Terug naar Oman 1

Wahiba Sands

De Wahiba Sands is een woestijn van 180 bij 80 kilometer waar meer dan 20 zandduinvarianten voorkomen. In het noorden zijn de zandduinen rood en lopen ze parallel aan elkaar. In het zuiden zijn de duinen sikkelvormig en is het zand veel lichter van kleur. Onder het zand bevindt zich een versteend zandduin dat op sommige plaatsen aan de oppervlakte komt. Onderzoek heeft uitgewezen dat een zandduin slechts 10 meter per jaar landinwaarts verschuift. Er leven nog een paar honderd bedoeïenenfamilies van de Wahiba-stam met hun geiten en kamelen. Het benodigde water is afkomstig uit een ondergronds grondwaterreservoir en ochtenddauw. 

Aangekomen in het Al-Raha camp (NB 22º15.038, OL 58º46.188') maakten we kennis met de eigenaar Ali. We zeiden dat we graag met onze eigen auto de Sands wilden trotseren. 'Dat zou ik niet doen met een diesel' was zijn reactie. 'Waarom niet?' vroegen we hem. 'Omdat die te weinig power hebben in het losse zand' zei hij. 'Bovendien is je auto te zwaar'. 'Maar onze auto kan toch in alle terreinen worden ingezet? vroeg Gert eigenwijs. Hij stelde voor een rondje te rijden in de buurt van het kampement. Zo gezegd, zo gedaan. En helaas, hij had gelijk. Het verschil tussen onze auto en die van hem (Jeep Cherokee, 4 liter V6) was enorm. Defenders staan erom bekend dat ze erg goed rijden in de 'lage gearing', voor deze zandduinen echter rijdt men in 'hoge gearing'. In korte tijd moet je erg veel snelheid kunnen maken; daarvoor heb je minimaal een V6 benzinemotor nodig. Dit bleek ook de volgende morgen toen de groep zich vormde: 5 LandCruisers, 2 Cherokees, een GMC Yukon, een Mitsubishi Pajero en een Hyundai Galopper, allemaal V6. De GMC en één van de Cruisers hadden zelfs een V8 motor. We hadden geluk dat er in één van de auto nog ruimte over was. We maakten kennis met Paul en Marie, een Canadees echtpaar uit Muscat. Met een brok in ons keel (we moesten ons autootje achterlaten) stapten we in de Hyundai Galopper. Toen op de eerste steile helling een aantal auto's al in de problemen raakte was de brok verdwenen. Een aanloopsnelheid van minimaal 80 km/u was nodig om de helling te halen. De auto's kregen hier al rake klappen, bij één van de auto's raakte de band al van de velg! Wat waren we blij dat we niet met ons Larootje waren!   

Op weg naar Al Raha camp De eerste steile helling Muurvast!

Daarna volgde een gemakkelijk stuk. We gingen hier weer even twijfelen want het is leuker om met eigen vervoer te rijden. Dit had ook gekund -  je kruist de Wahiba Sands dan op de makkelijkere manier - maar deze groep wilde de meer avontuurlijke manier. Over de laatste 20 km zouden we dan ook minimaal 4 uur doen. Het werden er 6! Ali reed voorop en maakte gebruik van een gps voor de richting. Een exacte route rijden kan hier niet want de duinen verplaatsen zich continu! Hij moest dus steeds een stuk doorrijden om te kijken of de route gereden kon worden. De ene na de andere auto kwam in het losse zand (dat zo dun is qua structuur dat het meer op stof lijkt) vast te zitten. Waren we best blij mee want dan hadden we weer wat tijd om goed van de spectaculaire omgeving te genieten! Met name de LandCruisers moesten vaak weer op gang gebracht worden. Waarschijnlijk omdat Cruisers te zwaar zijn voor dit terrein. De lichtere Cherokees, Galopper en Pajero deden het een stuk beter. Uiteraard is het altijd een combinatie van voertuig en chauffeur. Paul reed uitermate goed in dit terrein en kwam in het gehele traject slechts 2 maal vast te zitten. Bij veel auto's liepen banden van de velg - een bekend euvel omdat de bandenspanning zo laag is (< 1 bar!).     

Een vreemde arme snuiter! Een lekke band Eindeloze zandduinen
And now something completely different: somebody is stuck! Wat zien ze die drie? Dit: sanddunes!
Maagdelijke zandduinen Ontmaagde zandduinen 

Om drie uur bereikten we het moeilijkste punt: een fors zandduin dat maar op één punt normaal te berijden was. Dit punt was echter maar een dikke 2 meter breed en moest met een behoorlijke vaart worden gereden. Het probleem was dat je bovenop ook nog een put moest ontwijken zodat je met een flinke vaart tijdig moest bijsturen. Eén van de chauffeurs had de put niet gezien en reed met volle vaart een zandduin in. Het resultaat was een flinke deuk in z'n bumper en een beschadigd voorlicht. We waren opgelucht dat we ons autootje dit niet hadden aangedaan!       

Het moeilijkste duin  Toeschouwers Een stuurfoutje wordt hard bestraft!

Vlak voordat het donker werd (6 uur) bereikten we de lunch-/dinner-/slaapplaats. We kregen allemaal een tentje ter beschikking, er werd een kampvuur gemaakt en er werden kebabjes gebarbecued. Onder een volle maan werd de avontuurlijke dag nabesproken. De volgende morgen reden we de laatste 9 gemakkelijke kilometers naar de kust (tussen Ghalat en Sharkh). Hier hebben we koffie gedronken bij bedoeïenen. Zij leven het grootste gedeelte van het jaar van visserij. In de zomermaanden is de zee echter te ruig waardoor de visvangst onmogelijk is. Ze trekken dan naar wadi's waar ze dadels oogsten, die ze vervolgens verkopen. In de buurt van de bedoeïenkampen konden de brandstoftanks van de auto's weer gevuld worden. Dit duurde een beetje lang omdat er alleen een handpomp voorhanden was. 

Overnachtingplaats Bedoeïenjongens Bedoeïen

Het eerste gedeelte van de terugweg reden we langs het strand, daarna keerden we landinwaarts. Omdat dit gedeelte veel minder steile duinen met los zand heeft, konden we flink doorrijden (> 80 km/u). De finale van de Wahibarit was een gigantisch steil duin waar we recht naar beneden moesten rijden. Met de adrenaline in ons lijf bereikten we Al Raha camp. We waren nog maar de 4e groep die dit traject hadden afgelegd! Kosten 55 euri p.p. (incl. overnachtingen en maaltijden, excl. autohuur). Meer info: www.alraha.cjb.net.

De finale van de Wahiba-rit Sandduneboarding Een vrouw in traditionele kleding

Sandduneboarding

In het kamp besloten we nog effe te gaan 'sandduneboarden', het broertje van snowboarden. Dit bleek niet mee te vallen want de plank was veel te smal en klein voor ons zodat wij met ons enorme gewicht wegzakten in het zand. Bovendien zijn wij skiërs (er waren geen ski's aanwezig) en geen boarders. Gert koos een steiler duin uit en kwam al springend (om het zand te verwijderen) recht naar beneden. Echt boarden kon je het nauwelijks noemen. De echte 'workout' bestond uit het beklimmen van het duin. Later hoorden we van een medewerker van Al Raha camp dat het 's morgens een stuk beter gaat omdat het zand dan vochtig is en dit glijdt beter.     

Wadi Bani Khalid    

Op 10 januari reden we terug naar Al Minitrib en van daaruit naar Wadi Bani Khalid. De wadi was wederom een genot voor het oog. Jammer genoeg is een groot gedeelte voorzien van parasolletjes waardoor het er een beetje uitziet als een zwembad. Verderop in de wadi kun je heerlijk zwemmen tussen de hoge smalle rotsen. Omdat we het hier een beetje te druk vonden om te overnachten reden we naar het randje van de Wahiba Sands vlak ten zuiden van Al Minitrib (NB 22º27.872', OL 58º56.361').      

Het 'zwembad' in Wadi Bani Khalid .... een eindje verderop Iedere wadi heeft een 'falaj', een traditioneel irrigatiekanaal 
Pas op: overstekende kamelen En jawel: 2 minuten later..... Op één van de tracks van Barr al Hikman

Barr al Hikman

Een dag later reden we via route 32 naar Hayy dat grenst aan de zoutvlakte Barr al Hikman. Van Albert en Brenda hadden we een waypoint gekregen van een gave campsite. We wisten alleen niet via welke route we de vlakte moesten oprijden. Na wat heen en weer rijden vonden we een ingang (NB 20º45.130',  OL 58º17.091').

Barr al Hikman zoutvlakte (het stipje is onze auto)

Met behulp van onze GPS navigeerden we over de enorme zoutvlakte, wel gebruikmakend van de 'tracks'. Na ca. 60 kilometer slingeren (de tracks liepen kriskras door elkaar) kwamen we uiteindelijk aan bij ons waypoint: een kreek met flamingo's aan de ene kant en de zee aan de andere kant. Een waanzinnige stek (NB 20º22.338', OL 58º17.631') midden in de natuur.  De volgende morgen zijn we vroeg ons bed uitgegaan om flamingo's en andere waadvogels (reigers, lepelaars, grutto's, wulpen, e.a.) te spotten. 

Opstaan blijft zwaar Het vogelreservaat in Barr al Hikman...  ... telt vele flamingo's

Daarna reden we via Duqm naar Haima. In de buurt van Haima bevindt zich een oryxreservaat dat we graag wilden bezoeken. Niemand kon ons echter vertellen waar het reservaat exact te vinden was. In Haima aangekomen werd ons verteld dat we 60 km te ver waren gereden; we hadden bij Habhab moeten afslaan. Wij terug naar de afslag. Hier vroegen we opnieuw de weg bij een politiebureau. Een politieman wist in detail uit te leggen hoe we moesten rijden: 10 kilometer op een gravelroad tot een markeerpunt (een zwart-witte ton) en daarna nog eens 25 kilometer oostwaarts door 'the bush'. 

Nee, dit is geen sneeuw maar zand! Een visserbootje voor de kust van Filim Ergens tussen Khaluf en Duqm
Satellietfoto van Barr al Hikman (verkregen via Google Earth). Download Google Earth (http://kh.google.com/download/earth/index.html) en u kunt de gehele wereld bekijken!

White Oryx reservaat

Tot het jaar 1972 liepen er op het Arabische schiereiland vele Witte Oryxen (Arabische Oryx) rond. Er werd echter zoveel op dit dier gejaagd dat het vrijwel uitgestorven was. Gelukkig waren in 1962 door de Fauna Preservation Society in Londen vier oryxen uit Jemen naar de Phoenix Zoo gebracht (om het dier voor uitsterven te behoeden). Toen Sultan Qaboos in het begin van de jaren zeventig de heerser werd van Oman startte hij het White Oryx Project. Het doel hiervan was de oryx in zijn land te herintroduceren. Het gebied Jiddat al Harasis werd uitgekozen als leefgebied voor het dier. In de jaren zeventig arriveerden de eerste oryxen - als resultaat van een actief fokprogramma - uit Arizona. Later werden er ook oryxen uit Jordanië (Shaumari reserve) overgevlogen. In 1982 werden de eerste dieren uitgezet in het wild. In 1996 liepen er al meer dan 400 oryxen rond in het reservaat. Jammer genoeg werden er in de periode tussen 1996 en 1999 veel dieren levend gevangen voor handel buiten Oman. Gelukkig was in 1999 het jagen op deze dieren onder controle. Helaas is het de laatste jaren in trek om deze dieren levend te vangen ( status symbool). Vooral de vrouwtjes willen ze graag omdat ze daar mee kunnen fokken. Daarom zijn bijna alle vrouwtjes (op 6 na) uit het reservaat gehaald en teruggezet in een beschermd afgesloten gebied. In het wild leven dus merendeel mannetjes, in het opvangkamp leven voornamelijk vrouwtjes.       

Oryx in het opvangkamp Steenbok Witte oryxen in het wild

We vonden het 'White Oryx Project' een fantastisch initiatief dus we vonden het zo'n lange weg best waard. We konden overnachten vlak buiten het kamp (NB 19º56.718', OL 57º06.168'). De volgende dag namen we eerst een kijkje in het opvangkamp waar Maartin Strauss ons rondleidde en vertelde over het project. Hij is een Zuid-Afrikaan die reeds 2 jaar actief meewerkt in het project. Daarna nam een ranger ons mee naar het reservaat, we mochten met onze eigen auto achter hem aanrijden (kosten ca. 50 euri). Hier zagen we eerst een paar steenbokken en een paar onvermijdelijke kamelen. Na 2 uur zoeken stopte de gids bij een bedoeïenenkamp waar we een kopje koffie voorgeschoteld kregen. Als dank hebben we een pak jus d'orange gegeven. Waren ze erg blij want winkels zijn hier in geen velden of wegen te vinden. Als hoogtepunt van de 'safari' zagen we tot slot een groepje van 5 witte oryxen. Gaaf dat een dier dat was uitgestorven zich nu prima weet te redden in het wild! Meer info: www.oryxoman.com.    

Hoe vangt een gids een kameel? Moeder met zoon en dochter Beschuit met muisjes

Dezelfde dag reden we over de saaiste weg ter wereld terug naar Muscat, een lange tocht: 660 kilometer! 

Muscat

In Muscat hebben we eerst het visum voor Iran geregeld, daarna hebben we de nieuwe camera opgehaald (!) en de vuile was weggebracht. Voor het visum zouden we tot zondag moeten wachten; lullig want we wilden op vrijdag door naar Musandam. Gelukkig konden we Nasser, een hele vriendelijke Iraniër overhalen om het visum dezelfde dag nog klaar te hebben. Om vier uur die middag (men houdt zowel in Oman als VAE een siësta tussen 1 en 4 uur) zou het visum gereed liggen. Hierna moesten we nog een visum voor Pakistan regelen (dit kon niet eerder want ons paspoort hadden we afgegeven bij de Iraanse ambassade). Hiervoor was het echter te laat en ook de volgende dagen konden we niet terecht bij de Pakistaanse ambassade omdat weekend was begonnen (donderdag en vrijdag). We moesten een dag langer dan gepland in Muscat blijven. Dit gaf ons de gelegenheid om hier eens écht rond te kijken. Tot nu toe hadden we veel van Muscat gezien maar alleen omdat we dingen moesten regelen. 

Muscat (en de plaatsen eromheen) is de laatste jaren erg veranderd. In 1970, toen de vader van sultan Qaboos het land regeerde leefden de mensen hier nog in middeleeuwse omstandigheden. Toen Qaboos aan de macht kwam breidde de stad snel uit. Oude lemen huizen moesten plaats maken voor moderne gebouwen. Omdat er te weinig ruimte was in Muscat en Mutrah werd de stad zorgvuldig tussen de bergen gepland. Tegenwoordig strekt de 'capital area' zich uit over lange smalle strook van ca. 50 kilometer. De oude landingsbaan (gelegen in Ruwi) werd vervangen door Seeb airport in het westen van de stad en doet nu dienst als oefenplaats voor lesauto's. Net als in de VAE zie je langs de snelweg overal gras en mooie bloemenperken terwijl het hier zelden regent. Veel Indiërs werken als tuinman en zorgen ervoor dat alle planten dagelijks worden voorzien van water. Opvallend zijn ook de vele symbolen die langs de snelweg te zien zijn. Een voorbeeld hiervan is de koffiekan en -kopjes die de gastvrijheid symboliseren. En gastvrij zijn de Omani absoluut!   

Strand nabij Crowne Plaza Hotel Oost Muscat ligt tussen steile rotsen De koffiekan en -kopjes symboliseren gastvrijheid

Muscat telt een drietal forten die tegenwoordig nog worden gebruikt door politie en/of leger. De forten zijn in de 16e eeuw gebouwd door de Portugezen om hun steunpunten te verdedigen en hun macht te tonen. De Portugezen hadden dit gebied veroverd van de Arabieren vanwege de kruidenhandel tussen Europa enerzijds en Verre Oosten en Oost Afrika anderzijds. Kruiden zoals peper en kaneel waren luxegoederen in Europa. Door de Arabieren te verslaan werd de dure tussenhandel uitgeschakeld (lijkt Dell wel) en konden Europese handelshuizen zelf goedkoop inkopen.  

De vissouq in Mutrah Fort (Muscat) Kust nabij Qantab

Op 17 januari zijn we eerst naar het politiebureau gegaan om een roadpermit voor Musandam te regelen. Als je die niet hebt mag je dit deel van Oman niet in. De reden hiervan is dat je eerst nog een stuk door de VAE moet rijden; Musandam is namelijk niet verbonden met het overige gedeelte van Oman. Na 2 uur hadden we het permit in ons bezit. Daarna stond de Pakistaanse ambassade op het programma. Hier aangekomen wisten ze niet hoe duur ons visa was dus moesten we een uur wachten tot er iemand zou komen die dit wel wist. De consul vond het wel interessant en nodigde ons uit op zijn kantoor. Hij gaf ons een paar landkaarten en advies over de veilige en eventuele onveilige plaatsen in het land. 's Middags reden we terug naar de Emiraten.

Laat ons nou eens slapen (3)

Ook de tweede keer in de VAE waren we van plan niet lang te blijven. Ons doel was om eerst naar Musandam (Oman) te gaan en vervolgens via Ras Al Khaimah door te rijden naar Sharjah en Dubai. We zetten de auto neer bij dezelfde mangrove als de vorige keer. Omdat het dit keer 's nachts hoog water was, waren er geen krabbenvissers te bekennen. Om drie uur 's nachts hoorden we een auto naast ons stoppen. We hoorden wat geroezemoes en kort daarna een claxon. Na enkele minuten ging ook een zwaailicht aan en werd en vaker geclaxonneerd. Politie. We moesten uitstappen. Eén van de 3 politiemannen vroeg of we alcohol bij ons hadden. 'Nee, absoluut niet. We komen net uit Oman en daar is geen alcohol te krijgen. Ruik maar naar onze adem.' was ons antwoord. 'Nee, dank u' gebaarde hij. 'Wat zit daar in?' vroeg de politieman en wees naar de kist op ons dak. 'Reserveonderdelen, wilt u ze zien?' vroeg Gert. 'Nee, dat hoeft niet' zei de politieagent. Hij vertelde dat op deze plaats heel vaak mensen alcohol komen drinken en dat is in de Emiraat Sharjah niet toegestaan. In Dubai, een andere emiraat is het wel legaal om alcohol te kopen en te drinken (voor niet-moslims). Kennelijk wordt er tussen de Emiraten nogal eens alcohol 'gesmokkeld'. We schudden de handen en keerden terug naar bed.  

Musandam

Musandam wordt wel het 'Noorwegen van Arabië' genoemd vanwege de fjordachtige baaien en steile bergen die tot meer dan 2000 meter boven zeeniveau verrijzen. Het schiereiland is ca. 40 kilometer breed, ca. 135 kilometer lang en telt ongeveer 28000 inwoners. De meeste inwoners wonen in de plaats Khasab, de overige mensen wonen in kleine vissersdorpjes die alleen met de boot bereikbaar zijn.  

Vanaf Dibba loopt een weg door een brede wadi De wadi wordt steeds smaller Aan het eind van de wadi is een flinke klim

We reden Musandam binnen bij Dibba. Hier ging de asfaltweg over in een gravelroad. Het eerste stuk van de 120 km reden we door een wadi die steeds smaller werd. Daarna slingerden we omhoog naar het hoogste punt vlak onder Jebel Harim (2087 meter). Na ongeveer 60 kilometer bereikten we pas de grenspost. Tot dat punt waren we al in Oman maar nog niet officieel. We hoefden hier niet eens ons paspoort te laten zien, wel het roadpermit. De bergen zijn opgebouwd uit horizontale lagen waar op sommige plekken dankbaar gebruik van is gemaakt; de weg is daar namelijk op één van de lagen aangebracht. Volgens onze reisgids moest de fjord Khor Najd van een adembenemende schoonheid zijn. Daar aangekomen zeiden we allebei tegelijk: 'Ohhhhh'. We waren diep onder de indruk en zetten onze auto op het panoramapunt neer. Eén van de mooiste kampeerplekjes (NB 26º05.519', OL 56º19.499') tot nu toe. 

Effe een break Op één van de rotslagen is een weg aangelegd De weg is op sommige plaatsen erg smal
Eén van onze mooiste kampeerplekjes tot nu toe  (Khor Najd) Khor Najd Haven van Khasab
Een dag later gingen we naar Khasab waar we een boottocht wilden regelen over één van de fjorden. We namen een kijkje in de haven waar veel bedrijvigheid was. Deze regio staat bekend om de smokkel van elektronische apparatuur en sigaretten uit de VAE naar Iran. Dit wordt oogluikend toegestaan door de Iraanse regering. We ontmoetten een man van een tourorganisatie en hij zei dat er zojuist een dhow vertrokken was naar Khor Shim, één van de fjorden. Hij kon wel een speedboat regelen om ons naar de dhow te brengen. Leek ons een prima idee en we stapten in de boot. Na enkele minuten bereikten we de dhow en stapten we aan boord. Gedurende drieëneenhalf uur voeren we over het water (kosten: 20 euri p.p). De bergen rijzen hier recht uit de zee. Het weer verslechterde ineens en het begon te regenen. Een half uur later was het weer droog en scheen de zon. Kenmerkend voor dit gebied waar het weer erg wisselvallig is. Vlak voordat we aan de terugtocht begonnen riep één van de crewleden: 'dolfijn'. En jawel,  een groep dolfijnen (tuimelaars) was aan de voorkant van de boot  zichtbaar. We zagen een paar vinnen en snuiten boven water uitkomen, en sommigen maakten zelfs sprongen boven water. Erg leuk om dit te zien maar zie dit eens vast te leggen op een foto. Iedere keer als er één boven water uitsprong waren we te laat met de foto. Na vele pogingen (en met een beetje geluk) is het toch gelukt een tweetal dolfijnen herkenbaar op de foto te krijgen. Om vier uur bereikten we de haven van Khasab en reden we terug naar Khor Najd voor een tweede overnachting. 

Khor Shim Het dorpje Shim Crew
Het weer is hier nogal wisselvallig  Dolfijn
Kustlijn in de omgeving van Bukha Fort in Bukha Scheepswrak

Wie snapt het nog?

De volgende ochtend zijn we niet lang gebleven want er hingen donkere wolken boven de fjord en als het hier gaat regenen dan kunnen wegen onbegaanbaar worden. We reden over de kustweg via Bukha naar de grens met de Emiraten. Aan de Omaanse kant van de grens snapten ze er niets van dat we al een exit stempel hadden van Oman maar toch uit Oman kwamen. We moesten het maar aan de politie vragen hoe het zat. Daar hadden we geen zin in dus reden we gewoon door naar de grenspost van de VAE. Daar ging Gert eerst een autoverzekering regelen, Miranda bleef in de auto zitten. Ineens stond er Omaanse politie voor Miranda's neus; er moest alsnog een stempel in ons paspoort gezet worden. Miranda legde nog een keer uit dat we bij Dibba het land binnen waren gekomen en dat daar geen douane aanwezig was. Bij het politiebureau was uiteindelijk wel iemand die begreep hoe de vork in de steel zat met betrekking tot paspoort en roadpermit. We mochten verder rijden. Inmiddels was Gert klaar met de verzekering en we konden naar de grenspost van de VAE. Hier werd ons verteld dat we de grens niet over mochten omdat we al een entree stempel hadden en nog geen exit stempel. Nee, natuurlijk niet: die hadden ze ons niet gegeven omdat er geen normale grensovergang was toen we het land verlieten! De man stelde voor dat we maar dezelfde weg terug moesten rijden, ongeveer 160 km gravelroad. Dit kon echter niet meer want we mochten Oman niet meer in omdat ons visum verlopen was. Na wat gediscussieerd te hebben mochten we uiteindelijk toch de grens over. Er werd nadrukkelijk bij verteld dat dit geheim gehouden moest worden. We waren het eerste geval waarvoor ze een uitzondering maakten. Voor de lokale bevolking worden toegangspasjes gebruikt om de grens over te gaan. Zodra het moeilijker wordt is iedereen de kluts kwijt. En een verdwaalde Nederlander hadden ze volgens ons nog nooit gezien!

Verenigde Arabische Emiraten 2