Peter Colstee: the Artpage
Dutch painter of still-lifes and male art in diverse styles.
FINE ART
still-lives and other works


MALE ART PAINTINGS
models and portraits


MALE ART DRAWINGS
photo's and collages


DRAWINGS
mixed media


FILMPAGE
my video's





exhibitions

publications

sold works

contact

links

Huis ten Bosch

HOME





BOOK:
The cataloque 'The model, the painter and his work'of Peter Colstee, Groningen, February 2011

Het boek 'Het model, de schilder en zijn werk' is uitgegeven door Galerie Mooi-Man ter
gelegenheid van mijn 25 jarig kunstenaarschap in februari 2011.
Het boek werd gepresenteerd tijdens de opening van mijn solo expositie bij de galerie.
Tekst door Helm de Laat, te lezen hieronder voorbij de plaatjes.


Het is te bestellen bij Galerie Mooi-Man voor € 25,-
Hard-cover, 23 x 23 cm, 48 pagina's.


PUBLICATIONS: a selection out of newspapers and magazines, in DUTCH
Click on an image to enlarge.
The cataloque 'The model, the painter and his work'of Peter Colstee, Groningen, February 2011


Tekst uit de catalogus:
het model
de schilder
en zijn werk.

door Helm de Laat

De schilder.
Bij het grote publiek bestaat de idee dat er in de hedendaagse kunst een tweedeling bestaat tussen kunstenaars die abstract werken en zij die figuratief werk maken. En niet alleen bij het grote publiek maar ook onder de kenners en kunstenaars zelf wordt weleens al te boud beweerd dat de eerste groep “maar wat aan rotzooit” en dat de tweede groep “ouderwets is en niet vernieuwd”. En het moet gezegd dat de formele en technische experimenten van de eersten vaak lastig te doorgronden zijn en dat de anderen niets beters te doen hebben dan de traditie van de “Gouden Eeuw” met zich mee te blijven dragen.

Peter Colstee is onmiskenbaar een figuratief werkend kunstenaar die zeer hecht aan de beheersing van zijn techniek als schilder. En hoewel hij het experiment met nieuwe technieken niet schuwt, ligt zijn belangrijkste verdienste toch in het mede ontwikkelen van een nieuwe beeldtaal die in zijn geval ook nog eens bijdraagt aan de emancipatie van homoseksualiteit in onze samenleving. In deze catalogus tonen we de ontwikkeling van deze beeldtaal, die natuurlijk de persoonlijke ontwikkeling van de schilder weerspiegelt en de begeleidende tekst zal ik enkele van de, mijns inziens, belangrijkste aspecten toelichten.

Peter Colstee is in 1960 in Winterswijk geboren en groeide op in het kleine Achterhoeks dorp Silvolde. Ook al op de kleuter- en de lagere school zijn tekenen en handvaardigheid zijn grootste liefhebberij. Op de middelbare school zijn het zelfs vakken waarin eindexamen gedaan kan worden. Hij ontdekt er zijn ontluikende homoseksualiteit maar blijft vooralsnog in de kast. Op de middelbare school ontdekt hij ook zijn favoriete schilders, Monet, Dali en vooral Vermeer en Magritte.

Toch gaat hij na de middelbare school naar de Pedagogische Academie in Doetinchem om een echt vak te leren. Daar doet hij ook zijn eerste ervaringen op in de piepkleine homosubcultuur. De onderwijspraktijk ligt hem niet. Pas op de kunstacademie in Kampen vindt hij eindelijk zijn bestemming. En het mag wel ironische gerechtigheid genoemd worden dat uitgerekend deze christelijke academie een kunstenaar aflevert die zo veel homo-erotische beelden in zijn werk opneemt. In 1986 vestigt hij zich in Arnhem waar hij tot op de dag van vandaag leeft en werkt.

In de eerste jaren verwijst zijn werk naar allerlei tradities en zelf zegt hij erover “het is een ratjetoe aan beelden”. Hij zoekt naar zijn eigen beeldtaal en slaagt er al doende in vooral zijn techniek te perfectioneren. Hij heeft zijn eerste expositie en met enig succes bij het breder publiek, maar de kritiek is wisselend. Zijn technisch vermogen wordt door de recensenten weliswaar herkend en geprezen maar de beeldtaal van zijn werk wordt niet door iedereen gewaardeerd. Men vindt dat hij in zijn werk aansluit bij de in die tijd nog zeer gewilde Popart. Zelf vindt hij dat zijn inspiratie eerder komt van Dada en dan vooral Kurt Schwitters. De kritiek herkent wel zijn voorliefde voor ontleningen uit de kunstgeschiedenis en de elementen uit het surrealisme en het magisch realisme waarmee hij deze in verband brengt.
Na enkele jaren ziet hij op een tentoonstelling het werk van Rob Scholte dat hem op het idee bracht anders te gaan werken. Hij gaat een standaard formaat hanteren voor zijn doeken. Inhoudelijk blijven deze sterk van elkaar verschillen, maar er komt eenheid in vorm en de stijl wordt realistisch.

Na hun kennismaking vraagt Rob Scholte hem herhaaldelijk om voor hem te komen werken. Zo werkt hij in 1993 en 1995 enkele seizoenen aan de reusachtige muurschilderingen in het themapark “Huis ten Bosch” in Nagasaki en in 1997 assisteert hij in diens atelier op Tenerife. Het zijn jaren waarin hij uit de stortvloed van beelden in zijn hoofd moet zien te destilleren wat hij nu eigenlijk wil schilderen. In zekere zin keert hij door zijn intuïtie te volgen terug tot de bron en in een aantal steekwoorden vat hij deze zelf samen: “mijn homoseksualiteit”en “modellen en portretten”.

Het model.
Al in zijn leerjaren schildert hij af en toe onmiskenbaar homo-erotisch werk. In deze catalogus getuigt hiervan “De Voyeur” en “De Verleiding” beide uit 1992. Met “Illustratie: een prikkeling doorstroomde mijn lendenen”, een moderne St. Sebastiaan, neemt hij deel aan deze “homo heilige” gewijde expositie in Museum het Markiezenhof in Bergen op Zoom. In de catalogus bij die tentoonstelling wordt ook verwezen naar de hier afgebeelde “St. Sebastiaan” uit 1993. Ze illustreren fraai de overgang van het eerdere werk en de weg die hij zal inslaan. En ze weerspiegelen ook de bewustwording van de artistieke en politieke betekenis van zijn homoseksualiteit. Hij maakt in allerlei foto- en kunstboeken kennis met naakte jongens – “zoeken naar schoonheid”- en ontdekt het werk van David Hockney. Hij kiest uiteindelijk definitief voor wat lange tijd zijn thema zal worden: de jongenman, de adolescent. Al op de academie ging hij met plezier naar de lessen waar naar model getekend werd. De keuze is duidelijk: “eigenlijk schilderen waar je op valt”. Het werken naar model komt centraal te staan in zijn werk en zal hem jaren lang bezig houden. Hij zal er ook naam mee maken. Niet zozeer met het jongensportret, want dat is een onomstreden genre. Maar vooral met zijn naakten… Ook een thema van alle tijden maar zodra het in een seksuele context wordt geplaatst nog steeds omstreden: zeker als die context homoseksueel is.

Eind 1997 ontstaat er een piepkleine rel in Arnhem als men hem adviseert zijn naakten niet te exposeren in het Provinciehuis. Er wordt een Nederlandse oplossing bedacht. Schilderijen met blote billen kunnen er wel geëxposeerd worden maar de blote piemels wijken uit naar een café. In de daarop volgende jaren volgt een groot aantal exposities waarbij opvalt dat deze vooral plaatsvinden in de homoseksuele subcultuur. Het tekent de nog steeds controversiële positie die het mannelijk naakt in onze openbaarheid inneemt. In de homoseksuele subcultuur vindt hij positiever waardering. Maar ook in de Gay Krant wordt werk door een ijverige opmaker gekuist. Het gaat om “Drainage” uit 1998 en het laat zich raden dat het niet de grillige takkenbossen zijn die weggelaten worden. In 2005 wil ik een schilderij cadeau doen aan het Arnhemse museum voor moderne kunst. Het werk vertoont een vanitas, inclusief doodskop, en sluit dus prima aan bij werk dat men al in de collectie heeft. Het werk toont verder een naakte jongen maar de omstreden dorsale en frontale jongensdelen zijn discreet uit zicht gehouden. Op het aanbod wordt niet gereageerd.

In Nederland heeft Peter Colstee zich in die tijd al lang ontwikkeld tot een van de belangrijkste vertegenwoordigers van wat dan nog besmuikt de homokunst heet en inmiddels met enige stemverheffing tot “queer art” is uitgeroepen. Ook internationaal maakt hij in de zich schoksgewijze maar gestaag groeiende “gay art scene” enige naam.

Hij geniet onmiskenbaar van die rol als gewaardeerd homokunstenaar maar in zijn werk gaat het hem nu eenmaal niet om de politieke betekenis van zijn kunst. Het werk heeft die betekenis zijns ondanks. Hij wil op doek brengen wat hem fascineert en dat is de jongen. En wel de jongen in die korte periode in het leven waarin hij geen jongen meer is, maar ook nog geen man. Waarin de onschuld net voorbij is, alle wegen open lijken te liggen, maar nog geen definitieve keuzes gemaakt zijn. Het model wordt afgebeeld in een situatie of voorzien van een attribuut die een geheimzinnige betekenis aan het werk lijkt toe te voegen. Uiteindelijk blijken ze de betekenis van de jongen als symbool van vergankelijkheid te bevestigen.

Het schilderij “De schilder en zijn model” uit 1999 tekent de situatie waarin de schilder zich bevindt. Het model, de mooie jongen, is meer geïnteresseerd in de camera dan in de schilder. De schilder kijkt naar de jongen en het doek is leeg. In 1999 is de blik van de schilder nog zeer geboeid en vertrouwt er kennelijk op dat het doek wel vol komt. Maar enkele jaren later is de magie uitgewerkt. Een van de redenen is gelegen in de beperking die met zijn werkwijze samenhangt. Na een eerste kennismaking – op straat of in de kroeg – volgt een afspraak waarin de kennismaking wordt verdiept en een groot aantal foto’s gemaakt. Daarna wordt in het atelier het schilderij uitgewerkt aan de hand van de opgedane indrukken en de gemaakte foto’s. En met dat materiaal moet je het meestal doen. Deze muze is geen blijvertje.

In 1994 schildert hij het zelfportret “Le roi c’est moi”. Hij schildert zich met een kroon die gemaakt is van een tomatenblikje. Een zelfgekroonde koning, de schildervorst van de Popart. Een zelfverzekerend portret met een blikken kroontje. Dat vroege zelfportret bevat in de kern al waar het hem de serie zelfportretten die later volgt naar toe zal gaan. Toch is de reden om meer en meer zelfportretten te gaan schilderen in eerste instantie banaal. Hij heeft geen zin meer in de voortdurende zoektocht naar nieuwe modellen en altijd weer een mooie jongen “scoren” gaat op den duur vervelen. Zijn eigen leven is net zo interessant en in zichzelf vindt hij bovendien een model dat altijd beschikbaar is. Weet je even niet hoe je verder moet, dan kijk je gewoon weer in de spiegel… Je kunt jezelf tot muze zijn. En dan ben je niet alleen interessant als zelfverzekerde jonge schildervorst, maar blijf je dat ook als je merkt dat die rol ook niet alles is… Dan laat je zien dat ook jou de kroon, en deze keer een heuse, over de oren blijft zakken. Hij verkent in zijn zelfportretten de grenzen van mogelijkheden tot er niets meer dan een grimas overblijft.

Het werk.
In 2002 schildert hij een serie stillevens met glazen voorwerpen. Glaswerk fascineert hem en hij beweert zelfs dat hij een stuk glas schildert alsof het een portret betreft. Het zijn natuurlijk ook oefeningen in stofbehandeling. Maar op de jongensschilderijen figureert wel vaker wat glaswerk als attribuut. Glas is ook een symbool van vergankelijkheid. Toch lijkt het ook wel een uitje: even geen jongens… Dat geldt ook voor de serie bloemstillevens uit 2006.

Zijn “Stilleven met zinkende boot” en “Stilleven met hangende pop” uit 2005 zijn heel grappige schilderijen, maar even later ontstaat ook het dubbelzinnige zelfportret met clownsneus. Dan vergaat je het lachen. Het kost hem tijd voor hij nieuwe vormen in zijn portretkunst toelaat.
De schilderijen “The loss of Apollo’s love boys” uit 1999 en “Bed and Breakfast” uit 2000 laten Peter zien als een verhalend schilder. Vooral dat laatste is een vreemde eend in zijn werk. Het is een verhalend schilderij waar niets magisch ons op een verkeerd been wil zetten. Maar de suggestie om vaker verhalend te gaan schilderen wordt niet vervolgd. Wel breekt een periode aan waarin ook nieuwe beelden en vormen gezocht gaan worden.

Op vallend afwezig in deze catalogus is een werkgroep die hij “Table Works” heeft genoemd. Kladjes, uitprobeersels. Experimenten in materiaal en techniek. Van aardappelstempel tot schroeivlekje. Geklieder met wijn en koffie. Maar ook pogingen om via vrije associatie nieuwe beeldelementen te vinden. Ze leiden tot werken waarvan “Rode draad” uit 2007 en de beide “Where Are You 1 en 2” uit 2008 voorbeelden zijn. In dit werk wordt teruggegrepen op Magritte die altijd een betrouwbare bron is gebleven.

Hij experimenteert met uit de Popart bekende “word paintings”. Een werk in de vorm van richtingwijzers als “Dead End” uit 2009 zegt voldoende. Succesvoller zijn de schilderijen waarop een gevonden tekst gecombineerd wordt met beeldelementen die via associatie uit zichzelf opgedolven worden. Dat begint al bij “Elixer du Gaçron” uit 2005. Er ontstaan mengvormen waarin jongensportretten gecombineerd worden met gevonden teksten en beeldelementen uit de “table works”. “Boysface with figures” uit 2007, “The Observer” uit 2008.

In deze werken wordt, waar het de vorm betreft, teruggegrepen op Kurt Schwitters. Inhoudelijk vindt hij nieuwe inspiratie bij de dichter Kaváfis. Het zijn vooral diens homo-erotische gedichten die hij verwerkt in een serie collages. Kaváfis is een dichter die pas op latere leeftijd zijn grootste bloei bereikte. Hij kijkt in verlangende melancholie om naar het verleden en schrijft over de betekenis van de kunst en het kunstenaarschap. In de werken die de laatste jaren ontstaan zien we deze ontdekkingstocht naar de volgende fase in zijn werk weerspiegeld.

“Fantasie die op de werkelijkheid stoelt, is misschien in staat iemands geest te openen, maar fantasie die erop gericht is zo dicht mogelijk bij de waarheid te komen, doet de geest verschrompelen. Als die waarheid bovendien niet echt bestaat zal alles op slag zinloos worden”. Dit citaat uit de “Tempel van de Dageraad” van Yukio Mishima gebruikt hij al in 1995 als motto bij een expositie en ook nu vindt hij deze regels nog van toepassing op zijn werk.
En dat is wellicht ook de kern van zijn werk: een spel van fantasie, werkelijkheid en waarheid…

Helm de Laat, Nijmegen, 2011

Deze tekst is te vinden in de catalogus “het model, de schilder en zijn werk”, uitgegeven door galerie MooiMan in Groningen bij de solo-expositie van Peter Colstee ter gelegenheid van zijn 25 jarig kunstenaarschap en zijn 50e verjaardag van 20 februari t/m 10 april 2011.