Anita's 

Grote Kleine Wereld

      [ start ] Het Wolwinkeltje ] De Bakkerij ] De Juwelier ] De Bibliotheek ] De Serre ] De losse miniaturen ] Foto pagina 1 ] het grote nieuwe project ] Informatie Pagina ] Mijn Gastenboek ] [ Home ]

 

Deze site is het laatst  bijgewerkt op: zondag 05 oktober 2003

 

Mijn Grote Kleine Wereld

 klik de foto voor de vergroting

Mijn liefde voor poppenhuizen en miniaturen begon rond 1980 met het boekje “Het is poppengoed en anders niet”. Helaas ben ik dat boekje kwijtgeraakt bij de verhuizing, maar het was op dat moment wel de start van een boeiende hobby. In diezelfde periode erfde ik van mijn grootouders een kast, een meidenkast, waar we eerst boeken in hadden gezet. N.a.v. het boekje ben ik met mijn moeder naar het Frans Hals Museum in Haarlem gegaan om te kijken naar het poppenhuis van Sara Ploos van Aemstel, werkelijk een pracht, je raakt er niet op uitgekeken. Bij thuiskomst blijft het maken van een poppenhuis door je hoofd spoken en ga je kijken waar het in gebouwd zou kunnen worden. En toen kwam de kast van oma aan de beurt, de boeken eruit, de afmeting tussen de planken was ongeveer 23 cm, de panelen konden uit de deur,
glas erin en je kon altijd naar binnen kijken. Het idee was geboren, nu nog de goede maten. Toen verkocht de Bijenkorf nog miniaturen, zij hadden een grote collectie, maar volgens mijn vader was het voldoende om alleen een stoel te kopen, daar van bepaal je dan de hoogte van de tafel en een kast. Maar we waren nieuw in deze materie, dus werd gekeken naar een  boek, en dat gaf ons duidelijke aanwijzingen over de maat 1:12. Mijn vader heeft het leeuwendeel van alle meu-
bels gemaakt. Na het stoeltje kwam een tafel erbij, toen nog meer stoeltjes, een bank, een kast, de eerste kast was een massief blok hout, een z.g.n. kussenkast. Deze kast kon niet open, maar blijft nog steeds mijn pronkstuk, ik heb nu eenmaal iets met een miniatuur (of iets anders) dat als eerste gemaakt is, nog in een leerproces, maar je bent er al zo trots op. We waren ook nog helemaal niet bekend met de wereld van de miniaturen, we wisten nog niet wat er allemaal te koop was voor deze hobby, die op dat moment in Nederland ook nog wel in de kinderschoenen stond, maar heel langzaam kwamen we meer te weten, vonden we de winkels waar we alles m.b.t. meubels konden kopen. Eerst waren het nog scharnieren van sigarenkistjes, deurknopjes van koperen spijkertjes. Ook het maken van de gordijnen was in het begin een speurtocht naar fijne stofjes
Via een workshop voor het maken van een (grote) pop in Amersfoort kwam ik in aanraking met Trees Beertema, heden een bekendheid in de miniaturen, bij haar ging ik meerdere workshops volgen in het maken van miniaturen op verschillend gebied. Ook struisvogeleieren, zakhorloge’s, maar heel langzaam werd ik bekend in de wereld van de miniaturen. En ook langzaam aan veranderde de meidenkast van oma in een prachtig poppenhuis. De volgende kast ging open, papa probeerde houtsnijwerk uit. Ik ben gezegend met een zeer creatieve vader, die in zijn jonge jaren de Rijks Kunstacademie heeft doorlopen, schilderen doet hij tot op heden nog  steeds, maar ook houtsnijwerk was een passie van hem, laten kwam daar het maken van klokken bij,dus het maken van de miniaturen in hout was een nieuwe uitdaging, en ik kan u wel vertellen een die hem goed afgaat. Zowel mijn vader als ik zijn niet gauw tevreden en vooral pa blijft nieuwe uitdagingen zoeken in de miniaturen. Wij gaan van het standpunt uit dat veel zelf te maken is, als je het maar probeert. Een globe werd gemaakt van een beschilderde ping-pong bal, een pastic rood serviesje werd wit geschilderd en toen met een penseeltje met 2 haren voorzien van een delfts blauw motief. De wasmachine heeft een draaimechanisme, als je aan de slinger draait, dan draaien in de trommel kleine schoepjes rond, want het wasgoed moet natuurlijk wel droog worden. Ook de pers om de witte was te persen kan aangedraaid worden, want het wasgoed moet netjes glad in de kast liggen. Alles is te koop, maar er hangt een prijskaartje aan, en het zelf maken is en  blijft het leukste. 
Ik stortte me op het maken van de gordijnen, via Trees kwam ik aan prachtige porseleinen poppetjes die ik aan ging kleden. De verlichting is wel gekocht, langzaam werden we beter, het bezoeken van beursen geeft je de mogelijkheid ander hout te kopen, beter gereedschap. De banken werden uitgevoerd met houtsnijwerk, de kasten werden voorzien van laden, er kwam een bureau met een buikje en laden, kortom pa was gegrepen door het miniaturen virus.

Na voltooiing van mijn kast vond mijn vader dat hij door moest gaan, ook mijn moeder was er weg van, samen lopen we vele beursen af, en genieten van al het moois dat de mensen maken, we zijn vaste bezoekers van De Boc, Arnhem Miniaturenstad, en een enkele keer zijn we naar Antwerpen geweest. Mijn man en ik bezoeken nog wel eens een beurs in Duitsland. Als we op vakantie zijn in het buitenland kijken we ook altijd naar miniaturen en zelfs in Australië hebben we miniaturen gevonden.Op dat moment hadden mijn ouders een prachtige boekenkast gekocht met de planken op de juiste afstand, en het volgende poppenhuis werd een feit. Voor dit poppenhuis heb ik me gestort op de aankleding van alles. In die periode was het blad poppenhuizen en miniaturen op de markt gekomen en dat verschafte ons heel veel informatie. Het maken van meubels, en andere zaken ging ons steeds beter af. Bij het poppenhuis van mijn ouders kan je leren van de fouten die je maakt bij het maken van het eerste poppenhuis, en zo groei je uit tot een echte miniaturist.