terug naar Vraag en antwoord

Een sportman heeft als restklacht van een val zijn sleutelbeen uit de kom. Volgens zijn arts kan je daar goed mee leven. Maar hij heeft af en toe wel pijn en zijn vraag is: kan je er wat aan doen, bijvoorbeeld opereren?

 

Als het sleutelbeen in het acromioclaviculaire gewricht instabiel is, komt slechts bij uitzondering een operatie in aanmerking. Ofwel een stabiliserende ingreep, ofwel een distale clavicula-resectie. Fysiotherapie en tijdelijke fixatie met een tapebandage of brace zijn opties. Spierversterkende oefeningen gericht op de m. deltoideus en de rotatorencuff zijn nodig, vervolgens coordinatieoefeningen, waarbij bench press, incline press en military press worden vermeden.

 

Sinds februari is patient gestopt met trainen nadat hij ontdekte dat op beide onderbenen op het scheenbeen oedeem was ontstaan. Hij had inderdaad veel getraind. In 1999 liep hij de Rotterdam marathon en in november de New York marathon. De pijn in de spieren verdween redelijk snel maar de oedeem bleef. Ook als ik een kwartier probeer te lopen, op zachte ondergrond, gaat het mis. Het is bekend dat spierkracht opnieuw hersteld moet worden. Zal fietsen en/of zwemmen dan voldoende zijn? Of kan er ook blijvende schade zijn aangericht?

 

Als er na een kwartier lopen al klachten ontstaan en er is sprake van zwelling, dan denk ik aan een logesyndroom. Alleen bij een acuut logesyndroom is zonder snel ingrijpen de kans op blijvend letsel aanwezig. Het advies bij een chronisch logesyndroom luidt: rekken, alternatief bewegen, dus zwemmen en fietsen (niet hardlopen). Beter nog dan zwemmen kan men gaan aquajoggen, omdat hiermee de loopbeweging zonder de schokdemping en de excentrische rek wordt gesimuleerd. De conditie kan zodoende wat specifieker dan bij zwemmen of fietsen worden getraind. Bij een logesyndroom zal krachttraining niet helpen, integendeel. Als de klachten voortduren is drukmeting een optie en zo nodig fasciotomie (bij een chirurg). Na fasciotomie en bij overbelasting zonder logesyndroom is krachttraining (bijvoorbeeld op de tenen staan en lopen) wel nodig.

 

Patiente [ 62j.] heeft sedert ca. 2j. last van pijn in de rechter heupstreek op het trochanter. Er is iets uitstraling naar beneden en naar de lies, toenemend bij belasting. Het grootste probleem is echter het liggen op de re. zijde, ook liggen op de li. zijde geeft re. klachten. Meerdere malen per nacht wordt zij wakker van de pijn.

 

Uit het verhaal maak ik op, dat het gaat om een bursitis of tendinitis. Rontgenfoto's en een scan zijn gemaakt. Geen arthrose te zien, op de scan geen afwijkingen. Cortico inj. (tot nu toe 7x gedaan) helpt 1 tot soms 6 weken, daarna is er weer evenveel last. De afwijking zou, al is het soms echt lastig, in beeld te brengen zijn met een echografisch onderzoek, maar daar moet de radioloog wel ervaring in hebben. Alleen als injecties op de juiste plaats worden gegeven, mag je dan effect verwachten. Maar na 7 injecties is terughoudendheid op z'n plaats. Alleen als je het substraat duidelijk in beeld krijgt, zou je aan een operatieve ingreep kunnen denken. Als de hinder die patiente ondervindt dat rechtvaardigt.

 

Bij een voetbalspeler zijn liesklachten begonnen met een misstap tijdens een wedstrijd in de winter. Na enkele behandelingen die voornamelijk uit massage en oefeningen bestond kon deze jongen (26 jaar) zonder problemen de trainingen weer hervatten. Later komen de klachten telkens weer terug.

 

Liesklachten bij voetballers berusten nogal eens op de kombinatie van strain van de adductoren en zwakte van de buikwand. Een (kleine) liesbreuk moet altijd worden uitgesloten, evenals heupafwijkingen. Met palpatie moet worden nagegaan, of de adductoren op de insertie of verder in de pees of spier pijnlijk zijn. Ook actief aanspannen kan pijnlijk zijn. Beoordeel ook de lengte van adductoren en iliopsoas. Als behandeling wordt in eerste aanleg voornamelijk geluid- en warmtetherapie toegepast. Bij herhaling van klachten kan men ook fricties toepassen. Vervolgens kan men adviseren om aerobics te doen voor revalidatie i.v.m. coördinatie, looptraining met zo weinig mogelijk te draaien en lichte "krachttraining" ( m.b.v. elastisch bandjes) en zo vaak als het kan de adductoren te rekken. Uiteindelijk zal men de krachttraining moeten uitbouwen tot (excentrische) training van de spieren rondom het bekken (incl. bovenbeen, buik en rug).

 

Hoe verloopt het herstel bij een zweepslag als je er steeds weer doorheen gaat? Moet je dan weer bij het begin beginnen van het herstel?

 

Je kunt het herstel in 2 perioden van 3 weken indelen: In de 1e 3 weken gaat het om wondherstel, verstoring daarvan leidt tot een nieuwe wond, dus ga je 3 weken terug, soms wel meer omdat het herstel daarna langer duurt. In de 2e 3 weken gaat het om herwinnen van kracht en coordinatie, mits je het niet te gek maakt, ga je bij overbelasting slechts een paar dagen terug of je staat even stil. In de topsport kan een 3e periode van 3 weken nodig zijn om tot de top te komen, maar door goede begeleiding kunnen de 2e en 3e periode worden verkort, zodat je toch weer in totaal op 6 weken herstel uitkomt. Het verlies van conditie kan ook nog een aspect zijn. Met alternatieve bewegingsvormen, die ook het hart en de bloedsomloop stimuleren, kan behoud van conditie worden bewerkstelligd.

 

Een man van 48 jaar met een zweepslag die hij heeft gelopen tijdens het tennissen! Hij zou graag willen weten of leeftijd een rol speelt bij de kans op een zweepslag en ook of alcoholgebruik de kans vergroot.

 

Mogelijke oorzaken waarom een zweepslag kan ontstaan, zijn: te korte of geen warming up, oververmoeidheid, kou in de zaal waar gesport wordt en onvoldoende getraindheid, evenals spierverkorting, infectiehaarden en gebrek aan kracht. Alcohol gebruik leidt tot vermindering van coordinatie, dus is mede een oorzaak. Op oudere leeftijd komen waarschijnlijk meerdere factoren tegelijk voor en is de kans navenant groter. Op oudere leeftijd neemt de kracht van de spieren af. Tevens zien we eerder kuitspierletsel bij tennis door de vele voorwaartse bewegingen van het lichaam met de hiel nog op de ondergrond én het feit dat de meeste tennisschoenen bijna een nullijnhak hebben, dus minder hakhoogte dan bij gebruik van de dagelijkse schoenen. Sporten met dit soort schoenen geeft dan eerder rek op de kuitspier.

 

Theoretisch model van factoren van ontstaan van een spierletsel

 

Patient heeft een brommerongeluk gehad. Daarmee had hij een scheur in zijn bovenbeenspier opgelopen. Nadien is er een altijd aanwezige pijn aan de buitenkant van de knie. Bij onderzoek van de knie zijn er geen afwijkingen.

 

Door de spierscheur in de bovenbeenspier(en) zou er eventueel een verandering in kracht en trekspanning van de patella en het omgevende retinaculum kunnen zijn ontstaan, zodat de patella meer naar lateraal of mediaal trekt met de genoemde klachten als gevolg! Pijn aan buitenkant van de knie kan ook ontstaan door inklemming van een zenuwtak, maar vaker zien we het door frictie van pezen op de buitenste knieknobbel. Ter behandeling van de patelladisbalans en het frictiesyndroom zijn rekoefeningen voor de tractus iliotibialis zinvol, eventueel ook massage en oefentherapie. Daar kan ook een zenuw entrapment goed op reageren. Zo nodig kan men nog de plaats van inklemming injecteren.

 

Een van veel blessureleed herstellende sporter bereidt zich in het fitnesscentrum voor op een herstart. Wat hem zorgen baart is zijn transpiratielucht. Wanneer hij transpireert ruikt zijn 'zweet' namelijk zeer doordringend naar ammonia. Hij zou daar graag vanaf komen.

 

Ammonia is een afvalproduct van eiwitafbraak. Een teveel in de urine duidt op teveel eiwitgebruik (een krachtsporter die extra eiwit eet, hetgeen niet nodig is) ofwel gebrek aan koolhydraten voor de energielevering, waardoor het lichaam overgaat op de afbraak van spiereiwit (iemand die probeert af te vallen door weinig te eten). Gebruik dus voldoende koolhydraten om te trainen.

 

Een patient van 53 jaar heeft goed getraind de 4 daagse gelopen (4 x 50 km). Hij kreeg de 3e dag last van zijn linkerscheenbeen (de pijn begon aan de buitenkant en het zag er rood uit en begon dik te worden). Behandeling met ijs was voldoende. Wel werd op de 4e dag het been steeds dikker. De volgende dag is niet alleen zijn been zwaar opgezwollen, ook zijn voet is 2x dikker dan normaal. Het doet pijn. Wat is de remedie voor dit ontstekingsbeeld?

 

Feliciteer uw patient met het halen van de vierdaagse. Patient heeft waarschijnlijk last gekregen van een peesschedeontsteking. Een peesschede wordt daarbij rood, dan dik en loopt vol met vocht. Dat is in zijn voet gezakt. Zwelling doet dan pijn bij te veel belasting. Als DD moet u nog denken aan een vermoeidheidsfractuur, trombose of tromboflebitis. Bij een peesschedontsteking is rustig mobiliseren de boodschap, met licht verzet fietsen en zwemmen, dan wordt het vocht weggepompt. Zo nodig geeft u ook een kuur ontstekingsremmers, eventueel ook een bandage van het been, zoals bij spataderen.

 

 zie ook shin splints

 

Een fanatieke triatleet op voornamelijk de lange afstand, 44 jaar, heeft als probleem in wedstrijden dat hij ontzettend zweet en dat niet aangedronken krijgt met als resultaat dat hij veel last krijgt van krampen. Vorig jaar gebruikte hij in Almere zouttabletten, hielp niet voldoende. Wat zou hij moeten doen om van dit probleem verlost te raken?

 

Deze vraag is alleen in algemene zin te beantwoorden, als je niet weet, wat de sporter drinkt. Wel zijn de volgende 2 punten te maken: Het is belangrijk een isotone drank met koolhydraten en 2 gram zout per liter te drinken. Daar moet je in de training ervaring mee op doen. De meeste sportdranken bevatten te weinig zout. Dat kan je wel bijvoegen. Als je door zweet nat wordt, is dat niet erg effectief. Zweet hoort te verdampen. Dat is mede afhankelijk van de kleding die je gebruikt. Maar er blijven mensen, die buitensporig zweten en daar is niet zo veel aan te doen.

 

Een patient komt met een traumatische hydrops van een knie op het spreekuur. Moet de huisarts wel/niet puncteren, een rontgenfoto laten maken? Moet de huisarts naar het (spoed)spreekuur van de orthopeed verwijzen?

 

Punctie van een hydrops van de knie is alleen nodig, als patient enorm veel last van de zwelling heeft. Verder heeft punctie geen therapeutische waarde. Traumatische zwelling van de knie is op zich geen reden voor verwijzing (zie consensus). Alleen als er concrete aanwijzingen zijn voor een fractuur of luxatie is het maken van een rontgenfoto geindiceerd, en kan ook acute verwijzing naar de specialist worden overwogen. Ontbreken dergelijke aanwijzingen evenals bijkomende symptomen als koorts en inklemming dan kan een conservatief beleid worden ingezet. Na een week dient patient dan te worden gecontroleerd.

Consensus indicatie voor artroscopie bij acute knieklachten

Als belangrijke symptomen, die bij acute knieklachten kunnen optreden worden aangegeven: zwelling, bewegingsbeperking, ligamentaire instabiliteit en fractuursymptomen. In het algemeen kan worden gezegd, dat een acute, posttraumatische haemarthros geen indicatie is voor een acute artroscopie. Er kunnen desondanks individuele argument zijn om de diagnostiek d.m.v. artroscopie uit te breiden, maar dan meestal pas na de acute fase. Hieruit blijkt, dat naast aanwijzingen voor fracturen of luxatie alleen bijkomende symptomen als koorts en inklemming acute verwijzing naar het ziekenhuis rechtvaardigen.

referte: Centraal Begeleidingsorgaan voor Intercollegiale toetsing ISBN 90-6910-215-3

" spierkramp-spierverrekking-spierscheurtje-spierscheur" Is dit een glijdende schaal? Wanneer zou de huisarts (bij een topsporter) een echo kunnen laten maken?

 

Van verrekking tot scheur is er inderdaad sprake van een glijdende schaal, maar spierkramp is een fenomeen van geheel andere orde. Zoals eerder in AIB beschreven zal patient van een verrekking in enkele dagen genezen. Een spierscheurtje zal langduriger klachten opleveren, waarbij een genezingstermijn van 3 weken en aansluitend een revalidatietermijn van nog eens 3 weken niet ongewoon is. Er zijn allerlei gradaties van spierscheuren denkbaar, maar scheuren van meer dan 30% van de vezels zijn zeldzaam. Bij ernstig functieverlies moet je dan ook denken aan een peesruptuur. Om het onderscheid in pees- of spierletsel en eventueel de omvang van het spierletsel te bepalen kan echografisch onderzoek nuttig zijn. Bij een topsporter zal men meer zekerheid willen hebben om het juiste revalidatieplan te maken.

 

Een aktieve puber heeft knieklachten. Aanvankelijk is de linker knie na een half uur belasting pijnlijk, het kraakt en knakt. Later geeft ook de rechter knie problemen. Welke behandeling komt in aanmerking? Is verwijzing nodig?

 

In de puberteit (groeispurt) willen de verhoudingen van bovenbeen, knie en knieschijf wel eens een tijdje niet met elkaar kloppen (het een groeit sneller dan het ander). In die periode (soms jaren) kan belasting tot klachten leiden, die deels in de spieren, deels in en rond het gewricht optreden. Een kombinatie is ook mogelijk. Goede training van de spieren op kracht en lengte is zinvol, gedoseerde belasting en geduld ook nuttig. Leefregels met het beperken van een langdurige buigbelasting en vermijden van een strekbelasting tegen forse weerstand kan ook geadviseerd worden. Eventueel is een patellabrace nog een optie. Een orthopedisch chirurg kan bepalen of er in het gewricht iets mis is dat behandeld moet worden, maar vaak is dat niet nodig (overbodig). Verwijs eventueel naar een sportarts voor sportspecifieke adviezen.

 

Patient heeft de zweep tegen zijn linker achillespees voelen slaan. Na 7 dagen beweegt hij zich nog steeds op de 'strijkijzer-manier'. Hij kan zijn voet alle kanten op bewegen. Echter, wanneer hij in zijn kuit knijpt dan wil die voet niet bewegen. In de rechter kuit knijpen laat duidelijk een beweging in die voet zien.

 

Via de huisarts wordt na enkele dagen een consult met een orthopeed geregeld. Na een echo is patient in het gips gegaan (van boven de knie t/m voet). De echo liet zien dat er weinig pees-actie is. Plus 'warrigheid' rond de pees-spier verbinding. Bij beschadiging van de achillespees is gips een keus, maar ook bij een volledige scheur wordt dit nog met goed resultaat toegepast. Patient was ook aan de late kant om nog te kunnen opereren. Maar met gips zien we vaak naderhand een verlengde achillespees met een verminderde mogelijkheid tot het normaal afwikkelen van de voet bestaan. Daarom is de hechting van de pees, zeker bij de actieve sporter, de beste remedie voor een ruptuur.

 

Na een stevig partijtje zaalvoetbal kreeg patient een pijnscheut in zijn rechterkuit.Dit voorval werd omschreven door de omstanders als een zweepslag.Na twee dagen pijn en moeilijk lopen de volgende vraag: Is het in deze fase verstandig om naar de dokter toe te gaan en een verwijzing naar de fysiotherapeut te vragen? Ten tweede wil zijn werkgever ook zekerheid!

 

Het is bij een zweepslag in de kuitspier, als u een mobiele functie heeft zeker, verstandig om een bandage aan te laten leggen, waarbij de kuitspier als het ware wordt opgehangen (steunverband). Men kan eventueel tijdelijk een hakverhoging van 1 cm willen toeveogen aan de therapie om de kuitspier te ontlasten en sneller weer te kunnen lopen. Rekoefeningen en spierversterkende oefeningen kan patient zelf uitvoeren. Als het aanleggen van het steunverband niet goed lukt, kan een fysiotherapeut worden ingeschakeld om te helpen.

 

Patient had op jongere leeftijd een O-S, is nu 22 en vindt alleen het knielen op de grond pijnlijk. Nu was de vraag of daar nog iets aan gedaan zou kunnen worden, want het is nog steeds een gebrek en een cosmetisch probleem. Als ik het er nu operationeel iets aan zou laten doen, zijn er dan contra-inidicaties voor.

 

Als er na een O-S op oudere leeftijd klachten bestaan, meestal op basis van losse fragmentjes, is operatieve correctie een optie. Dat geldt eventueel ook voor kosmetische bezwaren, maar dan is de ingreep vaak wel groter. Ook zware belasting van de knie vormt geen contra indicatie. Geef patient een verwijzing naar een orthopedisch chirurg.

 

Een voetballer is 2 jaar terug door zijn rechter enkel gegaan. Sinds die tijd lijkt het, als hij zijn voet omhoog beweegt (oft. hak naar de grond) alsof er een stuk bot naar buiten steekt. Alsof hij ineens een 'hulp'-enkel erbij heeft. Wat kan hier aan de hand zijn?

 

Het zou een extra botstukje kunnen zijn wat er altijd al gezeten heeft, maar meestal vindt men dat toch aan de binnenzijde van de enkel. Het zou ook een klein afgescheurd stukje bot kunnen zijn, maar als je er geen last van hebt, rustig laten zitten. Heb je wel last, dan is het op een rontgenfoto te beoordelen en eventueel weg te halen door een orthopedisch chirurg.

 

Een turnstertje is allergisch voor sporttape maar heeft dat bij turnen vaak nodig. Ze krijgt er allemaal kleine blaasjes van. Wat is hier nou aan te doen?

 

Je kunt diverse merken sporttape proberen, ze hebben elk een ander plakmiddel. Verder zou je bijvoorbeeld fixomull van beiersdorf als onderlaag kunnen proberen bij het aanleggen van een tape. Alternatief is een brace, als het de enkel betreft.

 

Een marathonloper heeft regelmatig pijn in de achillespees , naar mening van zijn arts en masseur terug te voeren op problemen met de peeskoker. Schoenwerk is nieuw en hij kocht anti pronatie schoenen. Heeft u tips hoe of wat? Is een loopanalyse zinvol?

 

De achillespees heeft geen echte peeskoker, chronische problemen liggen ofwel in de pees zelf of in het omgevend losmazig bindweefsel of in een slijmbeurs. De oorzaak kan een verkeerd looppatroon zijn. Maar ook gebruik van antipronatieschoenen, als die niet nodig zijn, kan tot klachten leiden. Denk ook aan verkortingen van de kuitspier (soleus en gastrocnemius) en bewegingsbeperkingen in de enkel (bv na een inversieletsel). Patient zou zijn licht kunnen opsteken bij een sportarts voor een onderzoek, loopanalyse en een trainingsadvies.

 

Ik las in 'Arts en beweging' dat extra eiwit gebruik niet nodig is voor krachtsport. Regelmatig lees ik echter dat je 1 gram eiwit per pond lichaamsgewicht per dag zou moeten gebruiken, is dat overbodig? Ik gebruik zelf wei eiwit, mede omdat ik vegetarier ben, maar als dit onzin is zou ik het graag stoppen.

 

De norm voor de gemiddelde Nederlander bedraagt 1 g/kg. De benodigde hoeveelheid eiwit voor (kracht)sporters bedraagt 1,5-2 g/kg, en deze zit in de voeding van de gemiddelde sporter, die voldoende eet. Bij sporten met gewichtsrestricties kan dat anders liggen. Ook een vegetarier moet wel bekijken, of hij alle essentiele eiwitten voldoende binnen krijgt. Dan moet je alleen suppleren, waar er tekorten ontstaan! Een goede leidraad kan de Eetmeter 2002 zijn (verkrijgbaar via www.voedingscentrum.org).

 

Patiente doet al 15 jaar aan aerobics; 3 keer per week een uur trainen onder leiding van een "juf" op muziek bewegen. Patient heeft langzamerhand steeds meer rugklachten gekregen. Inmiddels door de fysiotherapeut - manueel - verholpen. Maar het komt telkens terug. Stoppen met aerobics?

 

Mogelijk worden er oefeningen gedaan tijdens aerobics, waarbij de rugklachten juist ontstaan, bv psoas-oefeningen. Aerobics is qua trainingsvorm gericht op het uithoudingsvermogen. Bij chronische rugklachten zijn allerlei therapievormen mogelijk, maar ik mis vaak (kracht)oefentherapie voor buik- en rug. Deze patient zou daarvoor in aanmerking komen en nadien kunnen bekijken, of aerobics weer zonder klachten kan.

 

Patient heeft last van een Osgood Schlatter, het is begonnen tussen de 10 en 15 en nu hij 20 is, krijgt hij er weer last van. Wat kan hier aan gedaan worden?

 

Eigenlijk kan je niet meer spreken van O-S, maar van een tendinose of een periostitis ter plaatse (lig. patella of tibia?). Als restant van een Osgood Schlatter is er in geval van klachten op oudere leeftijd vaak een los fragment, dat klachten geeft. Het kan eventueel verwijderd worden. Denk ook aan rekoefeningen en versterkende oefeningen van de quadriceps.

 

Patient richt zich tot de huisarts: De sport die ik beoefen is body building nu al voor 6 jaar. Ik wil graag iets gaan gebruiken voor meer massa, anabole steroiden, en met name dianabol. Wat is de beste dosis voor maximale resultaten?

 

In het kort komt het er op neer dat een arts die door een sporter wordt benaderd met het verzoek om doping voor te schrijven niet op dit verzoek, maar wel op de hulpvraag moet ingaan en moeite moet doen om de sporter te overtuigen af te zien van het gebruik van deze middelen en eventueel bij het stoppen begeleiden. Verder heeft de arts die weet dat een sporter doping gebruikt de plicht dit te ontraden en moet hij/zij zonodig contact opnemen met de arts die dit aan de sporter voorschrijft.

Advies: kijk op de website www.necedo.nl: rubriek lijf, sport en middelen

Doping richtlijn

In 1989 werd het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken (NeCeDo) opgericht om de problemen ten aanzien van doping en het gebruik van geneesmiddelen in de sport te coördineren en richtlijnen te formuleren. De richtlijnen kregen in 1995 mede als gevolg van een besluit van de Raad van Europa een wettelijke basis waarbij de Nederlandse overheid ook de plicht kreeg het dopinggebruik te bestrijden. De Nederlandse Vereniging voor Sportgeneeskunde heeft dat vertaald naar richtlijnen voor artsen ten aanzien van dopinggebruik. Deze richtlijnen zijn in 1996 door de KNMG overgenomen en in de gedragsregels voor artsen (blauwe boekje) opgenomen.

Een student aan de CALO (christelijke academie lichamelijke opvoeding) heeft nu al voor de 3e keer problemen met zijn AC gewrichten (2e keer aan de linker zijde) en is onder behandeling van een fysiotherapeut. Een instabiel gewricht heeft hij nooit gehad, het schuift alleen wel en veroorzaakt een zeurende pijn, en ook tijdens bepaalde bewegingen waarbij hij kracht moet zetten. Wat kan hier aan gedaan worden?

 

Bij chronische irritatie van het AC gewricht moet bezien worden, of conservatieve behandeling nog uitkomst bieden kan. Soms is een injectie in het gewricht nodig, maar helaas help dit vaak slechts kortdurend. Dan kan men nog denken aan een operatieve ingreep.

 

Een patiente van 39 heeft na de bevalling van haar 3e kind in 1998 een thrombosebeen links opgelopen met volledige afsluiting en daarop een vrij grote variceskluwen in haar lies ontwikkeld als nieuwe bloedafvoer van haar linker been. Als sport doet zij aan spinning, waarbij ze ook staand moet fietsen, en ze wil weer gaan hardlopen. Haar vraag is of ze door deze activiteiten niet teveel collateralen vorming zal krijgen, die in de verre toekomst weer meer kans op spataderen gaan geven.

 

Als de collateralen voldoende zijn ontwikkeld, zal meer belasting niet tot toename leiden. Dus dat is nog even afwachten. Maar het risico schat ik laag in. Ik denk dat collateralen zich (vooral) ook in het diepe adersysteem zullen ontwikkelen, die geen varices ten gevolge zullen hebben. De ontwikkeling van spataderen is -voor zover mij bekend- gerelateerd aan aanleg. Als mevrouw tot op heden geen spataderen heeft, zal meer sport hier ook niet toe leiden.

 

Een marathonloper sukkelt met een steeds wederkerende stressfractuur in de linkerbovenkant van zijn rechterscheenbeen (ca 3 cm onder de onderkant van de knie) waardoor zijn trainingsprogramma voor de marathon serieus in 't honderd loopt. Is een brace een optie?

 

Een stress-fractuur treedt nogal eens op bij mensen die zonder voorbereiding aan zware looptraining beginnen. Vaak is er sprake van versterkte pronatie en extensieve training. In principe is er bij een stressfractuur geen gipsbehandeling nodig, maar men zal kunnen volstaan met elleboogkrukken gedurende de periode dat de patiënt veel pijn heeft. Daarna wordt normaal lopen weer toegestaan en alternatieve training in de vorm van fietsen, zwemmen en watertraining (aqua joggen) aanbevolen. In geval van verstrekte pronatie is het aanmeten van passende of licht correctieve inlegzolen aangewezen. Denk ook aan het lopen op zachte ondergrond als preventieve en revalidatieve maatregel.Ongeveer 4 tot 6 weken na het stellen van de diagnose kan de dans- of looptraining geleidelijk aan weer worden hervat. Het is van belang de conditie van de onderste ledematen eerst weer op niveau te brengen. Dan kan twee tot drie weken later weer tot volledige sportactiviteiten worden overgegaan

Gebruik makend van een met lucht gevulde brace (Air-Stirrup leg brace met anterior panel) is het mogelijk gebleken een dertiental atletes met een stressfractuur van het onderbeen onmiddellijk door te laten trainen en te laten sporten op wedstrijdniveau, waarbij de klachten binnen een maand verdwenen. De brace werd dan verder het gehele seizoen gedragen om recidieven te voorkomen Toepassing van deze laatste behandelvorm kan dus worden overwogen.

Stress-fracturen treden op in normaal botweefsel van normale mensen, zonder dat er sprake is van abnormale belasting of ongeval, op basis van frequente herhaling van dezelfde beweging. Van alle stress-fracturen is bijna 50% in de tibia gelokaliseerd. De meest voorkomende plaatsen zijn op de overgang van het proximale en middelste eenderde deel van de tibia, in de fibula ongeveer vier centimeter boven de malleolus lateralis of in het proximale deel onder het fibulakopje, omdat daar cilindrisch bot van vorm verandert. Bij hardlopers komen vooral veel stressfracturen voor in de metatarsalia, maar ook in femur en fibula.

Door niet goed zittende skischoenen zijn bij een patient de zenuwen aan de buitenkant van de voeten afgekneld. Na drie weken was dit hersteld aan zijn rechtervoet. Nu drie maanden later zijn de 3 buitentenen links nog steeds gevoelloos. Zijn er andere mogelijkheden dan alleen maar afwachten?

 

Zenuwen herstellen vaak maar langzaam, afwachten is de enige optie. Met name moet men aan preventie denken in geval van neuropathie door bv diabetes. Voor de diagnose en prognose kan men gebruik maken van de mogelijkheden van neurofysiologisch onderzoek.