Nieuwsbrieven september 2008
Lokale tijd: 2,5 uur later
NOS Journaal: dossier Aghanistan

NRC Handelsblad: Uruzgan

Volkskrant: dossier Afghanistan

Vrij Nederland: dossier Afghanistan

Uruzgan weblog

Ministerie van defensie: Afghanistan

Ministerie van defensie: foto's missie Uruzgan

Nieuwsbrief 29 september 2008


Zo, weer terug op TK. Ben weer naar Chora geweest. Was eigenlijk niet de bedoeling. Zou eerst naar een andere buitenpost gaan. Toen plan gewijzigd: met een andere groep mee naar een ander gebied. Actie werd 24 uur gerolexed (uitgesteld) en toen kwam vanuit het veld het verzoek toch weer richting Chora te gaan. Een van de eenheden daar zat in een TIC. Een behoorlijke. En intussen speelde er ook van alles bij de verkenners. Ik had me zo graag willen splitsen maar dat kan niet. Chora kreeg prio.

Ik kwam bijna tegelijk met de jongens aan op de compound. Na het eerste stoom afblazen, eten en douchen begonnen we met de debrief. Per groep, iedereen zijn verhaal laten vertellen.

Je stond op en toen…  Kaart erbij, pionnetjes ….

Langzaamaan ontstaat een beeld. Een beeld van jongens die behoorlijk hebben moeten vechten. Een beeld van jongens die dat ook hebben gedaan, hebben gekund.

Heftig, maar zo goed in zoveel opzichten. Terugvallen op je drills, merken dat het werkt ook al zit je in nog zo’n benarde situatie. (Kijk mij nou, ik dóe het gewoon..) Vertrouwen op elkaar, blindelings soms. (Man, wat ben ik blij dat jij naast mij staat…) Verwondering over eigen kunnen. (Hierbij vergeleken is de hindernisbaan een kinderspeelplaats…) Urenlang onder zwaar vijandelijk vuur en er uitkomen (Is iedereen er nog? Ja.)

Later zal blijken dat er iemand licht gewond is bij de afdaling van een qualamuur (hechting) en iemand met evenwichts/gehoorschade door blast (luchtdruk door geluid). Zij worden naar TK overgebracht met de heli waarmee ik in Chora aankom. Zuur. Ook omdat je de ervaring wil blijven delen met de groep met wie je het beleefde. Ze worden zeer gemist, zijn geen seconde uit de gedachten van de mensen met wie ze samen waren.


Het is goed om de verhalen te horen. Het is goed om de verhalen te vertellen. Sommigen vertellen zeer gedetailleerd, iedere seconde op hun netvlies gebrand. Toch zijn er veel witte vlekken voor de meesten. Sommige dingen krijg je tijdens het gevecht zelf niet mee. Omdat je focus ergens anders ligt. Omdat je niet op dezelfde plek staat. En iedere groep had ook nog eens een andere posities. Op diverse posities werd gevochten, maar ook daar zat verschil in. Ieder heeft zijn eigen verhaal en beleving. Er zijn er die op een relatief veilige plek waren en vooral de machteloosheid moesten ervaren van het luisteren naar de spanning in de stemmen over de verbindingen. Er zijn er die hun vuurdoop hebben gehad met een contact front dat wel héél dichtbij was.

Velen beseffen pas echt waar ze in hebben gezeten als het totale plaatje compleet is. Reden om even te slikken. Reden ook om gigantisch trots te zijn op hoe je het met z’n allen hebt gedaan.

En dan de dagen erna. Het praten en een plek geven van al die dingen die gebeurden, het steeds weer afspelen van die film in je hoofd om te beseffen dat jij het echt was die daar stond, het reconstrueren, dat gaat nog door. Gewoon bij het eten, bij het koffiedrinken, bij het roken.

Waren er vragen? Ja, natuurlijk. Was er spanning? Ja, natuurlijk. Ook dat draag je samen. Dat was goed om te zien.

En altijd die moeilijke vraag: wat en hoe en wanneer vertel ik hierover aan mijn thuisfront. Daar moet iedereen zelf een keuze in maken. Ik wil hier dan ook niet over details schrijven. Ook al weet ik dat er her en der al iets in de krant heeft gestaan en nog zal komen te staan.

De lijn die ik probeer mee te geven is : sluit de mensen die werkelijk belangrijk voor je zijn niet buiten. Probeer (ooit) te vertellen hoe het was. Helemaal begrijpen zal niet gaan lukken, maar probeer zoveel mogelijk in de buurt te komen.


In de dagen erna deed ik ook weer dingen met de groep die niet in de TIC had gezeten. Soms lijkt er een soort splitsing te gaan ontstaan binnen defensie: wel of geen TIC meegemaakt.

En altijd die vraag: moet je dat willen? Mag je dat willen?

Ik snap het wel. Het verlangen te weten hoe het is. Doen waarvoor je zolang hebt getraind. Ik snap ook degenen die zeggen: voor mij hoeft het niet (nog eens). Het is maar goed dat het geen kwestie van kiezen is. Het gebeurt of het gebeurt niet. Punt. En zonder een TIC valt er ook zat te beleven zullen we maar zeggen.


Op een van de dagen kwamen we tijdens een patrouille vast te zitten met een van de voertuigen op een manier die niet te verhelpen was zonder bergingssteun. Dat werd overnachten in ‘the green’. Dat is niet de favoriete plek voor een overnachting. We kregen steun van een andere groep. Samen red je het wel. Het was koud voor de degenen die geen slaapzak bij zich hadden. (Sergeant die als een zwerver onder een aluminiumdekentje tegen een muurtje aan zit: mag ik een euro? Nee, die zuip je toch maar op. 50 Cent dan?). Er was heel veel wacht en patrouille lopen. (Luitenant, die local daar zegt dat de Taliban zal komen en ons allemaal dood zal maken. Tuurlijk, dat kan er ook nog wel bij.) Ach met humor en militair vakmanschap kwam alles terecht.

Leuk was dat ik de volgende ochtend eindelijk de bergers aan de slag kon zien. Ik had al vaak op een notice van 30 minuten gestaan om er uit te gaan met de QRF (Quick Reaction Force) om met hen mee te gaan als er bergingssteun nodig was. De bergers hebben bijzonder werk dat bij tijd en wijle ook een zeer specifieke mentale belasting met zich meebrengt. Nu kon ik hen aan het werk zien. Twee gigantische wagens die het redde om zich op de smalle weg te manoeuvreren (respect!) en vervolgens met concentratie en precisie het voertuig weer op de rails kregen (vakwerk!).


Weer terug op TK is het altijd even schakelen. Liefst heel snel want ook daar speelt meer dan genoeg. Soms bevangt me een treurigheid als ik zie hoe slecht er af en toe naar elkaar wordt geluisterd. Het lijkt toch zo makkelijk. Mensen hebben dat nodig. Iedereen. Altijd. Vooral van de mensen die over jou beslissen. Niets voelt veiliger dan dat die ander weet waar je mee bezig bent, hoe het met je gaat, wat je nodig hebt. Als individu maar ook als club. Het hoeft echt geen u vraagt en wij draaien te zijn maar als de aandacht ontbreekt voelen mensen zich in de steek gelaten en is er het gevaar dat iedereen zijn eigen oorlogje gaat voeren.

Aandacht en betrokkenheid blijven het materiaal waar de schakels van zijn gemaakt die mensen aan elkaar verbinden. In de groepen onderling gebeurt dat ook meestal echt goed. Maar tussen de verschillende eilandjes zit soms wel heel veel water.

Je moet elkaar aan het hart gaan. Ook al zitten er tien lagen tussen.

Ik ervaar dat zelf heel sterk als ik buiten ben geweest, die verschillende werelden. Sommige mensen weten het niet eens als een eenheid in een TIC heeft gezeten bijvoorbeeld. Sommigen mensen weten de feiten. Rapportages op papier. Niet de beleving. En dan ebt het ook weer snel weg. (Hoezo moet je een nieuwe? Die andere is stukgegaan in de TIC, meneer. Huh, wat voor  TIC?) Het is een voorbeeld van het kleine maar ze zijn er ook in het groot. Allebei pijnlijk. Het schaadt het vertrouwen.

 Ik probeer heel erg daar iets mee te doen maar het valt soms niet mee. Ook voor mij is het gebied groot. Zoveel clubs, zoveel plekken binnen en buiten TK. Het is verleidelijk je focus smal te gaan maken. Ik probeer er niet in te trappen. Probeer breed te blijven, bij verschillende clubs aan te klikken. Prio’s zorgvuldig te stellen. Ik zie mijn collega’s het zelfde doen. Samen komen we een eind. Maar ik betrap me zelf steeds vaker op de gedachte dat een extra GV-er hier geen overbodige luxe zou zijn……




Nieuwsbrief 19 september 2008


Nog maar even een schrijfsel kort op het vorige  stukje, want ik ga iets eerder dan aanvankelijk gedacht de poort alweer uit. Niet zo lang als de vorige keer maar toch wel even een tijdje.

Sommige eenheden krijgen best wel veel op hun dak. Een combinatie van erg hard en veel werken (daar wordt je dus ook gewoon erg moe van) en de spanning van TIC’s en IED’s (wordt je ook moe van trouwens, een urenlang vuurgevecht is slopend maar de spanning die het later nog met zich meebrengt net zo goed).

Dan is het af en toe zoeken hoe je daar het beste mee om kunt gaan. Waar moeten dingen echt anders (meer rust, minder actie? Kan dat?), waar moet je een soort van individuele overlevingsstrategie vinden (hoe ga ik met mijn angst en ontberingen om), waar moet je elkaar heel goed vasthouden (hoe zorg ik dat een ander het ook redt).

En, als altijd met het vorderen van een missie, komen de vragen. Waarvoor, waarom en hoe doe ik dit. Dat speelt allemaal voor de enkele vent of vrouw, maar vaak nog eens dubbel voor commandanten op ieder niveau. Het begint al bij de groepscommandant en zijn plaatsvervanger. Die kunnen het zich niet permitteren om alleen met zichzelf bezig te zijn. Ze dragen in heel veel opzichten verantwoordelijkheid voor de groep en dat voelen ze gelukkig ook zo. Maar dat drukt soms best wel op nog jonge schouders. Idem voor pelotonscommandanten die hier niet alleen verantwoordelijk zijn voor een peloton maar voor een hele SUA (smallest unit of action) die uit veel meer mensen bestaat dan hun eigen peloton. En trek zo de lijn maar door.

Het raakt me vaak om te zien hoe consciëntieus de meesten daarmee omgaan. Ze willen het zo graag goed doen, geen fouten maken die fataal kunnen zijn, maar ook echt zorgen. Simpel is dat niet altijd. Wat is wijsheid? Er bestaan geen computermodellen die je vertellen wanneer je wat moet doen.


Al met al zijn we weer in roeriger vaarwater terecht aan het komen. Het zijn geen golven meer. Dat zou fijner zijn. Spanning en ontspanning. Maar zo is het helaas niet. Het loopt langzaam op.

Jullie hebben ongetwijfeld over het sneuvelen van Rosie Khan gehoord. Helpt ook niet echt zullen we maar zeggen.

Wat wel goed blijft is de onderlinge sfeer bij bijna alle groepen. Wat is dat toch een prachtig menselijk mechanisme. Onder druk trek je naar elkaar toe. Mensen stijgen boven zichzelf uit in veel opzichten. Ja, er zijn er die het slecht trekken. Dat is kut. Soms kun je helpen, soms niet hier en nu. Maar veel mensen redden het –soms met een steuntje in de rug van wie dan ook- om te groeien en nog sterker worden.


Hoe gaat het met mij zelf? Goed. Vanmorgen even wat minder. Was zo dom om twee palludrinepillen op mijn nuchter maag in te nemen (nog geen tijd gehad om te ontbijten) en dat moest ik bekopen met een flinke golf van misselijkheid die ervoor zorgde dat ik een briefing miste. Stom van me. Maar als dat het ergste is wat me overkomt, dan tel ik mijn zegeningen. Was laatst voor een meerdaagse patrouille er uit. Er waren een paar jongens echt ziek geworden. Lig je daar op je veldbedje ergens in de woestijn waar de nachten inmiddels behoorlijk koud zijn stront- en strontziek te zijn. Hoe gaat het met je? Komt er zo’n bibberstem waar de ellende vanaf druipt: Kunt u de medic even halen, mijn infuus lekt. Dan haal je dus de medic en splits je je bivakzak af zodat hij het in ieder geval nog een beetje warm heeft. Ach, dat soort dingen gaan weer over. Ik zag straks een vallende ster. Zeg niet wat ik heb gewenst want dan komt het niet uit maar jullie kunnen je er vast wel wat bij voorstellen.

Dag lieverds, tot over een tijdje.




Nieuwsbrief 17 september 2008


Zo, terug van weggeweest. Was iets langer dan gepland maar het was goed. Ik ben een tijdje op Chora geweest, een kleine buitenpost die als basis dient voor acties in een gebied dat wat verder weg ligt van TK.

Je basis daar is een klein gelijkvloers gebouwtje met een binnenplaatsje.  Stel je bij dat ‘gebouwtje’ niet te veel voor maar dat is juist de charme. Douchen doe je buiten in een supersysteem met een soort zakken met ritssluiting, een van de ruimtes is omgetoverd tot een soort van keukentje maar dan wel zonder stromend water en voor de rest vinden mensen her en der plekken om te slapen. Er zijn houten bankjes geknutseld van oude pallets en tafels beschilderd met bijvoorbeeld een mens-erger-je-niet-spel met steentjes als pionnen.


Chora is een andere wereld dan TK in veel opzichten. Een wereld zonder pantserfabs, zonder internet, met heel beperkte belmogelijkheden. Het is kleiner, de bezetting is wisselend maar altijd met veel minder mensen natuurlijk, wat de sfeer veel intiemer maakt.

En alles is gericht op buiten de poort. Patrouilles op allerlei plekken in de buurt. Wisselende dreigingsniveaus, andere cultuur, frustraties maar ook veel plezier.

De regeltjes, ge- en verboden van TK worden vervangen door de operationele praktijk. Hygiene is belangrijk, wapenonderhoud en bevelsuitgiften. Op tijd slapen om weer fit te zijn voor de volgende patrouille, want je moet tussendoor ook nog wacht lopen.

Maar keurig je jasje en een hoofddeksel dragen en op de voorgeschreven schoenen lopen is op zo’n plek niet meer relevant. Als je voeten zeer doen van een lange patrouille moet je ze vooral verwennen met wat jij prettig vindt om te dragen als je terug bent.

Het eten bestaat in principe uit MRE’s (meal ready to eat, zakjes met variërende prut die je opwarmt door een beetje water in een zakje met chemische stof te laten reageren dat vervolgens loeiheet wordt), blikken met weer andere kant en klaar prut en gevechtsrantsoenen (kaakjes met jam). Daar wordt je op den duur vrij sip van. Ik heb me afgevraagd waarom. Ik ben niet zo erg kieskeurig met eten maar varierende warme prut werd ik op den duur ook wel erg zat. Iemand zei dat het kwam omdat eten hier eigenlijk iets is waar je je erg op kunt verheugen. Je hebt al niet veel verwennerij en dan kan eten een heerlijke vorm van ontspanning zijn. Behalve dus als het warme prut is. Dan eet je om geen honger te hebben, niet omdat het zo plezierig is.

Gelukkig hadden we wel wat aan aanvulling gekregen en hadden we uiteraard bamiesoepjes enzo zelf meegenomen maar eten blijft op Chora een onderwerp waarover je kunt blijven praten. Na een tijdje denkt iedereen met weemoed terug aan de hoorn des overvloeds van TK.

Dus ja ik weet inmiddels wat jullie me nog kunnen sturen: droge stampotmixen, pannekoekenmix die je aan kunt maken met water, salamiworst, blikjes tonijn, olijven, artisjokharten, dolma’s, kaas in blik en oh ja, graag couscous, ook zo handig klaar te maken met wat heet water en wat al niet meer voor lekkers dat met de post mee mag en houdbaar en vervoerbaar is in een rugzak.

Dat heeft hoge prio want ik ga de komende tijd nog vaker naar buiten ook naar plekken waar het nog wat primitiever is dan op Chora.


De eerste dagen moesten er dingen op en rondom de compound gebeuren en waren er relatief veel mensen binnen. Had wel wat. De meesten hadden een roulatieschema dus dat betekende voor mij veel aan de tafel zitten, kletsen en mens-erger-je-niet spelen met degenen die een break hadden. Ideaal om kennis te maken met de mensen die ik nog niet kende.

De bezetting van Chora is altijd heel divers. Infanterie maar ook PRT (opbouwteam) en allerlei anderen. Weer meer zicht gekregen op het werk wat iedereen doet, en hoe ze het doen.

Het blijft me fascineren, wat mensen drijft om hier te zijn. Wat ze willen, wat ze frustreert, waar ze blij mee zijn, waar ze mee worstelen. En al zijn er grote lijnen en overeenkomsten, het is altijd weer anders.


Dat Chora een andere wereld is dan TK betekent uiteraard niet dat je verstoken blijft van info over wat er in de rest van Uruzgan gebeurt. Soms voelt dat lastig. Als een andere eenheid in een TIC zit en er vallen gewonden wil iedereen het liefst accuut omhangen en de poort uit om te gaan helpen. Maar zo werkt het meestal niet. Dan haal je maar opgelucht adem als alles achter de rug is en de verwondingen niet al te ernstig blijken. Soms is het bijna niet te beseffen hoeveel geluk een mens soms kan hebben. Het verschil tussen leven en dood is soms maar een enkele centimeter.


Op 7 augustus kwam laat op de middag vanuit TK het bericht dat een voertuig van de andere compagnie op een IED was gereden en dat er gewonden waren. Iets later kwam het bericht dat er iemand gesneuveld was. Het werd heel stil op de binnenplaats. Toen duidelijk werd dat het iemand van de pantsergenie betrof kwam de klap hard aan bij de geniegroep die bij ons zat. Nog weer even later werd de naam bekend. Jos ten Brinke.

Het verdriet was groot. Iedereen van de genie kende Jos. Sommigen echt goed. De mensen van de Charlie-tijger-compagnie op Chora hebben zelf eerder een maatje verloren, Cor Strik. Ze deelden in het verdriet maar waren er ook voor de steun aan de jongens van de genie. Zonder te vragen werd accuut hun wacht overgenomen, werden schouderklopjes uitgedeeld of gevraagd hoe en wie Jos was. Een paar mensen hebben van afvalhout en gevonden spijkers een prachtig lijstje gemaakt voor een foto van Jos bij het condoleanceregister en voor de afscheidsdienst. Helemaal opgeschuurd. Letters getekend en met soldeerbout ingebrand. Zo goed.

Ik kende Jos niet. Ik ken Jos van de foto in dat lijstje. Zo’n mooie jongen. Zo jong. Niet veel ouder dan Lidewij……

In de uren en dagen erna heb ik veel opgetrokken met de genisten. Er was verdriet, boosheid en ook vragen en het voelen van je eigen kwetsbaarheid. Panstergenisten zijn degenen die de IED’s proberen op te sporen. Ze vinden er veel. Maar 100% is helaas niet haalbaar om veel redenen. Desondanks was er ook vrijwel meteen veerkracht en strijdbaarheid. Iedereen was zo mogelijk nog meer dan voorheen gemotiveerd om de poort uit te gaan om die kutdingen te vinden. Voor Jos, voor sergeant van Ingen die ernstige verbrandingen had opgelopen over grote delen van zijn lichaam, voor elke collega die maar door een IED getroffen zou kunnen worden.


We hebben op Chora gelijktijdig met TK een afscheidsdienst gehouden. Het was goed. Er was muziek, alle groepen staken een kaarsje aan als teken van verbondenheid op dit soort momenten, ook de Afghaanse tolken die uit zichzelf aangaven graag bij de ceremonie te zijn, ook de Amerikaanse sergeant die op dat moment bij ons was. Iedereen was erbij behalve degenen die wacht moesten lopen.

De jongens van de genie zeiden mooie dingen en de second van de compagnie die op dat moment het commando op Chora had, sprak woorden die mensen in hart raakten en daarmee troostten. Het mineurslied werd gezongen. Ik ken het bijna uit mijn hoofd.,begin een bijzondere band met de genie te krijgen nadat ik voor de derde keer betrokken ben bij het verlies van een van hun collega’s.  Ik hoop zo dat de volgende aanleiding voor intensief contact een blijde mag zijn.

Duidelijk werd weer dat zo’n afscheids-ceremonie belangrijk is. Sommigen zijn in staat om hun ontreddering en verdriet meteen de ruimte te geven. Voor sommigen is dat moeilijker. “Ik ben er echt kapot van maar op de een of ander manier kan ik niet huilen terwijl ik dat eigenlijk wel wil”, zei iemand. Tijdens de afscheidsceremonie kon hij dat wel. Het luchtte op. Zo’n ceremonie geeft vorm aan wat er is, geeft ruimte aan wat er is maar sluit ook een bepaalde fase af. Want we moeten wel door. En dat wil iedereen ook.

Een paar uur na de afscheidsceremonie gingen we de poort uit. Dat was goed. Ik ging mee in de bak van de genie. Ik maakte mee hoe ze even er ‘weer doorheen moesten’. Ik zag hoe goed ze dat deden. Fijn. Het zijn niet alleen gewoon goeie jongens, het zijn ook jongens die gewoon goed zijn.


Inmiddels was door heel veel redenen die terugtocht naar TK al dagen uitgesteld. En werd nog eens uitgesteld, En nog eens. Iedereen was door zijn bamiesoepjes heen en wat erger was: de sigaretten begonnen bij veel mensen op te raken. Gelukkig is het uitgesloten dat er iemand echt zonder zou zitten terwijl een ander nog heeft, delen is iets basaals, maar de bodem begon wel in zicht te raken. Er waren ook mensen die aan het einde van hun uitzending zaten en al bang waren hun terugvlucht te moeten missen. En toen kwam het groene licht. Gaan, de nieuwe club komt ‘naar boven’ zoals dat hier wordt genoemd. Wel met een gecompliceerde opdracht voor de terugweg want het wrak van het voertuig dat op de IED was gereden moest worden geborgen. Geen ontspannen reisje terug zal ik maar zeggen. Een gecompliceerde opdracht in een onveilig gebied.

Maar iedereen was er klaar voor. Ik ook. Rugzakje gepakt. Wachtend op de pakjes sigaretten die collega Casimir mee zou geven aan de club die omhoog kwam want de terugreis zou meer dagen in beslag nemen.

En toen gingen ze wel maar ik niet. Want toen de nieuwe club bijna bij ons aankwam deed die via de verbindingen het verzoek aan mij om op Chora te blijven omdat er een nieuwe geniegroep mee kwam die niet van TK kwam maar op de plaats waar het voertuig op de IED was gereden de taken hadden overgenomen van de geniegroep van Jos (kunnen jullie het nog volgen?).  Nou ja, om een lang verhaal kort te maken, die hadden fysiek en mentaal behoorlijk wat achter hun kiezen en dus bleef ik.

Het verzoek was terecht. Sommigen hadden echt gerichte aandacht nodig. Beelden van het wrak zijn niet fijn als die ’s nachts nog door je hoofd blijven spoken. Er moet ook ruimte zijn en tijd om dingen als groep te delen. Je hebt elkaar zo hard nodig. Als iedereen alleen maar met zijn eigen uitdagingen aan het worstelen is loop je het risico dat mensen zich afsluiten. Niet goed. Ik ben sowieso al erg een fan van ‘samen, samen, samen’. Maar hier en nu is dat gewoon echt een primaire levensbehoefte. Alleen trek je het niet.

En zij hadden nog geen kans gehad echt stil te staan bij wat er was gebeurd. Ze hadden geen vorm kunnen geven aan wat er was gebeurd. Hadden niet de warme collegiale arm om de schouder gekregen die de eerste genie-groep wel had gehad. Hadden de afscheidsdienst op TK niet meegemaakt en op de plek waar ze naar toe waren gegaan had niemand aandacht aan hun situatie besteed. Ze waren daar in tegen meteen maximaal aan het werk gezet en ze hadden nu dan ook gewoon fysieke rust nodig. Die kregen ze meteen. De CC van de Charliecompagnie had dat zelf al bedacht. Even geen wacht voor deze jongens, eventjes patrouilles waarbij geen panstergenisten nodig zijn. 100 punten.

Op het moment dat in Nederland de uitvaart van Jos was, hebben we met deze groep en met de mannen van de EOD die altijd heel dicht met de genie samenwerken, een bezinningsdienst gedaan. Was goed. Daarna konden ze weer verder. Ook dit keer ging ik mee met hen mee.Tweedaagse patrouille. Was goed. Daarover de volgende keer meer. Er is zoveel te vertellen.

Nu ben ik terug op TK. Heerlijk om de mensen van de eerste shift Chora terug te zien. Goddelijk om weer mijn bord vol te kunnen laden met lekker eten. Te kunnen douchen en mijn haren te wassen zonder bij iemand shampoo te hoeven bietsen. Heerlijk om jullie mail weer te lezen en alle post open te maken.

Goed ook om alle anderen weer terug te zien die hun leven hier hebben. En goed om weer een stukje voor jullie te kunnen schrijven zodat jullie weten dat alles met mij dik in orde is.

Dikke kus voor al mijn geliefden. Op de vraag van één van jullie of ik die hier wel eens krijg: ja, die heb de afgelopen tijd meermalen gehad. Spontaan en hartelijk twee armen om je heen. Dat is fijn. Over wat ik terug krijg heb ik niks te klagen.




Post verzenden naar Uruzgan Kaart Uruzgan

Amnesty International: dossier Afghanistan

Human Rights Watch: Afghanistan

Humanistische geestelijke verzorging in de krijgsmacht

Raadsman in Uruzgan: Weblog Norbert de Kooter

Raadsman op Curacao: Weblog van Erwin Kamp

Universiteit voor Humanistiek

Humanistisch Verbond

Human.nl