Vakgroep anesthesiologie

Soms is het aangewezen om bij een bevalling pijnbestrijding toe te dienen.
Dit kan geschieden per injectie, waarbij een pijnstiller wordt ingespoten.
Een andere methode is de zogenaamde epidurale pijnbestrijding.
Deze behandeling van pijn bij de bevalling kan worden toegepast
als de pijn van de weeën via de normale weg niet afdoende te behandelen is
of als de weeën erger zijn dan normaal; bijvoorbeeld bij een ingeleide bevalling.

Bij deze methode is het de opzet dat de pijngeleiding,
van met name de ontsluitingsperiode, wordt onderbroken.
De pijn van de ontsluitingsweeën wordt via zenuwen, in het lendengebied,
van de baarmoeder via het ruggemerg aan de hersenen doorgegeven.
Door deze zenuwen gedeeltelijk te verdoven is het doorgaans goed mogelijk
om een zeer bevredigende beheersing van de pijn te bewerkstelligen.

Voor deze vorm van pijnbestrijding wordt een heel dunne catheter ingebracht.
Dit is een slangetje van ongeveer 1 millimeter dik.
Het slangetje komt in de "epidurale ruimte" te liggen.
De epidurale ruimte bevindt zich binnen het wervelkanaal,
rondom de vliezen, die het ruggemerg omgeven.
Het inbrengen gebeurt nadat de huid verdoofd is.
De catheter wordt tussen twee wervels opgeschoven.

Het inbrengen van de catheter is over het algemeen niet erg belastend;
(het is ongeveer te vergelijken met het afnemen van bloed).
Als dit slangetje is ingebracht kan men daar gewoon op liggen
zonder dat dat problemen geeft.
De catheter wordt ingebracht door een anesthesioloog.
Na het inspuiten van medicamenten worden er door middel van een pompje
continu pijnstillers toegediend.
Door deze techniek wordt de ergste pijn weggenomen.
We streven er naar dat het gevoel van het onderlichaam intact blijft,
zodat de baring verder ongestoord kan verlopen.
Deze techniek van pijnbestrijding is relatief veilig voor moeder en kind,
en heeft als voordeel boven sommige andere technieken
dat het goede pijnstilling geeft zonder dat de baby beinvloed wordt
door de toegediende stoffen.
Het nadeel is dat de catheter in de rug moet worden ingebracht
en dat deze behandeling derhalve alleen voor patiënten in het ziekenhuis mogelijk is.
Het kan gebeuren dat tijdens deze vorm van pijnstilling een
krachtsvermindering in de benen optreedt.
Mogelijke bijwerkingen die soms (minder dan 5%) optreden, zijn:

Ziekenhuis "Sint Jansdal"
Harderwijk
maatschap anesthesiologie

maart 1998

laatste update 22 mei 2003

terug naar: Index pijnbehandeling

Technische details

© C. Zomers