>

de Chordotomie

Polikliniek voor pijnbestrijding


Inleiding
De chordotomie is een behandeling voor pijn, waarbij de pijngeleidende zenuwbaan wordt onderbroken in het ruggemerg.
De behandeling wordt alleen uitgevoerd als de pijn zich aan één zijde van het lichaam bevindt.
De onderbreking vindt plaats aan de tegenovergestelde kant van de pijn, juist onder het oor.
De behandeling gebeurt onder plaatselijke verdoving omdat uw medewerking nodig is, om aan te geven of de onderbreking van de zenuwbanen voor het goede gebied plaats vindt.
De chordotomie vindt alleen plaats voor pijn bij kwaadaardige aandoeningen. Na de chordotomie is het gevoel voor pijn in het behandelde gebied verdwenen, maar ook het gevoel voor warmte en koude; hier moet u rekening mee houden bij het aanraken van warme voorwerpen, zodat u zich niet ongemerkt brandt!
De bewegingszenuwen blijven intact, er treden dus geen verlammingen op!

De voorbereiding
Thuis hoeft u geen voorbereiding te treffen, tenzij dit speciaal vermeld is. Op de behandeldag meldt u zich op de afdeling opname. Als u bloedverdunners gebruikt, dient u dit enkele dagen voor de behandeling te melden, zodat er passende maatregelen genomen kunnen worden. Het is vervelend om lang te moeten wachten. Iedereen streeft er ook naar uw wachttijd zo kort mogelijk te houden. Wij vragen echter uw begrip voor onvoorziene omstandigheden, die soms tot een wat langere wachttijd leiden.

De behandeling
In de behandelruimte ziet u dat de arts en zijn assistente operatiekleding dragen.
Tijdens de behandeling wordt gebruik gemaakt van een röntgentoestel (doorlichting), zodat iedereen de procedure goed kan volgen op een monitor en de anesthesist de juiste positie van de electode kan bepalen.
Eerst krijgt u een plaatselijke verdoving ingespoten, onder het oor; aan de tegenovergestelde kant van de plaats van de pijn. Dit is even pijnlijk.
Als dit is ingewerkt brengt de arts onder röntgendoorlichting een naald in, waardoor een contrastvloeistof wordt ingespoten. Met behulp van het contrast wordt het ruggemerg zichtbaar.
De richting van de naald moet hierna soms veranderd worden.
Als de richting van de naald correct is wordt een kleine electrode door de naald ingebracht.
Met behulp van metingen aan de electrode en het veranderen van de hoogte van een pieptoon die ingeschakeld is, kan de positie van de electrode ten opzichte van het ruggemerg worden bepaald.
Hierna wordt een "stimulatiestroom" door de electrode gestuurd. Dit is een zwakke, niet schadelijke, elektrische stroom.
Wanneer de sterkte van de stroom langzaam wordt opgevoerd ontstaat er een prikkelend gevoel of een warmte- of koudegevoel ergens in uw lichaam. Meestal voelt u dit aan de tegenovergestelde lichaamshelft van de plaats van de prik.
Dit hoeft niet pijnlijk te zijn!
Van u wordt gevraagd om aan te geven wanneer u de stroom (tinteling, warmte of koude) voelt; hierna wordt de stroomsterkte niet verder opgevoerd (wat pijnlijk zou kunnen zijn). Meestal voelt u dit aan de tegenovergestelde lichaamshelft van de plaats van de prik.
Vervolgens wordt u gevraagd waar u de tinteling voelt. Het is dan van belang dat u met woorden de plaats aangeeft. Probeer vooral niet met de vingers de plaats aan te wijzen, de kans bestaat dan dat de instrumenten door het aanraken onsteriel worden.
Hierna wordt de plaats van de elektrode ten opzichte van "bewegingszenuwen" vastgesteld. Dit gebeurt met een andere soort stroom.
Hierdoor treden spierbewegingen op, in de nek en schouder.
Wanneer de elektrode zich op de juiste plaats bevindt (soms is er correctie van de positie nodig), begint de eigenlijke behandeling.
Voor de verslaglegging in het medisch dossier wordt er een afdruk gemaakt van het röntgenbeeld.
Via de ingebrachte elektrode wordt een z@eacute;ér hoogfrequente stroom gestuurd.
Deze veroorzaakt ter plaatse van de punt van de elektrode warmte.
De temperatuur die bereikt moet worden (80° tot 95°C.) wordt gecontroleerd en geregeld.
Hierdoor wordt de pijngeleiding in de zenuw onderbroken. Het aanbrengen van de "onderbreking" duurt 20 tot 45 seconden.

Als dit gebeurd is wordt met behulp van een ijsklontje het effect van de behandeling gecontroleerd, als het goed is voelt u in het juiste gebied geen koude meer.
De gehele behandeling duurt ongeveer 20 tot 40 minuten.

De nazorg
Als de plaatselijke verdoving is uitgewerkt (ongeveer 1 tot enkele uren na de behandeling) kan er napijn optreden ter plaatse van de prik onder het oor, meestal helpt een eenvoudige pijnstiller hiertegen
De pleister op de behandelde plaats mag na 24 uur verwijderd worden.
Om mogelijke complicaties op te kunnen vangen blijft u één tot enkele dagen na de behandeling in het ziekenhuis.

Complicaties
Na de behandeling kan hoofdpijn optreden, dit verdwijnt meestal vanzelf binnen enkele dagen.
Plat liggen, veel drinken en een eenvoudige pijnstiller verminderen deze klacht.
Kortdurende bloeddrukdaling komt soms voor.
Moeite met urineren en spierzwakte kunnen voorkomen.
Deze bijwerkingen verdwijnen meestal zondr ingrijpen binnen enkele dagen.
Het kan voorkomen dat de pupil van het oog aan de kant van de prik groter wordt (en blijft), dit is zichtbaar maar u ondervindt hierbij geen hinder bij het zien.
Ernstiger bijwerkingen zoals verlammingen zijn uitermate zeldzaam.

Tot besluit
Hebt u na het lezen van deze folder nog vragen over de behandeling?
Aarzel dan niet om te bellen naar het secretariaat van de afdeling pijnbestrijding: 0341-463773 .
U kunt dit nummer eveneens bellen als u om dringende redenen uw afspraak niet kunt nakomen.


Ziekenhuis "Sint Jansdal"
Harderwijk
maatschap anesthesiologie en pijnbestrijding

laatste update: 22 mei 2003

terug naar: Index pijnbehandeling.

© C. Zomers