stijfselbaan, ook: stijselbaan, de Botermarkt en de Vismarkt, waar (vroeger!) de "fambriekers" in hun gesteven katoentjes flaneerden (Beets, 1935); ook wordt de Breestraat, Kort Rapenburg, Prinsessekade, Steenstraat en Stationsweg genoemd. || Ik kwam haar een keer tegen op de stijfselbaan (Leiden 1900-1940, waar de stijfselbaan wordt omschreven als de Haarlemmerstraat en de Steenstraat).

stijfselgracht, de Botermarkt en de Vismarkt.

stijfselen, zich naar de stijfselbaan begeven. || Je ging stijfselen s zondagsmiddags ... . Dat was heen en weer drentelen, flaneren op de stijfselbaan ... . Het was in wezen een wandelende vrijgezellenmarkt (Leidsch Dagblad, 2000).