Archief nieuwsbrieven TFU 1 Ingeborg Takken
Lokale tijd: 2,5 uur later
NOS Journaal: dossier Aghanistan

NRC Handelsblad: Uruzgan

Volkskrant: dossier Afghanistan

Vrij Nederland: dossier Afghanistan

Uruzgan weblog

Ministerie van defensie: Afghanistan

Ministerie van defensie: foto's missie Uruzgan

Hier zijn alle nieuwsbrieven te lezen die ik in de periode van juli tot december 2006 heb geschreven tijdens mijn eerste uitzending naar Uruzgan.


De nieuwsbrieven zijn ook in zijn geheel te downloaden (PDF).

Nieuwsbrief 11 juli 2006

Eindelijk een manier gevonden om te mailen. Was even ingewikkeld allemaal omdat ik op Kandahar slechts op doorreis ben. Maar ik blijf hier uiteindelijk vanaf vandaag nog minimaal een week, (als er tenminste niet weer wat verandert).
De reis was goed, maar altijd wel vermoeiend. We hebben vanaf Eindhoven een korte tussenstop gemaakt in de Verenigde Arabisch Emiraten, waar we de verlenging Duitsland - Italie konden zien en iedereen erg genoot van de duitse uitschakeling. We brachten er een paar uur door. Een aparte sfeer.
Warm. Allerlei mensen van overal vandaan wachtend op vertrek naar ergens.
Toen ik op het toilet was zei een arabische vrouw verwonderd: You're a soldier.....are you going on a mission? Toen ik knikte legd ze even haar hand op mijn schouder en keek me ernstig aan: Be safe! Ontroerend.

Op Kabul ben ik een dag gebleven. Die dag is nu alweer vaag. De tijd verschuift, het is erg warm, je hebt een nacht overgeslagen, je bent toch niet op je echte bestemming dus ik heb vooral geslapen.

De volgende dag door naar KAF (Kandahar). Nou ik kan je vertellen dat dat gen pretje was. Er werd op een manier gevlogen die niet echt spoort met de doorsnee KLM-reis. Ten behoeve van de veiligheid. Hoog, laag, dwars, ik geloog dat ik nog net niet op z'n kop heb gehangen (beetje overdrven, o.k.) Ik werd er kotsmisselijk van. Overgeven gebeurde gelukkig pas toen we gingen landen dus ik kon meteen naar buiten. Frisse lucht happen? Niet echt! Pak een goed hete fohn, houdt hem vlak voor je gezicht, dan kom je in de buurt van de hitte hier. Met professionele apparatuur gemeten was het in de zon 67 graden en in de schaduw 47,5 graden.

En weer een andere tijd. Zulu-tijd. Dat is een militaire tijd die over de hele wereld hetzelfde is. Behoorlijk abstract dus. Het staat volkomen los van je biologische klok maar ook van zonsop- en ondergang. Om bij te trekken ging ik in de eetzaal wat eten maar ik kon niet snappen of mensen nou aan het ontbijt, lunch of avondeten zaten hetgeen ook aan het (amerikaanse) voedsel niet te zien was. En intussen bewoog de vloer van eetzaal in mijn beleving nog steeds gezellig heen en weer. Ik heb me nog nooit zo volkomen
gedesorienteerd gevoeld. Ik heb mijn collega Adriaan ook gesproken maar ik gloof niet dat veel van wat hij zei tot me doordrong.

De volgende ochtend (zo noem ik het maar bij gebrek aan passend benaming, ik stond op om 00.30 uur Zulutijd) was echter alle leed geleden. Terwijl veel mensen echt last van de hitte hadden voelde ik me pima. Ik ben begonnen met een aclimatiseringsprogramma wat prima is. Rustig lopen, steeds langer en met steeds zwaardere bepakking. Uiteraard hoef ik niet zo'n zwaar programma te doen als de infanterie maar ik heb gisteren afgerond met 50 minuten lopen met kogelwerend vest en opsvest dat samen al snel zo'n 15 kilo weegt. Bij deze temperaturen stelt dat best wat voor. Heb ook een keertje mogen smokkelen door mijn zware platen uit mijn vest te halen. Op het kamp kan dat.

Even over de veilgheid want jullie zullen in Nederland wel van alles horen. Weet dat ik met die hele zware zooi om, eergister uren in de verzengende zon op de schietbaan heb gestaan en ik schoot nog steeds goed. En ja er zijn raketaanvallen op het kamp maar pas nu ik hier ben besef ik hoe immens groot het kamp is en hoe klein de kans dat ik getroffen wordt. Het is een stadje waar je echt de bus moet nemen van het een naar het andere punt. Daarbij zijn vrijwel alle beschietingen mis en veroorzaken de treffers vooral slachtoffers door opspattend grind wat hier ligt. De raketten waarmee ze schieten zijn namelijk vrij klein. Beetje fors uitgevallen colafles.
Wel bijzonder de eerste keer alarm. Iedereen eerst plat op de grond en dan de bunker in. De meesten zijn er vrij rustig onder. Ik ook. Wel wat verhoogde hartslag op zo'n moment maar toch rustig. Maf hoor, hoe je dan onder tafel liggend plat op de grond van het terras gewoon verder gaat met kletsen. Desondanks doe je natuurlijk alles om slachtoffers te voorkomen. Wees daar gerust op.
De gewonden die bij de laatste raketaanval vielen hadden trouwens een keitje in hun been resp. arm gekregen. (VS-militairen) Vervelend maar niet desastreus.

De sfeer is hier trouwens zonder meer goed. Ik ben erg relaxed en heb het goed. Heerlijk zoveel vetrouwde mensen. De komende week wordt hoop ik rustig. Ik heb weinig vaste programmaonderdelen. Lekker px-en. Al is de PX-winkel hier niet zo uitgebreid als in Irak. Er zijn aanvoerproblemen. Ik hoop dat met jullie alles goed is. Als je wilt mailen dan kun je gewoon naar itakken@hotmail.com mailen. Ik denk dat ik de komend dagen nog wel een keer kan mailen resp. mijn mail ophalen. Als ik naar TK ga blijft dat zo dus je kunt gewoon sturen. Het is trouwens wel uitzonderlijk dat ik nu zo'n lange mail kan sturen. Het is nu heel rustig en omdat er bijna niemand achter de computer zit heb ik al vier keer de mij toegestane tijd gebruikt. Lukt niet steeds.





Nieuwsbrief 24 juli 2006

De reis hier naar toe was prima. Met de cougar (helicopter). Veel uitzicht. Collega Adriaan zwaaide me uit. Bijzondere sfeer. Nu gaat het echt beginnen, zoiets. Ik was niet de enige die dat gevoel had. Je ziet maatjes op een andere manier dan anders elkaar dag zeggen. Even een omhelzing, doe je voorzichtig., ja natuurlijk. De vlucht was veilig en zonder problemen. Vooraf had ik nog een helitraining gehad. Van een oud-luchtmobieler. "Maar majoor, u gaat me toch niet vertellen dat u deze training nog nodig heeft?" "Nou Bas, ik dacht zo laat ik voor de zekerheid maar even doen." "Maakt u deze test eens." Ik had de test binnen 60 seconden af en had alles goed. Prima kick voor mijn zelfvertrouwen want de rest moest er even op zwoegen. We vlogen langs Deh Rawood waar we wat mensen moesten afzetten. Kon ik dat meteen ook even zien en toen door naar TK.

Het kamp hier is zeer primitief. Stel je maar een soort MASH voor, daar lijkt het veel op. Ik lig zeer luxe. Dat wil zeggen een oude Amerikaanse tent waarvan het meeste doek is gescheurd maar dat maakt niet uit want het regent hier toch vrijwel nooit. De luxe zit 'm er in dat ik een echt bed heb met matras (goed matras) en airco. Dat is heel wat anders dan veel van onze jongens die in een hele grote, echt heeeeeeele grote tent slapen met heel veel mensen zonder airco. Dat betekent dat het er overdag bloed en bloedheet is en je er niet echt kunt verblijven. Niet goed. Men zoekt hard naar oplossingen want de hele bouw van het kamp is fors vertraagd. Voor de rest is vooral erg veel zand. Diep, zeer los zand waarin je soms tot je enkels wegzakt en dat bij de minste of geringste beweging in een stofwolk verandert. Kun je nagaan wat er gebeurt als er een heli landt of vlak over de open eettent vliegt. Dan moet je als een gek je ogen en je mond dichtknijpen en over je eten gaan hangen om te zorgen dat het nog eetbaar is. Er is dan zoveel stof dat je elkaar nauwelijks meer ziet.

Voor de rest is het ook zeer primitief kwa spullen. Het duurt erg lang voor mensen hun spullen hebben. Werk of privé. Zo heb ik 5 dagen rondgelopen slechts in het bezit van wat ik aan had toen ik kwam. En ik was niet de enige. Maar dan springt iedereen bij. Ik leende spullen en leen nu mijn spullen weer aan anderen. Dat komt nooit meer goed. Verkenners lopen met mijn rugzak en matje, ik loop in de broek van een sergeant-majoor LSD en leen t-shirts uit die ik eerder weer van een sergeant PRT kreeg. Geweldig. Dat tekent wel de sfeer op het kamp, die is goed ondanks dat kwa logistiek het stoom bij velen uit de oren komt.

Maar dat schept ook een band en dat is bijzonder. Ik heb veel intense gesprekken. Op afspraak of zomaar. Echte levensvragen. Mensen denken veel na. Over oorlog. Over de dood. Over wat echt belangrijk is in het leven. Je wordt er hier voortdurend mee geconfronteerd. Jongens buiten de poort hebben al een aantal keren een zeer narrow escape gehad. Bij de andere nationaliteiten op de base vliegen de heli's met slachtoffers af en aan. Laatst waren jongens van ons bloed gaan geven bij het Amerikaanse ziekenhuisje toen er erg veel slachtoffers waren. De confrontatie met de gewonden liet velen niet koud om het maar eufemistisch te zeggen. Het ontroerde me ergens ook dat de jongens meer moeite hebben met het zien van onschuldige burgerslachtoffers dan met hun eigen ervaring na een TIC (troops in contact), hetgeen meestal een fors vuurgevecht inhoudt.

Ik ben veilig, echt waar, maar om ons heen wordt veel gevochten. Dit is zo anders dan Irak. Een wereld van verschil. Vannacht bezig geweest met een canadese militair die bij ons werkt en die gisteren bij een aanslag in de buurt van KAF twee vrienden verloor. Klote.

Gisterochtend mijn eerste bezinningsdienst hier gehouden. Ondanks dat het werk gewoon door ging en dus veel mensen niet konden, was het vol. Stuk of veertig mensen. Het was mooi. Twee jongens (1 zang, 1 gitaar) hadden samen hier een nummer geschreven. Over de sterrenhemel die hier inderdaad prachtig is. Over het missen van hun geliefde. Bijzonder om zo live-muziek te hebben, mooie tekst, goed gezongen en gespeeld dat over hier gaat en zo herkenbaar is voor iedereen. Vanuit de keuken voelden ze de sfeer goed aan en ze kwamen spontaan na afloop met ijstaart aanzetten!

Met de collega-personeelsmensen gaat het goed. Er wordt goed samengewerkt. Er is ook genoeg werk. We hebben veel plezier samen. Zo langzaamaan druppelen steeds meer TFU-mensen vanuit KAF hier op TK binnen. Heerlijk al die bekende gezichten. Het weerzien is altijd hartelijk. Handen schudden, hoe was je reis.





Nieuwsbrief 27 juli 2006

Met mij is ook vandaag weer alles goed. Hard gewerkt. Briefings, mensen die thuis narigheid hadden, iemand van wie thuis een dierbare begraven werd en met wie ik op datzelfde ogenblik wat kaarsjes heb opgestoken en een gedicht gelezen en mijn bezinningsdienst voor morgen voorbereid. De dag vloog weer voorbij. Op het kamp wordt hard gewerkt. Gebouwd, verbindingen worden anders gelegd en verbeterd, patrouilles gaan de poort uit. Gisteren bij een debrief geweest. Dan krijgen we een beetje beeld en geluid van wat de jongens buiten de poort meemaken.
Hoe zit dat nou met die Zulu-tijd. Nou het zit als volgt. Wij leven hier op zich twee uur eerder dan jullie in Nederland. Als het bij mij, zoals nu, 16.45 is dan is het bij jullie 18.15 uur. Alleen zegt dat niet zoveel want het is nu voor mij eigenlijk bedtijd. Ik moet om 00.00 uur weer op. Dan is het net licht en begint de dag. Om 15.00 uur is het donker. Ik wen er aan maar je gaat een totaal andere dagindeling krijgen. Ik maak in principe na 15.00 uur Zulu geen afspraken meer omdat het dan een soort van avond is. Dan loop ik nog wel mijn rondje en klets hier en daar. En uiteraard zijn we in noodgevallen 24 uur beschikbaar.

Als het donker is, is het ook echt donker. Er is lichtdiscipline op het kamp. Dat betekent dat alles verduisterd is. Ik wen er aan in het donker te lopen en mijn weg te vinden maar het blijft oppassen want voor je het weet staat er weer ergens een nieuwe container of is er een nieuwe greppel gegraven.

De rust om ons heen lijkt sinds de laatste grote sweep van OEF is afgerond weer een beetje teruggekeerd al bedriegt de schijn ook. Minder vliegbewegingen maar er gebeurt evengoed een hoop. Gister is er een heli neergestort. Dat zul je misschien al in de krant hebben gelezen. Geen mensen van onze club. Wel twee Nederlanders. We wachten nog op verder nieuws. Tragisch.

Voor de rest voorlopig weinig bijzonders te melden. Gek he, dat het in Nederland ook zo warm is. Ik heb het gehoord van de vierdaagse. Toen hadden we nog t.v. Nu niet meer maar dat gaat wel weer komen.





Nieuwsbrief 29 juli 2006

Daar ben ik weer. Behoorlijk bezig geweest de afgelopen dagen. Er is veel om over te praten. Natuurlijk ook n.a.v. de dood van onze twee collega's bij de helicrash. Sgt 1 Bart van Boxtel was van luchtmobiel. Veel mensen kenden hem. Maar velen wisten niet eens dat hij in Afghanistan was. Kabul is een andere wereld. De oorzaak van de crash was zwaar weer. De dood heeft in Afghanistan vele gezichten. Ze zijn neergestort op 4000 meter hoogte en het was nog een hele uitdaging om de lichamen te bergen. Geen van de inzittenden heeft de crash overleeft. Triest. We hebben een bijzonder appel gehad met o.a. een minuut stilte en een gedicht van mij. Ik schreef het gedicht eigenlijk voor een bezinnigsdienst over moed. De laatste drie regels zijn een toevoeging t.b.v. deze situatie. Kreeg er veel positieve reakties op:

ALS IK VERTREK ROEP MIJ DAN NIET TERUG

DIT IS MIJN WEG

SCHRIK NIET VAN MIJN TRANEN

SCHRIK NIET VAN MIJN ANGSTEN

DIT IS MIJN WEG

OP DE RAND VAN DE AFGROND

VIND IK HET UITZICHT HET MOOIST

DIT IS MIJN WEG

DIT IS WAT IK DOE

DIT IS WIE IK BEN

DIT IS MIJN WEG

EN ALS IK NIET TERUGKEER

WEET DAN DAT IK IN WAARACHTIGHEID GING

MIJN WEG

Maar intussen gaat het leven hier ook weer gewoon door. Ik zei al, Kabul is een andere wereld. De bewoonde wereld. Net als KAF. Daar heb je t.v. en milkshakes, verharde wegen en winkeltjes en verbindingen die het doen en tenten met airco. De cameraploeg van RTL4 die hier gisteren aankwam moest even slikken toen ze dit zagen. Grinnik.
We lopen tegen 1 augustus aan. De overdracht van het commando de start van ISAF stage III. Er zal wel een hoop pers komen. We zullen het gaan zien. Met mij gaat het nog steeds prima. Vul mijn dag met gesprekken, met briefings en voorbereiding van mijn diensten en vooral mijn avonden met dwalen over het totaal verduisterde kamp van plekje naar plekje van gesprek naar gesprek. Heeft wel wat al die schimmen die in het donker over het kamp dwalen. Gesprekken in het donker zijn anders. De sterrenhemel heel mooi. Ik doe hierbij een verhaal dat ik schreef voor een van mijn bezinningsdiensten en waarin die sterrenhemel ook voorkomt. Ik schrijf zo'n verhaal altijd wekelijks. Op oefening, op uitzending. Steeds meer mensen vinden dat ik ze moet uitgeven voor het thuisfront. Het geeft zo weer wat we meemaken. Ik zal er eens over denken. Ze zijn erg in spreektaal geschreven omdat ze daarvoor ook zijn bedoeld. Nou ja, ik zie wel.

Hierbij in ieder geval het verhaal van vorige week.

Sterrenhemel
Het was donker en volgens die rare zulutijd al lang nacht maar hij kon de slaap niet vatten. Hij stond op. Liep naar buiten en draaide een sigaret. De binghamtent waar hij sliep was vol en de warmte van de hete uren hing er nog. Wat een dagen! Het kamp zat in een overgangsfase. De TFU ging het stokje van de DTF overnemen en het kamp stroomde vol met mensen waarvoor nauwelijks plaats was. De oude garde moest inschikken en hij hoorde af en toe wat gemopper. Vooral toen even het gerucht ging dat het verse voedsel op raakte. 'En nu eten ze ons eten ook nog op!'

Ach, wel begrijpelijk eigenlijk. Zij hadden het kamp onder zware omstandigheden opgebouwd en ze hadden het na al die maanden wel een beetje gehad. En dan ineens al die mensen, al het ongeduld. Want ze waren nog niet bepaald klaar. Hij was vandaag ook hard bezig geweest. Nu, buiten in de koelte van het duister, kwam hij tot rust. Hij keek naar de sterren. Duizenden en duizenden sterren. Zo mooi. Hij had een poging gedaan dat te beschrijven in een mailtje naar huis maar eigenlijk vond hij er geen woorden voor. Het was ook niet alleen maar een kwestie van mooi. Het was meer. Je deel voelen van een groter geheel, zoiets? Dat kon je nauwelijks vertellen; dat moest je gewoon ervaren. Zoals zoveel hier. 'Hoe is het daar?', had zijn lief gevraagd. 'Warm', had hij geantwoord. Hoe kon hij haar duidelijk maken hoe hij het hier had. De logistieke jungle waarin iedereen zijn weg zocht, de overvolle binghamtent waarin het overdag snikheet was, de gevechten die in de omgeving volop plaatsvonden, een voetpatrouille van 5,5 uur. En dan ook nog eens uitleggen dat ze zich geen zorgen hoefde te maken. Dat de sfeer prima was en hij o.k.. Dat hij ook onder dit soort omstandigheden van zijn vak hield. Hoewel....soms ook even niet. Gister waren er veel slachtoffers gevallen bij een TIC en die waren binnengekomen bij het Amerikaanse ziekenhuisje op het kamp. Militairen en locals. Hij was bloed gaan geven. Onder de slachtoffers een jongetje van een jaar of zes met een schotwond. Dat sneed door zijn ziel.....En een man. Een Afghaanse man die al aan diverse verwondingen was behandeld aan het verse verband te zien. Na de behandeling hadden ze hem bij gebrek aan voldoende bedden buiten op de stenen gelegd. Daar lag hij dan. Alleen. Gewond. Zomaar op de stenen. Niemand had ook maar de moeite genomen iets als ondergrond of kussentje te pakken. Met zijn verstand kon hij het wel vatten. Maar zijn gevoel sprak een andere taal. Het deed hem verdriet. Een man, een jongetje, een mens zo hulpeloos te zien. Zichzelf zo machteloos te voelen. Op zulk soort momenten was hij even niet o.k.. Dan hield hij even wat minder van zijn vak. Dan was deze oorlog alleen maar smerig.

Maar hoewel hij het beeld van de gewonden nog wel voor zich zag als hij de Black Hawks hoorde binnenkomen, ebden ze toch wat weg en namen hun plaats in tussen andere ervaringen. Positieve ervaringen. De kameraadschap. De openheid waarmee hij met een tot dan toe onbekende collega over deze dingen had kunnen praten. De humor die je net zo nodig had als eten en drinken. Het samen je schouders er onder. Dat had zijn lief wel kunnen begrijpen. Hij keek nog eens naar de sterren. Hij zou het haar zo graag laten zien. Misschien dat het ooit mogelijk was. Als hier echt vrede kwam. Samen hier naar toe, trekken met de rugzak. Door het groene gebied langs de rivier lopen en dan richting Baluchipas. En dan zouden ze 's nachts samen naar de sterren kijken. En dan, dan zou hij misschien vertellen hoe het was.

O.K. dat was het dan weer voor vandaag.

Liefs Ingeborg





Nieuwsbrief 4 augustus 2006

Een paar dagen niet gemaild. Het kwam er niet van. Was druk met duizend en een dingetjes. O.a. mijn column voor radio 1. Wat een heksentoer om dat bestand naar Nederland gezonden te krijgen. Maar het is gelukt.
Hier is het al een week vies benauwd warm. Vooral 's avonds in bed heb je soms het idee te stikken. Het is dan zo donker dat je je eigen hand voor je ogen kunt bewegen zonder ook maar iets te zien en het is zo warm dat je het idee hebt een fohn te hebben ingeslikt. Terwijl ik onder niks anders dan mijn klamboe slaap.Maar over het algemeen kan ik goed tegen de warmte, i.t.t. sommigen. Er blijven mensen tegen de vlakte gaan.

Ben lekker druk met werk. De frustraties stapelen af en toe. Alles gaat nog niet zoals het zou moeten en de omstandigheden zijn zwaar. Toch moeten we met volle kracht vooruit. De Chora-vallei en Baluchipas zijn met verlies van mensenlevens schoongeveegd. Wij moeten dat nu vasthouden. Dan kan je niet zeggen 'even wachten want onze airco's doen het nog niet en ik heb nog niet precies de spullen die ik wil hebben'. Dus mensen staan maximaal onder druk. Er is geen low-ops-dag meer (dag waarop wat minder wordt gewerkt) wat betekent dat iedereen non-stop actief is, slechts onderbroken door eten en slapen. Sommigen hebben af en toe een paar uur voor zichzelf, velen mogen blij zijn als ze hun slaapuren halen. Ik snap waarom het moet maar zie het met zorg aan. Ontspanningsmogelijkheden zijn er nauwelijks. Een aantal mensen heeft van touw, stenen en hout wat fitness-achtige dingen in elkaar geknutseld; er staan wat spelletjes in de eetzaal en daar houdt het wel mee op. Televisie hebben we niet. Wel veel mensen met een laptop die voor zichzelf een computerspelletje spelen maar dat vind de rest vaak bar ongezellig. Om toch nog een beetje een dag te hebben die wat anders is dan anders heb ik toestemming gekregen een filmavond op groot scherm te regelen. De keuken zorgt voor hapjes, de verbindingsdienst voor apparatuur en de logistiek gaat speciaal een muur van containers plaatsen want anders kunnen we vanwege de lichtdiscipline (verduisterd kamp) geen film buiten vertonen. Ik ben benieuwd.

Veel jongens hier zijn best een beetje spichtig, zoals dat in jargon heet, als ze de poort uitgaan. Een enkeling is echt bang. Velen hebben die angst ook al in Nederland beleefd. (Herkenbaar ook voor mij. Je loopt in je hoofd alle doemscenario's een keer door.) Net als het verdriet. Om het naderende afscheid. Over het gevoel je dierbaren 'in de steek te laten'. En daar komt in het uitzendgebied nog eens andere soorten van verdriet bij. Maar velen zijn huiverig die angst en dat verdriet te uiten. Ze willen hun geliefden er enerzijds niet mee belasten. Maar anderzijds speelt ook dat men huiverig is dat de ander dan reageert met: ga dan niet, doe dit werk niet. Een aantal jongens heeft me verteld over momenten in de weken voor vertrek dat zij hun emoties niet meer in bedwang hadden. Moe van een oefening thuiskomen, even niet op je hoede zijn, een opmerking die raakt en dan komen ongewild angsten en verdriet naar buiten. Zonder uitzondering schrok het thuisfront daar erg van. Terwijl je zelf die angsten en dat verdriet accepteert als deel van jouw weg.
Vreemd eigenlijk ook hoe het besef van kwetsbaarheid zoals ik het maar noem voortdurend een ondertoon hier op het kamp vormt. Expliciet, omdat veiligheid natuurlijk voortdurend een issue is. Maar ook onderhuids. Bijvoorbeeld als er iemand jarig is en er wordt taart gegeten. "Oh, ik houd toch zo van taart! Heerlijk." "Nou geniet er dan maar goed van. Je weet toch dat het wel eens je laatste zou kunnen he?". Galgehumor.





Nieuwsbrief 10 augustus 2006

Het gaat hier goed met mij. Met de jongens soms ietsje minder. De omstandigheden zijn nog steeds erg primitief en de opdrachten waarmee ze de poort uitgaan steeds veeleisender. Iedereen doet zijn best maar we hebben nog niemand kunnen vinden die ijzer met handen kan breken. Het komt allemaal wel goed. Er wordt hard gewerkt.
De filmavond was een succes. Ondanks dat we geen geluid bij de film hadden want geen boxen. Kun je zien met hoe weinig we hier blij zijn. Er waren hapjes: patat, vlammetjes en meloen en het was vooral gezellig. Overmorgen weer. En dan heb ik in ieder geval 1 box weten te ritselen. We hebben sinds gister beperkt t.v. dus we zijn niet meer helemaal van de buitenwereld afgesloten. Radio Uruzgan lijkt leuk maar ik heb het nog niet gehoord. Weinig mensen hebben een radio maar daar wordt aan gewerkt.

Deze week de voorbereidingen van een groep die de poort uitging met opdrachten gevolgd. Bij de besprekingen geweest. Was erg leuk en nuttig. Toen ze weg waren moest ik steeds aan ze denken. Nu zijn ze daar...als het goed is hebben ze nu dit afgerond want anders wordt het te donker.Via de radio kon ik zo ongeveer volgen waar ze waren.
Gisteren met twee van ons mee geweest naar een aantal Afghaanse militairen met wie wij samenwerken en die een eigen stuk op deze base hebben waar naast Nederlanders o.a. ook nog Australië, VS en dus Afghanen gelegerd zijn. Het was een mooi bezoek. Thee gedronken op het dak van een wachtpost. Mooi uitzicht op de bergen waar langzaam de schemering en dan al snel het duister intreedt maar het was volle maan dus je kon relatief nog ver zien. Ze zeiden erg veel respect te hebben voor onze vrouwelijke militairen. Dat een vrouw als militair überhaupt in dit gebied durfde te komen. Ze stelden het heel erg op prijs dat ik mee was gekomen hen te bezoeken.We praten over de veiligheidssituatie natuurlijk maar ook over hun vrouwen en kinderen. Een van de mannen had twee vrouwen en 15 kinderen waarvan er nu 6 dood waren door allerlei ziektes. Zijn kinderen miste hem en zijn zoontje vroeg steeds wanneer hij naar huis kwam. Toen hij dat zei was hij wat aangedaan. Zijn gezin maakte zich zorgen om zijn veiligheid.
Wij vertelden dat we ook kinderen hadden die ons misten. Mooi om dat te delen. Je voelt je even hetzelfde terwijl je ook zo verschillen bent. Bijzonder bezoek. Het versterkt ook de band die je onderling hebt met het (kleine) bezoekgroepje. De tolk hoort daar ook bij. Dat is een bijzondere, aardige, intelligente kerel die ik al in Schaarsbergen heb ontmoet bij de integratieoefening. Een stukje van het verhaaltje morgen op de radio (1 op de middag) gaat over dit bezoek. Ik liet het de jongens met wie ik gister was vandaag even lezen. Ze vonden het mooi.





Nieuwsbrief 16 augustus 2006

Hier weer een bericht uit het nog immer hete Uruzgan, al wordt de temperatuur met name in de ochtend wel wat minder. Mensen vragen af en toe "wat doe je nu zoal op een dag?". Hierbij een poging tot antwoord.

Ik sta op om 05.00 uur. Dan is het net licht. Dan rol ik onder mijn klamboe vandaan, mompel goedemorgen tegen mijn tentgenoten en ga douchen. We hebben een aantal kleine douchegebouwtjes die ongetwijfeld met veel liefde maar iets minder secuur zijn aangelegd door afghanen. 4 verschillende boilers die schots en scheef naast elkaar hangen, deuren met sloten van bedenkelijke kwaliteit, plastic douchgordijnen van verschillend formaat met kitscherige bloempatronen en veel scheuren en knopen ter reparatie. Als je ze op de camping zou aantreffen zou je accuut rechtsomkeert maken maar aangezien deze camping geen sterren pretendeert zijn we al lang blij als er warm water uit de douche komt. De douches worden redelijk schoongehouden maar met al dat zand in combinatie met water..je snapt het al: een modderbad. De keuze uit w.c.'s is soms ook beperkt. Soms zijn ze verstopt, soms is er een gereserveerd voor mensen met diaree, maar dan zijn er altijd nog de dixies bekend van de bouwvakker in de gouden gidsreclame. Tandenpoetsen, wassen, scheren e.d. is een verbroederende activiteit aangezien ere meestal te weinig wasbakken zijn. Dan doe je alles wat je niet epr se voor de wasbak moet doen op afstand en pas als je echt water nodig hebt doe je een stapje naar voren.

Dan ga ik naar de eettent om te ontbijten. Dat is helemaal goed. Vers afgebakken brood. Afhankelijk van de wel of niet geleverde goederen is er overvloed: kaas, vleesbeleg, zoet, fruit, divers drinken, eitje of schaarste: brood met jam of appelstroop en water. De laatste tijd is er vaak overvloed. Veel mensen missen wel de melk die er vaak niet is. Maar als je dan beseft dat dat komt omdat de melk in jingletrucks zat die tussen een konvooi uitgeschoten zijn en waarbij de Afghaanse chaufeurs zijn omgekomen, dan zeur je wat minder over geen melk.

Dat is al een aantal malen gebeurd. De Afghaanse konvooien van jingletrucks (zo genoems naar de kettinkjes met belletjes aan de onderkant ter versiering) vervoeren onze non-essentiel-goods (melk heeft geen cruciale operationele waarde) en die konvooien worden steeds vaker aangevallen. Niet om de spullen. Die worden in brand gestoken.

Na dit ontbijt heb ik om 06.15 mijn eerste overleg. Mini-bijeenkomst van het sociaal-medisch-team waarin we met een bakkie koffie en een sigaret voor de eettent zitten en even doornemen wat voor dingen er lopen, wat er nieuw bijgekomen is, wie wat doet etc.

Op zaterdag hebben we een uitgebreid SMT. Na de ochtendbijeenkomst ga ik vaak even mailen, zoals nu en wat andere zaken van huishoudelijke aard doen zoals het verzamelen, inleveren of ophalen van mijn was. Die lever je in in een waszak en je kunt hem een of twee dagen later weer schoon ophalen. Op het kamp staan grote containers met wasmachines en de was wordt vooral door locals gedaan. Levert weer werkgelegenheid op. Er is wel altijd iemand die de locals (ook bouwvakkers bijvoorbeeld) die op het kamp werken begeleidt.

Dan heb ik de dagelijkse staf-info-briefing. Iedere sectie geeft een up-date wat er op zijn gebied is gebeurd en staat te gebeuren. Een sectie is een afdeling van de staf die zich met een specifiek gebied bezig houdt. Intell, lopende operaties, logistiek etc.

De briefings zijn vanwege de internationale samenwerking in het engels en dat levert zo nu en dan een ontspannen lach moment op vooral als de gemoederen eerst wat verhit raken en mensen de neiging hebben terug in hun moerstaal te vallen: Well, if you put it thatway sir than I must say I think that is toch wel a little schort door de bocht!

Ik heb al eerder geworsteld met een prettige vertaling van geestelijk verzorger. Al in Nederland heb ik gekozen voor spiritual attendant. Ik vind dat beter dan spiritual caretaker dat door velen met begrafenisondernemer wordt geassocieerd of als chaplain wat religieus is.

Daarna ga ik dingen doen. Bijvoorbeeld bij een debrief zitten van een patrouille die terug is. Ze hebben dan een operationele debrief en we hebben ervoor gekozen om daar regelmatig bij te zijn om een aantal redenen: ze leren ons gezicht kennen en wij dat van hen; we krijgen beeld en geluid bij wat ze buiten de poort tegenkomen; we hoeven niet dat hele precaire moment te zoeken waarop je als hulpverlener erbij komt omdat er 'iets' is gebeurd omdat we er toch meestal al zijn. Overigens komen patrouilles natuurlijk op ieder moment van de dag en nacht binnen en alles dekken lukt niet maar wel veel.

Soms volg ik ook het proces dat aan een opdracht of patrouille voorafgaat. Wat gaan we doen, hoe gaan we het doen, wie doet wat etc. Dat is leuk, dan zegt het je allemaal veel meer als ze terugkomen. Als ze weg zijn kijk ik vaak op mijn horloge: nu moeten ze daar zijn..als het goed is moet nu dat gelukt zijn...leuk.

Ik maak meestal ook in de ochtend een begin met een rondje kamp. Er zijn veel plekken waar mensen even zitten en daar maak ik dan een praatje. Soms doelbewust, soms zomaar. Met soldaten, maar ook met commandanten en met de commandant. We hebben een commandant die goed naar zijn mensen luistert en hun signalen serieus neemt en er ook nog iets mee doet. Ik voel me altijd welkom, als ik echt wil praten maakt hij altijd tijd.

De lunch is tussen 10.00 en 12.00 uur. Meestal met een extraatje. We eten hier kant en klare maaltijden die worden opgewarmd en daar zitten bijvoorbeeld ook extraatjes bij als omelet of poffertjes. Erg lekker. Van Martin Air. Niks mee mis. Na de lunch probeer ik meestal even te slapen. Soms lukt dat niet omdat het druk is. Soms niet omdat het warm is. De airco van onze tent is al dagen kapot. Het is een oude die de amerikanen hier hebben achtergelaten. Zonder airco is het echt bloedheet in de tent. Als ik slaap beweeg ik niet echt, doe niks, maar ik wordt drijfnat van het zweet wakker en drink dan 1,5 liter. Sinds gisteren hebben we als SMT een nieuwe werkplek in een heuse, luxe, gepantserde prefab met airconditioning. Daar lijkt het heerlijk koel maar evengoed gaf de thermometer 35 graden aan. De airco trekt ook zo'n kleine ruimte toch niet helemaal.

Ik heb ook nog een ruimte om te werken in mijn tent. Een tafel waarop ik mijn computer heb staan en waaraan ik bijvoorbeeld aan mijn diensten werk. Dat is wat rustiger dan met z'n drieen in een fab op een computer. Die ruimte gebruiken we ook vooral voor gesprekken die je in alle rust en privacy met mensen willen voeren. En zelfs dat lukt niet altijd. Laatst was de ruimte bezet en ik dacht dat het gesprek wel buiten kon en de man met wie ik sprak dacht dat ook. Tot het moment kwam dat hij moest gaan vechten tegen zijn tranen. Dan is de openlucht iets minder prettig. Maar ja, we mogen blij zijn dat we uberhaupt een werkruimte hebben want veel mensen hebben geen werkruimte. Zelfs de commandant van dit hele spul moet zijn werkruimte voorlopig delen met anderen. Overal zie je plekken waar mensen als kippen in een hok bij elkaar zijn gepropt met bijbehoren geluid. Dat is overigens een van de top drie aan onderwerpen mbt de gesprekken die ik hier voer. De werk- en leefomstandigheden hier. Samen met relatieperikelen en het voelen van je eigen fysieke kwetsbaarheid waardoor je je nog eens extra afvraagt wat je nou echt belangrijk vindt in je leven. In combinatie leiden ze tot de vraag 'Is dit het nou? Is dit het leven dat ik wil?' Meestal is het antwoord 'ja'. Ondanks alles is dit wat ik wil. Maar er wordt ook veel getwijfeld of zelfs besloten 'ik teken niet meer bij'. En wat wil je dan met je leven. Wat zijn je dromen, je verwachtingen. Ik heb ook steeds meer gesprekken met mensen over hun leidinggevende werk. Dat blijf ik leuk vinden. Juist op uitzending. Dan is leiding geven nog eens een extra uitdaging die supercomplex kan zijn.

Ik probeer ook stukken van het werk van mensen mee te maken. Ben al buiten de poort geweest met de mensen om jingletrucks binnen te halen, met mensen mee die de Afghaanse militairen begeleiden om bij hun wachtposten thee te drinken, hang traditioneel veel in de keuken rond, maak coordinerende besprekingen mee etc.

Voor de rest begin ik zo donderdag eens met de voorbereiding van mijn bezinningsdienst die na een tijdelijk gebleken dipje wegens overlappende werkzaamheden weer druk bezocht wordt.(man of 50). Dat blijft altijd weer een bevalling vooral als alle kisten met werkmateriaal in de militaire mist zijn verdwenen. Bijna alles wat ik breng komt uit mijn eigen hoofd. Heeft ook wel wat leuks want nu schrijf ik dus ook maar zelf mijn gedichten en die blijken goed te vallen. Maar ik ben erg blij dat ik gister hoorde dat mijn kisten terecht zijn. Hopelijk krijg ik ze vandaag. Ik hoop dat de waxinelichtjes niet zijn gesmolten. Die heb ik hard nodig. Ik geef in de dienst de gelegenheid een kaarsje aan te steken voor iets of iemand maar de laatste keer was dat op het randje omdat er bijna geen kaarsvet meer zat in de paar waxinelichtjes die ik van Adriaan meekreeg in mijn handbagage.

En dan heb ik ook nog het regelen van de filmavond en mijn wekelijkse stukje voor de radio. Heb ik spijt van als haren op mijn hoofd dat ik dat beloofd heb van die radio.. Ik doe het nog twee keer. Dan stop ik. Heb ik geen tijd en vooral de rust niet voor. Ik zwerf liever rond. En dat doe ik vooral eind van de middag en 's avonds. Avondeten kun je tussen 17.00 en 19.00. Soms eet ik vroeg. Als ik bijvoorbeeld met iemand op stap ga ergens naar toe. Soms laat. Ik eet vaak met Hans de psycholoog met wie ik het erg goed kan vinden maar het maakt eigenlijk niet uit, er is altijd wel een groepje waarbij je aan kunt schuiven. Dat is wel heel erg relaxed omdat je zoveel mensen kent. Want het is natuurlijk ook leuk en goed om zomaar bij een groepje aan te schuiven en kennis te maken maar dat is ook vermoeiend. Ik ken zeker niet iedereen op het kamp. We beginnen nu tegen de duizend man te lopen en dat gaat nog doorgroeien.

Zo tegen een uur of tien rook ik vaak samen met Hans, die samen met de maatschappelijk werker aan de andere kant van de tent in het mannengedeelte ligt, een laatste sigaretje en dan ga ik soms nog even op mijn laptop kijken of er nog mail is (ideaal dat draadloze netwerk) en dan ga ik slapen. Soms heb ik nog geen zin in slapen en dan ga ik wel eens bij een stel jongens twee tenten verder zitten die ook altijd nog laat op zijn en waarvan er een vaak buiten zachtjes gitaar zit te spelen.

Het lijkt allemaal niet zo veel maar mijn dagen zijn echt vol. Ben je toch -met pauzes tussendoor- zo'n 15 tot 16 uur op een dag in touw. Alles kost hier ook niet alleen meer energie maar ook meer tijd. Als je iemand wil spreken moet hem zoeken. De afstanden op het kamp zijn groot. En door de primitieve omstandigheden moet voor kleine dingen soms creatieve oplossingen gezocht worden.

Alleen al zo'n filmavond. Kleine moeite eigenlijk. Je pakt een film een laptop en een beamer, klaar. Mooi niet. Er moeten eerst containers geplaatst worden vanwege de lichtdiscipline. Daar moet je voor bij het logistiek support detachemant zijn. Die zette de vorige keer de boel zo op zijn plek met een ver-reiker, een grote container-plaats-machine. Maar die kan er nu niet meer komen omdat er betonnen platen zijn gestort voor toekomstige prefabs. Dus moet er een hijskraan worden geregeld. Dan moet je een van de twee (!) beamers op het kamp bemachtigen die voortdurend in gebruik zijn voor briefings. Die moeten geinstalleerd worden. Dan heb je nog geen boxen. We hebben nu iets goeds: goede boxen van een persoon, een versterker die op de laptop past van een ander. Die boxen moeten losgekoppeld worden uit de

keuken en verplaatst naar de eettent etc. Gelukkig werkt iedereen perfect mee omdat iedereen de lol en het nut ervan inziet. De vorige keer draaiden we Jarhead (groot succes Rob, ook al hadden sommigen hem al gezien) en echt de hele eettent zat vol. Wel beetje surrealistisch. Zit je met de hele club in een oorlogsgebied te kijken naar een oorlogsfilm waarin de moraal van het verhaal is dat er niks gebeurd.Ik ben benieuwd hoe dat hier zal gaan. De laatste tijd is het rustig. Maar iedereen die het weten kan roept -redelijk gefundeerd- dat dit stilte tussen twee stormen in is. We zullen zien. Met name in de buurprovincie Helmandkrijgen ze het zwaar voor de kiezen. De britten die daar zitten steunen en zuchten onder de belasting. De Canadezen hebben het ook zwaar. We zullen gaan zien hoe het voor ons zal verlopen verder.





Nieuwsbrief 21 augustus 2006

Ik heb het de afgelopen dagen erg druk gehad. Dat van die stilte en die storm dat klopte wel. We hebben een zelfmoordaanslag in Tarin Kowt gehad en een vuurgevecht in Deh Rawod.
Geen slachtoffers. Ho stop. Geen slachtoffers aan onze kant. Wel ernstig gewonde Afghanen (triest) en dode Talibanners (minder triest). Aan onze kant alleen iemand bij wie de kogel in zijn kogelwerend vest is blijven steken en dat levert wel kneuzingen en bloeduitstortingen op maar daar doen we het voor. We hebben alle groepen hier op het kamp die bij de suicide-attack betrokken waren gedebriefd. Kort, simpel. Gewoon als onderdeel van de operationele debrief het er even over hebben samen. Onze jongens waren er niet rechtstreeks bij betrokken. De ware toedracht is nog aan verandering onderhevig maar onze patrouille was in ieder geval niet op de plek op de plek des onheils toen het gebeurde, wel in de buurt.
Ik heb de foto's gezien en dat zijn geen fijne plaatjes zal ik maar zeggen. Er zijn mensen die het lichaam van de aanslagpleger (raar woord, bestaat dat?) en restanten van zijn zelfmoordvest (ook zo'n raar woord) moeten onderzoeken op sporen. Dat lichaam lag zoals we dat noemen 'in hoofdgroepen uiteen'.

Daar was ik dus even druk mee. En tussendoor met weer een stukje voor de radio en met de dienst en met clienten: steeds meer en steeds heftigere problematiek, puur levensbeschouwelijk, zingeving, dilemma's. Voor wat of wie wil ik mijn leven wagen en wat als ik daarin mijn grens bereik?
Ik kan er -op een goede werkbare manier- erg door geraakt worden. Zo jong, zulke zware vragen, zo'n wanhoop, zo'n volstrekt integere worsteling. De ironie wil dat dit soort worstelingen van anderen mijn eigen gevoel van zingeving sterk in positieve zin beinvloeden omdat ik het gevoel heb dat ik de anderen echt iets te bieden heb. Verhelderen, onderzoeken, natuurlijk in omgekeerde volgorde.
Ik had het kaartje van het model dat we de afgelopen inhoudelijke conferentie kregen van filosofe Jos Delnoy bij me en dat heb ik al een paar keer gebruikt. Het model is simpel. Daar kunnen soldaten wat mee. Met een stappenplan. Het is een model om een keuze te maken in een moreel dilemma.
Dan loop je samen alle stappen door. Tijdrovend, zwaar, het gaat diep. De dilemma's zijn van behoorlijk gewicht en de besluiten niet eenvoudig. Het steunen is belangrijk. 'Ik blijf naast jou staan, wat jouw beslissing ook gaat worden.'

Ik wordt ook meer en meer om advies gevraagd in religieuze zaken. Een
luitenant riep: Kan iemand in vredesnaam eens uitzoeken wanneer die mensen hier bidden want ik kan er geen peil op trekken het lijkt wel steeds verschillend. Een patrouille wordt namelijk vrij spichtig als ze de straten ineens leeg zien worden. Dat kan twee dingen betekenen: ze gaan bidden of er gaat iets fouts gebeuren.
Ik zei dat de gebedstijden inderdaad schuiven en heb hun de regels gegeven zodat ze op basis van zonsopkomst etc. kunnen weten wanneer de gebedstijden zijn. Ik heb er nog wat tips en waarschuwingen bij gedaan over de relatie tussen islamvoorschriften en gewapende strijd waar ze blij mee waren. Toen kwam Psyops (psychological operations) die met een soldies-informationcard voor de ramadan bezig was. Of ik die wilde controleren. Daar stonden inderdaad veel fouten en onduidelijkheden in die ik er uit heb gehaald. Wel leuk.

Als ik verder typ aan deze -die ik op zondag startte- is het alweer maandag.
Het is echt druk. Op het ogenblik kan mijn computer de draadloze verbinding met de server niet vinden. Hopelijk is er niet weer een black hole. Ik hoor het wel. Niet zoveel zin om naar de andere kant te lopen. Blijf lekker even typen. Overigens is het niet zo dat het hier enkel en alleen heftigheid en gevaar is. Bij ons valt dat nog steeds erg mee. Het zijn vooral de Britten, Canadezen en Engelsen die de klos zijn. Ze worden met de regelmaat van de klok binnengebracht bij het Amerikaanse ziekenhuisje op het PRT-gedeelte van het kamp. Het PRT, het provinciaal reconstructie team werkt op een apart gedeelte van het kamp waar ook nog een Forward Surgical Post is van de Amerikanen. Onze jongens werken daar zo ongeveer naast en de jongens op de toren zien de gewonden onder hun neus uitgeladen worden. Best heavy soms. Ze worden in het ziekenhuisje geopereerd en vandaaruit verder vervoerd het gebied uit. Ze komen nog niet bij ons ziekenhuisje binnen. Tot teleurstelling van onze medici die ook graag de handen uit de mouwen willen steken. Maar de medevacs (sorry, uitleg, dat zijn heli's die gewonden afvoeren) zijn zo gewend de slachtoffers daar af te leveren. En ons ziekenhuisje is pas net operationeel, dus. Maar goed, niet alles is kommer en kwel. We boeken de laatste tijd af en toe successen in het opbouwwerk. Soms worden er belangrijke stappen gezet. Taliban-aanhangers die het vechten zat zijn. Zo hier en daar begint er wat licht door de deur te komen.





Nieuwsbrief 30 augustus 2006

Sorry dat ik al even niet heb gemaild maar we hebben het echt druk. Van het een in het ander. Dingen als ziekenbezoek enzo schieten er vaak bij in. Als er dan een teleurgesteld gezicht komt met "Ik heb vier dagen in het ziekenhuisje gelegen. Ik had eigenlijk gehoopt dat u me wel op kwam zoeken", dan vind ik dat sneu. Er is ook een Afghaanse tolk met een schotwond opgenomen. Zo eenzaam lijkt me. Niet je moerstaal kunnen spreken, helemaal alleen. Hij vond het wel fijn dat ik even kwam kletsen geloof ik. Zal eens kijken of ik niks te lezen kan krijgen voor hem in dari of pashtu. Ben ook bezig met iemand die echt heel erg ziek is en op de intensive care ligt. Hij zal al snel naar Nederland worden vervoerd. Brengt veel onzekerheid voor hem met zich mee. Wat heb ik precies en hoe loopt dit af. Klote als je zo ver van je familie vandaan zit die zich ook mega-zorgen maakt.

Ik ben afgelopen week voor het eerst meegegaan op patrouille. Is goed bevallen. Zoals ik al dacht geeft dat toch weer een andere blik op alles. Nu de jongens weten dat ik ook de poort uit ben geweest praat het soms makkelijker. "Was u niet een beetje bang?" "Nou tijdens de patrouille niet maar vooraf was ik wel wat gespannen." "Ja precies, dat hadden wij ook hoor." Een tolk met wie ik goed op kan schieten zei bij vertrek: "Is this your first patrol? Don't be scared. You are a brave woman." Zo lief, al die geruststelling terwijl ik eerlijk gezegd niet bang was.  Het was goed om te zien hoe alert ze de patrouille uitvoerde, hoe ze omgingen met threatwarnings (waarschuwingen vanuit de base), met de locals. Het was heerlijk om door het groene gebied bij de rivier te lopen en het heldere water in een beekje te zien. Je bent behoorlijk opgetuigd (kogelwerend vest, jas, opvest met zooi, helm, wapen, etc.) dus je zweet best wel. Ik had erg veel zin om in dat beekje te gaan liggen maar dat is dus geen optie. Het was een korte, grotendeels bereden patrouille dus niet vermoeiend maar toch, als je dan totaal doorweekt weer terug op de base komt en je hangt af dan wil je achterover leunen en niet weer op wacht gaan of je volgende opdracht gaan voorbereiden. Ik zeg wel dat ik het druk heb (is ook zo) maar de jongens hebben het de afgelopen weken echt heel erg druk gehad. Te druk vind ik. Vinden meer mensen. Ik heb er met verschillende mensen over gesproken en er is een officieel advies van het SMT (sociaal medisch team) gekomen waarnaar gelukkig geluisterd is. We hebben nu zondagochtend tot 11.00 uur low-ops (wie vrij kan nemen mag uitslapen, er worden geen briefings gepland) en er komt iets meer lucht in het programma. Was hard nodig.

We staan voor weer een hele nieuwe uitdagende fase in onze missie. Soms als jongens in de nacht of ochtend ergens heen vertrekken praat ik nog tot 's avonds laat met ze.  Ik kan er niet de goede woorden voor vinden nu in deze mail maar die gesprekken gaan tot op het bot. Terwijl ze ergens zo simpel zijn. Soms is de waarheid niet ingewikkeld op het moment dat je haar accepteert zoals ze is.  Majoor wilt u deze brief voor mij bewaren? Ja.

Mark heeft zondag voor het eerst een kerkdienst gehouden. Daar zaten een aantal mensen echt op te wachten. Maar er waren ook mensen die het jammer vonden dat ik het niet deed omdat ze mijn diensten heel goed vonden maar geen kerkelijke dienst wilden. Dat vond ik eerlijk gezegd wel fijn. Dat er ook een specifieke behoefte was aan de eigenheid van mijn diensten. Dat er behoefte is aan iets echt kerkelijks, is logisch. Dat ligt bij mij vanuit de traditie toch wat minder vanzelfsprekend. Dus dat deed me goed. We doen voortaan de diensten om en om. Is wel prettig eigenlijk. Het is toch niet niks, iedere week weer met iets goeds, zinvols, leuks te komen. Dat Mark hier is, is trouwens erg fijn. Het blijft bijzonder in positieve zin om samen met een collega op een plek te zitten. Het werkt ook goed. Er is meer dan werk zat. En zo kom je ook nog toe aan dingen mee doen. (Patrouille, konvooi etc) Je versterkt elkaar ook in de positie van de GV. Weet niet goed hoe ik dat uit moet leggen. Je kunt gewoon meer. We doen nu ook iedere dag bij de ochtendbriefing een afsluiting. Iets moois, of grappigs ofzo zeggen. Dan staat er op de powerpoint-slide 'saying of the day' en dan sluit de GV af.
Vannochtend vergat de chef staf het en wenste iedereen een een fijne dag. Waarop ik promt beide armen in de lucht stak en riep: Ho. Ho, dat gaat niet lukken zonder saying of the day. Iedereen lachen. Ze vinden dat de chef staf voor straf zaterdag geen film mag kijken.

Ik had vandaag: LICHTDISCIPLINE:
TK VERBODEN GEBIED VOOR ZWARTKIJKERS
Iedereen vond hem erg leuk. Misschien moet ik hem voor jullie even uitleggen. Lichtdiscipline houdt in dat hier geen wit licht op de base mag schijnen. Alleen een zwak rood of blauw lichtje is toegestaan. Zwartkijkers slaat een beetje op alle soorten kijkers die militairen gebruiken zoals infrarood- warmte- etc. TK is uiteraard onze base.
Vond hem ook wel leuk verzonnen van mezelf. Ik kan dat namelijk helemaal niet goed. En ik ben dus blij dat Mark en ik elkaar in dit soort zaken kunnen afwisselen.
Hierbij trouwens een oproep: alsjeblieft als je nog iets leuks, spits, wijs, prikkelends aan uitspraken hebt, van jezelf of van anderen, mail hem dan naar mij want het is bepaald niet simpel iedere twee dagen met iets spitsvondigs, ontroerends of grappigs te komen.

De film zaterdag was weer een succes. Tot mijn verrassing bleek de gekozen film enorm aan te slaan. Mister Deeds. Over een wat naieve, want uit een eenvoudig dorpje afkomstige jongeman die ineens een fortuin erft wat een paar schurken van het bedrijf dat hij erft hem afhandig proberen te maken. De jongeman wil niets meer dan een lief meisje en de vriendschap van alle mensen die de moeite waard zijn. Wat uiteindelijk lukt en de schurken worden ontslagen. Zo'n film waar het recht, de eenvoud en de goedheid zegeviert opgeleukt met veel echte humor. Ik vond hem leuk maar dacht dat de jongens hem wat soft zouden vinden. Niet dus. 'Goeie keus, majoor', 'Toffe film, majoor', 'Daar was ik nou echt aan toe, zo'n feel-good-movie', en toen begreep ik hem. Ze hadden behoefte aan feel-good. Even vertoeven in een wereld die grappig is en lief, waar de schurk zijn verdiende loon krijgt en de held een goeie vent is die uiteindelijk zijn lieve meisje krijgt. Overigens heb ik wel gezegd dat ik de film niet zelf had uitgekozen. Ik had iemand wel uitgelegd wat ik zocht: comedy, even echt relaxen.

Dat was het wel weer. Tot mails! (Zou trouwens best wat meer mail willen. Is iedereen ondergedompeld in de overgang vakantie-werk ofzo???)




Nieuwsbrief 3 september 2006

Nou, dat mocht even duren voor ik weer kon mailen. Ik was net aan een vrolijk mailtje begonnen met allerlei gebabbel over interviews en foto's voor de Libelle en toen gebeurden er een hoop dingen waardoor ik het even te druk had. Heb dat mailtje maar gelaten voor wat het was want het klopt niet meer met het beeld van hoe het nu is.

We hebben de eerste raketaanval (en inmiddels ook de tweede) op ons kamp gehad. Niet fijn. We waren juist zo blij dat tot nu toe alle shit zich buiten de poort afspeelde en dat je op de base in die zin rust had. Dat is voorbij. Niet dat de raketaanvallen erg heftig waren. Er zijn geen slachtoffers, er is niet eens schade, het stelde uiteindelijk niet veel voor, maar wat dus beschadigd is, is een soort van gemoedsrust. En trouwens ook letterlijk je nachtrust want je moet wel je bed uit. Als je de klappen al niet hoort (de ene keer is het niet te missen zo hard, maar als ze wat verder weg vallen hoor je alleen een doffe boem waar niet iedereen wakker van wordt) dan wordt je wel wakker van het alarm, een sirene. Dan ga je snel je bed uit, scherfvest aan en helm op en dan dekking zoeken in een soort van bunkerachtige plekken. Daar wacht je verdere instructies of einde alarm af. Dan koppen tellen, is iedereen er nog. Dan kun je weer verder gaan slapen.

Eergisteren, bij aanvang van de dag, werden we geconfronteerd met een zelfdoding. Een sergeant van de genie die bij velen erg geliefd was. Hij heette Willem. Zijn keuze kwam voor ons allemaal hier echt als donderslag bij heldere hemel en hij laat ons achter met veel vragen en verdriet.
Als SMT hebben we zijn club opgevangen en Mark en ik hebben samen met mensen van zijn eenheid een afscheidsdienst voorbereid. Samen naar de muziek luisteren die op zijn mp3-speler staat, herinneringen komen boven, wie wil iets zeggen...het was goed.
Er is op zo'n moment vreselijk veel te regelen en te doen en iedereen werkt perfect samen. Je wilt zo graag dat het een waardig afscheid wordt. Dat is het geworden, daar was iedereen het over eens. En intussen zaten onze jongens in een giga-TIC (troops in contact) niet ver van de base. Terwijl ze in het ziekenhuisje een condoleanceruimte aan het inrichten waren om afscheid van Willem te nemen, stroomden de slachtoffers en doden van de TIC binnen (geen Nederlanders maar ANA, het Afghaanse leger met wie wij samen in gemengde groepen optreden en locals die als gevolg van collateral damage gewond of gedood waren). Het was wat ze noemen een MASCAL, een calamiteit die zo groot is dat alle enigszins medisch onderlegd personeel op de base wordt opgeroepen om te helpen.

Het was een idiote dag waarin alles tegelijk leek te komen. Want er waren natuurlijk ook nog mensen die met dingen zaten die wel urgent waren maar niet met de dood van Willem of met de TIC te maken hadden. "Het enige dat nog ontbreekt is een volgende raketaanval", zei iemand. Dat had hij nou niet moeten zeggen! Die nacht twee keer. En ik lag al zo laat op bed. Was tot zo'n uur of twee bezig geweest, lag net goed en wel te slapen. Niet fijn. En toen weer terug naar bed. En dan net in slaap zijn en dan weer. Het was bijna niet de moeite om daarna nog te gaan slapen want ik moest weer heel vroeg op om alles voor de afscheidsdienst te gaan checken. Ik ben al zo'n control-freak en zeker bij dit soort dingen.We hebben een dienst gehouden in een hele grote (en toevallig nog lege) luchtmachttent. Het was goed. De jongens zeiden mooie dingen, er was mooie muziek, er was ruimte en vorm om een beetje lucht te geven aan alle gevoelens die er waren.
Toen het was afgelopen was ikzelf ook wel even heel treurig. Even met een sigaretje op een plekje alleen. Ik kende Willem niet goed, hij was niet van luchtmobiel, maar hier kletsten we wel eens wat en ik vond het een aardige vent. Iemand zag het een pakte even mijn hand. Dat was fijn. Tot dan toe was ik gefocused geweest op de groep. Daarna ook weer. En er kwam nog een ramp-ceremonie: het overbrengen van de kist met het stoffelijk overschot in het vliegtuig. Daar spraken de verschillende commandanten (C-TFU, C-CONTCO en C-11Geniecie) en dan wordt het Wilhelmus gespeeld en toen sprak ik en daarna werd The Last Post gespeeld en daarna werd de kist het vliegtuig in gedragen. Nog een fly-over en toen was het voorbij. Nou ja, voorbij.Er is nog veel verdriet en boosheid. Sommigen krijgen wel erg veel voor hun kiezen.Veel gesprekken naar aanleiding van alles wat er de laatste dagen is gebeurd.

Ik zou nog uren kunnen schrijven maar dat ga ik even niet doen. Oh ja, bij de uitzending de 16e geloof ik van RTL over Uruzgan zitten ook beelden van een dienst van mij. Een klein stukje maar hoor. Ze volgen iemand die ook altijd naar mijn dienst komt. De cameraman zei dat het mooie beelden waren. Fijn.

Dit was het dan weer. Ik snap dat het altijd onvoldoende is en dat mijn mail lang op zich liet wachten. Zal de volgende keer toch sneller in ieder geval iets van me laten horen. Groeten en liefs allemaal.






Nieuwsbrief 6 september 2006

Het zijn turbulente tijden voor ons. De dingen zijn aan alle kanten in  beweging. In de pers lazen jullie al dat we ook buiten Uruzgan steun geven.  Slecht idee, mailen sommigen mij. Ik weet het niet. Mijn criterium ligt in ieder geval persoonlijk bij wat mogelijk is. Als we het kunnen moeten we het doen. Zijn jullie bang dat als jullie de Britten en Canadezen niet helpen, zij jullie niet meer helpen?, vragen sommigen. Nou dat heeft voor mijn gevoel wel iets met elkaar te maken. Niet zozeer met 'gelijk oversteken', maar wel met verbondenheid. Ooit zei het me echt niks hoor, al dat coalitie-gedoe. Maar gaandeweg besef je hoe afhankelijk je soms van elkaar bent. Dat idee van wij claimen een stukje Afghanistan en bouwen daar ons kampje met onze spulletjes en onze mensen en doen daar onze dingetjes zo werkt het niet. Praktisch niet maar ook steeds meer gevoelsmatig niet.

Enkele dagen geleden kwamen er hier bij ons ziekenhuisje gewonde Canadezen binnen. Ze waren gewond geraakt na een dag van actie met zwaar vuurcontact, een nacht rust en toen een 'blue on blue'. Dat betekent dat eigen troepen (per ongeluk) op elkaar schieten. Ik neem aan dat jullie er over hebben gelezen in de pers. Nou over coalitie-partners gesproken: die mannen die dan totaal kapot binnen komen, dat blijven als je aan hun bed zit voor ongeveer 30 seconden buitenlanders en daarna doet dat er niet meer toe. Ik heb veel en lang met ze gesproken. Ze hebben zoals ze zelf zeggen 'de hel meegemaakt' en als ik hun verhaal hoor kan ik dat alleen maar bevestigen. Een dag van zwaar vechten, collega's om je heen zien sneuvelen, doodsangsten uitstaan en dan uiteindelijk denken dat je veilig bent. Naast of in je voertuig slapen en dan wakker worden van zwaar vuur (boordkanon A10-vliegtuig) van de amerikanen die op je schieten. Overal gewonden, gillende mensen, paniek. Een nachtmerrie. Een van de mannen verloor zijn chauffeur in die actie. Een ander had een aantal vrienden onder de doden de dag ervoor. Ze sneuvelden voor zijn ogen, op een rottige manier. Hij heeft er nachtmerries van en veel verdriet. De meesten hebben het zwaar. Ik ben er veel. Ze vragen veel naar me. De meesten zijn nog jong, eerste missie, maar ook de oudere sergeant (zesde missie) is er stuk van. Ik zit en luister, veeg af en toe over een wang zodat de tranen vrij baan
hebben. Ik bevestig, verhelder en troost. In het begin was er paniek, toen verdoving, later- toen ze na uren van operatie e.d. naar huis konden bellen-, was er erg veel emotie. "This was the first time I heard my father cry".
En bij sommigen al meteen de vraag: Why this? Why now? Why me? Je kreeg de zingevingsvragen meteen op een presenteerblad. Met een enkel woord kun je daar ook al wel iets mee in zo'n pril stadium. Later kwamen de nachtmerries, de boosheid (bij sommigen al meteen) op de amerikanen en op hun meerderen die ze misschien na genezing wel weer terug het veld in zouden sturen.
Het is wel bijzonder. Ik droom inmiddels in het engels.

Vanmorgen was er wel een heel bijzondere sfeer. Een aantal mocht door naar Kandahar. Ze zaten buiten te wachten op de ambulance die hen naar de heli zou brengen. In bij elkaar gesprokkelde kleding. Nederlandse uniformen, één canadees rangonderscheidingsteken (Doe dat dan ook maar af. Nee!), een enkele canadese schoen, de ander was kwijt, een bebloede canadese vlag op de arm, alles in het verband. In een rolstoel of op krukken. We zaten buiten op een soort van terrasje bij het ziekenhuis. Artsen, verpleegkundigen etc. Een van de jongens had van de arts een gitaar te leen gekregen. Hij speelde zacht gitaar. Iedereen was stil. Het was zo mooi. Het afscheid bij de heli was hartelijk. De andere drie gaan hopelijk later. Zij zijn het zwaarst gewond maar hebben het ook emotioneel het zwaarst. Ik ga straks weer langs.
Was trouwens wel mooi. De chirurg stond ergens op het kamp met iemand te praten toen ik erbij kwam staan. Zijn gesprekspartner zei: u heeft er uw handen vol aan. Ach, zei de chirurg, ik denk dat deze dame hier er het meeste werk aan heeft en toen kreeg ik een aai over mijn bol. Dat vond ik zo'n warm gebaar. Het had zoiets moois dat besef van heelheid, lichaam en geest, allebei gewond. De samenwerking die ik met de mensen van het ziekenhuis heb is in talloze opzichten geweldig. De mensen in het ziekenhuis hebben hun handen vol. Ik heb nog niet eens geschreven over onze eigen gewonde. Dat komt omdat het alweer even terug lijkt. Ik kan wel 20 pagina's mail typen. Heb ik geen tijd voor. Wil ik niet.

En ja, ik praat over de Taliban als vijand. En ja ik weet dat dat ook mensen zijn. Maar dat kan ik slechts op enkele momenten werkelijk voelen. Als je praat over 'çonfirmed kills' bijvoorbeeld met degene die schoot. Dan is dat aspect er ook. Dat is complex maar het klopt met wat er op dat moment is. Dat ligt anders op het moment dat je hoort dat onze jongens (en Mark!) zwaar onder vuur liggen op Martello. Dan is er alleen de absoluutheid van de vastberadenheid: we slaan terug, zo hard mogelijk. Ik sta er ook achter dat we de Taliban uitschakelen. Want dat is het. Het is ook doden ja. Maar het doel is uitschakelen. Daar is het je om te doen. Ik snap het eufemisme en ik gebruik alletwee. Als je met iemand individueel praat over concrete situaties en het gevoel daarbij dan heb je het over iemand doodschieten. Daar draait het dan namelijk ook om. Met alle tegenstrijdigheden die daarbij horen. Je schakelt dan niet alleen Taliban uit, je doodt een mens. Maar als je het over acties hebt dan gaat het om het doel. En ik sta achter dat doel. Ik ben me bewust van de beperktheid van mijn eigen blikveld en dus van mijn eigen gelijk. Maar waar de Taliban voor staat en wat ze in de weg staat, doet mij de andere kant van de streep kiezen.  Met aarzelingen en met behoud van twijfel omdat ik ook de wijsheid niet in pacht heb en vermoed dat er geen eenduidigheid kan bestaan in deze. Maar in de praktijk van alle dag kies ik positie, omdat ik hier nu eenmaal
ben. Ik kan er niet buiten blijven, ik zit er midden in.

Ingeborg





Nieuwsbrief 11 september 2006


Met mij is alles goed. Het is even wat rustiger op het ogenblik. Ik heb afgelopen week heel even in het ziekenhuis gelegen. Klinkt spectaculair, is het niet. Was gewoon tegen een virusje opgelopen dat mijn maag steeds omkeerde en me duizelig maakte. De artsen vonden het wat heftig en wilden me toch even daar houden. Was eigenlijk ook wel fijn anders lig je zo in je tent te prutsen. Maar ik was eigenlijk na één nacht alweer veel beter en na twee dagen dagen helemaal. Ik heb wel goed bij kunnen slapen en zeg nou zelf: ontbijt op bed, veel gezellig bezoek en absoluut vertroeteld worden, wie wil dat nou niet...
Nou ja, eerlijk gezegd moest ik wel even mijn best doen om het los te laten. Was wel lachen: lig ik daar met volle kracht over te geven, hoor ik de medevac over komen terwijl ik wist dat onze jongens in een TIC zaten. Tegen de verpleging: 'Zijn dat onze jongens?' Verpleging streng: 'U bent ziek!' Nog eens: 'Zijn dat onze jongens?'Verpleging: 'Zucht, o.k., ik ga het wel vragen'.Het waren onze jongens dus niet. Het gaat eigenlijk wel goed op het ogenblik. De Canadese gewonden zijn weg. Het afscheid was hartelijk. Eigenlijk is er dit keer niet zoveel bijzonders te vertellen. Het gaat overal goed. De meesten lijken alles redelijk te trekken. Een enkeling niet.


Mijn bezinningsdienst Zondag was leuk. Ik had niet zoveel voorbereidingstijd gehad maar het was wel o.k. Leuk was dat ik het thema de hele dag terug kreeg: Ik ook van jou..
Ik had het over liefde, hoe ieder mens daaronder gedijt, het zo broodnodig heeft. En dat de meeste militairen het bijzondere aan uitzending toch vinden dat gevoel van saamhorigheid, verbondenheid op een hele intense manier. "Het zal natuurlijk wel te soft zijn jullie te vragen om morgen tegen je collega te zeggen ik ook van jou..(iedereen lachen) maar misschien kun je het dan een keertje denken. En jawel hoor, de rest van de dag klonk het overal Hey kapitein, hey korporaal, ik ook van jou.. Ik werd er helemaal vrolijk van.Hieronder het verhaal over gebeurtenissen op het kamp dat ik iedere week schrijf voor de bezinningsdienst en dat deze keer in het rol 2- ziekenhuis speelt.

Ze stond even buiten op het terras bij het ziekenhuisje en schonk zichzelf een kop koffie in. Ze keek omhoog; de sterrenhemel was weer schitterend vanavond. Het was rustig nu. De afgelopen dagen waren druk geweest. Buiten de normale opnames met een virusje hier en daar waren er nog meer patiënten geweest.
Een Afghaans jongetje dat in een waterput was gevallen en dat was gered door de jongens uit Deh Rawod. 4 Jaar was hij, zeiden ze, maar ze kon het nauwelijks geloven. Hij ws zó klein. Als hij huilde klonk hij nog zo jong. Ze had hem verpleegd tot hij voldoende hersteld was om terug naar huis te gaan. Ze vroeg zich af hoe hij alles had ervaren: de schrik, de militairen, de medevac-helicopter, de vreemde mensen in het ziekenhuis die zijn taal niet spraken.
Gelukkig bleef een glimlach en een liefdevolle blik in alle talen gelijk. Dat had ze wel gemerkt bij de Canadese gewonden die tegelijkertijd waren opgenomen.
Aanvankelijk viel er weinig te lachen. Ze hadden pijn, ze waren bang. Ze herinnerde zich een zin: I've been in hell. Ik ben in de hel geweest. Ja, dat geloofde ze. Chaos, pijn, vrienden die sneuvelden, angst. Ze had de verhalen gehoord. Flarden. En ze had ze verpleegd, met liefde én humor. Want de meesten knapten al snel wat op en wat doet een herstellend militair liever dan flirten met een verpleegster. Wel leuk. Ze was blij als ze de jongens vrolijk zag. Ze had ook hun tranen en hun nachtmerries gezien. Iedere lach die ze op hun gezicht kon toveren was er één! Toen ze weggingen was het afscheid hartelijk geweest. Wel mooi. Bij vetrek droegen ze Nederlandse uniformen, want van hun eigen kleding was weinig meer over. Dat was tekenend: het had niet uitgemaakt, nationaliteit. Een mens was een mens en had toewijding en liefde nodig. Dat ging haar makkelijk af; ze hield van mensen, Nederlander, Canadees of Afghaan. Hoewel..een gewond Afghaans jongetje was één maar als ze nou eens ooit gewonde Taliban zou moeten verplegen? Dat zou kunnen..detainees. Dat waren evengoed mensen. Zou ze het kunnen opbrengen om dat te blijven zien? Zou ze in de ogen van een
mens kijken of in het gezicht van de vijand?
Ze hoorde wel eens dat sommige van die OMF-mensen geronseld werden met chantage: mee en vechten of je familie gaat er aan. Afschuwelijk leek haar dat. Een fractie van een seconde verscheen het gezicht van haar broer voor haar ogen. Stel je voor...Maar dat was echt niet bij allemaal zo. Er waren er ook die uit overtuiging vochten of voor geld, ja, vast ook heel veel voor geld, gewoon als beroep net zoals..uh..nou ja...net zoals onze jongens eigenlijk...dus.ook wel...Jakkes wat zat de wereld soms ingewikkeld in elkaar!
De ogen van een mens of het gezicht van de vijand. Misschien zou ze allebei zien. En ergens..ergens vertrouwde ze er op dat ze ook deze mens liefdevol zou verplegen.

Ingeborg





Nieuwsbrief 15 september 2006

Dit wordt voorlopig even de laatste mail want ik ga tijdelijk naar een andere plek waar je niet kunt mailen. Ik ga zo pakken. Hoe minder je mee kunt nemen hoe meer ik moet nadenken.Hoewel, veel ligt toch wel voor de hand. Kleren, militaire spullen en foto's van mijn liefsten.

Eigenlijk is er niet zoveel bijzonders te melden. Wat speelt er de laatste dagen...veel persoonlijke dingen, thuis gaat het leven gewoon door met alle blijde maar ook verdrietige dingen en daar worden de mensen hier ook mee geconfronteerd. Soms is dat lastig, als thuis dingen niet goed lopen en jij je er graag mee wilt bemoeien, maar dat vanuit hier niet goed kunt. Dan kan iemand zich best geirriteerd en machteloos voelen. Het is moeilijk als je weet dat iemand thuis verdriet heeft en je bent er niet om te troosten. Het is moeilijk als je zelf verdriet hebt en je kunt het niet delen met de mensen die jouw het dierbaarst zijn. Dan wordt de afstand pas echt in zijn volle omvang gevoeld. Dat zijn de momenten dat ik wilde dat ik een toverstokje had om mensen heel even bij elkaar te brengen.
Voor de rest ben ik erg blij dat we een extra werkruimte krijgen of had ik dat al geschreven? We hadden echt gebrek aan mogelijkheden om met mensen privacy te praten omdat we met z'n vieren een ruimte moeten delen. Dan zit je net midden in een vrij emotioneel gesprek en dan komt iemand anders met een client die accuut nu moet bellen omdat er thuis iets aan de hand is bijvoorbeeld. Dat is dus k... Maar goed, we hebben nu dus, of krijgen vandaag of morgen, een extra ruimte.

Ik maakte er vanmorgen bij de saying of the day een grapje over: ik heb een extra werkplek gekregen, eindelijk, dus morgen vertrek ik naar.En vervolgens laat ik de saying of the day op scherm zien: Only fools throw away the anchor when there is no storm. Sommigen vatten dat toen op alsof ik vond dat ik hun anker was. Ik kreeg het schaamrood op mijn kaken. Dat was absoluut niet wat ik bedoelde. De ene opmerking had gewoon niks met de andere, the saying of the day te maken.
Gelukkig vatte niet iedereen het zo op maar ik heb het nog wel met een aantal mensen gecheckt en gecorrigeerd. Zo vervelend als iets totaal verkeerd overkomt. Merk nu dat ik niet echt met mijn hoofd meer bij deze mail ben. Moet nog wat dingetjes regelen enzo. Ga ik maar doen.

Ingeborg





Nieuwsbrief 3 oktober 2006


Zo daar was ik weer. Terug van weg geweest. Leuk dat er bij terugkomst
zoveel mailtjes waren met 'waar blijft je nieuwsbrief?'.
Ik heb twee weken op Martello gezeten, een kleine FOB (Forward Operating Base) langs de route van Kandahar naar Tarin Kowt, die we tijdelijk hadden overgenomen van de Canadezen. Nederland heeft daar in totaal 4 weken gezeten en halverwege werd de club voor het grootste gedeelte afgelost en toen ben ik mee gegaan om mijn collega de dominee af te lossen. Het was bijzonder om daar te zijn in veel opzichten.
De omstandigheden zijn heel wat primitiever dan op TK. Iedereen slaapt bij de wachtposten die over het kampje zijn verdeeld. Achter en tussen dekkingen van zandzakken en hescowallen knutsel je je onderkomen van zeiltjes en een veldbedje. Het eten bestaat uit rantsoenen die je zelf op een brandertje klaarmaakt. Douchen kun je af en toe en dan kort: natmaken, inzepen, afspoelen. WC's zijn zelfgebouwd boven een poepton die iedere dag wordt verbrand. Op zich niks mee mis daar is iedereen het over eens. De sfeer onder dat soort primitieve omstandigheden is misschien wel beter dan op een luxere locatie.
Een ander verhaal was de dreiging. Zoals jullie vast al eerder in het nieuws hebben gehoord is Martello fors aangevallen op 4 september. Vuur van echt alle kanten en dan niet alleen met klein kaliber wapens (geweren) maar ook veel grover spul. Dat is goed afgelopen. Deels omdat we geluk hebben gehad, voor een veel groter deel omdat er goed is gehandeld. Maar dat hakt er toch wel in.
Zoals gezegd werd die club afgelost maar slechts voor een deel. Een ander deel bleef en dan is vier weken lang. Tegen de tijd dat de spanning bij hen net een beetje begon te minderen kregen we een aanval met raketten en de dag daarop weer. Dan schiet de spanning meteen weer omhoog. En die mindert niet echt. Aangevallen worden op je eigen base is ook nog anders dan buiten de poort. Je blijft continu alert op iedere knal, ieder geluidje. Ik haalde het bijvoorbeeld niet in mijn hoofd om een foto met flits te maken zonder eerst te waarschuwen. Toen iemand dat wel deed lag meteen een hele groep in dekking onder de tafel. Mensen slapen 'met een oog en een oor open' en in combinatie met versnipperd slapen/waken door je wachtschema is dat een energievreter.

Het was goed om daar te zijn. Ik heb veel zinvolle gesprekken gehad. Zo intens je eigen kwetsbaarheid voelen, vaak voor het eerst, brengt veel vragen en gevoelens met zich mee. De manier waarop dat een plek wordt gegeven  kent vele gezichten. Een opmerking zomaar tussendoor, heel veel humor, reconstructies, mijmeringen, onderlinge gesprekken, het herkennen van emoties, het herkennen van reacties die nog blijven hangen. Ieder op zijn eigen manier in zijn eigen tempo. Met de meeste gaat het nu goed, een enkeling trekt het slecht of niet. Veel militairen zijn eigenlijk wel benieuwd hoe ze zich zullen houden onder vuur. Je weet inderdaad pas wat het is als je het meemaakt en de meesten zeggen 'dat hoef ik niet nog een keer'. Ik had nog nooit een mortier afgevuurd zien worden en nu heb ik er heel wat zien gaan en heb gezien hoe indrukwekkend snel en soepel er contact wordt gelegd met de vliegtuigen die close air support komen geven. Knal...dekken en schrikken..en dan zie je ineens een goedgeoliede machine zijn werk gaan doen. Tot mijn verrassing voelde ik later twee dingen die best wel verschillend zijn naast elkaar: enerzijds compassie met die mannen die eigenlijk al genoeg gehad hadden, de neiging om mijn armen om ze heen te slaan en de wens om te kunnen zeggen dat ze nu veilig en rustig mochten gaan slapen en anderzijds een diep respect voor de rust en de vastberadenheid en professionaliteit die boven kwam drijven toen het nodig was.
De raketten kwamen tot twee keer toe mijn bezinningsdienst verstoren. De eerste keer was ik net de spullen aan het klaarzetten toen ik een fluitend geluid over de tent hoorde komen gevolgd met een knal. Ik keek twee jongens aan die bij mij in de tent stonden en zei 'dit is niet goed' en dan pak je meteen je kogelwerend vest en je helm en je zoekt dekking. Tussen twee knallen door roept de kapitein naar me: 'Is het goed dat we je bezinningsdienst even uitstellen?' Dat bedoel ik dus met humor. Toen ik de volgende dag een nieuwe poging deed begon de dienst goed. Eerste nummer, eerste gedicht, en precies in de goede cadans na de laatste regel: BOEM. En daar gingen we weer. Mortieren, close air support. Toen alles achter de rug was kwam er iemand zijn hoofd om de hoek steken: gaan we nog door met die bezinningsdienst? Tuurlijk. En toen hebben we het afgemaakt.
Die nacht ben ik op O.P. Noord gaan slapen, een buitenpost die de raketten echt voor de voeten kreeg. 's Nachts samen op wacht praat het toch weer anders. Soms praat je ook door samen een tijdje je mond te houden zal ik maar zeggen.
En nu zijn we dus weer terug op TK. Toch wel lekker weer echt brood met
beleg.Wat trouwens ook heel leuk was: dat heel veel mensen echt zoiets hadden van 'welkom terug', 'fijn dat je er weer bent', dat gaf echt zo'n gevoel van thuiskomen.
De jongens slapen weer beter en rusten uit voor zo lang als het duurt want sommigen moeten al snel weer de poort uit.

Ingeborg.





Nieuwsbrief 14 oktober 2006

Nou, dat mocht even duren voor ik weer kon mailen. Ik was net aan een vrolijk mailtje begonnen met allerlei gebabbel over interviews en foto's voor de Libelle en toen gebeurden er een hoop dingen waardoor ik het even te druk had. Heb dat mailtje maar gelaten voor wat het was want het klopt niet meer met het beeld van hoe het nu is.

We hebben de eerste raketaanval (en inmiddels ook de tweede) op ons kamp gehad. Niet fijn. We waren juist zo blij dat tot nu toe alle shit zich buiten de poort afspeelde en dat je op de base in die zin rust had. Dat is voorbij. Niet dat de raketaanvallen erg heftig waren. Er zijn geen slachtoffers, er is niet eens schade, het stelde uiteindelijk niet veel voor, maar wat dus beschadigd is, is een soort van gemoedsrust. En trouwens ook letterlijk je nachtrust want je moet wel je bed uit. Als je de klappen al niet hoort (de ene keer is het niet te missen zo hard, maar als ze wat verder weg vallen hoor je alleen een doffe boem waar niet iedereen wakker van wordt) dan wordt je wel wakker van het alarm, een sirene. Dan ga je snel je bed uit, scherfvest aan en helm op en dan dekking zoeken in een soort van bunkerachtige plekken. Daar wacht je verdere instructies of einde alarm af. Dan koppen tellen, is iedereen er nog. Dan kun je weer verder gaan slapen.

Eergisteren, bij aanvang van de dag, werden we geconfronteerd met een zelfdoding. Een sergeant van de genie die bij velen erg geliefd was. Hij heette Willem. Zijn keuze kwam voor ons allemaal hier echt als donderslag bij heldere hemel en hij laat ons achter met veel vragen en verdriet.
Als SMT hebben we zijn club opgevangen en Mark en ik hebben samen met mensen van zijn eenheid een afscheidsdienst voorbereid. Samen naar de muziek luisteren die op zijn mp3-speler staat, herinneringen komen boven, wie wil iets zeggen...het was goed.
Er is op zo'n moment vreselijk veel te regelen en te doen en iedereen werkt perfect samen. Je wilt zo graag dat het een waardig afscheid wordt. Dat is het geworden, daar was iedereen het over eens. En intussen zaten onze jongens in een giga-TIC (troops in contact) niet ver van de base. Terwijl ze in het ziekenhuisje een condoleanceruimte aan het inrichten waren om afscheid van Willem te nemen, stroomden de slachtoffers en doden van de TIC binnen (geen Nederlanders maar ANA, het Afghaanse leger met wie wij samen in gemengde groepen optreden en locals die als gevolg van collateral damage gewond of gedood waren). Het was wat ze noemen een MASCAL, een calamiteit die zo groot is dat alle enigszins medisch onderlegd personeel op de base wordt opgeroepen om te helpen.

Het was een idiote dag waarin alles tegelijk leek te komen. Want er waren natuurlijk ook nog mensen die met dingen zaten die wel urgent waren maar niet met de dood van Willem of met de TIC te maken hadden. "Het enige dat nog ontbreekt is een volgende raketaanval", zei iemand. Dat had hij nou niet moeten zeggen! Die nacht twee keer. En ik lag al zo laat op bed. Was tot zo'n uur of twee bezig geweest, lag net goed en wel te slapen. Niet fijn. En toen weer terug naar bed. En dan net in slaap zijn en dan weer. Het was bijna niet de moeite om daarna nog te gaan slapen want ik moest weer heel vroeg op om alles voor de afscheidsdienst te gaan checken. Ik ben al zo'n control-freak en zeker bij dit soort dingen.We hebben een dienst gehouden in een hele grote (en toevallig nog lege) luchtmachttent. Het was goed. De jongens zeiden mooie dingen, er was mooie muziek, er was ruimte en vorm om een beetje lucht te geven aan alle gevoelens die er waren.
Toen het was afgelopen was ikzelf ook wel even heel treurig. Even met een sigaretje op een plekje alleen. Ik kende Willem niet goed, hij was niet van luchtmobiel, maar hier kletsten we wel eens wat en ik vond het een aardige vent. Iemand zag het een pakte even mijn hand. Dat was fijn. Tot dan toe was ik gefocused geweest op de groep. Daarna ook weer. En er kwam nog een ramp-ceremonie: het overbrengen van de kist met het stoffelijk overschot in het vliegtuig. Daar spraken de verschillende commandanten (C-TFU, C-CONTCO en C-11Geniecie) en dan wordt het Wilhelmus gespeeld en toen sprak ik en daarna werd The Last Post gespeeld en daarna werd de kist het vliegtuig in gedragen. Nog een fly-over en toen was het voorbij. Nou ja, voorbij.Er is nog veel verdriet en boosheid. Sommigen krijgen wel erg veel voor hun kiezen.Veel gesprekken naar aanleiding van alles wat er de laatste dagen is gebeurd.

Ik zou nog uren kunnen schrijven maar dat ga ik even niet doen. Oh ja, bij de uitzending de 16e geloof ik van RTL over Uruzgan zitten ook beelden van een dienst van mij. Een klein stukje maar hoor. Ze volgen iemand die ook altijd naar mijn dienst komt. De cameraman zei dat het mooie beelden waren. Fijn.

Dit was het dan weer. Ik snap dat het altijd onvoldoende is en dat mijn mail lang op zich liet wachten. Zal de volgende keer toch sneller in ieder geval iets van me laten horen. Groeten en liefs allemaal.


Ingeborg.



Nieuwsbrief 20 oktober 2006

Hier weer eens een bericht van mij. De storm van de laatste twee weken is weer even gezakt. Even ademhalen. Heb zelfs al twee afspraken lopen om een film te gaan kijken en dat lijkt er vanavond zelfs van te gaan komen. Voor de rest ook een kopje koffie gedaan in de Echo's. De Echo's is een soort koffiebar die overal in het buitenland op militaire kampen staan. Een soort
protestants of algemeen militair tehuis zoals we die in Nederland kennen, maar dan dus in het buitenland. Dat is best wel leuk. Het is gemaakt in pantsercontainers, maar van binnen is het echt huiselijk. Schemerlampjes, houtenbetimmering, rieten stoelen, nep-ramen met uitzicht op Molens en tulpenvelden, perzisch tapijtje op de vloer. Er staat een biljart en je kunt er darten en t.v. kijken. Het is de enige ruimte op het kamp waar mensen een poging hebben gedaan om het mooi te maken en waar het schoon is en gezellig. Best wel luxe. Er staan zelfs twee echte banken! Het is heerlijk af en toe even daar een kopje koffie te drinken.

Er is ook weer even tijd om 'zomaar' met mensen te praten. Dat is zo belangrijk maar het kwam er de laatste tijd niet van. Gisteravond mooi gesprek met een aantal. Het begon met herinneringen ophalen aan de opleiding, later ging het over wat je wilt in het leven en of je dat wel moet weten of dat je ook gewoon mag proberen, het ging over de afgelopen hectische weken hier en over thuis, over levensverhalen, verleden en toekomst, over droom en werkelijkheid, over of je de toekomst moet willen weten en uiteindelijk over of er zoiets als geesten bestaan en wat je daarmee aanmoet. En dus heb ik nu een afspraak om vanavond White Noise te gaan kijken. Dat gaat over het paranormale. Ben benieuwd.
Voor de rest weinig te melden op het ogenblik. Over een paar dagen meer.
See you.

Ingeborg





Nieuwsbrief 26 oktober 2006

Hier weer een bericht uit TK. Ik ben vier dagen op patrouille geweest en eergisteravond terug gekomen. Je had me moeten zien: compleet gezandstraald zoals iemand zei. Door al het stof was ik een soort van zand-tekening geworden. Nou ja, camoufleert de grijze haren lekker.

Ik was natuurlijk al wel vaker de poort uit geweest maar nog niet met een meerdaagse patrouille. Dat is toch weer anders. Het is de werkelijkheid zoals die voor de veel jongens op dit moment is en die wilde ik dus graag delen. Dan kan ik veel meer met verhalen en ervaringen die ik tegenkom.

In een YPR (pantser-rups-voertuig) door de green-zone (groene gebied langs de rivier), door dorpjes, door de woestijn, berg op, berg af. Shamag (Palestijnse sjaal) voor je mond en neus tegen het stof dat je soms het zicht beneemt op een bijzonder landschap. In de woestijn is het leeg, stil en stoffig. Er zijn bergen van zand gemengd met keien die het soms lastig maken steil naar boven te rijden. Er zijn quala’s, ommuurde stukjes zand met een of meer vertrekjes van leem, kleurloos en stil. Sommige gebieden hebben iets troosteloos maar vaak vind ik het ook wel mooi, dat desolate, onherbergzame.

Heel anders wordt het zodra er water is. Smalle of brede goten leiden het water van de rivier naar allerlei plekken. Er zijn bomen en stukjes grond met mais, koren, wat fruitbomen en heel soms wat bloemen. Allemaal wat karig, dat wel. Een Nederlandse tuinder zou er sip van worden maar hier is het een oase. Stugge wilde planten die geplet worden onder de rupsbanden. Eindelijk weer eens de geur van groen in plaats van de leemlucht van het zand.

Langs de kant zijn altijd mensen die staan te kijken. Kinderen maken schrijfbewegingen met hun vinger op hun handpalm: pennen, snoep?

Vier dagen lang hebben we een gedeelte van onze AOO (Area of operations) doorkruist en verschillende dingen op verschillende plekken gedaan. Veiligheidsdingen, waarbij ik weer eens het verschil voelde tussen meemaken en horen maar ook patrouilles zoals een bezoek aan een nomadenkamp. Was mooi. De luitenant was in gesprek met de oudste man en ik zat er bij. Toen kwam er een vrouw aan die op een afstandje kwam zitten. De man gebaarde haar weg te gaan maar ze wees op mij. Ik was er toch ook? Ze wilde wel met mij praten. Maar de man knikte van nee en gooide stenen naar haar hoofd waarop ze verdween. Jammer. De manier waarop mensen met elkaar en met kinderen en dieren omgaan is hier een terugkerend gespreksthema.

’s Avonds slapen onder de blote hemel naast de voertuigen. Wachtdraaien. Mooie momenten. Grappige momenten. Zoals het moment dat het stikdonker is (geen maan) en stil. Boven op een berg liggen mensen verspreid in groepjes. Iedereen die geen wacht heeft ligt al stil in zijn slaapzak. Over de radio is het berichten-verkeer te horen. Bijzonderheden worden uitgewisseld tussen de eenheden in het veld en de staf op TK.  Als toetje de uitslag Feijenoord – Ajax: 0 – 4. Gelach van alle kanten. Een enkeling houdt stil zijn mond.

Onder het kopje ‘nooit te vergeten’ valt het volgende. We staan op een heuveltop in de overwatch, het schemert, we maken ons klaar voor de nacht, dan zien we een lichtje en nog een en nog een. Shit, wat moet dat met die lichtjes om ons heen. Ze worden duidelijk door mensenhanden bewogen. Raadsvrouw, wanneer start het suikerfeest? ’s Avonds en dat zou best nu kunnen zijn, dat wordt pas kort tevoren vastgesteld per streek. We krijgen de bevestiging over de radio. En binnen nog een paar minuten branden in de vallei om ons heen meer dan 100 kampvuren. Adembenemend. Zo mooi. We delen de ervaring van schoonheid. Er wordt ook geschoten. Met tracers die rode sporen achterlaten in de lucht. Dit keer is schieten mooi. Dagen lang wisselen de niveaus van spanning en ervaringen. Het leidt tot veel mooie gesprekken.

Op een goed moment horen we een andere groep over de radio: Contact voorste voertuig! Shit. Al snel komt de tweede melding. Er is een IED (bom) ontploft langs de weg. Geen slachtoffers. Gelukkig. Maar het blijft lange tijd spannend. Uiteindelijk keert de groep (en wij ook) veilig naar de basis terug.

Die nacht krijgen we op het kamp weer een raketaanval. Niet fijn.

De volgende dag een barbecue bij de Bravo-compagnie. Supergezellig. Ik leer pokeren met inzet (fiches). De jongens spelen vriendelijk omdat ik het nog niet zo goed kan. Totdat ik flink begin te winnen……ho, dat was niet de bedoeling! Als het feest een eind gevorderd is krijgen we het bericht dat vanaf diezelfde nacht nog iedereen in  pantserprefabs gaat. Dat betekent dat alle beschikbare fabs moeten worden gebruikt: werklocaties, de eetzaal die net klaar is etc. Met slaapzak en matje verhuist iedereen die nog in tenten sliep waaronder ik dus. Mensen slapen op tafels, onder bureau’s. Het is o.k. De sfeer is goed.

Nu zit ik voor mijn fabje te laptoppen. De meesten slapen al. De patrouille-dagen lijken alweer een week geleden. Vandaag was de dag weer goed gevuld met andere dingen. Never a dull moment.

Ingeborg





Nieuwsbrief 16 november 2006

Hier weer eens een bericht uit TK. Een regenachtig en dus erg modderig TK, deze keer. Het is zelfs koud! 15 graden. Afgelopen zaterdag begon het te regenen en niet zo’n beetje ook. Niet fijn, want het terrein op en buiten het kamp veranderde in een redelijke modderpoel en de hele battlegroup moest er uit voor een actie. Ik maakte me zorgen over de begaanbaarheid van het terrein maar dat viel mee. Hoewel de nacht doorbrengen in de modder natuurlijk niet echt super was. Gelukkig was de actie succesvol en keerde iedereen weer veilig terug.

Voor een grote groep was dit de laatste echte actie. Ze zijn nu bezig met het overdragen aan de opvolgers die binnenstromen.

Het veroorzaakt een vreemde sfeer op het kamp. Ik ben daar toch altijd al zo gevoelig voor. Mensen zijn bezig met hun spullen in pakken. Met weggaan. We hebben gesprekken van ‘weet je nog, die en die keer….’. De laatste foto’s worden gemaakt en uitgewisseld. En intussen lopen er allemaal nieuwe gezichten rond. En ik ben van het straatje van de Bravo-compagnie naar een echte blijf-fab verhuist. Maar goed ook, want de jongens van de Bravo gaan over een paar dagen ook weg en ik zal ze toch al zo verschrikkelijk missen. Een peloton zie ik weer in Schaarsbergen maar de rest niet. Heb afgesproken wel langs te komen op hun kazerne. Maar dan nog…..Nou ja, een en al weemoed zullen we maar zeggen. Ik ken het van mezelf. Ik zal er nog een paar weken mee moeten leven. Gelukkig blijven er ook nog veel mensen. De Charlie-compagnie bijvoorbeeld waarvan ik met een groot gedeelte op Martello heb gezeten. Over een paar dagen ga ik met hen dingen doen. Zie ik naar uit. Fijne club. Hopen dat het dan niet meer zo met bakken uit de lucht valt….


Afgelopen zondag weer bezinningsdienst gehad. Ging ook over terugkijken, over zingeving en ook een beetje over naar huis gaan. Dat is best ingewikkeld want het thema ‘naar huis’ speelt voor heel veel mensen de komende weken maar er zijn er ook die nog een aantal maanden blijven (de staf). Ik sloot de dienst af met ‘ja, ik weet dat niet iedereen naar huis gaat maar velen wel en ik doe dan ook één concessie….’en toen zette ik héél hard Back Home van de Golden Earing op. De commandant en de chef staf zaten er. Staf. Niet naar huis. En de kolonel gaf oordopjes aan de chef staf. Ik moest er erg om lachen. Mooie subtiele humor.


Aan het naar huis gaan zitten ook mooie momenten. Bij het afscheid krijg ik soms cadeautjes en vooral veel fijne dingen te horen. Doet me goed. Wel weer raar om na een roerend afscheid mensen soms een paar uur later weer rond te zien lopen: toch nog maar even niet naar huis. Door het cancelen van vliegtuigen en de door de regen soms niet meer bruikbare landingsstrip en de lage dichte bewolking, vallen er nogal wat vluchten uit. Het is een hele toer mensen hier weg of binnen te krijgen. Morgen misschien wéér crisis. Kreeg al een ‘houd rekening met 96 gesprekken wegens knakmoment’. We zullen zien. Ik hoop van harte dat ze kunnen vliegen.


Mijn vaste fab is trouwens heerlijk! Door de regen waren een paar dagen geleden al mijn spullen in de tent (waar we niet meer sliepen) nat geregend. Daar werd ik wel even sip van. Ik was aan het begin van de dag nog gaan kijken maar toen ging het nog goed. Toen er zich later waterzakken vormden was het gedaan. Echt al mijn kleren, en de meeste spullen inclusief boeken waren totaal doorweekt. In de uren die ik tussen afspraken en de bezinningsdienst voorbereiden door had, toch maar alles gaan opruimen. Gelukkig was een vriendelijke Afghaan, die geen engels sprak maar mij toch begreep zo vriendelijk de serie vuilniszakken vol doorweekte kleding bij voorrang te wassen. De boeken die niet meer te drogen vielen heb ik maar weg gegooid. De anderen zijn nu redelijk aan het drogen. En gelukkig kwam nog diezelfde dag het nieuws van de nieuwe fab. Einde zwervend bestaan. Ik kon er  het een en ander uithangen om te drogen, de kachel aan: klarie.

Ik slaap er nu samen met een vrouwelijke luitenant van de nieuwe ploeg. Geen verkeerde fabgenoot. Straks komen er nog een psychologe bij en dan nog een weekje mijn opvolgster. En dan ga ik weg. Nog een paar weken. Maar voor die periode heb ik in ieder geval mijn eigen hoekje.

Heerlijk hoor. Al mijn spulletjes weer om me heen. Heb lekker in bed een filmpje gekeken, wat te drinken erbij, chocolade om te snoepen. Ik kwam helemaal tot rust. Kon ik goed gebruiken. Ik merk dat ik behoorlijk moe begin te worden.


Ik weet nog goed dat ik begin juli binnenkwam. Het lijkt eeuwen geleden maar ook niet. Er is zoveel gebeurd. De tijd is voorbij gevlogen. Zoveel mensen, zoveel situaties, zoveel verhalen, zoveel geschiedenis. Zoveel voldoening ook hoor. Heel erg. Maar ik merk toch wel dat het ook een wissel op me heeft getrokken. Mijn hoofd zit een beetje vol. Dus vandaar ook die time out met dat filmpje. In mijn eigen bed met de koptelefoon op. Lekker aso. Even niet praten. En dan kun je er daarna weer tegen. Dat moet ook want ook in deze fase zijn er mensen die het moeilijk hebben. Naar huis gaan bijvoorbeeld is niet voor iedereen leuk om maar eens wat te noemen. En voor iedereen geldt: it ain’t over till it’s over. Er zijn mensen die nog ruim een maand moeten en zoals gezegd: de staf moet nog maanden. En die moeten nu met een nieuwe club gaan samenwerken. Dat vereist ook even een nieuwe hap lucht en schakelen. Heb daar wel respect voor. Is niet makkelijk. Ben erg benieuwd hoe ze dat gaan ervaren. We zullen het zien, nou ja horen, als zíj terugkomen.

Dat was het wel weer. Groeten vanuit een Uruzgan vol vrolijke Afghanen, want die zijn wél erg blij dat het na jaren weer eens echt regent. Het is ze gegund.


Ingeborg





Nieuwsbrief 1 december 2006


Dit wordt mijn laatste mail vanuit Afghanistan. Ik kom naar huis! Als ik deze mail schrijf zit ik al op Kabul. Het sneeuwt. Gek, want deze uitzending werd toch vooral gekleurd door de hitte, hoewel het op TK ook koud was sinds de eerste regen viel. Het heeft er zelfs gevroren.

De tijd sinds mijn laatste mail heeft vooral in het teken van afscheid nemen gestaan. De laatste acties, de rivier zien opzwellen, de spanning meemaken die een laatste patrouille met zich meebrengt: het zal me toch niet gebeuren dat nu tijdens mijn laatste keer de poort uit…….En dan de opluchting. Het zit er op. We gaan naar huis.

Steeds weer nieuwe groepen verlieten de base. Soms middels crash-acties (mensen, over een paar uur vertrekken…..) vanwege de vliegtuigen die door het weer vaak eerder of later binnenkwamen.

Soms was dat echt mentex (mental exercise). Jullie gaan, nee jullie gaan toch niet, oh een gedeelte van jullie gaat toch wel maar dan met een heli. Op de strip staan wachten…zou de heli wel kunnen landen……ja, daar is hij….instappen….jammer dan, stap maar weer uit want hij kan niet meer weg….morgen beter. Maar uiteindelijk kwam door keihard werken van iedereen en een hoop creatief denken toch iedereen wel weg op enig moment.

Ik ben een aantal keren mee geweest naar de vliegstrip. Er waren momenten dat ik even moest slikken. En intussen spuwde ieder vliegtuig dat mensen kwam ophalen, nieuwe groepen mensen uit. Onwennig om zich heenkijkend zoals ook wij ooit zullen hebben gedaan, met schone kleren en opsvesten die regelrecht uit de verpakking leken te komen. Het kamp veranderde. Je kon niet meer zomaar de eetzaal of de Echo’s binnenlopen in de wetenschap er bekenden te treffen. Mensen gingen ‘klonteren’. Uh…hoe laat ga jij eten…..De weemoed sloeg toe: het kamp was ons kamp niet meer.


Er zijn mensen –vooral natuurlijk die nog doormoeten tot eind januari- die het er moeilijk mee hebben. Op verlof gaan en een zonnig kamp vol bekenden achterlaten en dan terugkomen in de blubber en vooral vreemde gezichten zien. Gezichten die niet weten hoe we hier ooit begonnen en wat we hier meemaakten. Geen gedeelde geschiedenis meer.

“Ik heb heimwee”, zei iemand. “Niet naar huis, ja ook wel, maar heimwee naar hoe het was.” Op dat soort momenten voel ik me rottig dat ik wél naar huis ga. Ik laat iets achter, een kleine groep maar wel een die me dierbaar is en dat voelt niet helemaal prettig. Van de andere kant is het wel een goede beslissing geweest. Zo’n duizend nieuwe mensen leren kennen, opnieuw beginnen, voor twee maanden nog zo gigantisch investeren….ik had het niet gekund. En dat heeft niet zozeer met vermoeidheid te maken maar met de band die je met mensen opbouwt. Hoewel ik wel moe ben. Ik realiseerde me dat al wel maar nu ik op Kabul ben en er aan toegeef voel ik het nog extra. Ik zit hier nog wel een paar dagen en ik ga maximaal uitrusten zodat ik straks weer de energie heb om van het samenzijn met mijn geliefden te genieten.


Even een paar dagen lekker tutten op Kabul. Heb me vanmorgen al ongans gewinkeld tot vermaak van de mannen met wie ik was…..Ach ja, die luxe, toch wel even lekker. Winkeltjes, een eetzaal waar je van verrukking niet weet hoeveel je op moet scheppen, super-sanitair, eettentjes, het kan niet op. Voor de rest vind ik dit kamp een rare troosteloosheid hebben. Je hebt niet echt het gevoel dat je in Afghanistan zit ofzo. Je hebt geen zicht op de omgeving. Het is meer een soort aan elkaar gebreide sloppenwijk in de middle of nowhere waar vliegtuigen landen en vertrekken. Een bepaald soort anonimiteit ook. Veel verschillende nationaliteiten die langs elkaar heen leven.

Het is grappig dat ik wel in één klap het gevoel heb dat de uitzending over is ook al zit ik nog niet thuis. Maar toch…je wapen en je scherfvest ingeleverd, de dreiging is weg. Er is hier wel een bunker naast de deur voor als er raketten vallen maar je zit hier toch niet echt meer in de oorlog zal ik maar zeggen. Je ziet dat er nu al veel van mensen afvalt. De adaptatie is eigenlijk al begonnen. TK waar ik gister nog opstond na een nacht met twee raketaanvallen lijkt ineens heel ver weg.


Wat is er voor de rest nog gebeurd? Oh ja, ik ben jarig geweest, op de valreep. Was leuk. Ik dacht eigenlijk dat er niemand meer was die het zou weten maar dat bleek mee te vallen. Heel huiselijk in de Echo’s taart gegeten met steeds mensen die even binnen kwamen druppelen. Bedankt ook voor alle mailtjes en kaarten en cadeautjes. Was fijn.

 

Oh ja, dat had ik ook nog niet gezegd maar ik heb een tevredenheidsbetuiging gehad: een oorkonde waarop staat dat je je werk goed hebt gedaan en een geldbedrag. Was ik erg blij mee, maar misschien nog meer met de reaktie van een paar jongens die het hoorden: goeie zaak, mee eens, mee eens, mee eens.  En met de omschrijving. Ik wist wie hem gemaakt had en waar hij op doelde. Fijn. Staat een beetje onbescheiden misschien om dat zo op te schrijven maar dat doet me zo goed. Dat is me duizend keer meer waard dan het geld.

En Zondag mijn laatste bezinningsdienst gehouden. In plaats van het laatste nummer muziek had ik nu een slide-show met muziek en foto’s als een terugblik op de uitzending van begin tot nu. “Er waren ineens wel héél veel mensen ‘verkouden’ he majoor?” Ik was zelf ook een beetje emotioneel. Ik kijk terug op een bijzondere uitzending waarin ik veel heb gegeven maar ook zeker héél veel heb gekregen.


En nu naar huis. Zoals TK al weer ver weg lijkt, zo lijkt Nederland met Rob en Lidewij en Radboud ook nog ver weg. Ik zit nu in het niemandsland dat Kabul heet en ga natuurlijk ook eerst nog naar Kreta maar dan…………………..kom ik thuis.



_______________________________________________________



Post verzenden naar Uruzgan Kaart Uruzgan

Amnesty International: dossier Afghanistan

Human Rights Watch: Afghanistan

Humanistische geestelijke verzorging in de krijgsmacht

Raadsman in Uruzgan: Weblog Norbert de Kooter

Raadsman op Curacao: Weblog van Erwin Kamp

Universiteit voor Humanistiek

Humanistisch Verbond

Human.nl