|
|
CORDUWENER, Gerardus
Antonius
1882-1940
|
SDAP-politicus te Nijmegen, is geboren
te Arnhem op 6 juni 1882 en overleden te Nijmegen op 4 oktober 1940.
Hij was de zoon van Franciscus Corduwener, wagenmaker, en Anna van
Rossum, dienstbode. 0p 21juni 1907 trad hij in het huwelijk met Hermina
Onderstal, met wie hij een dochter kreeg.
Corduwener, die uit een
katholiek gezin stamde waarvan de vader een zelfstandig beroep uitoefende,
moest na een paar jaar MULO aan het werk. Hij leerde het stucadoorsvak en ging
enkele jaren in Duitsland werken. In 1903 keerde hij in Nederland terug.
Na jaren van wisselende betrekkingen in het vak vestigde hij zich in
1907 in Nijmegen, dat voor zeventig procent rooms-katholiek was en waar
de katholieke kiesvereniging Recht voor Allen de dienst uitmaakte. Corduwener
had zich al in 1899 bij een stucadoorsbond aangesloten, maar deze was
teloorgegaan. Nu sloot hij zich aan bij de Algemeene Nederlandsche Stucadoorsbond
die vanaf 1907 in Nijmegen een afdeling had. Hiervan werd hij secretaris,
welke functie hij ruim dertig jaar zou vervullen. Tussen 1914 en 1928
was hij bovendien hoofd-bestuurslid van de bond en in 1912 werd hij eveneens
voor vele jaren bestuurder van de Nijmeegsche Bestuurdersbond.
Na lang weifelen
tussen de verschillende richtingen in de socialistische beweging had
Corduwener in 1910 uiteindelijk voor de SDAP gekozen en voor de keuze
geplaatst tussen 'Kerk of socialisme' besloot hij met de katholieke
kerk te breken. In 1917 stelde de SDAP hem kandidaat voor de gemeenteraad.
De Gelderlander, eigendom van de katholieke elite
en fel anti-socialistisch, bestreed de SDAP met alle kracht. Als gevolg
van de traditioneel slechte opkomst van de katholieke kiezers veroverde
Corduwener met zeventien stemmen verschil een zetel. De verrassende
uitslag doorbrak het katholieke monopolie, dat een gevolg was van het
districtenstelsel. Het algemeen kiesrecht maakte in 1919 de weg vrij voor
een fractie van acht SDAPers, met Corduwener als voorzitter, die moest
opboksen tegen de katholieke meerderheid. In 1923 raakten de gemoederen
verhit omdat de katholieke raadsfractie geld en bouwterreinen ter beschikking
wilde stellen voor de vestiging van een katholieke universiteit. De andersdenkenden
liepen tegen deze plannen te hoop. Corduwener leidde het verzet maar kon
niet verhinderen dat de katholieke raadsfactie haar wil met één
stem méér oplegde. In de gemeenteraad wilde Corduwener vooral
optreden als woordvoerder van een achtergestelde en verdrukte minderheid.
Vanaf 1920 was hij bovendien lid van de Provinciale Staten van Gelderland.
Toen de Nijmeegse
SDAP in 1927 een wethouder mocht leveren, stapte Corduwener zonder
enig overleg met de katholieke meerderheid en zonder enige voorwaarde
vooraf in het college van burgemeester en wethouders. De SDAP-fractie
begroette de uitverkiezing als erkenning van de mondigheid van de arbeidersbeweging,
die niet langer 'buiten de zedelijke gemeenschap' geplaatst werd.
Als enige van de vier beschouwde Corduwener zijn wethoudersfunctie als
een volledige baan. Met zijn gezond verstand en doorzettingsvermogen
werkte hij zich door de dossiers, waardoor hij zelden in de raad verrast
werd. Zijn meerjarenplannen voor meer en betere wegen en voor stelselmatige
krotopruiming hadden merkbaar succes en maakten hem populair. Zijn herverkiezing
als wethouder in 1931 lag voor de hand, hoewel De Gelderlander zijn ergernis over zoveel
rode successen niet verheelde. De aanpassingspolitiek als gevolg van de
crisis bracht Corduwener in 1932 in grote problemen. Hoewel hij vaker minderheidsstandpunten
had ingenomen, kreeg zijn verzet nu het karakter van obstructie. Na vijf
maanden overspannen te zijn geweest vond hij zijn draai weer. In 1935 maakte
de katholieke fractie een eind aan zijn wethouderschap door zonder enig
vooroverleg vier katholieke wethouders te kiezen. De 'geschiktheid' van de
kandidaten had volgens deze fractie de doorslag gegeven. Wederom liepen de
andersdenkenden te hoop tegen zoveel roomse arrogantie. Een jaar later ontstond
een wethoudersvacature, waarvoor de SDAP nu wel een kandidaat mocht leveren
maar een andere dan Corduwener. De SDAP-fractie weigerde hieraan tegemoet
te komen. Deze ervaring kwetste Corduwener, die snel geraakt en opgewonden
was en het hart op de tong droeg. Waar hij onrecht of oneerlijkheid
meende te bespeuren, stoof hij driftig op, hetgeen hem vaak in moeilijkheden
bracht. Zijn temperament versterkte zijn leiderspositie. Voor de plaatselijke
rode familie was hij de man, 'die het toch maar eens zei' en daarmee
de woede over miskenning, achterstelling en uitsluiting vertolkte. Tegelijkertijd
toonde hij zich toegankelijk voor redelijke argumenten. Voor zijn oprechte
en aanhoudende zorg voor de minder bedeelden hadden ook zijn tegenstanders
waardering. Dit bleek in 1939, toen hij met steun van de katholieke meerderheid
als wethouder voor gemeentebedrijven terugkeerde. De oorlog overviel
ook hem. Tegen het advies van de partijleiding in en ondanks een poging
van M. van der Goes van Naters hem tot andere gedachten te brengen, koos
Corduwener voor de Nederlandse Socialistische Werkgemeenschap van M.M.
Rost van Tonningen, wat binnen de Nijmeegse SDAP tot spanningen leidde,
Op 3 oktober 1940 zakte Corduwener bij een bezoek aan
de Gasfabriek in elkaar, raakte buiten kennis en overleed de volgende
dag. Onder buitengewoon grote belangstelling werd hij op 8 oktober begraven.
Een plaatselijke partijgenoot sprak bij het graf: 'Wat Troelstra was voor
Nederland, waart gij voor Nijmegen'. Nijmegen erkende zijn verdiensten
door een straat naar hem te noemen.
BRON: http://www.iisg.nl/bwsa/bios/corduwener.html
LITERATUUR: Vliegen, Kracht III,
223-224; P.F. Maas, Sociaal-democratische gemeentepolitiek
in katholiek Nijmegen 1894-1927 (Nijmegen 1974); M. van Gastel, De
SDAP-gemeentepolitiek in Nijmegen 1927 tot 1936 (scriptie Nijmegen
1975); M. van der Goes van Naters, Met en tegen de tijd (Amsterdam
1980); A. Leusink, Op hechte fundamenten. Geschiedenis van de Algemene
Nederlandse Bouwarbeidersbond (Amsterdam 1950); H. Termeer,
Nijmegen frontstad, september 1944-mei 1945. Politiek en vakbeweging
(Zutphen 1979).
Auteur: P.F. Maas
Oorspronkelijk gepubliceerd in: BWSA 4 (1990), p. 33-35
Laatst gewijzigd: 05-08-2002
|
|
|
|