De geschiedenis van de EH 11

Toen de Zuiderzee nog niet was afgesloten vistte Arie Bruin en zijn zonen Klaas en Jildert met een houten schouwtje vanuit Andijk op de Zuiderzee. Ook na de afsluiting en tijdens de wereldoorlog visten Klaas en Jildert  met het schouwtje op het IJsselmeer. Direct na het einde van de oorlog besloten ze om een nieuw en groter schip te laten bouwen.
De keus viel op een Markerrondbouw. Vanzelfsprekend moest het schip gebouwd worden door de scheepswef  W. van Goor te Monnickendam. Volgens opgave van de werf kon het schip in zes weken gebouwd worden.

Vanwege de economische situatie in 1946 was het staal "op de bon" en moest in Den Haag aangevraagd worden. Klaas en Jildert besloten om dit persoonlijk in orde te maken en togen naar het betreffende ministerie aan de Wassenaarseweg. Na omzwervingen bij diverse ambtenaren en afdelingen werd het duidelijk dat dit niet zomaar te regelen was. Uiteindelijk gingen ze toch nog met de begeerde vergunning op zak naar huis, omdat ze anders helemaal voor niets de reis naar het verre Den Haag zouden hebben gemaakt. Vijf ton staal was voor het nieuwe schip beschikbaar gesteld.

 

Na verloop van tijd gingen Klaas en Jildert eens naar de werf om te kijken of het materiaal er al was. Daar was men al bezig met de spanten. Er was nog wat materiaal van voor de oorlog. Het hoekijzer voor de spanten was wel wat zwaarder dan gebruikelijk, maar dat was geen probleem. Ook de mast werd gemaakt uit een oude bottermast van vooroorlogse kwaliteit. De winter viel echter in en de bouw werd vertraagd. Het werd een van de strengste winters sinds jaren. Het hele schip verdween onder enorme hopen opgewaaide sneeuw. 

Maar op een mooie zaterdag begin mei 1947 werd het Markerrondbouw te water gelaten. Het schip kreeg de naam van Klaas en Jilderts moeder; Annie. Met zijn Lemmeraak sleepte Cor Bijl, de neef van de broers de Rondbouw naar Enkhuizen. Aldaar werd een 15 pk Lister ingebouwd.  De thuishaven was Andijk en het  visserijnummer werd AK 2. Het haventje van Andijk was veel te ondiep dus lag het schip in Medemblik. Elke zondagavond gingen de broers aan boord en er werd de hele week op het IJsselmeer gevist. Zaterdagavond gingen ze op de fiets terug naar Andijk.
In 1953 verhuisden ze naar Enkhuizen, het schip was dan dichterbij en de vis bracht ook meer op daar. De AK 2 werd de EH 11.

De bolle kop van de rondbouw neemt bij ruw weer nogal wat buiswater over. Om toch een beetje droog te kunnnen werken, werd in 1955 een kap op het schip gebouwd. De bolle kop had echter ook zijn voordelen, het schip is hierdoor "weerbaarder" en kan bij slecht weer langer "op zee" blijven.

 

In 1982 was Klaas 72 en Jildert 66, het was mooi geweest. De EH 11 werd verkocht aan Frans Komen die er op de IJssel mee wilde gaan vissen. Een week na de verkoop overleed Klaas.

Het scheepje kreeg een volledige opknapbeurt en Frans gaf het de letters DV1 (naar Deventer) Het plan was om op de IJssel met een ankerkuil te gaan vissen. De mast werd strijkbaar gemaakt vanwege de bruggen en er verscheen een grote lier op het dek.

De visserij ging voorspoedig en er werd een groter schip gekocht. De DV1 werd in 1987 verkocht en omgebouwd voor de recreatie. Hiervoor waren weer enige verbouwingen nodig: de bun werd verwijderd, de oude kap ging er af en werd vervangen door een kajuit. Later werd de Markerrondbouw geheel opnieuw getuigd. De zeileigenschappen worden nu volledig benut, tot volle teverdenheid.

tekst:  Edzard Visser

terug