Dit verhaal is gebaseerd op waargebeurde bedenksels en vertelt het tragische verhaal van een onmogelijke liefde tussen een eekhoorn en een wezel. Het begon allemaal op een donkere nacht in een beschutte plek in het bos, op een tak aan de oever van een glinsterend bosvijvertje. In het holst van de nacht vielen twee gedaantes te ontwaren aan de schaduw die het vage maanlicht over ze uitwierp. De een bol met een pluizige staart de ander dun en lang; eekhoorn en wezel.

 

Ze mochten elkaar niet ontmoeten, dus moest het zo. Wezel kwam uit een trotse familie van vechtersbazen, die constant in onderlinge strijd verwikkeld was met concurrerende families. Ook wezel had moeten vechten om zijn vege lijf te redden. Eekhoorn kwam uit de vredelievende, hippieachtige gemeenschap aan de rand van het bos. De commune van Eekhoorn verafschuwde geweld en ze hingen de hele dag rond in hun boomhollen te mediteren. De eekhoorns waren erg vrij in relaties, iedereen ging met iedereen naar bed en groepseks was een dagelijkse bezigheid. Dit tot grote afschuw van de wezels die erg monogaam en trouw waren. Zij zagen de vrijerspraktijken van de eekhoorns als een provocatie. De wezels, echte roofdieren, gingen op een klopjacht om hun normen en waarden te beschermen en probeerden alle eekhoorns af te slachten. De eekhoorns moesten hierdoor telkens verhuizen van boomtop naar boomtop, om zich te verschuilen voor de bloeddorstige wezels.

 

Terug bij de bosvijver was de ruzie tussen eekhoorn en wezel hevig opgelaaid. Hoewel ze probeerden te fluisteren, om niet gehoord te worden, viel het gesprek op een afstand te volgen.

"We kunnen elkaar niet blijven zien zo." "Maar ik wil het, ik kan niet anders". "Nee het kan niet, mijn familie zal dit nooit accepteren"

En met die laatste woorden en stortte wezel zich van de berkentak in de bosvijver. Eekhoorn verstijfde eerst van schrik, maar schudde zichzelf wakker. Ze moest iets doen, zonder hem was er voor haar geen leven meer. In een wanhopige poging de wezel te redden sprong ze er achteraan.

We weten allemaal dat wezels en eekhoorns niet kunnen zwemmen en ondanks de ondiepte van het vijvertje waren de arme beestjes na luttele seconden dood, hun longen volgelopen met het vuile boswater uit de poel.

Enkele dagen later spoelden de twee beestjes aan. Een imposante, grijze wezel op klopjacht kwam langs de vijver en ontdekte de twee levenloze kadavers. Vol schrik herkende hij zijn zoon in het ene, arme beest dat de verstijfde uitdrukking van doodsangst nog op zijn gezicht had staan. De treurige vader zag zijn fout in en besloot hierop dat hij zijn klopjacht op de eekhoorns zou stoppen. Toen beide families dit zagen, kwamen ze tot inkeer en besloten ze de vrede. Van nu af aan accepteren en respecteren ze elkaars tradities. (alhoewel de wezels nog steeds niet aan groepsseks doen)