Je kunt je een steen voor de geest halen, een grijze met witte lijntjes misschien, of een bruine met roestige aderen, of een die groen is uitgeslagen door algen of mos, een steen in elk geval, en die steen heeft ooit op de bodem van een put gelegen. Dieper dan die steen hoef je nooit te gaan.
Dat hield ik de geliefde voor toen ik hem uiteindelijk vaarwel zei. Maar hij reageerde er niet op en liep woedend weg. Ik denk niet dat ik hem ooit nog zal zien.
Fragment uit Los van de schittering, januari 2010