebrúijckt werdende bij de wed. van Claes Jansz Hoochstadt, Corn: meesz van Adrichem ende bij Arijen húijbz de Haes. Ende voorts haer Constitúanten te bedeelen portie ofte andersints, benevens de voorsz: kinderen ende Erffgen: van Frans ende Wilhem Brasser de selve wooning. Ende Landen int geheel t sij int openbaer ofte vúijtterhandt te vercoopen aen alsúlcken personen etc., voor soodaningen somme etc., als geconstitúeerde raetsaem ende proffijtelijckxt ooirdeelen etc., [Jacob zal verantwoording afleggen.] w.g. Willemtje van gesel, Jan Rom, Cornelijs van Eijssel, Johan van Gesel
 
- ona 760 fol. 1023 [not. M. Kouwehove] vermeldt: [Testament].
Etc., dat op húijden den 30-10-1660 etc., gecomen ende verschenen is, De Eerbare Willemtje van Gesel wed. wijlen de Hr. Daniel Oosterbaen Za: etc., gesond van Lichaeme, haer verstand etc., gebrúijkende. Etc., [Wilhelmina verklaard voorgaande testamenten nietig en] heeft sij Testatrice inden Eersten gelegateert ende besproocken aen Maria Veen voordochter van Za: Immetjen Jans geprocueert bij Jan Jacobsz Veen, de somme van f 60:0:0. Ende aen het St. Jacobs Gasthúijs deser Stede tot redemtie van't beste kleed de somme van f 30:0:0. Vorders heeft sij Testatrice geprelegateert etc., aen Jannetje van Gesel wed. van Jan Rom, de swaerste van haer goúde kettings gecomen van haer Testatrices overl. man Za:. Aen Jacob Vosmaer 1 goúde polsgaloiser ofte Crúijsaet van Vieren. Aen Jannetje van Gesel desselffs Húijsvroúwe een de beste van Testatrices laeckense Roúw-vliegers ende roúw rocken met 1 Diamant houpring. Prelegateert noch aen Govert Vosmaer oúste Soone vanden voorsz: Jacob Vosmaer 1 pack swarte laeckense Roúwkleeren met 1 lange roúw-mantel tot prijse tússchen de acht ende negt gúld: d' elle, etc. [Wilhelmina wil dat bij overl. van Jacob zijn ouste kind rouwkleding op kosten van haar krijgt]. Item prelegateert aen Maria Vosmaer de voorsz: Jacob Vosmaer oúdste dochter 2 goúden kettings gecomen úijt den boedel van haer Testatrice moeder Za: mitsgaders het Lúijrkasje gecomen van Za: Thonis. Prelegateert noch aen Van Gesel haer Testatrices Broeder, alle alsúlcx actien etc., aen Jacob van Gesel de somme van f 100:0:0 etc., Item aen Govert Jacobsz Van Gesel 1 goúde schelling, de grootste schilderij van Lúna met een balckhanger scheepje ofte búijsje, mitsgaders 1 pack swaert lackense roúwkleeren met 1 lange Roúwmantel. Item aen Trijntje Jacobs van Gesel 1 Lackense rouw beúijen met 1 lackense roúw-rock die sij Testatrice begeerd dat úijt haeren boedel te prijse alsvoren mede becostijgd súllen werden, mitsgaders noch aende selve haer Testatrices beste wage schotte kaste met de kasdoúckjes daer bij sijnde. Ende noch 1 Diamant Taeffelring gecomen úijt den boedel van haere Testatrices moeder Za: Item aen Maria ende Jannetje Jacobs Van Gesel, etc., [ook hier Wilhelmina wil dat zij de rouwkleding op kosten van haar krijgen, zij krijgen ook al haar kleding, goud en zilverwerk]. Ende daer en boven noch de somme van f 500:0:0. etc., noch aen Jacob Van Gesel, Johannis Van gesel, Jannetje Van Gesel wed. van Jan Rom, Grietje van Gesel Húijsvroúw van Cornelis Cocije, Jannetje van Gesel Húijsvroúw van Jacob Vosmaer, ende de kinderen van haer Testatrices Súster Adriana van Gesel Za: ijder een gerecht seste part inden Húijsraed ende inboedel die sij Testatrice (boven de hier vooren gelegateerde ofte prelegateerde goederen) metter dood ontrúijmen ende eenigsints achterlaten sal, die sij Testatrice will ende begeerd dat onder de voorsz: Ses handen tot geld gemaeckt, etc., werden genoten etc., [Wilhelmina laat nog een keer beschrijven wie 1/6 part krijgen en sluit de weesmeesters uit]. w.g. Willemtge van gesel.
 
- ona 762 fol. 1099 [not. M. Kouwehove] vermeldt: [Testament].
Etc., dat op húijden den 08-10-1667 etc., gecomen ende verschenen is, d' Eerbaere Willemtje van Gesel wed. wijlen de Hr. Daniel Oosterbaen Za: etc., sijnde sieckelijck van Lichaem, gaende en staende haer verstand, etc., gebrúijkende. Etc., [Wilhelmina verklaard voorgaande testamenten nietig en] prelegateert etc., aen Jannetje van Gesel Húijsvroúw van Jacob Vosmaer har Testatrices beste laeckense roúw-vlieger en roúwrock etc., [Jacobs van Gesel kinderen krijgen] vordere kleederen van linne, sijde ende wolle, mitsgaders Júweelen, goúd en Silverwerckten Lijve rúgge etc. Ende dat Maria en Jannetje van Gesel twee der selve kinderen, bij deling onder andere súllen trecken de silvere mesheckten die onder 't voorsz: Silvenwerck bevonden súllen werden. Prelegateert aen Catharina Jacobs van Gesel, haer Testatrices beste wageschotte Kas met de Kasdoúckjes daer bij sijnde. Govert Jacobsz van Gesel een bedde met de peúlúe, 2 Oirkússens, 3 deeckens, 1 beddekleet, 2 gordijnen met het rabat, 2 paer slaeplakens en 2 paer sloopen, alle het beste in haer Testatrices boedel sijnde. En tot keúre van hem Govert Jacobsz van Gesel, wel verstaende dat den selven niet sal moeten verkiesen 't paer slaeplakens dat Grietje van Gesel hier van in mindering van haere portie sal vermogen aen te nemen. Prelegateert als voren aen Immetje Jacobs van Gesel haer Testatrices Luijrkasje gecomen van Za: Neeltje Thonisdr. de kasdoúckjes daer bij sijnde. Etc. [Wilhelmina vermaakt de zelfde goederen als in ona 760 fol. 1023 aan de zelfde personen.] w.g. willemtge van gesel.
6.        Margrieta (Grietge) van GESEL, gedoopt ca. 1617 te Schiedam.
GA Schiedam: Tr.(1) T.boek arch.8 mf41 vermeldt: Govert Corss Sant J.M. geass. met Thomis Corss zijn broeder, en Margrieta van Gesel J.D., beiden van Schiedam, geass. met Jacob Vosmaer haar zwager en Corn: van der Dusse haar oom.
Tr.(2) T.boek arch.8 mf42 vermeldt: Cornelis Corn: Coeije, wedn. en Margrieta van Gesel wed. beide van Schiedam.
Ondertrouwd (1) op 13 09 1645 te Schiedam, gehuwd op 24 09 1645 te Schiedam met Govert Corszn. SANT, gedoopt ca. 1615 te Schiedam, overleden voor 1656.
GA Schiedam: ona 776 fol. 133 [not. J. Bollaert] vermeldt: [Testament].
Bij den innehoude van den Tegenwoordigen instrúmente. Sij eenen ijgenlijcke kennelijcke ende openbaer, dat op húijden den 13-11-1649 etc., gecomen ende verschenen sijn den Eersamen Goverd van Santen ende d'eerbare Margrieta van Gesel gerechtelijcken won. binnen deser Stede etc., wesende hij van Santen gesont van lichaeme ende sij Margrieta van Gesel sieckelijck van Lichaeme, doch beijde haer verstant hebbende etc., [Margrieta en Govert benoemen de langstlevende tot erfgenaam] in alle de roerende ende onroerende goederen etc., [als Govert eerst overl. dan gaat naar] sijn testateúrs Moeder Theúntge Gevardts de somme van f 1000:0:0 ende daer en boven aen sijne naeste ende gerechte Erffgenamen abjusestato naer Schependen vande Súijthollants recht de somme van f 24:0:0, alle tot eerste legaet etc. Ende indien sij Testatrice voor de voorn: haren man qúam te overl. etc., de somme van f 300:0:0 tot een legaet eens, ende daer en boven noch aen de kinderen van Jacob van Gesel, te samen de somme van f 1200:0:0. etc. w.g. Govert korsz Sant, griete van gesel.
Ondertrouwd (2) op 30 09 1656 te Schiedam met Cornelis Corneliszn. COEIJE, overleden voor 16 6 1668 te Schiedam.
GA Schiedam: GA Schiedam ona 770 fol. 1584 [not. J. Bollaert] vermeldt: [08-05-1655].
Inventaris gedaen bij Grietgen Govards van Gesel húijsvroúw van Govard Corszn van Sant, Jegenw: úijtlandich zijnde. Ende dat van alle de goederen bij teúntgen Govards laest wed. van za: Cors Corn: in Wandelen genaemt Swarte Cors, naegelaten soo roerende als onroerende, actien ende Erediten, metter werden úijt besondert.
                                Inmobilia
Eerst een Húijs Erve met 2 lijnbaenen staende ende gelegen aende Oostsijde van de Vaert in biersvelt binnen deser Stede belent aende Noordsijde, Maertge Stevens ende aende Zúijtsijde, Hendrick Pietersz Dússeldorp, streckende voor vande strate tot achter aen s' heeren bansloot.
        Mobilia ende Húijsraedt ten húijse vande vsz: grietge govards
1 bedde met 1 peúlúe, 5 oircussens, 2 i[tem] witte met 1 roode deecke, 1 wit beddekleedt,
3 blaeúe - en 3 oúwe sitcussens,
3 copere kandelaers, 1 copere kettel, 9 tinne middelbare schoteltges, 1 cleijn schoteltge, 6 tinne tafelborden, 2 tinne commetges, 2 soút vaeten, 9 stúck aerdewerck, 1 slaepbanck, 1 roo aerde kanne, 1 roomer met 2 bierglaesen.
                Cleederen vande overledene
1 gerúijck, 1 oúwe loophermck, 2 blaeúen lake rocken, 1 swarten rock, 1 paersen rock, 1 heere saeijen rock, 2 borsges, 1 heeresaeij, 1 boradt, 1 heere saeijde manteltge, 1 swart laecke borsge, 1 Earle manteltje,
2 swarte wolle schorte, 1 goede ende 1 slechte
1 lindeschort, 2 swarte boratte- en 1 paers schortecleen.
3 blaeúwe linde úts, 1 roode ende swarte borsrock, 2 paer coúsen gebreijde, 1 oút Rocklijf, 1 oút ras manteltge, 1 paer oúde lake moúwen.
                Linde
12 slaeplakens, 19 sloopen, 10 sevetten, 13 hembdens, 16 Neúsdoecken, 7 gesteeckte ondermútsen, 13 soo linde als camerdoecxse mútsen, 2 p: hantelen, 2 p: voor moúwen, 11 merstúcken, 2 vliegtsneren, 9 bottelrije ende 9 hooftdoecken, 6 droogdoecken, 6 doeckhúijven, 9 vroúwecragen, 1 tafellaln, 2 silvere lepelen, 1 goúdesinst- en 1 gladdehoúp ring,
                Dit goet bevonden int húijs deses boedels
17 aerde commetges soo groot als cleijn, 1 copere blaecker, 1 copere schúijmspaen, 1copere craen, 1 kannebort met 6 kannens met tuleden, 12 tin lepelen met 1 lepelhúijs, 1 Capstock, berickspas, 1 emmertge, met 2 mandetges, 2 spiegels, 2 gardijnen met 1 rabadt, 1schoorsteencleet, 6 bordetges soo groot als cleijn, met 1 caertge, 1 blaesbalck, caerslade, 1 soút hanghdoosge, 1 vúijre tafeltge met 1 oút kleertge, 1 cúse blaedtge, 1 beddenplanck, 2 bedde tocken, 1 bijbel, Testarmen, 7 matte stoelen, 1 wastable, 1 hartijser, 1 wateremmer, 1 panne, 1 lantaren, 1 rúijter, en den voeten telbaren, 1 af gebreijt nedt, 1 trocten deele gebreijt, 8 strenen gaeren, met 1 claes,
3 aerde schotels, 9 aerde tafelborden, 2 slooten, 1wageschotte kist, 1 schabel tafeltge, 1 copere snúijter, 1 cnúijse bal, 2 cleerborstels
Voorts eenich aerdewerck ende rommelen niet waerdich d apart te melden.
                Incomen deses boedels
Eerst 1 obl: ten lasten van Wm. Jansz Beúsens in Capitael etc.,        f 200:00:
Desen boedel comt ¼de part in een 32 part die Govard Corsz Sant etc., [heeft in]qúnese Comp: etc., [zo worden de schulden bij diverse personen beschreven, plus contant geld is samen:] f 989:27:0
Aldús gedaen etc., w.g. grietie van gesel, Cvander Dússe, Jacob Vosmaer.
 
- ona 762 fol. 1311 [not. M. Kouwehove] vermeldt: [Testament].
Bij den innehoude van den Tegenwoordigen Instrúmente etc., dat op húijden den 16-06-1668 etc., d' Eerbare Margrieta van Gesel lest wed. wijlen Cornelis Cornelisz Koeije won. alhier etc., wesende sieckelijck van lichaem te bedde leggende haer verstant hebbende etc., [als Margrieta overl.] een eerlijcke begravinge ter Aerden, die sij Testatrice expresselijck will ende begeerd dat sal werden gedaen, in voúgen manieren, en met soodanige Omstandigheden, als het lijck van haer Testatrices overl. Súster de wed. van Zar. de Hr. búrgermr. Daniel Oosterbaen begraven is geworden, sonder in 't minste daer van aff te wijcken etc., [Margrieta] legateert ende besproocken etc., aen Barber Ysbrants de somme van f 10:0:0. Aen Barber Boeme wed. van Paúwles Krommenhoúck de kleijne schilderije van Govert Cors Sand haer Testatrices eerste man Za: aen Coen poúwelsz Krommenhoúck 1 filvere lepel waerdig met fatsoen f 4:10:0, ten opsichte sij Testatrice over den selven als peet ten Doop heeft gestaen. Aen Jacob van Gesel haer Testatrices broeder, nieúw swart laecken en andere behoústen tot een pack roúw kleederen, mits dat het selve niet meerder sal mogen bedragen als f 30:0:0, etc. [Margrieta zet uitvoerig uiteen hoe Jacob de lakense stof mag gebruiken]. Legateert aen Beatrix van Eijssel Húijsvroúwe van Cornelis de Vries, Govert van Eijssel, en Maria van Eijssel, kinderen van haer Testatrices overl. Súster Adriana van Gesel, yder de somme van f 50:0:0 etc. Legateert aen Govert Vosmaer de boúcken onder hem berústende. Aen Willem en Arent Vosmaer de Vogelkoy en Canary-vogel, met 1 silvere dúcaton tot het koopen van noch een Canary-vogel, en bij affstreven van de Canary-vagel (tegenwoordig in de koij sijnde) voor haer Testatrices Overl., 1 silvere dúcaton in plaets vandien. Aen Maria Vosmaer haer Testatrices gecoloúrde sijde off toúrsen rock en haer 2 grootste paerlen sijnde soúder goúwe spelden. Aen Maria van Gesel dochter van Immetje Jans de 2 grootste paerlen met goúwe spelden. Aen Maria van Gesel Dochter van Johannis van Gesel de grootste daeraen volgende parel met de goúwe speld. Ende noch gelijcke parel tot coste en úijt haeren boedel te koopen. Aen Adriana van Gesel mede dochtertje van Johannis van Gesel 1 goúd harte hoeprong. Praelegateert en bespreeckt voorúijt aen Jannetje van Gesel wed. van Jan Rom haer Testatrices beste port. Aen Jannetje van Gesel Húijsvroúwe van Jacob Vosmaer haer beste Spiegel. Aen Johannis van Gesel haer broeder 2 porceleijne rooskommen staende op de kas int het paskaertje in 't voorhúijs. Ende aen de naergenoemde kinderen van Jacob van Gesel geprocúereert aen immetje Jansdr. te weten: Catharina de beste roodschaerlaecken rock. Aen Govert (tot vergeldinge van de veelvúldige diensten bij haer voor aen haer Testatrice gedaen) de Westindische off Cederhoúte kist. Aen Johannis haer beste swarte laecken rock, Jannetje de goúwe haernaelde. Ende Cornelis haer beste swarte laecke Vlieger, de 2 gordijnen en rabat hangende voor de betstede in 't Zaeltje aen de Have. 1 bedde en peúlú, 2 Oirkússens, 2 dekens, 1 beddekleed. 4 1½ scheelde slaeplakens en 4 sloopen, 1 peúlú lake, tot sijn keúre, mits mogende uíjtkiesen 't bedde leggende op de achterkamer, nochte het beste witte Deke offte beddekleed. Verklaerde sij Testatrice dat de swarte laecke mantel leggende in haer Testatrices kist, mitsgaders alle de boúcken en insonderheijt dan grooten Bijbel in folio te haere húijse (úijtbesondert 2 boúcken met silver beslagen) in eygendom is en sijn toebehoorende den voorn: Corn: van Gesel. En voor soo veel eenige van haer Testatrices daer onder mochten sijn, (alhoewel van kleyne waerde) aen hen Corn: van Gesel mede is praelageerde. Prelegateert noch aen Jannetje van Gesel wed. van Jan Rom, Jannetje van Gesel Húijsvroúw van Jacob Vosmaer. Ende de gesamentlijcke kinderen van Jacob van Gesel geprocúreert bij immetje Jansdr. yder voor een gerecht 1/3 part. Etc., al haer Testatrices kleederen van linne ende wolle, mitsgaders Júweelen, goúd en Silver werck etc. ende aen Johannis van Gesel haer broeder etc., de somme van t' f 60:0:0 etc., etc. w.g. Dit gesch: met de - crerta - eijgen hand van margreta van gesel.
7.        Janneken Govertsdr. (Jannichgie) van GESEL, gedoopt ca. 1619 te Schiedam.
GA Schiedam T.boek arch.8 mf41 vermeldt: Jacob Arentsse Vosmaer J.M. van Rotterdam geass. met Arent Wouters Vosmaer won. te Delft zijn vader, en Jannetgen van Gesel J.D. van Schiedam, geass. met Maria Brassers haar moeder.
Ondertrouwd op 18 06 1642 te Schiedam, gehuwd op 13 07 1642 te Schiedam met Jacob Arentszn. VOSMAER, Schepen, gedoopt ca. 1614 te Rotterdam, overleden voor 1650.
8.        [was I.1.3] Johannes van GESEL, gedoopt op 18 07 1620 te Schiedam.
SAD ona 20.83 fol. 30 [not. J Schoormans] vermeldt: Op húijden den 11-04-1641.
Compareerde etc., d' eerbaren Johan van Gesel won. te Rotterdam. De welcken verclaerde geconstitúeert etc., te hebben etc., Joffr. Maria Brassers Sijnne moeder won. tot Schiedam, gevende deselve volcomen macht aúthoriteijt ende speciael bevel omme úijt sijne Compts: name ende van sijnent wegen te Compareeren inden Sterffhúijse van Zar. Joffr. Maria van Gesel in haeren leven sest húijsvr. heer Abraham Jansz Coopmans Schepen in Wetten deser Stede van sijns Compts: moeije. Ende aldaer te doen maecken pertinenten staet ende inventaris van desselffs naer gelaten goederen. Het welcke gedaen sijnde voorts te procedeeren tot reddinge van de selven boedel ende dienvolgende te doen vercoopen, opdragen ende transporteren die goederen bij de selve naer gelaten penningen te ontfangen, qúitantie daer van te passeren ende oock soo danige brieven als volgens etc., [zijn zuster Maria heeft aan de familie een erfenis nagelaten, die niet goed verdeeld wordt; zie ona 20.83 fol. 135 Johan geeft dus mijn moeder het recht om voor hem op te treden in deze erfenis]. w.g. Johan Van Gesel, Schrevel Evertssen van Eijssel.
 
Zie CD aanvulling I, op blz. 306
I.1.4        Pieter Aertszn. (van OUTGAERDEN), gedoopt ca. 1600, overleden voor 07-10-1639.
Ondertrouwd op 07 05 1628 te Dordrecht, gehuwd op 25 05 1628 te Dordrecht met Cornelia Simonsdr. MUIJS (van HOLIJ), gedoopt ca. 1600.
SAD ona 20.81 fol. 379 [not. J. Schoormans] vermeldt:
Op Húijden den 07-10-1639.
Compareerden etc., Sr. Crispijn Oútgaerden [broer van Pieter] Coopman borger deser Stede, als last ende procúratie hebbende van Cornelis Sleenacker won. tot Nimmegen als man ende voocht van Ermgart Múijsch. Ende van Cornelia Múijsch wed. van Zar. Pieter van Oútgaerden, als erffgen: van Anthonij Múijsch haeren broeder, in sijnen leven fiscael opt recif van het fort van Pernambúco blijckende bijde selve procúratie gepasseert voorde notaris Willem Geritsz van Drúeten etc., op ten 02-09 lest leden. Innehoúdende de Clausúllie van súbstiútie etc. Ende verclaerde hij Compt: inde voorsz: qúaliteijt geconstitúeert, machtich gemaeckt etc., te hebben etc., Sr. Jan block Coopman tot Amsterdam gevende den selven volcomen macht, ende speciael bevel, omme te Innennaemen benevens ende ontfangen, vande E: Heeren Bewinthebberen vanden geoctroijeerde West Indische Compie. ter Camere binnen Amsterdam voorsz: alle t'gene de voorn: Anthonij Múijsch Zar. was Competerende vande voorsz: Compie. soo ter saecke van sijnne verdiende gaegie ende tractement als andersints ende voorts generaelijck alle penn: te innen ende ontvangen die de voorsz: Anthonij Múijsch sar. innen mogen gecomen hebben van verscheijde persoonen, qúitantie van sijnde ontfangen te geven ende verlijden súlcx van noode wesen ende vereijscht werde sal, etc. [Door deze akte weten we dat Pieter is overl. waarschijnlijk Zuid Amerika.] w.g. Crispijn van oútgaerden.
 
 
 
 
sept. 2010
 
Op blz. 60:
II.1        Hendrick Ariaenszn. TIMMER, Turfschipper, gedoopt ca. 1580 te Capelle N.Br. Overleden ca. 1645 te Capelle N.Br.
SAD ona 20.3 fol. 178 [not. W. van den Brouck] vermeldt: Op huyden 26-09-1602.
Compareerde etc., Philips Plymen burger deser Stede ende heeft geconstitueert etc., maeckt machtich met desen Hendrck Adriaensz Timmer schipper won. tot Cappel. Om mette uyt sijne comparents naeme te compareren voor den Gerechte van Cappel ende aldaer ten behouve van Joachem adriaensz mede won. aldaer ende te dragen ende tranporteren aen dopkist Jan Delleken gelegen tot Cappel voorn:, fruitre aent ende oudestraet ende noortres aent Lyfken tappeteijnes delle, den voorsz: comparant door overlijden van Mr. Gysbert Plymen sijns comparant Vader Zal: aenbesteeden den voorn: Joachem adriaensz of dele van de vragte tot Vlissingen te brengen ende daer te inne sijn resten enne naer costen etc. [Hendrick mag de kosten aan Joachem door berekenen].
 
Op blz. 74:
I.1        Jean de la TOUR, Slotenmaker, gedoopt ca. 1575.
Gehuwd (1) voor 1599 met Cateline, gedoopt ca. 1575, overleden voor 1616 te Dordrecht.
Gehuwd (2) op 21 04 1616 te Dordrecht met Beatrix BERLOO, begraven op 31 03 1647 te Dordrecht.
SAD ona 20.81 fol. 58 [not. J. Schoormans] vermeldt: [19-06-1637].
Inventaris van de goederen bevonden in seecker coffer, met ijsere banden toebehoorende van Joffr: Margareta Rútgers Zar. t welcke deselve heeft laten staen ten húijse van Maricken Cornelisdr. op de camer alwaer de voorn: Joffr: rútgers zar. gewoont heeft. Welk coffer, op húijden geopent is bij Jan van Toúr slootmr. gemaeckt bij mij Jan Schoormans Henricxsz. openbaer Nots: etc., van den voosz: Jan van toúr etc., op ten 19-06-1637. [Na het open maken van de koffer wordt de inhoud beschreven]. w.g. Dit merck is gestelt bij Jean Delatoúr.
 
Op blz. 94:
II.1        Roelandt Joriszn. TEERLING, Mr. Loodgieter, Blikslager, gedoopt op 01 05 1595 te Dordrecht, begraven op 12 08 1675 te Dordrecht.
Ondertrouwd (1) op 25 10 1620 te Dordrecht, gehuwd op 25 jarige leeftijd op 10 11 1620 te Dordrecht met Isabel Jaspersdr. STAECKMAN, 24 jaar oud, gedoopt op 01 09 1596 te Dordrecht, begraven mei 1625 te Dordrecht.
Ondertrouwd (2) op 18 01 1626 te Dordrecht, gehuwd op 30 jarige leeftijd op 03 02 1626 te Dordrecht met Beatrix Hendrixdr. WYMANS, 26 jaar oud, gedoopt op 01 07 1599 te Dordrecht, begraven op 07 06 1658 te Dordrecht.
Ondertrouwd (3) op 24 11 1658 te Dordrecht, gehuwd op 63 jarige leeftijd op 11 12 1658 te Willemstad met Janneken Cornelisdr. VISSERS, gedoopt te Willemstad, begraven op 24 03 1677 te Dordrecht.
SAD ona 20.13 fol. 158 [not. P, Eelbo] vermeldt: Op húijden den 22-11-1621.
Soo hebben Hendr. Jaspersz Staeckmans Vleeshoúwer ende Roelandt terelinck als man ende voocht Isabel Staeckmans soo voor hen selven, als in desen ende wegende ende hen staerckmakende voor Anneken staeckmans vol bejaerde ongehuwde Dochter haeren Súster ende behoút Súster respective, te Zamen won. binnen deser Stede Dordr. finaelijck vercocht etc., aen Herman Gerritsz bandeliermaker mede won. binnen deser voorz: Stede, present die de selve coop bekende ende accepteerde, de eijgendom van een geheel húijs ende erfve met alle zijnen toebehoren etc., staaende ende gelegen inde Cannecoopers búijrte binnen deser voorsz: Stede dordr., genaempt Die Drije Mandecken, tússchen den húijse van Hendr. Woútersz cleermaker aen den eene ende thúijs van Jan Theúnisz Verhelst metselaer aen d' andre zijde t'selve húijs becost f 400:0:0 etc., [de condities van de koop worden beschreven] w.g. Hendrijck Jaspersz Staeckman, J roelant teerlijnck.
 
Op blz. 95:
II.1.10        Roelandt Roelandszn. TEERLING, Loodgieter, gedoopt op 01 02 1637 te Dordrecht, begra-ven 21-02-1707 te Dordrecht.
Ondertrouwd op 17 08 1659 te Dordrecht, gehuwd op 22 jarige leeftijd op 02 09 1659 te Dordrecht met Ariaentje (Adriana) Jansdr. TACK, gedoopt ca. 1635 te Middelburg. [zie ook aanvulling I blz. 82].
ona 20.95 fol. 211 [not. J. Schoormans] vermeldt: Op húijden den 24-02-1660.
Compareerde etc., d' eersame Johannes Sickinga borger deser Stede wedn. van Zar. Soetgen Janse Tack ter eenre, ende d' eersame Laúrense Pieter Cloeck schipper won. tot Middelbúrgh soo voor hem selven als in desen vervangende Claes Jacobsz Tack won. tot S' gravenmoer tsamen Testamentaire Voochden over de kinderen ende Erffgenamen van Jan Claesz Taxk ende Anneken Peeter Cloexkxdr. mitsgaders Roelandt Taerlinck de Jonge als getroút hebbende Arijaentgen Jans Tack, ende indier qúaliteijt behoút Oom vant' naergelaten kint vande voorn: Soetgen Jans Tack etc., oock genaempt Johannes Sickinga, ter andere Zijde. Ende verclaerden sij Comparanten naer Examinatie vanden Staet ende gelegentheijt vanden boedel ende goederen bijde voorn: Soetgen Jans Tack metter doot ontrúijmt ende naergelaten, ende súlcx sij metten voorsz: Johannes Sickinga int gemeen beseten heeft. In alle minne ende vrintschappen metten anderen overcomen, verdragen ende geaccordeert te wesen, etc., nopende de scheijding ende deijlinge vanden voorsz: boedel mitsgaders de alimentatie ende Onderhoút vant voorn: Weeskint indier voegen ende manieren hier naer Volgende, te weeten, Eerstelijck soo is den voorn: Johannes Sickinga bedeelt ende gebleven etc., mits desen aenden boedel ende alle ende ijegelijcke de goederen die hij heeft ende besittende is soo de voorndien sijnne húijsfvr. metter doot ontrúijmt ende naergealten heeft, daer inne mede begrepen de somme van f 500:0:0 etc. Ende de 2de Comparanten aen hem beloven te voldoen ende betaelen des soo blijft hij oock gehoúden te voldoen ende tot sijn lasten te hoúden aller de lasten ende schúlden daerinne hij ofte sijnnen boedel belast soúde mogen wesen, ende dat búijten laste vant' voorn: sijn Weeskint. Etc., [Het weeskind van Soetgen, dat is Johannes, moet worden onderhouden door hier voor genoemde voogden, en Johannes Sickinga de wedn. zal] aenden selven sijnen Zoon noch úijttereijcken ende betaelen de somme van f 200:0:0. [Verder dat het moederlijke erfdeel aan het] Weeskint oock bedeelt wert mits desen. Etc. w.g. Loúwereijs Pietersen Cloúck, Johannes Sickinga, Roelantteerlijnck de Jonge. [zie ook ona 20.95 fol. 251.]
 
ona 20.95 fol. 293 [not. J. Schoormans] vermeldt: [Testament].
Op húijden den 30-09-1660.
Compareerde etc., d' eersame Roelandt Teerlinck den Jongen ende d' eerbare Adriaentgen Jans Tack, echtelúijden, borger ende borgersse deser Stede, beijde gesont van Lichame gaende ende staende etc., [De langstlevende wordt tot erfgenaam verklaard.] Ende het kint off kinderen die sij lúijden noch soúden mogen procúreeren. Ende die bij den Eerstoverlijdene van hennen naergelaten werden te alimenteren, ende onderhoúden etc., [door het overl. van Ariaentjes zuster Soetgen komen zij tot het maken van een testament. Waarin bij eventuele kind(eren) als zij volwassen zijn,] voor Hen allen úijtterijcken ende te betaelen de somme van f 3600:0:0 indien de Testateúr de langstlevende is, ende maer de somme van
f 500:0:0 indien de Testatrice de langstlevende is. etc., [bij geen kind(eren)] soo verclaerden sij Testateúren, bij aldien den Testateúr de langstlevende is, dat hij gehoúden sal wesen úijttereijcken ende te betaelen aenden broeder ende súster vande Testatrice etc., de somme f 3000:0:0. Ende bij aldien de Testatrice de langstlevende waere, soos al sij maer gehoúden sijn úijttereijcken ende te betaelen aenden broeder ende súster van de Testateúr etc., de somme van f 200:0:0 etc., [de weesmeester en anderen worden uitgesloten van de erfenis.] w.g. Roelantteerliinck de Jongen, aerijaentije ijans tack.
 
ona 20.97 fol. 154 [not. J. Schoormans] vermeldt: [Testament].
Op húijden den 28-10-1665.
Compareerde etc., d' eersame Roelandt Teerlinck den Jonge ende D' eerbare Adriana Jans Tack, echtelúijden won. binnen deser Stede etc., beijde gesont van lichame etc., [Het voorgaande testament wordt nietig verklaard. De langstlevende wordt tot erfgenaam verklaard en tot voogd over het kind, dat moet worden opgevoed en gealimenteerd, zou het kind overleden zijn] dat den langstlevende gehoúden sal wesen ende oock mogen volstaen, mits int úijttereijcken aen naeste vrinden ende Erffgenamen, etc., indien den Testateúr de langstlevende werden de somme f 3000:0:0, ende de Testatrice de langstlevende waeren maer de somme f 1500:0:0 w.g. Roelantteerlinckde Jonge, Aerijaentie ijans tack.
 
ona 20.101 fol. 285 [not. J. Schoormans] vermeldt: [In deze akte wordt de inboedel en de boedelscheiding van Ariaentje haar zuster Soetgen beschreven en verdeeld. Uit de vele folio's die volgen beschrijf ik alleen die folio waarin Ariaentje en haar man erven.]
fol. 289, Roelandt Teerlinck als Getroút hebbende Arijaentgen Jans Tack is te beúre gevallen de volgende goederen
12 paer slaeplaeckens, 7 paer flúwijnen, 1½ dosijn Servietten, 11 taeffellaeckens, 9 hantdoecken, 5 nacht halsdoecken, 5 neúsdoecken om den hals, 1/3de inde linne mútsen, hooftdoecken, neerstent gens ende sack neúsdoecken, 1 swart bouratte mantelken, 1 swarten boúratten rock, 9 tinnen potteelen, 6 tinne taeffelborden, 3 tinne Copkens, 8 aerde kannen met tinne decxels, 1 tinnen spoúchbeckertgen, 1 tinne Soútvath, 1 tinne mostertpoth, 1 tinne Súl, 1 blecke súijckerdoos, 1 Copere bedpan met Copere steel, 1 Copere schop ende tangh, 1 Copere vijsel ende stamper, 2 copere kandelaers, 1 geschrijnwerckt blockCastgen, 1/3de van de glaesen ende porseleijn int glaskastgen gestaen hebbende, 1 gescrijnwerckte slaepbanck, 1 vúyre slaepbanck, 6 schiderijen, 4 prenten, 1 spiegel, 1 bedde met sijn hooftpeúlúe, 4 oircussens, 3 cleijne oircussenstgens, 4 deeckens, 4 schelpschotels, 1 goúde ringh met steentgen daerin, 2 silvere hooft ijserkens, 2 Testamentgens met Zalmboecken [psalmboeken] eenige cleijne beocxkens.
fol. 293, Boven de voorsz: goederen sijn de naervolgende bij Tacxatie ende prijsatie aengenomen bijde kinderen als
Eerstelijcken bij Roelandt Teerlinck las getroút hebbende Arijaentgen Jans Tack
1 úijttreckende taeffel met het taeffelcleet voor                                         f  8:00:0
Alle de stoelen endensitte cússend voor samen                                         10:10:0
2 bedden met haere hooft peúlúe voor                                                  25:00:0
Ende het keúckenijserwerck, aerdewerck, rommelarie etc., samen voor                  30:00:0
                                                                Compt samen         73:10:0
Etc. fol. 303, [Roelandt en Ariaentje krijgen aan geld]        f 6595:16:10 2/3, etc.,
w.g. Roelantteerlinck de Jonge, aerijaentie ijans tack.
 
Op blz. 106:
Genealogie van WEYMANS, WYMANS.
 
I.1        Herick Henricxzn. WEYMANS.
Gehuwd ca. 1570 met Neeltje Willemsdr.
Uit dit huwelijk:
1.        Henric Henricxzn. WYMANS.
2.        Jan Hendricxzn. WEYMANS, Schoenmaker, gedoopt ca. 1573.
SAD T.boek Ned.Herv.gem. arch.11.17 mf30 vermeldt: Jan Wijmans Henricxz Schoenaecker van Dordrecht, Dingenten Aert Jansdr. van Eijsden.
Ondertrouwd op 10 09 1606 te Dordrecht, gehuwd op 24 09 1606 te Dordrecht met Dingenten Jansdr. AERTS, gedoopt ca. 1575.
 
II.1        [was I.1] Henric Henricxzn. WYMANS, Kleermaker, gedoopt ca. 1572 te Dordrecht.
Ondertrouwd op 15 03 1598 te Dordrecht, gehuwd op 29 03 1598 te Dordrecht, gehuwd voor de kerk op 29 03 1598 te Dordrecht met Mechtelt Jansdr. JACOBSZ, gedoopt ca. 1573 te Dordrecht.
SAD: ona 20.3 fol. 87 Vo [not. W. van den Brouck] vermeldt: [Testament]
Op huyden den 21-03-1602.
Compareerde etc., den eersamen Henrick Henricxz Wijmans Cleermaker ende borger deser Stede en Machtelt Jansdr. echte man ende wijff beijde gesont van lichaem etc., [Henric en Mechtelt herroepen voorgaande testamenten, maken de langstlevende tot erfgenaam de goederen, die daarmee morgen doen naar goeddunken, de kinderen zal opvoeden en geven,] de somme van f 200:0:0 etc., [als toeziend is] daer beneftens Herman aertsz etc., [die] goede toesicht te nemen súlcx goede ende getroúwe voochden toestaet te doen etc,. [de weeskamer en de weesmeesters worden uitgesloten van rechten].
 
- ona 20.3 fol. 95 [not. W. van den Brouck] vermeldt: Op huyden den 23-04-1602.
Compareerde etc., naer genompt Henrick Henricxz Wijmans Cleermaker oudt ontrent 32 Jaeren ende Jan húijgensz goútsmits oudt ontrent 35 Jaeren. De welcke ter Instantie ende ernstegen versoecke van Petronella Jansdr. húijsvroú van Corn: Jansz Baeckermans verclaert, getúijcht ende geatt. hebben etc., warachtich te zijn dat sij wel kennen etc., [Petronella en haar man] ende dat zijlúijden haúr binnen deser Stede wel ende eerlijck gedraegen hebben ende haeren attestanten wetens nijmanden schíldich gebleven en zij ende de voorsz: reqte: ende haeren voorsz: man te sijn van degelijcke ende eerlijcke oúders. Verclaerende voor redenen van wetenschap de voorsz: Henrick Hendricxsz als dat de voorsz: regte. ende haeren man tsijnen húijse een half Jaer gewoont hebben ende den voosz: Jan Huygen dat hij naest de deur gewoont heeft ende noch is wonende ende henlúijden mits dijen seer wel is kennende etc.
 
- ona 20.3 fol. 440 en ona 20.4 fol. 236 Vo [not. W. van den Brouck] vermeldt: Op huyden den 14-08-1606.
Compareerde etc., Neeltken Willemsen dochter wed. wylen Henrick Henricxz Weymans geastt. met Jan Hendricxs haeren soon, als haeren soon als haeren gecosen voocht in desen ende verclaerde Sij Comparante te constiueren ende machtich te maecken Hendrick Hendrcxz Weymans haeren soon. Gevende den selven volcomen macht, aurtoreteyt etc., [Neeltken Willensen wil dat haar zonen Jan en Henric haar zaken te regelen, voor wat zij bezit aan goederen ] haere achterstallige schulden als renten ende andere vuytstaende penn: te maenen, ontfangen ende opleveren. Quitantie van sijnnen ontfanck te geven ende te verlijden. Allen onwillege debiteuren etc., [te innen, alles is opgeschreven] ten huyse van voorsz: Weijmans. [Door deze akte komen we aan de naam van de vader, de moeder en een broer van Henric, zie hier voor].
 
Op blz. 107:
I.1        Thomas Jacobszn. COTERMANS, Pelswerker, Lakenkoper, gedoopt 1576 te Breda, overleden voor 06-11-1636.
Ondertrouwd (1) op 26 09 1604 te Dordrecht, gehuwd op 10 10 1604 te Dordrecht met Mayken Matthijsdr. Gedoopt te Dordrecht? Begraven nov. 1626 te Dordrecht.
Ondertrouwd (2) op 24 08 1631 te Dordrecht, gehuwd op 14 09 1631 te Dordrecht met Janneken Pietersdr. (Anneken) Gedoopt te Dordrecht, begraven 24-11-1636.
SAD: - ona 20.18 fol. 168 [not. G. de Jager] vermelt: Surgelenert by Wel ende rechte van waerden van den 09-06-1612.
Op huyden den 08-06-1612.
Compareerde etc. Walraven Claessoon, Waert inde valck, op den Riedyck, ende Thomans Jacobsz Coterman laekencoper won. beyde binnen deser Stede. Dewelcke verclaerden etc, Ten versoucke ende instantie van Michiel Pouwelisz, Requirant. Hoe dat sy deposanten, ontrent den tyt van 7 ofte 8 weken geleden, mede present ende tegenwoordich sijn geweest als Requirant in onderhandelinge was om met Corn: ende Jan Joostenssonen beyde gebroeders tsamen te accorderen nopende t'desterent tgene tusschen henluyden was beroerende debet sal nege, van seecker arbeytsloon, ende eenige schaden, die den Requirant pretendeerde door den voorn: Corn: en Jan Joosten geleden te hebben. Ende verclaerden sy deposanten noch, dat ter voorschreve tyt, by de Reqt. is gebleken indien sy te vreden waeren haer gelt, ontvangen, tgenen haerlúijder quam etc., ontvangen van Thomas Jacobsz Cotermans. Te weten veerthijn dobbelde Albertijnen gereet waeronder mede begrepen was eenen Albertijn die sy van tevooren genoten hadden ende de reste soúden sij ontfangen by veerthijn daegen daer aen volgende. Ende dat oock de Dachgelden vanden voormoenden Corn: ende Jan Joosten soúden blijven gecompenseert ende gedoot tegens de schaden die den Reqt. pretendeerde, door de voorn: gebroeders geleden te hebben. Walraven noch dat den voorn: Corn: ende Jan Joosten, daer mede nyet tevreden ende waeren. Dan behielden nochtans haer beraet tot op sanderendaechs daer aen volgende. Ende seijden den Requirant als doen daer op tot antwoorde te geven den voorn: Corn: ende Jan Joosten. Dese iste dergelijcke woorden in súbstantie. Wilt ende hy het gelt op die voet ontvangen gelijck als de goede manier daer hebben goet gevonden soo sall ick van het gelt aen tellen, ende anders nyet. Voúgende noch daer by, dese woorden. Ick geve die Albertijnen aen Thomas Jacobsz Cotermans over, ende hy moecht d'selve op morgen volgens t beraet, op dselft die t aditie van hier ontfangen ende anders nyet. Vorders verclaert den voorn: Thomans Jacobsz alleen, dat de voornoemde Corn: ende Jan Joosten, dit anderendachs de voorschreve Derthyen Albertynen van heren hebben ontfangen ende genoten. Eijndende hier mede haere uyder depositie etc.
 
- ona 20.24 fol. 381 [not. G. de Jager] vermelt: Op huyden den 25-10-1619.
Comp. etc., Corn: Cornelisz van Cleeft, brouwer inde Croon als eygenaer van húijse, erve ende brouwerije daertegenwoordich vúijthangt de Croon [ook wel genoemde de drie Haringen of de Kroon {ora 693 fol. 181}], staende ende gelegen op de hoúck vande Haringstraete binnen deser Stede, ter eenre sijde, Thomas Jacobsz Cotermans Lakencoper, als eygenaer vande huijse ende erve genaempt De Sampson staende ende gelegen op de anderen hoúck van de voorsz: straet ter tweeder syden. Ende Gerard Mathysz Paerdencoper, als eygenaer vanden huijse ende erfte genaempt de hakke bylen staende ende gelegen nestens [naast] ende op de westsyden vanden huijse bij Tomas Jacobsz Cotermans te andere sijden. De welcke verclaerde de voorsz Cornelis Cornelisz van Cleeft, aen de als Comparanten hare erún ende gemakhuijs ernst te hebben selcke serviteyt van waterloop [poephuis en de riool], tot lasten van hen ende sijn voorsz brouwerije, huijse ende erft van omme byden voorsz: ander Comparanten ofte eygenaere van haren voorn: twee huijsen van noode ende van doende souden ende hebben ende voor gewesen huijsen andere ende welcke ferviteijt de voorsz; Corn: Corn: van Cleeft, belovende sints eygenaers van de voorsz: twee andere huijsen voor nu ende ten eeuwichlijck te sullen presteren. [Cornelis zal met de brouwerij de kosten van het onderhoud op zich nemen].
       
- ona 20.11 fol. 422 Vo [not. P. Eelbo] vermelt: Op húijden den 09-12-1614, etc., [In deze akte is Thomas 38 jaar]. w.g. Thomas Jacpocksz cotermans, Claes Jansz van bolenbeeck [zie blz. 408 I.1. is 48jr.].
       
- ona 20.32 fol. 114 [not. G. de Jager] vermelt: [29-05-1629].
Alsoo geschapen was proces te ontstaen tusschen Jacob Scheers soo voor hem selven ende inde qualiteyt als mede erftgenaem voor den helft van Hans Scheers sijnen Broeder ter eenre. Ende Thomas Jacobsz Coterman mede voor hem selven mitsgaders hem streckmakende voor Gerrid Jansz van der Cham als getrout hebbende Tryntgen Scheers ende noch voor den selven van der Cam als mede erfgenaem voor den helfte van den voorsz: Hans Scheers, ter andere syde. Beroerende dat den voorsz: Jacob Scheers surtineerda dat Thomas Jacobssoon Coterman inde qualiteyt als boven, ende oock van wegen Nycolaes Gysbertsz de Beer als getrout hebbende Anneken Jacob Cotermans dr. [waarschijnlijk de zuster van Thomas] gehouden was aen hem te vergoeden sekere rentebrieff streckende tot laste van den stad Breda Innehoudende de somma van f 300:0:0 heeft gelds daer aen den voornoemden Jacob Scheers ende syn overleden Broeder in successie van hare Grootmoeder in mindering van haere portie waren bedeelt, etc., [Thomas moet het geld en de rente nog vergoeden] mitsgaders noch de somma van ontrent f 80:0:0 over lichgende van sekere wynnen te Rotterdam aen gecomen die den voorsz: Cotermans oock gehouden was te vergoeden etc., [ook hier moet Thomas het deel met de 1ste comparant verrekenen, zoals hij zegt te zullen doen]. w.g. Thomans Jacobsz cotermans, Jacob Scheers.
 
- ona 20.16 fol. 240 [not. P. Eelbo] vermelt: [Huwelijkse voorwaarden]
Op húijden den 12-09-1631. Compareerde etc., d'eersame Thomas Jacobsz Cotermans toecomende brúijdegom geasst. met Jacob van Wesel zijn behoút sone ter eenre, ende d' eerbare Janneken Pietersdochter wed. van za: Lens Hermansz van Elsloo toecomende brúijt geass. met Davidt van Brúgh, ende Pr. Slingberch, Haeren Swaeger ende behoút oom respective ter andre sijden. Ende verclaerden d'boven: partijen contrahenten geresoimeert te wesen omme gesamentlijck ter eren Godts, ende t'haerdr. selven Salicheijt te vergaderen inden Heijligen echten state van hoúwelijcke, ende dat mette goederen, ende sekre conditiën etc., [Thomas en Jenneken brengen hun eigen goederen mee in het huwelijk. Bij overl. van Thomas mag Jenneken] nemen alle ende Jegelicke soodanige goederen als d'selve eenigsints tot sústratie van desen aenstaende hoúwelijcke Innegebracht sal hebben etc., [b.v.] het zilverwerk, clederen, linden etc., [tevens krijgt Jenneken van] Thomas Jacobsz Cotermans de somme van f 1000:0:0 etc., [Thomas krijgt bijoverl. van Jenneken] de somme van f 600:0:0 etc.
w.g. Thomas Jacobsen Cotermans, ijanneken pieters.
 
- ona 20.38 fol. 446 [not. G. de Jager] vermelt: Op huyden den 06-11-1636.
Was gecompareert etc., Anneken Pietersdr. [dit is Jenneken] laetst wed. van Thomas Jacobsz Cotermans won. binnen deser Stede, leggende te bedde vande Peste, hebbende nochtans haer verstaent ende sprake ende sulcx bequaem om te mogen desponeren etc. Ende verclaerde sij Comptre. voor eerst te maken ende te legateren aen hare Suster Sara Pietersdr. de somme van f 300:0:0, boven ende behalven de f 300:0:0, bij haer compte. voor desen voorsz: hare suster testamente gemaeckt. Nochtans soo dat de voorn: suster daer van maer en sall hebben het vruchtgebrúyck haer leven lanck gedurende, ende dat den eygendomme van dyen sall comen op haer kinderen. Maeckte noch aende voorsz: hare suster haer Comprte. beste bonte mandily, haer sondachse húyck, 1 swarten camolotte rock. Mitsgaders alle hare hemden sonder meer. Noch heeft sij comparante gemaeckt ende gelegateert aen haer mans jongste dochter genaempt Cornelia Cotermans haren besten preeckstoel ende maeckte ende legateerde sij testatrice noch aen de Huysarmen deser Stede de somme van f 12:0:0. Wijders heeft sij gewilt ende begeert dat de erffenisse van hare susters kinderen naemen Pieter van Veen ende Jannekeen Stoel neyt en sall werden genoten ouderdom van 34 jaren de moelycken statie, met de conditiën dat de voorsz: erffenisse altijt sal moeten gaen ende blyven aende rechte linie van haer testatrice. Ende lestel soo heeft sij testatrice noch gewilt ende begeert, dat de pen: die hare man za: ende nú sijn kinderen onder haere hebben, is hare testatrice schuldig sij beloopen de somme f 175:0:0 by deselver synnen kinderen eerst vuytgereijckt sullen werden, 1 jaer naer haer testatrices overlijden.
 
  Reg. der Overledenen uit de Kerkrekeningen arch.27.2400 mf15 vermeldt: Naam: Kotermans; Voorn.: Tonis; Familie verhouding der overledenen: vrouw; Datum: 24-11-1636.
 
I.1.5        Cornelia Thomasdr. COTERMANS, gedoopt op 01 03 1613 te Dordrecht, begraven op 13 09 1681 te Dordrecht.
SAD ona 20.38 fol. 387 [not. G. de Jager] vermeldt: [Testament].
In naemen etc. 05-10-1636. comper. etc. Cornelia Cotermans. Sy legateert hare 2 Susters by naemen Mayken [dit is Maria] ende Judith Cotermans ende by haren etc., [ook in deze akte schrijft de not. zo dat alleen hij het kon lezen wat hij geschreven heeft en de bekende volzinnen heeft voor te lezen en ze dus niet opschreef. Cornelia vermaakt haar] alle hare testatrices cleederen soo van wollen als lynen, mitsgaders oock silver ende gout ende juwelen tot haren leven behorend --- zij haren Vader Tomas Cotermans tot haren universele erfgenaem etc., w.g. cornia cotermans.
 
Op blz. 113:
III.10        Cornelis Evertszn. van EIJSSEL, Visverkoper, Lakenkoper, Schout, Thesaurier, gedoopt op 01 07 1603 te Dordrecht, begraven op 11 10 1679 te Dordrecht. [zie aanvulling I.]
Ondertrouwd (1) op 28 12 1625 te Dordrecht, gehuwd op 22 jarige leeftijd op 20 01 1626 te Dordrecht met Janneken Guilliamsdr. (Johanna) van DIEST, 25 jaar oud, gedoopt op 01 12 1600 te Dordrecht, begraven okt. 1626 te Dordrecht.
Ondertrouwd (2) op 02 07 1628 te Dordrecht, gehuwd op 25 jarige leeftijd op 16 07 1628 te Dordrecht met Jenneken Jansdr. van AERTRIJK, gedoopt ca. 1610 te Breda, overleden voor 1636 te Dordrecht.
Ondertrouwd (3) op 08 06 1636 te Dordrecht, gehuwd op 32 jarige leeftijd op 22 06 1636 te Dordrecht met Baetricx Abrahamsdr. COOPMANS, gedoopt ca. 1608 te Dordrecht, begraven op 21 11 1636 te Dordrecht.
Ondertrouwd (4) op 30 08 1637 te Dordrecht met Adriana van GESEL, gedoopt ca. 1612 te Schiedam, begraven op 17 10 1648 te Dordrecht.
Ondertrouwd (5) op 17 10 1649 te Dordrecht, gehuwd op 46 jarige leeftijd op 02 11 1649 te Dordrecht met Adriana Francoisdr. van CASTEREN, gedoopt ca. 1620 te Dordrecht, begraven op 09 08 1663 te Dordrecht.
Ondertrouwd (6) op 25 01 1665 te Dordrecht, gehuwd op 61 jarige leeftijd op 10 02 1665 te Dordrecht met Aechtgen (Agatha) van DONGEN, 52 jaar oud, gedoopt op 01 10 1612 te Dordrecht.
ona 20.16 fol. 173 [not. P. Eelbo] vermeldt: [Huwelijkse voorwaarden]
Op huijden den 29-06-1628.
Gecompareert zijn, d' eersame Cornelis Evertsz van Eijssel sijnde lakencoopr. borger deser Stede wedn. toecomende brúijdegom, geass. met Evert Schrevelsz van Eijssel zijne vadr. ter eenre, ende d' eerbare Jenneken Jans van Aertrijck J.D. toecomende brúijt, geass. met Josijna Haghalts wed. van Zar: Christoffel van Campen haere moedr. ende Christoffelsoon Brúijs haeren neve ter andere zijden. Ende verclaerden d'boven: partijen comtrahanten met gegeven consent, ende bewillige geresolmeert te wesen omme gesamentlijck ter loven Godts, ende t'haerdr. selven Salicheijt te vergaderen inden Heijlich Echten State van Hoúwelijck, ende mette goederen ende inde selvre conditiën ende antrimptiaele voorwaerden hier na verclaert ende geexpresseert. Voor eerst te súllen d'voorn: toecomende Conthaelen ten weder sijden inne brengen in mits desen, tot onderstant ende súspentatie van desen aenstaenden hoúwelijck, alle ende igelick soodanige goederen t sij roerende ende onroerende, geene uijtgesondert etc., [Cornelis en Jenneken trouwen in gemeenschap van goederen. Er wordt beschreven wat Jenneken, als zij geen kinderen zou krijgen en toch het langst leeft, aan goederen en geld zou krijgen. De tijd leert dat zij eerder is overleden.]. w.g. Corneliijs Evertsz van eijssel, Jenneken Jans van Aerijck, Evert Schrevels van Eijssel,
Josijn Haghalts, Christoffel Brúijs.
 
- ona 20.33 fol. 26 [not. G. de Jager] vermeldt: Op húijden den 05-02-1630.
Compareerde etc., Cornleis Evertsz van Eijssel viscooper ende borger binnen deser Stede. Ende bekende hij compt. wel deúchdelijck schúldich te wesen etc., aen de wed. van Jna Gillisz van Wielen etc., de somme van f 1250:0:0 hercomende over eerste van cooppenn: vant huys, ende erven daer hij Compt. in woonende is,etc., [de rente is 12 % p.j.] etc.
 
- ona 20.44 fol. 270 en fol. 275 Vo [not. G. de Jager] vermeldt: [jan. 1648] de hoffstede genaemt de winter [in de kleine Lind; bestaat uit een huis, schuur, 2 druivenkassen en boomgaard, de oppervlakte is 8 mergen en 5 hont], ende is ingeseth bij Cornelis Evertsz van eijssel voor f 5800:0:0, ende is weder opgeveijlt voor f 7900:0:0, ende gemijnt bij Evert van Wesel voor f 6310:0:0.
 
Op blz. 123:
I.1        Johan Pieterszn. VEKEMAN, Notaris, Procureur, gedoopt ca. 1576 te Dordrecht, begraven op 19 06 1643 te Dordrecht.
Ondertrouwd op 26 08 1612 te Dordrecht, gehuwd op 08 09 1612 te Dordrecht met Maria Johansdr. van SOMEREN, 22 jaar oud, geboren op 07 06 1590 te Dordrecht, gedoopt .. 06 1590 te Dordrecht, begraven op 27 01 1667 te Dordrecht.
SAD ona 20.83 fol. 430 [not. J. Schoormans] vermeldt: [Testament].
Op húijden den 29-05-1643.
Compareerde etc., d' eersame heer Sr. Jan Pietersz Vekemans Notaris ende Procúreúr binnen deser voorsz: Stede ende Joffr. Maria van Someren echte man ende wijff, etc., voorsz: Jan Pietersz Vekemans sieckelijcken te bedde leggende ende voorsz: Maria van Someren gaende, staende gesont van lichaeme. Doch beijde haer verstant, redenen ende memorie Etc. [De langstlevende krijgt de rechten over de nagelaten goederen en wordt voogd over de minderj. kinderen.]
 
I.1.1        Heiltgen (Helena) VEKEMANS, geboren op 19 06 1613 te Dordrecht, gedoopt op 01 12 1613 te Dordrecht, begraven op 23 04 1671 te Dordrecht.
Ondertrouwd op 26 06 1639 te Dordrecht, gehuwd op 26 jarige leeftijd op 12 07 1639 te Dordrecht met Wilhem Gilleszn. LANGLY (LENGHLEE), Dokter, Schepen, Weesmeester, gedoopt 1616, overleden op 17 11 1668 te Dordrecht, begraven op 18 11 1668 te Dordrecht.
SAD ona 20.91 fol. 240 [not. J. Schoormans] vermeldt: Op Húijden den 21-07-1653.
Compareerde etc., d' Heer Clemens van Gessel der Rechtendo[c]tor ende advocaet voor de Hove van Útrecht, als administrerende voocht over de kinderen van wijlen Henrick Mol in sijnen leven apothecaris binnen deser Stede. Ende constitúeerde hij Comparant Sr. Maerten van Thol schilder borger deser Stede specialijck omme te compareeren voor Schepenen alhier ende ten behoeve vanden Heere dr. Wilhelm Langlij sijn Húijsvroúw ende hare erven te coderen. Ende op te dragen de gehele Húijsinge met sijn erff, packhúijs ende vorder getimmer, daer toe behorende etc., staende ende gelegen binnen Dordrecht aen 't mert velt, streckende voor vande straet, tot achter aenden Crommen Ellebooch toe. Daer van aen d' eene sijde hij Comparant selfts in de voorschreve qúalitie, ende aen d' anderen sijde Jan Barentsz Smient naest gehúijst ende geerft sijn, gelijck t selve húijs, erff ende hoff van voren tot achteren toe bepaelt ende affgeheijnt ende bijde voors: Hendrick Moll gepostideert, gebrúijckt ende naergelaten is, etc., [er wordt geen koopsom genoemd].
 
I.1. 2.        Joannes (Johan) VEKEMANS, Kapitein, gedoopt op 01 07 1616 te Dordrecht, begraven op 19 08 1663 te Dordrecht.
Ondertrouwd op 30 10 1644 te Dordrecht, gehuwd op 28 jarige leeftijd op 22 11 1644 te Dordrecht met Cornelia STOOP, 22 jaar oud, gedoopt op 01 10 1622 te Dordrecht, overleden op 05 05 1675 te Gouda op 52 jarige leeftijd.
SAD ona 20.85 fol. 147 [not. J. Schoormans] vermeldt: [Testament].
Op húijden den 25-07-1646.
Compareerde etc., Sr. Johan Vekemans Nots: en Procúreúr alhier ende Joffr. Cornelia Stoop sijnne húijsfvr. beijde gesont etc., [De langstlevende wordt tot erfgenaam verklaard, zal de kinderen onderhouden, opvoeden.] ende te betaelen aende naeste vrinden ende erffgen: vanden Eerstoverlijdende de somme van f 400:0:0 sonder meer etc., [de langstlevende wordt voogd over de kinderen]. w.g. Johan Vekemans 1646, cornelia stoop.
 
Op blz. 128:
VIII.5.3        Dr. Cornelis Johanszn. van SOMEREN, Medicus, Schepen, Thesaurier, gedoopt op 28 09 1593 te Dordrecht, overleden op 11 12 1649 te Dordrecht op 56 jarige leeftijd, begraven op 16 12 1649 te Dordrecht.
Ondertrouwd op 01 10 1617 te Dordrecht, gehuwd op 24 jarige leeftijd op 28 10 1617 te Dordrecht met Anna Adriaansdr. BLOCKE, gedoopt 1599 te Westmaas, begraven op 09 11 1671 te Dordrecht. [zie ook aanvulling I blz. 111]
SAD: ona 20.84 fol. 73 [not. J. Schoormans] vermeldt: [Testament].
Op húijden den 13-04-1644.
Compareerde etc., d'Heer dr. Cornelis van Someren Thesaúrier van de reparatien deser Stede ende Joffr. Anna Blocke sijn E: húijsve. beijde redelijck gesont van lichame gaende etc., [de langstlevende wordt erfgenaam en zal de kinderen opvoeden]. Vorders verclaerde sij Testateúren dat de langstlevende van hen beijde sal moeten volgen aen haere 4 joncxste kinderen een seecke stúck lants gecost van Sr. Sijnen Eúsch leggende int overlant van Strijen aenden Meúlewech wesende het 5de stúck vanden grooten Watermeúlen. Twelck Testateúren aende selve henne 4 jongste kinderen verclaerde, geprelegateert etc., te hebben, etc., ende indient gebeúre dat hij Testateúr de eerst overl. waere soo verclaerde hij Testateúr dat sijnne boecken inde rechten ende medicijne genoten ende gedeelt súllen werden, bij die gene van henne Zoonen die inde facúlteijt daer van die sijn súllen Stúderen, ende belangende sijnne vordere boecken in Frans ende Dúijts súllen int gemeen bij de andere sijnne Zoonen gepart ende gedeelt werden naer het goetvinden ende gelieve vande Testatrice. Etc., [de langstlevende wordt voogd over de kinderen. De weesmeesters worden uitgesloten van de boedel]. w.g. Corn: van Someren, Anna blocken.
       
- ona 20.89 fol. 347 [not. J. Schoormans] vermeldt: Op húijden den 19-09-1650.
Compareerde etc., Joffroúw Anna Blocke, wed. Wijlen d' Heer dr. Corn: van Someren in sijnen leven Thesaúrier deser Stede. De welcke verclaerde haer selven geconstitúeert ende gestelt te hebben etc., borge als principael voor de Heer Corn: van Someren Waersman vant' oúdelant van Stijen, haeren Zoon ende dat voor alsúcken administratie van ontfangh ende úijtgeeff, als deselven haeren Soon voorden voorn: oúdelande van Stijen gehadt heeft ende noch is hebbende inde voorsz: qúaliteijt, omme de bij gebreeke vanden selven, t' Cost off sloth vande reken: vandien selven te voldoen ende betalen tot dien. Eijnde gerenúnchteert [afstand doen] hebbende ende benefitien van rechtenetc., [Anna neemt de schulden van haer zoon over]. w.g. Anna blocken.
 
Op blz. 146:
II.1        Jacob Gabrielszn. le BLOEM (de BLOM), gedoopt op 25 03 1582 te Dordrecht.
Ondertrouwd op 10 10 1604 te Dordrecht, gehuwd op 22 jarige leeftijd op 24 10 1604 te Dordrecht met Elisbeth Pietersdr. de VOU, gedoopt ca. 1580 te Antwerpen België.
SAD ona 20.9 fol. 46 [not. W. van den Brouck] vermeldt: [Testament]
Op huyden den 27-03-1634.
Compareerde etc., Jacob gabrielsz le blom ende Elysabeth Pietersdr. echte man ende wijff búrgers deser Stede, den voorsz: Jacob gabriels le blom sieckeleijk te bedde leggende ende voorsz: Elysabeth Pieters gesond van Lichaem etc. Ende verclaerden ten wesen haeren testament ende vuyterste willen dat sij geprelegateert ende voor vuyt gemaeckt hebben etc., bij desen aen Elysabeth Jacobsdr. haerluyder dochter den somme van f 50:0:0 Jaerlicx haer levenlanck etc., [Jacob en Elisabeth stellen dat de langstlevende met alle goederen mag doen naar believen en aan de kinderen zal uitkeren] f 1600:0:0 makende tsamen den somme van f 6400:0:0 etc., [er zijn dus 4 kinderen in leven bij het maken van deze akte].
 
Op blz. 151:
I.1        Cornelis Willemszn. ABBENBROECK, gedoopt ca. 1600, overleden na 1665.
Gehuwd met Janneken Jansdr. de LAET, gedoopt ca. 1600.
        [In de hierna volgende akten wordt de naam van de vader en de zuster van Janneken vermeldt].
        SAD: ona 20.34 fol. 55 [not. G, de Jager] vermeldt: Op huyden den 10-03-1631.
Compt: etc., Aeriaentgen de Laet Jansdr. ende Jan Jansz Cruysenberg won. beyden in Outbeyerland ende bekenden zij Compt. tsamen gestelt te hebben van Jan Jansz de Laet won. in Nieuwbeyerland, wesende der voorsz: Aeriaentgen de Laets Vader sekere goederen wesende den geheelen winkel vande voorz: Jan Jansz de Laet ende dat ter alselven somme ende prysen als sij Compte. metten de voorn: de Laet sullen accorderen ende belovenden. De belaste den voorsz: comparanten de somme van pen: den byden voor Jan Jansz de Laet daer voor sall werden bedongen te bethaelen in deser manyeren. Te weten met f 900:0:0 gereet. Ende voorts allen Jaren daeraen volgende den somme van f 500:0:0 etc., [met intrest 16 penningen p.j.]. w.g. Jan Jansz Cruysenberg, Arijanken Jansdr. de Laet.
 
- ona 20.34 fol. 57 [not.G, de Jager] vermeldt: [Huwelijkse voorwaarden].
Op huyden den 10-03-1631.
Compareerde etc., Jan Jansz Cruysenberg, Cleermaker Jong gesel won. in Outbeyerlandt als toecomende bruydegom ter eenre ende Aerjaentgen Jansdr. de Laet als toecomende bruyt synde geass. met Jan Jansz de Laet haren Vader ter andere syde. Ende verclaerden den voorsz: comparanten voorgenomen te hebben metten anderen te treden inden Houwelijcken state. Ende voor alle banden vandyn gecomen. Etc. Dat elck in brengen sal al sulcken goederen als elck is hebbende. Daer mede syluyden haren over ende weder comen houd, voor geinstuteert. Maer ist gevende dat den voorsz: Jan Jansz Cruysenberg quam te overl. voor de voorsz: zijnne te zijn gehuwet dat als dan zijnne vrinden [familie] sullen aft staen met de somma van f 15:0:0 elck. Etc. Dat de voorsz: Aerjantgen de Laet tot debethering van de voorsz: f 15:0:0 tyt hebben sall van 2 jaren te betalen by ende haren portien in 2 termynen. Ende soo oock de voorsz: Aerjantgen de Laet quam te overl. verder voor hare trouwen maer sonder kind achter te laten. Dat als dan den voorsz: haren man vanden genoemde boedel sal moeten aftstaen met de somma van f 500:0:0, blyvende de resten gebonden weder aen de vrinden van voorsz: Aerjantgen de Laet. Maer soo het ende gebeurde dat deselve Aerjantgen de Laet aftlijvig wijert, achterlatende kindt oft kinderen. Dat als dan alle den genen mede genoten sullen werden by den voorsz: kinderen. Ende dat den voorsz: Jan Jansz Cruysenberg alleenlyde sall naer hen mede de voorsz: f 500:0:0 sonder meer. Ende indyn de voorsz: Aerjantgen nae jaren nae dat desen quam te overl. ende dat hare kinders mede waren overl. Dat als dan den voorsz: Jan Jansz Crysenberg in plaetsen van den f 500:0:0 hyer voren genoempt aft stant sall moeten doen met den somma van f 300:0:0. Ende sullen de voochden van moederlijcken vrinden den somma niet declaerenen etc.
w.g. Arijanken Jans de Laet, Jan Janse Cruysenberg.
 
Op blz. 189:
II.5        Cornelis Janszn. BOSMAN, Schipper, gedoopt ca. 1603 te Dordrecht, begraven op 26 07 1659 te Dordrecht.
        Ondertrouwd op 10 04 1633 te Dordrecht, gehuwd op 24 04 1633 te Dordrecht met Maeijcken Antheunisdr. VERMEULEN, gedoopt ca. 1610 te Breda, begraven op 01 03 1667 te Dordrecht. naam in indec
SAD: ona 20.34 fol. 215 [not. G. de Jager] vermeldt: [Testament]. [11-08-1631].
Compde. etc., Mayken anthonis J.D. ent soo sy seyde tússchen de Xiiij ende XV Jaren won. binnen deser Stede. De welcke verclaerde etc. willende ende begerende haer testatment etc., [Maeijcken laat na aan] Jan thomasz Crillaerts haren Oom van haere vaders syden, omme by hem met alle dselve goederen etc., [te doen naar zijns goeddunken]. De voorsz: hare Oom gehouden sall wesen aen de naeste vrinden van haere vadersyden vuyt te keren de somma van f 100:0:0 ende aen de vrinden van haers moeders syden de somma van f 300:0:0 etc. w.g. maeijken antonis.
 
ona 20.34 fol. 199 [not. G. de Jager] vermeldt: Op huyden den 18-08-1631.
Compde. etc., Mayken Anthonis dochter won. binnen deser Stede. De welcken bekende, ende verclaerde schuldich te wesen aen Jan tomasz Crillaerts haren Oom etc., de somma van f 400:0:0 etc., ter saken vant gene haer Compte. Moeder naergelaten ende versúijmpt hadde inbrengende in rekening tot haren lasten tusschen haer ende de voorsz: Jan tomas gehouden ende byde voorsz: Jan tomassz nader haren bewesen. Etc. [Maeijcken zal het geld aan haar oom betalen]. w.g. maeijken antonis.
 
- ona 20.35 fol. 366 [not. G. de Jager] vermeldt: Op Húijden den 16-05-1633.
Compde. etc., Cornelis Jansz bosman, als getroúwt hebbende Maeijcken Antonis Vermolen dr. won. binnen deser Stede etc., mitsgaders oock de voorsz: Maeijcken antonis dr. Ende verclaerde etc. Gelijck sijlúijden constitúeeren etc., de G: heeren weesmrs: der Stede van Steenbergen. Omme vúijt haeren Compten: namen ende van derselvers wegen neffens Corn[elis] reijniersz won. tot Tilbúrg te procederen tot vercoopinge, van seeckere broúwerije, húijsinge ende actien met alle den toebehoren, staende, ende gelegen tot Steenbergen voornt:, hen voor de een helfte, ende den voorn: Corn: reijniersz voor de ander helft competerende, of tevens de coopers daerinne te eijgenen, ende te costen, alles nae costen van de voorsz: plaetsen mitsgaders de pen: te mogen ontfangen. T Quitantie van haren ontfanck te geven. Ende voorts met de selvers ende de lasten vande voorsz: húijse ende broúwerije te betalen, ende aff te doen, etc., [de erfenis komt van] Janneken tomas Crillaerts haeren compten: moeder [de naam van de moeder van Maeijcken is door deze akte gevonden, zie ook ona 20.40 fol. 67. Hierna volgt de genealogie van Crillaerts] ende schoonmoeder eenich sints sonder mogen competeren. Ende dat onder hare qúitantie als boven. Ende desnoots sijnde daerinne oock recht te mogen spreken alles ter diffinitive senten ende vúijtwinnige van persoonen ende goederen toe. Etc. Gelovende sij Compten: te houden voor goedt, vast onverbrekelijck ende van waerden etc.
 
- ona 20.35 fol. 380 [not. A. Muijs van Holij] vermeldt: Op Húijden den 30-06-1633.
Comprde. Corn: Jansz Bosman, als man ende Voocht van Maeijcken Antonis Vermeúlen won. binnen deser Stede etc., den welcke verclaerde geconstitueert, etc., Jan Tomas Crillaerts Brouwer inde Swaen won. mede binnen deser Stede. Omme vuyt zijns Comparants name ende van derselfs wegen te maenen, innen ende te ontfangen, alle alsulcke pen: ende restanten als hij Comprt. alomme vuytstaende heeft. Quintantie van zijnen ontfanck te geven. etc. Jae alwaert etc. Gelovende hij Comprt te houden voor goet, vast etc. naer rechten daertoe staende.
 
- ona 20.36 fol. 194 [not. A. Muijs van Holij] vermeldt: Op Húijden den 07-05-1634.
Comprde. etc., Cornelis Jansz bosman, Schipper borger deser Stede, als man en de voocht van Mayken vander Meulen sijn huysvrouw. De welkce sij compt: geinstitueert ende machtich gemaeckt etc. Gelijck hij ende voor sijne huysvrouw. Omme vuyt sijn Comparants namen te betaelen [de belasting aan de weeskamer voor de verkoop van de brouwerij].
 
- ona 20.37 fol. 14 [not. G. de Jager] vermeldt: [Testament]
Op Húijden den 014-01-1635.
Etc., Cornelis Jansz bosman schipper, ende borger deser Stede, ende Mayken Vermeulen antonis Dr., sijne húijsvrouw etc. Dewelcke onderling verclaerden etc., [de langstlevende zal de kinderen opvoeden en] uittereicken de somma van f 200:0:0, etc.
 
- ona 20.37 fol. 84 [not. G. de Jager] vermeldt: Op Húijden den 21-04-1635.
Compareerde etc., Cornelis Jansz bosman schipper, ende borger deser Stede, die als man ende voocht van Maeyken vander Meulen sijne húijsvrouw, ende verclaerde hij Comparant geinstitueert etc., [te hebben] Cornelis Renyersz won. tot Tilburch etc., ende de last accepteerde omme vuyt sijns Comparants name etc., tot vercoopinge van de brouweije, huysinge, erven ende gereedschappen daer toe behorende. Staende ende gelegen tot Steenbergen. Daerinne hem comparant de gerechte helfte in de penn: de wederstellen. Ende voorts den cooper daerinne te eijgenen etc. w.g. bij mij Cornelis Jansen bosman.
 
- ona 20.37 fol. 249 [not. G. de Jager] vermeldt: Op Húijden den 17-09-1635.
Compareerde etc., Cornelis Renyersz won. tot Tilburch, ende Corn[elis]: Jansz bosman schipper, ende borger deser Stede, als man ende Voocht van Maeycken Anthonisdr. Ende verclaerde hij vercooper geconstitueert etc., N. Reijs procúreúr won. tot Steenbergen. Omme vuyt hem Comparanten name ende van der selver wegen te procederen tot vercoopinge vande huysinge ende brouwerije hem Comparanten toebehoorende staende ende gelegen tot Steenbergen voornt: Ende omsúlcx vervolgens de insetting aldaer gedaen,oock den slach te geven aenden gene die de voorsz: Húijsinge ende brouwerije heeft ingeseth ten ware daer op noch meerdere verhooging qyerd gedaen ende in s;ulcken gevallen den laetsten vercooper cortelijck den slach te geven ten meeste etc., profyte van hem Comparanten. Etc.
 
- ona 20.40 fol. 67 [not. G. de Jager] vermeldt: Op Húijden den 02-09-1641.
Compareerde etc., Cornelis Jansz bosman schipper, ende borger deser Stede etc., als man ende Voocht van Mayken Antonis Vermeulen Dochter van Jenneken tomas Crillarts etc., Ende verclaerde de voorsz: Comparanten te vreden te sijn etc. Dat op den name van Jan Jacobsz Coopmans, getrout hebbende Adriana tomas Crillarts Haere Comparnaten moeye voorden Gr: gerechte der Stad Breda mochte werden overgestelt soodanige schepen Herman Built. Als sij Comparanten berustens haaer voorsz: moeye ende de voordere Jaren comen ende moeten streken selve ten lasten van Aedriaan Cors Adriaensz Puyter Cock, borger der voorsz: Stad Breda. Monterende ter somma van hondert vyft Rijns gúlden. Mette Intresten vandeyn ende op vercoopen. Synden den selven Built in dato den 09-07-16