Ja natuurlijk, iedereen kan het, iedereen heeft wel eens een dammetje gelegd. Immers in elk huis is wel een dambord te vinden. Daarnaast zijn de spelregels zo simpel dat men al snel meent het spel te kennen. Niets is minder waar. Dammen is een van de moeilijkste denksporten en als men er door gegrepen wordt laat het je nooit meer los.

Toen ik mij in 1954 aanmeldde bij damclub Schiedam kocht ik tevens mijn eerste damboek: Practische Damlessen van Ph.de Schaap. Al snel volgde een tweede boek en omdat ik ook wilde leren dammen werd dit Wereldkampioenschap Dammen 1948 van Piet Roozenburg. Zó begon ik een halve eeuw geleden ongemerkt met verzamelen en net als bijna iedereen pakte ik het in het begin helemaal verkeerd aan door te hooi en te gras alles maar aan te schaffen wat werd aangeboden, ook wel beschadigde boeken of incomplete jaargangen van damtijdschriften. Toen later mijn jongere broer Willem zich ook op het verzamelen ging toeleggen, besloten we gezamenlijk verder te gaan. Daar de verzameling toch ergens gestald moest worden, had dit tot gevolg dat we van verschillende objecten een tweede exemplaar hebben, zoals bijvoorbeeld de complete uitgave van Het Damspel, het officiële orgaan van de Koninklijke Nederlandse Dambond. Momenteel bevat de verzameling, naast bijna alle Nederlandse uitgaven, vooral veel Franse en Russische werken. De laatste jaren leggen we ons steeds meer toe op het verzamelen van prenten, beeldjes, damborden, damtafels en andere damcuriosa. Het aardige van deze bezigheid is dat men nogal eens een vlooienmarkt bezoekt, en soms verrassende ontdekkingen kan doen. Onze verzameling bevat thans zo´n 20 dambeeldjes, meestal echte kitsch, soms mooie kunst, zoals hier afgebeeld.
Het bronzen beeldje links (17x17x9cm), waarvan 3 exemplaren zijn gegoten, is van de kunstenaar Peter Hoogerwerf (*1956). Het rechter bronzen beeldje is een replica, waarvan eveneens 3 exemplaren zijn gegoten, van een straatbeeld (105x61x90cm) van de kunstenaar Roel Bendijk (*1937). Het origineel siert het centrum van Bergambacht.

De geschiedenis van Damclub Schiedam begint bij haar
oprichting op 18
september
1931. Dit wil allerminst zeggen dat voor 1931 niet in Schiedam werd
gedamd.
In Rond Zwart-Wit verscheen in de afgelopen jaren van de hand van Louis
Vrijland
een aantal artikelen over het
Schiedamse damleven. Er bestaat behoefte deze artikelen te bundelen en
waar
nodig aan te vullen. Helaas zullen er nog vele hiaten blijven. De reden
hiervan
ligt voor de hand: de verenigingen blonken nooit uit in het vastleggen
van haar
activiteiten. Eerst vanaf de jaren vijftig kan men de geschiedenis
enigszins op
de voet volgen.
De eerste die een serieuze poging deed om
duidelijkheid te scheppen was
Wim
Heuvelman. In de eerste jaargang van Rond Zwart-Wit (februari 1968)
kwam hij tot
een opstelling van de kampioenen van Schiedam.
Deze lijst is verre van volledig en misschien zelfs niet correct. Zo
vermeldt
Het Damspel van april 1958 dat A. Stuurman - nooit lid van een
Schiedamse
vereniging geweest - tweemaal kampioen van Schiedam werd. Jammer genoeg
worden
de jaren niet vermeld.
Voorts is gebleken dat ook voor 1931 regelmatig om het kampioenschap
werd
gespeeld. In 1921 L. van Blerk de eerste (?) kampioen van Schiedam.
Grote man in de jaren twintig was Janvan Katwijk jr. De
oudste referentie van het dammen in Schiedam dateert
uit
1875.
In de
Schiedamsche Courant van 30 september van
dat jaar verscheen een
advertentie van de Schaakgezelschap De Pion waarin dammers en schakers
werden
opgeroepen lid te worden. Of er ook tijdens de bijeenkomsten van het
gezelschap
serieus werd gedamd hebben we niet kunnen achterhalen.
Het Schaakgezelschap De Pion heeft het tot 1899 volgehouden.
Omstreeks
de eeuwwisseling moet er toch een aantal dammers geweest zijn dat min
of meer in verenigingsverband heeft gespeeld.
De Schiedamsche Courant van 4 november 1906 vermeldde:
Heden ontvingen wij het huishoudelijk reglement van
Schaak- en
Damclub 'De
Koning', onderafdeling van het Volkshuis. Deze club die 26 September
werd
opgericht, heeft grote sympathie verworven, blijkens uit het feit, dat
thans
reeds het aantal leden driemaal zo groot is als bij de oprichting. De
club
bestaat uit werkende leden, donateurs, leden van verdienste en ereleden.
De contributie is zeer gering en ieder, zonder onderscheid van geloof
of
politieke richting, kan tot lid toetreden, dames zowel als heren.
Op
1
februari 1908 werd door J.H.Torley
Duwel - een vooraanstaand lid van Constant - een simultaanwedstrijd
gegeven bij
de Schiedamse Schaak- en Damclub De Koning, die
26 dammers achter de borden bracht (de club telde 32 (!) leden). De
simultaanspeler wist 21 overwinningen
te boeken. Hij verloor van G. Krabbendam en J. Monfoort en speelde
remise tegen
D. Krabbendam, J. Mak en J.P. Schoon.
Waarschijnlijk heeft Torley Duwel nog eens een simultaan in Schiedam
gehouden.
Zo lezen we in Het Damspel, augustus 1911:
Ik herinner mij zijne simultaanseance in Schiedam, waar hij in 2 uur
meer dan 30
spelers versloeg, slechts één partij verloor (deze nog door een bévue).
In elk geval werd op zaterdag 6 maart 1909 wederom een simultaan
gegeven en wel
door C. Schellenberg, lid van Constant. Hij kreeg 16 tegenstanders te
bevechten. 12 partijen wist hij te winnen, D. Krabbendam en J.
Godschalk wisten
hem te verslaan, terwijl J. Krabbendam en N. van den Bos remise
speelden.
Voorafgaande aan de simultaanséance gaf de heer S.Kan, eveneens van
Constant,
een lezing over het damspel.
De Schaak- en Damclub 'De Koning' heeft tot ongeveer 1920
bestaan.
Begin deze eeuw bestond in Schiedam dus al
een actief damleven. Bijna altijd werden deze activiteiten uitgeoefend
in
schaakverenigingen, hetgeen heden ten dage niet meer is voor te stellen.
Toen in
1900 de
Damvereniging Constant een sterk bezet nationaal
toernooi
organiseerde was ook een Schiedammer van de partij. Deze speler, W. de
Laat,
eindigde weliswaar op de gedeelde laatste plaats, maar wist wel te
winnen van de
sterke dammer A. Zomerdijk uit de Beemster, zij het dat de winst werd
verkregen
door een blunder van zijn tegenstander. Het is interessant dat C.G.
Vervloet, de
voorzitter van Constant en later van de Nederlandse Dambond, over dit
toernooi
schrijft aan G. Balédent, die in zijn lijfblad 'La Tribune` aandacht
aan dit
onderwerp schonk. In hetzelfde blad is ook het partijfragment opgenomen
waar W.
de Laat (zwart) de winst wist te behalen op A. Zomerdijk.
39-33 (17-22) 28x17 (12x21) 42-37 (18-23) 33-28 (21-26) 27-22 (8-13)
22-17
(16-21) 28-22 (21x12) 32-37 (12-18) 37-32 (26-31) 27x36 (18x27) 32x21
(23-28)
21-17 (28-33) 38-32 (33-39) 17-11 (39-44) 11-7 (44-50) 32-27? (29-34)
30x39
(35x2) Wij
hebben niet kunnen achterhalen of De Laat lid van een Schiedamse
vereniging was.
Het is niet onmogelijk dat hij lid van Constant was, echter ook dat is
niet na
te gaan, omdat het archief van Constant bij het bombardement van
Rotterdam in
1940 verloren is gegaan. Werd in 1900 de eerste partij van een
Schiedammer
gepubliceerd, 19 jaar later ziet het eerste Schiedamse damprobleem het
licht. In
De Damschool van maart 1919 wordt een probleem geplaatst van H.J.
Hille,
toentertijd lid van Constant; hij woonde in de Sint Liduinastraat
11. Tot ongeveer 1920 was het heel normaal dat
dammers lid waren van
een vereniging waar voornamelijk werd geschaakt. Eigenlijk waren deze
verenigingen meer sociëteiten waar denksporten werden beoefend. Na 1920
werden
verenigingen opgericht die zich uitsluitend met één denksport
bezighielden.
Dit kan de reden zijn dat de in 1923 opgerichte schaakvereniging zich
noemde
Eerste Schiedamse Schaakvereniging. Overigens was één van de oprichters
van
deze vereniging ook dammer, t.w. M. Hakemulder. De eerste vereniging
die zich
uitsluitend bezighield met het damspel, hoewel
de Schiedamsche Courant van
Dam- en Schaakclub spreekt, werd in 1920 opgericht en kreeg
de naam U.D.I, wat staat voor Uitspanning Door Inspanning. De club
telde 16 leden en had
het volgende bestuur: Jac. van Katwijk Jzn, voorzitter, H.J. Hille,
secretaris,
J. Hagendoorn, penningmeester, J. Penning en J. van Katwijk jr.,
bestuursleden.
Laatstgenoemde was in die tijd Schiedams sterkste speler. Het
clublokaal was het
gebouw 'Liefde en Vrede` aan de Tuinlaan 52. In 1922 was Schiedam nog
een
damvereniging rijk, namelijk het Schiedams Damgenootschap (opgericht 28
juni
1922).
Het speellokaal van dit gezelschap was het Volksgebouw aan de Tuinlaan
50. In de
volksmond was het gebouw beter bekend als "het rode pakhuis", omdat
hier de S.D.A.P. haar vergaderingen hield. Marius den Houting was van
deze club
lid en misschien wel een van de oprichters. De vereniging floreerde
niet al te
best en werd in april 1923 besloten te fuseren met U.D.I. Voor de
competitie werd
U.D.I ingedeeld in de 3e klasse, afd. Zuid. Tegenstanders waren o.a.
tientallen van
Constant, Dordrecht, WZDV (Wie Zoekt Die Vindt, Den Haag) en Het Westen
(Rotterdam). U.D.I nam vaak op uitnodiging deel aan toernooien die door
andere
verenigingen werden georganiseerd, zoals DOS (Delft), Dordrecht enz.
Van U.D.I was ook lid I. Risseeuw, de vader van Anton, en, hoe kan het
ook anders,
natuurlijk bestuurslid, zo werd hij in 1927 tot tweede voorzitter
gekozen.
De vereniging heeft niet lang bestaan, want omstreeks 1929 werd de
vereniging
opgeheven. Weliswaar bestond in 1928, die op 26 januari van dat jaar
haar
10-jarig bestaan vierde, de Rooms Katholieke damclub I.D.O., echter
deze was van
zeer geringe omvang. Het bestuur deed bij haar jubileum een oproep aan
alle R.K.
dammers die nog niet, of die verkeerd aangesloten zijn: "wordt lid van
de
R.K. Damclub I.D.O". Dit heeft echter niet geholpen.
Na het opheffen van U.D.I.ging een aantal dammers over naar Het Westen
in Rotterdam. Onder hen ook de
sterkste spelers, zoals Jan van Katwijk jr. en de bij velen van ons nog
bekende
Marius den Houting.
Van Katwijk overleed op jonge leeftijd. In Het Damspel van februari
1929 werd
een overlijdensadvertentie opgenomen.
Mocht er in Schiedam nagenoeg geen vereniging meer zijn, dat wilde
allerminst zeggen dat
het damleven stilstond. Sommigen hielden zich intensief bezig met het
oplossen
van problemen, zoals I. Risseeuw en D. Krabbendam, anderen speelden zo
af en toe
een partijtje in b.v. Het Volkskoffiehuis van de geheelonthouders.
Toen omstreeks 1929 De Haagsche Post een wedstrijd uitschreef voor
correspondentiedammers was daar in elk geval ook een Schiedammer van de
partij.
Een interessant fragment uit de partij A. Champin (Lyon) tegen C.
Stoppelberg
(Schiedam) is bewaard gebleven.
Op de 17e zet van wit antwoordde Stoppelenberg met 11-17. Wit kon de
verleiding
niet weerstaan en nam een dam met:
27-22 (18x27) 32x21 (23x41) 33-28 (16x27) 28-23 (19x28) 30x10 (5x14)
38-32
(27x38) 42x2 (41-46) 43-39 (14-20) 25x14 (46x5) 48-42 (9-14) 2-16
(12-17) 49-43
(3-9A) 50-44 (15-20) 16-11 (20-25) 11x10 (5x40) 45x34 enz. met remise.
A: Hier had zwart kunnen vervolgen met (6-11) 16x7 (13-18) 7x10 (5x48)
35-30
(48-37) 47-42 (37x48) 39-34 (48x39) 34x43 met voor zwart beter en
wellicht
winnend spel. (notaties van A. Champin)
Het
kon niet uitblijven dat een aantal
dammers zich weer verenigde en een damclub oprichtte.
Op 18 september 1931 kreeg de oprichting haar beslag in Café De Spil
aan de
Vlaardingerdijk hoek Fabristraat. De club kreeg de naam Het Westen en
telde 11 leden.
Het bestuur bestond uit de heren:
| W.C. Beier | voorzitter |
| Fr. Krüter | secretaris |
| F. W. van Leiden | penningmeester |
| B. Hull | 2e penningmeester |
De
namen van de leden, die bij de
oprichting aanwezig waren, hebben wij helaas niet kunnen achterhalen.
Al kort na de oprichting ontstond er onder de leden enige verdeeldheid,
omdat,
zoals de notulen het weergeven, het bestuur niet deugde, maar ook omdat
het
clublokaal niet aan de gestelde eisen voldeed. Dit leidde er toe dat op
12
januari 1932 een buitengewone vergadering moest worden gehouden, die
onder
leiding stond van B. Lagerwaard.
Het doel van deze vergadering was een nieuw bestuur te kiezen en uit te
zien
naar een ander clublokaal. Zowel het één als het ander lukte, bovendien
werd
en passant de naam van de vereniging gewijzigd in Damclub Schiedam.
Het bestuur werd gevormd door:
| J. de Wilde | voorzitter |
| C. Zuidgeest | secretaris, spoedig opgevolgd door M.den Houting |
| J.P. van de Watering | 2e secretaris, spoedig opgevolgd door P. van Noordennen. |
| F.W. van Leiden | penningmeester |
| B. Hull | 2e penningmeester |
| E. Hersbach | commissaris |
| B. Lagerwaard | commissaris |
De
wekelijkse samenkomsten werden gehouden
in het Volkskoffiehuis aan de Lange Haven 33.
Damclub Schiedam meldde zich per 1 juli 1932 aan als lid van de
'Nederlanschen
Dambond' en derhalve ook als lid van de 'Rotterdamsche Dambond'. Voor
de
competitie werd onze club ingedeeld in de 3e klasse waar zij
verenigingen
ontmoette als Bolnes, Charlois, DOS en Constant 3. De eerste
competitiewedstrijd
werd gespeeld op 10 januari 1933 tegen C.D.A. (Rotterdam) en gewonnen
met 12-8.
De gedetailleerde uitslag is niet bekend. Ook werd ingeschreven met een
tweede
tiental, dat in de 4e klasse werd geplaatst.
De namen van de 18 leden die werden opgegeven als speler en
reservespeler voor
het eerste tiental zijn gelukkig bewaard gebleven. Onderstaande
opsomming is
naar sterkte:
| 1. M. den Houting | 7. B. Hull | 13. G.Hersbach |
| 2. J.C. Onink | 8. P. van Noordennen | 14. A. Kruithof |
| 3. H. Kinnegin | 9. J. van Tilborg | 15.B. Hull |
| 4. J. de Wilde | 10. H. Semeyn | 16. D. van der Spek |
| 5. J.P. van de Watering | 11. M. Pluijmers | 17. L. van Roon |
| 6. A. de Wilde | 12. A. Hoek | 18. F.W. van Leiden |
Aan
het persoonlijk kampioenschap van
Rotterdam 1933 namen, alleen al in de derde klasse, niet minder dan 40
spelers
deel, daaronder ook Schiedams vier sterkste spelers en P. van
Noordennen.
Alleen de later bekend geworden Henk Kinnegin wist de finale te
bereiken. Onink
mistte deze finale omdat hij een beslissingspartij verloor.
Het eerste lustrum werd gevierd met gongwedstrijden in het
Volkskoffiehuis. Er
deden zich bij deze gelegenheid grappige situaties voor die een
vrolijke
stemming teweeg bracht, zo lezen wij in de Schiedamse Courant van 18
september
1936. Winnaars van de gongwedstrijden werden Dirk van der Spek en Mari
den
Houting.
Het 10-jarig bestaan werd in verband met de oorlogstoestand niet herdacht. Een reden te meer om het 15-jarig bestaan te vieren met het houden van een toernooi. Daarvoor werd in Het Damspel een advertentie geplaatst.
Het 25-jarig jubileum werd eveneens afgedaan met het houden van een toernooi in het toenmalige Volksgebouw aan de Tuinlaan waar ook de clubavonden werden gehouden.
Een aantal leden kan zich nog het 40-jarig bestaan herinneren. DCS had voor die gelegenheid K.D.V. uit Krimpen aan de IJssel en V.D.V. uit Vlaardingen uitgenodigd om op zaterdag 18 september 1971 aantrekkelijke wedstrijden te houden. Helaas lieten beide verenigingen het afweten en moest op het allerlaatste moment (vrijdagavond 17 september) een oplossing worden gevonden. De heer J.M. Bom werd bereid gevonden de damclub te helpen en hield 's-middags een simultaanwedstrijd. Een (helaas slecht bezochte) receptie werd gevolgd door een "feestavond" waar niet alleen een jubileumlied werd gezongen maar ook het bingospel druk werd beoefend.
Wie
van ons herinnert zich niet het
50-jarig jubileum. Vrijdagavond 18 september werd in een ongedwongen
sfeer door
een groot aantal leden, gasten, oud-leden, oud-tegenstanders e.a.
herinneringen
opgehaald en dat niet alleen; het jubileumlied werd vele malen ten
gehore
gebracht.
De volgende dag ging de club een dagje uit.
Een bustocht door Noord-Brabant, een bezoek aan de Beekse Bergen, een
koffietafel in Oisterwijk en een afsluitend diner in Baarle Nassau
maakten deze
dag - ook omdat het verboden was zich te vertonen met een dambord -
onvergetelijk.
In
het kader van de viering van het
60-jarig bestaan werden een tweetal activiteiten georganiseerd.
Op 19 september was er voor alle leden en aanhang een geslaagde
bustocht naar
Dinant in België. Als afsluiting van de dag was er een diner
in
restaurant Napoleon in Rijsbergen.
Een maand later werd een groot sneldamtoernooi gehouden, waarvoor een
aantal
sterke internationaal bekende dammers werd uitgenodigd. Winnaar werd
Rob Clerc
gevolgd door Gil Salomé.
70 jaar na de oprichting - In 2001 - werd de naam van de club gewijzigd in "Van Stigt Thans". De reden van deze naamwijziging is dat de vereniging gesponsord wordt door het gelijknamige assurantiekantoor. Hierdoor werd het mogelijk een aantal sterspelers aan de club te binden, zoals o.a. oud-wereldkampioen Anatoli Gantwarg en Rob Clerc, vele malen kampioen van Nederland. Later werd wereldkampioen Alexander Schwarzman en de Franse dammer Arnaud Cordier aangetrokken. Met deze versterking wist de damclub, na enige malen als tweede te zijn geëindigd, in 2006 en 2007 het kampioenschap van Nederland te behalen.