DE ZWAANRIDDER OP HET VALKHOF
Waarom de Valkhofvereniging Helias mag claimen als symbool
Door Martijn Wijngaards
Op een mooie dag houdt
keizer Otto de Eerste van Duitsland zijn gerecht in Nijmegen. Voor hem
verschijnen twee mooie vrouwen; de hertogin van Boulogne en Bouillon en haar
dochter Clarisse. Zij worden aangeklaagd door de graaf van Frankenborgh. Wat
hij beweert is niet mis: de hertogin zou haar man met vergif om het leven
gebracht hebben, om zo zijn land in haar bezit te krijgen. Daarnaast
verdenkt de graaf de hertogin ook nog van overspel; haar dochter zou niet
van de hertog zijn, maar van een andere man.
Zoals het de gewoonte is in die tijd, wordt besloten dat de graaf tegen
iemand moet vechten die de hertogin wil verdedigen. De winnaar heeft gelijk,
zo gelooft men, want God zal aan diens kant staan. De graaf is echter een
uitstekende ridder. Niemand durft het tegen hem op te nemen. Beide dames
zijn ten einde raad, want als de graaf wint – of niemand durft het tegen hem
op te nemen – dan wacht de hertogin de brandstapel. Clarisse zal als een
arm, landloos meisje door het leven moeten gaan.
Maar God luistert naar de smeekbeden die beide edelvrouwen hebben
uitgesproken; hij stuurt een held naar ze toe om hun eer te verdedigen. En
wát voor een held: een ridder met glanzende maliën, een zilveren schild met
daarop twee kruizen en een hoorn met een krachtig geluid, staand in een boot
die voortgetrokken wordt door een zwaan over de Waal. Dit is Helias de
Zwaanridder.
Natuurlijk wint Helias van
de gemene graaf. Zonder pardon wordt de schurk overmeesterd en onthoofd. Als
dank mag Helias trouwen met Clarisse; het blijkt liefde op het eerste
gezicht. De bruiloft is een groot feest, maar het trouwen geschiedt wel
onder één huwelijkse voorwaarde: Clarisse mag Helias nooit vragen naar zijn
afkomst, want anders moet hij vertrekken. Zij vestigen zich in Bouillon en
al snel komt er een baby: Yda.
Na ongeveer zeven jaar weet
Clarisse zich niet meer te bedwingen: zij vraagt Helias waar hij vandaan
komt. Verdrietig neemt Helias afscheid. Hij vertrekt naar Nijmegen om de
keizer te vragen om het huwelijk te laten ontbinden, de zwaan staat ineens
klaar in de gracht om hem te vervoeren. Snel reizen Clarisse en Yda achter
de Zwaanridder aan. In Nijmegen spreken ze hem nog één keer en dan vaart hij
definitief weg.
Het Valkhof als
trouwlocatie
Hierboven staat de kern
van het bekende Zwaanridderverhaal. Tenminste, zoals het is overgeleverd in
het originele verhaal ‘Le Chevalíer au Cygne’ uit omstreeks 1200,de oudste
versie. Het wordt voorafgegaan door de oorsprong van de Zwaanridder en
vervolgd door diens dood. Via omwegen komt de complete Heliasvertelling rond
1515 in de Nederlanden op de drukpers te liggen, waarna het elke eeuw wel
een paar keer is herdrukt.
Voor enkelen zal het toch
wel zeer opmerkelijk zijn dat Kleef helemaal niet in deze
Zwaanriddervertelling wordt genoemd. Hoe die in onze Duitse buurstad is
terechtgekomen is een heel verhaal. Pas achter in de 15e eeuw
wordt de Zwaanridder definitief naar onze oosterburen toegeschreven in een
kroniek van de Kleefse hofsecretaris Gert van der Schuren (‘Chronik von
Cleve und Mark’, 1478). Hij vermengt voor het eerst de verteltraditie
omtrent Helias met de iets jongere van Lohengrin. (‘Loherangrin’ verschijnt
voor het eerst als zoon van Parzival in het gelijknamige verhaal van Wolfram
von Eschenbach uit omstreeks 1210.) De Kleefse adellijke familie voert dan
waarschijnlijk al enige tijd een zwaan als familiewapen, maar met het
verhaal krijgt het ook een duidelijke oorsprong.
Met andere woorden, het
is vrij gemakkelijk wetenschappelijk aan te tonen dat de Zwaanridder voor
het eerst in Nijmegen is aangekomen. Bovendien maakt Prof.Dr.G.H.M.Claassens
in het Jaarboek Numaga 1991 buitengewoon aannemelijk dat de keuze voor
Nijmegen ook geen toevallige is geweest. Als je het verhaal leest, dan zie
je dat Helias eigenlijk ook alleen maar het Valkhof aandoet: hij komt daar
aan, hij vecht daar, trouwt daar en scheidt daar. Geen wandeling door de
binnenstad, geen verblijf aan de kade of in de Benedenstad.
Zwanenstrijd met
Kleef?
Zoals gezegd, de aankomst
van Helias in Nijmegen is niet toevallig. In het voornoemde artikel voor
Numaga bewijst Claassens min of meer dat hertog Hendrik I van Brabant
(1190-1235), de grote sponsor, de keizerstad bewust heeft opgevoerd in het
verhaal. Als Hendrik trouwt met Mathilde, gravin van de Elzas, Boulogne en
Bouillon ziet hij zichzelf ineens staan in de familielijn met de grote
Godfried van Bouillon. Natuurlijk is Godfried bekend als de grote leider van
de eerste kruistocht, waarbij hij in 1099 Jeruzalem inneemt en ‘Beschermer
van het Heilige Graf’ wordt (aangezien hij de koningstitel weigerde).
Door deze daad wordt Godfried voor de hele christelijke wereld een soort
superheld.
Hendrik wil eigenlijk ook
als groot kruisvaarder de geschiedenis ingaan, maar op enkele kleine
successen na, is hij totaal niet geslaagd in zijn opzet. De ‘Duitse
kruistocht’ van de jaren 1190 wordt sowieso een fiasco als keizer Frederik I
‘Barbarossa’ sterft aan het begin en ook Hendrik besluit om zijn
activiteiten vooral thuis voort te zetten. Net als Godfried koestert Hendrik
de droom om het grote Neder-Lotharingische rijk van Karel de Grote te
herstellen. Bij die strijd krijgt Hendrik Nijmegen kort in handen. Op dat
moment is Nijmegen, met de herstelde burcht op het Valkhof, weer een
belangrijke stad.
Tegelijkertijd wil
Hendrik zijn stamboom veiligstellen. Hij laat een groots werk schrijven over
de heldendaden van Godfried van Bouillon in het Heilige Land. Deze grote
bundel verhalen, ook wel de eerste cyclus ‘kruisvaartromans’ genoemd, laat
hij vooraf gaan door een geschiedenis van Godfried zelf. Jeugdverhalen uit
het leven van de grote Beschermer.
Maar dan is er nog één
probleem: Godfried is een edelman van vrij eenvoudige komaf. En dat is
moeilijk te rijmen met zijn status als min of meer goddelijke gezant. De
oplossing werd eenvoudig gevonden: de Zwaanridder Helias is zijn grootvader,
diens dochter Yda zijn moeder. Uiteindelijk komt er dus een flinke cyclus
die wordt voorafgegaan door het verhaal waarin de Zwaanridder voor het eerst
aankomt. In Nijmegen, want die stad is voor hertog Hendrik heel speciaal.
Wie in Kleef loopt kan
niet om de Zwaanridder heen. Op bussen, winkelpuien en allerhande
afbeeldingen prijken verwijzingen naar het verhaal. Op de Zwaanburcht prijkt
een weerzwaantje en de Lohengrinbrunnen op de Fischmarkt is een buitengewoon
bekende fontein midden in de stad – nabij het nieuwe winkelcentrum met een
gestileerde zwaan in het logo. Kleef is duidelijk trots op haar Zwaanridder.
De eerste die de Kleefse
adellijke familie – dus Kleef zelf – in verband brengt met een Zwaanridder
is Konrad von Würzburg rond 1257-1258 in zijn ‘Der Schwanritter’. Daarna
ziet de vertelling in allerlei verschillende verschijningen het licht. Een
consistent beeld van een Kleefse Zwaanridder is daarom niet te geven. Dat
blijkt ook als je bij antiquariaten oude Nederrijnse sagenbundeltjes vindt;
het Zwaanridder staat er altijd in, maar meestal onder een andere naam. De
mooiste vind ik overigens Elias Grail in Wilhelm Rulands ‘Die
schönsten Sagen des Rheins’ uit 1930. Het is overigens niet gek dat de naam
Lohengrin het populairste is in Kleef. Dat zal wel alles te maken hebben met
de beroemde, gelijknamige opera van Richard Wagner uit 1848.
Wat de
Valkhofvereniging kan doen
Als je alles goed
beschouwd – en dat hebben we net even gedaan – dan is het eigenlijk zonde
dat in Nijmegen slechts één verwijzing is naar het Zwaanridderverhaal. Nota
bene niet eens op het Valkhof, maar tegenover het centraal station staat het
welbekende ‘Metter swane’ (naar de oorspronkelijke Nederlandse boektitel
‘Vanden ridder metter swane’). Wat mij betreft is het tijd om hieraan iets
te doen.
Ik denk dat het heel
aardig is als er een informatiepaneel op het Valkhof of in de kapel komt
waarop een duidelijke verwijzing komt naar ‘onze’ Zwaanridder Helias. Het
lijkt mij duidelijk waarom wij Helias mogen claimen. Voor Kleef blijven er
nog genoeg Zwaanridders over, waaronder Lohengrin. Prima.
Trouwen in de
Nicolaaskapel krijgt ook een bijzonder tintje als je weet dat Helias en
Clarisse eeuwen eerder elkaar hier het ja-woord hebben gegeven. Een mooie
plaat waarop de bruiloft plaatsvindt en een recente trouwfoto erop, zou een
mooie mogelijkheid zijn.
Nadat ik mijn leerlingen
van Helias heb verteld, heb ik ze naar het Valkhof gestuurd om naar de bocht
in de Waal te kijken waar hij ooit aankwam met de Zwaan. Er is
gediscussieerd of hij van links of van rechts kwam, maar ook is opgemerkt
dat het daar ‘vet mooi’ is.
Helias zou een mooi
symbool zijn voor de Valkhofvereniging en een goed middel om nieuwe
doelgroepen aan te spreken. Het is historisch juist om hem te claimen en er
hoeft geen strijd te worden gevoerd met Kleef. Zegt u het maar.
Over de uitgave
Op 26 maart 2005 zal in de Nicolaaskapel
de presentatie zijn van het boek ‘De Zwaanridder die in Nijmegen aankwam’.
De vertelling omtrent de held Helias is hertaald uit het Middelnederlands en
van aantekeningen voorzien door Martijn Wijngaards. Bovendien wordt verteld
hoe het verhaal is ontstaan, welke Zwaanridders er nog meer zijn en wat de
huidige stand van onderzoek is. Desondanks is het verhaal geschikt voor een
breed publiek, vooral voor mensen met warme interesse voor dit Nijmeegse
onderwerp dat nu na lange tijd voor het voetlicht komt.
Kunstenares Moniek
Kerckhoffs heeft voor de uitgave bijzondere, nieuwe illustraties gemaakt.
Voor leden van de
Valkhofvereniging zal te zijner tijd een speciale aanbieding komen.
Over de auteur
Martijn Niek Arnold Wijngaards (Nijmegen, 1976) is thans in Nijmegen
werkzaam als docent Nederlands op het Canisius College. Momenteel bereidt
hij proefschrift voor over een andere, vergeten vertelling met Middeleeuwse
wortels. Leuke, onbekende verhalen verdienen het immers ook om verteld te
worden…
Dit
artikel is eerder verschenen in het Valkhofnieuws, tijdschrift van de
Valkhofvereniging, jaargang 27, nummer 1. Het copyright van deze tekst ligt
geheel bij de auteur. Niets mag op enigerlei wijze overgenomen worden zonder
nadrukkelijke (schriftelijk) toestemming van de auteur.
(c) M.N.A.Wijngaards 2005
|