Home

Bevruchting

Deling &vervoer

Innesteling

Amnion &chorion

De drie kiemlagen en hun functie

Vormgeving van het embryo

Ontwikkeling stap voor stap

Reuk,gehoor & ogen

Skelet

Ledematen

Geslachtsbepaling & ontwikkeling

Voor en tijdens de bevalling

Prenatale onderzoeksmethodes

Leuke Links

Reacties

Dagboek

Voor en tijdens de bevalling

Ongeveer 266 dagen na de bevruchting is het dan zover. Het kind is klaar om kennis te maken met de grote buitenwereld.

Het ligt in de houding waarin het geboren gaat worden. Meestal is dit met het hoofdje naar beneden. Het is ingedaald. Dit wil zeggen dat het naar beneden zakt, met het hoofdje dieper in het bekken. De foetus geeft nu signalen af die de weeŽn opgang brengen. Deze signalen zorgen bij de moeder voor de productie van prostaglandine. Dit zijn hormonen die ervoor zorgen dat de baarmoeder hals zachter wordt en de baarmoeder wat gaat samentrekken.

De eerste lichte weeŽn zijn vaak nog niet voelbaar voor de moeder. Deze weeŽn zorgen ervoor dat de slijmprop die tijdens de zwangerschap de baarmoederhals afgesloten heeft, los komt. Het loskomen van de slijmprop heet: tekenen.

De baarmoederhals wordt bij iedere wee kleiner. Dit wordt verstrijken van de baarmoedermond genoemd. Na het verstrijken gaat de baarmoedermond open. dit heet ontsluiting. De weeŽn die de ontsluiting veroorzaken heten ontsluitingsweeŽn. Tijdens de ontsluitingweeŽn drukt het kind met het achterhoofd tegen de baarmoederhals. Hierdoor gaat de baarmoedermond steeds meer openstaan. De baby heeft de kin stevig op de borst gedrukt. De ontsluitingsweeŽn zorgen ook voor het breken van de vliezen. Het vruchtwater kan nu weglopen. Tijdens de uitdrijving wordt er nog steeds kleine hoeveelheden vruchtwater aangemaakt. Het verlies van vruchtwater gaat dus nog door tijdens de bevalling.

De weeŽn die zorgen voor de ontsluiting en ook de weeŽn die gaan zorgen voor de uitdrijving, de persweeŽn, worden aangestuurd door het hormoon oxytocine. Dit hormoon wordt veroorzaakt door het drukkende gewicht van het kind op de baarmoedermond. Deze stuurt zenuwimpulsen naar de hypotalomus. Deze zet de hypofyse aan tot de productie van oxytocine. De oxytocine zorgt voor krachtigere samentrekking van de spieren in de baarmoeder wand. Deze weeŽn gaan zorgen voor de uitdrijving van het kind. De oxytocine heeft ook gezorgd voor productie van het hormoon prolactine, die de melkafgifte bevordert.

Bij iedere wee krijgt het kind minder zuurstoftoevoer. Dit wordt veroorzaakt doordat de placenta bij iedere samentrekking van de baarmoeder minder bloedtoevoer krijgt. De bijnieren zorgen dat het kind deze hindernis kan doorstaan. Het produceert grote hoeveelheden adrenaline en noradrenaline. Deze hormonen vergroten het pompvermogen van het hart en versnellen de hartslag. Het sluist bloed naar de hersenen en verhogen het bloedsuikerniveau.

De hormonen bereiden de longen voor op het leven buiten het moederlichaam. Adrenaline vermindert de vorming van longvloeistof, die tijdens de zwangerschap wordt geproduceerd en wat de longblaasjes vult.

Om het geboortekanaal goed te kunnen passeren worden de vijf schedelbeenderen van het kindje tegen elkaar aangedrukt. Het hoofdje krijgt zo een langgerekte vorm, waarmee het makkelijker het geboortekanaal passeert. Ook neemt de baby een andere houding aan. Het draait het hoofdje zodat de draai, die veroorzaakt wordt door het schaambeen makkelijker genomen kan worden. Dit draaien heeft ook tot reactie dat de moeder het gevoel krijgt dat ze moet persen. Dit komt omdat het kind met het gezicht tegen de stuit en bilnaad drukt. De armpjes houdt het kind stevig tegen zich aangedrukt, om hindernissen tijdens het passeren van het geboortekanaal te voorkomen.

 Omhoog